Zwak

Tekst: 1 Korintiërs 1:8-2:5

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Als jij met een ander deelt wat jij gelooft, wat zou jij dan zeggen?
Denk daar eens even over na!
(…)

Laten we voorop stellen:
Met een ander delen wat we geloven, dat doen we al niet heel erg gemakkelijk.
Niet eens met elkaar!
Over geloof praten is best wel moeilijk.
Omdat het heel persoonlijk is.
En misschien ook wel omdat we bang zijn dat een ander ons raar vindt.

Maar áls je dat toch een keer doet, wat zeg je dan?
Liefst iets waarvan je denkt: daar kán die ander iets mee.
Dan klinkt het redelijk, normaal, wat ik geloof.
Ik zou bijvoorbeeld zeggen:
mijn geloof in God, dat is de grond onder mijn bestaan.
Omdat ik geloof dat God van ieder mens houdt. Ook van mij.
Dat Hij mij draagt, ook als ik het moeilijk heb.

Iemand anders zou misschien een ander antwoord geven.
-Geloven, dat is voor mij waardevol omdat je samen een gemeenschap met elkaar vormt. En op elkaar betrokken bent, en naar elkaar omziet.
-Geloven, dat is leren om respect te hebben voor elkaar.
-Geloven betekent dat iedereen er mag zijn, zoals die is.
-Ik geloof dat God liefde is.

We zeggen dat, omdat dat belangrijke dingen zijn voor onszelf,
voor ons eigen geloof,
En belangrijke dingen in de cultuur waarin wij leven.
En omdat dat dingen zijn waarin onze cultuur – hopelijk – door het christelijk geloof gevormd is.
Naastenliefde, naar elkaar omzien. Dat de een niet boven een ander staat.
Dat je goed bent zoals je bent.
Paulus kwam eens in de Griekse stad Athene.
De hoofdstad van de filosofie, de dichters en de kunst.
En daar hield hij een fantastische toespraak,
om duidelijk te maken wie de God is in wie hij gelooft.
Paulus sloot perfect aan bij zijn toehoorders.
In filosofische taal vertelde hij dat er een God is die je niet kunt zien,
en die er toch is.
Eén God, die alles gemaakt heeft.
Voor de Grieken stond dat al heel ver van ze af.
Want zij geloofden in verschillende goden, die elk hun eigen taak hadden.
Hoe kon er nou maar één God zijn?

En Paulus deed zó zijn best!
Maar hij kon het nog zo mooi uitleggen, in de taal van de mensen in die stad,
toch merkte hij dat er maar weinig met zijn toehoorders gebeurde.
Ze gingen niet geloven.
Sommigen zeiden tegen hem: interessante theorie hebt u daar!
Maar vervolgens liepen ze gewoon weer door.
Het kwam niet bij ze aan.

Toen Paulus, een beetje teleurgesteld, verder trok, uit Athene,
kwam hij in Korinthe, de Griekse havenstad.
Dat ligt er niet ver van af, maar Korinthe is een hele andere plaats.
Niet zo geraffineerd en kunstig als Athene.
Een echte handelsplaats, een allegaartje,
met heel verschillende soorten mensen.
En daar, in Korinthe, besloot Paulus dat hij het anders wilde proberen.
Niet met grote woorden, en mooie beelden, zoals hij in Athene had gedaan,
maar gewoon hoe het was.
Hij begon in de Joodse synagoge, en daarna daarbuiten,
Te vertellen over Jezus. Over zijn leven, wat hij zei en deed.
Over hoe hij was gekruisigd.
En hoe God hem uit de dood had laten opstaan.

En toen merkte hij dat er wat gebeurde met de mensen.
Hij bleef anderhalf jaar in Korinthe.
En ondanks dat hij werd tegengewerkt, ontstond er een christelijke gemeente.
Wij zeggen wel eens dat wij veelkleurig zijn,
maar die gemeente was écht veelkleurig!
Joodse mensen die in Jezus waren gaan geloven,
Griekse mensen, die daarvoor nog in allemaal andere goden hadden geloofd.
Rijke mensen, die gewoon een kerkdienst in hun huis konden houden.
Arme mensen, zelfs slaven.

Wat al die verschillende mensen bij elkaar hield,
was dat ze samen in Jezus geloofden.
Dat was voor hen de kern waar het om ging.
Al ontstonden er best wel ruzies.
Want er kwamen in de loop van de tijd verschillende voorgangers.
De een geloofde in Jezus zoals Paulus over hem vertelde.
En een ander had meer met de preken van Apollos.
En weer een ander liep weg met Petrus.
Daar kwamen ruzies door, en die liepen uit de hand.
En toen Paulus daarvan hoorde, stuurde hij deze brief.
Waarin hij zegt:
het gaat helemaal niet om de verschillende mensen die het uitleggen!
Het gaat om de kern, dat je daar met elkaar oog voor blijft houden.
En dat is Christus, Jezus, die gekruisigd is.

Afgelopen week las ik een blog over iemand die de vraag stelde:
Wat ís een christen?
Ben je christen als je elke zondag naar de kerk gaat?
Of ben je christen als je alles weet van de Bijbel?
Ben je pas christen als je zeker weet dat God er echt is?

Of betekent christen zijn: in Jezus geloven, en Hem proberen te volgen?
Wat nog best moeilijk is, om dat écht in alles te doen!

Ons geloof, als christenen, gaat over Jezus Christus.
Paulus zegt: dát is de kern!
Daar staat of valt het mee!

En toch:
als iemand mij vraagt naar wat ik geloof,
dan begin ik over het algemeen niet meteen over Jezus te vertellen.
Want voor veel mensen staat het verhaal van Jezus best wel ver van ze af.
Misschien kennen ze zijn naam alleen als een scheldwoord, of een vloekwoord.
Of vergelijken ze hem met iemand als Gandhi,
zien ze hem vooral als een heel wijs mens,
Iemand van wie je veel kan leren,
maar niet per se als iemand waar je iets mee móet.

En zeker als je het hebt over de kruisiging van Jezus,
dan kunnen mensen daar een ongemakkelijk gevoel bij krijgen.
Niet als iets relevants, voor deze tijd, voor hun eigen leven.
Maar meer als iets van vroeger.
Misschien zelfs als iets naars.

Paulus zegt: toen ik bij jullie kwam,
besloot ik jullie niet met prachtige woorden uit te leggen wat we geloven.
Maar ik besloot jullie te vertellen over Christus, die gekruisigd is.

Wij beseffen dat niet meer zo, als we dat lezen,
omdat we er zo aan gewend zijn geraakt,
maar voor Paulus was dat overduidelijk:
Een gekruisigde Christus, dat zijn twee woorden die aan elkaar tegenovergesteld zijn!
Die woorden passen niet bij elkaar.
Christus is een woord dat staat voor Messias,
de gezalfde van God, een grote koning!
Een overwinnaar! Machtig en sterk!

Maar de Christus die Paulus verkondigt, is een gekruisigde Christus.
Geen grote overwinnaar,
maar een Heer wiens kracht in zwakheid en kwetsbaarheid zichtbaar wordt.

Een God die zich laat kruisigen, wat is dat voor God?
Die kan niet op de sympathie rekenen van de mensen in die tijd.
Waarin ze alleen verhalen kenden van krachtige, mooie goden.
En kan dat wel op sympathie rekenen in onze tijd?
Hoeveel mensen roepen niet om een God die krachtig optreedt,
die zijn spierballen laat rollen?
Is dat niet waar we ten diepste behoefte aan hebben?
Aan een sterk persoon, die we kunnen volgen?
“Waar is God?”, vragen veel mensen als er rampen gebeuren, of oorlogen.
Maar Gods antwoord is geen krachtig optreden.
Het is dat Hij zijn zoon stuurde, om gekruisigd te worden.

Dat gaat in tegen wat wij mensen als krachtig en wijs zien!
Wat lost dat nou op?

Voor ons is de kruisiging van Jezus nog steeds aanstootgevend.
Voor ons mensen voor wie het leven maakbaar is geworden.
Die pijn en lijden helemaal naar de achtergrond hebben verdrongen.
Ik weet nog dat op de opleiding een jaargenote zei:
het bloed van Christus, daar kan ik echt helemaal niets mee!
Dat klinkt veel te heftig!

Het is aanstootgevend omdat wij alles zelf voor elkaar willen kunnen boksen.
Omdat we niet graag om hulp vragen, niet afhankelijk willen zijn.
Woorden als zonde, en genade, daar kunnen we weinig meer mee.
We zijn zélf verantwoordelijk voor onze daden, vinden we!
Als iemand kwaad doet, dan moet hij daar gestraft voor worden.

Onze maatschappij is gebouwd op een krachtig mensbeeld.
Een mens die het zelf wel redt, en kan.
Een mens zoals de 19e-eeuwse filosoof Friedrich Nietzsche voor zich zag:
Hij zag een mens voor zich die er staat.
Een mens die sterk is, krachtig.
Die het voor elkaar heeft.
Die goede looks heeft, een krachtige stem.
Een leider.
Dat is ook de mens die wij graag voor ons zien, die wij graag volgen.
Die wij graag willen zijn.

Nietzsche verachtte Jezus, in zijn zwakheid en nederigheid.
En veel mensen in onze tijd onbewust ook.

Want die mens die Nietzsche beschrijft, dat is de mens waar wij in willen geloven.
Dat is de mens die wij willen zijn.
Die wij van onszelf móeten zijn.
Niet een afhankelijk persoon, maar sterk en krachtig. Zelfbewust. Onafhankelijk.
Iemand tegen wie anderen opkijken.
Een fotomodel. Een influencer. Een topsporter.
Iemand die knap is, en slim, en alles kan.
Dat is de standaard waar wij ons aan spiegelen.

In de tijd van Paulus was dat precies hetzelfde.
De mensen geloofden alleen in sterke goden.
Geloven in een God die aan een kruis hangt,
dat was voor de mensen in die tijd letterlijk onvoorstelbaar.

Kruisiging was in de Romeinse tijd een straf voor slaven, voor oproerkraaiers.
Het was een signaal:
deze persoon is vermorzeld door de macht van Rome.
De persoon die gekruisigd was bleef vaak dagen aan het kruis hangen,
eerst als hij nog in leven was,
en daarna ook nog als hij gestorven was.
Om te laten zien:
dit is wat we doen met misdadigers.
Met mensen die zich tegen ons verzetten.

Wat was dat nou voor zwakke God,
die dat überhaupt toe zou laten dat dat met hem gedaan zou worden?

Maar voor wie in Jezus geloven, als de zoon van God,
laat het kruis juist kracht zien.
Door de zwakheid heen.
Het kruis vertegenwoordigt voor ons Gods kracht, Gods liefde, Gods wijsheid.

Wij geloven dat het kruis van Jezus zijn krachtigste moment was.
Omdat Jezus, in zijn kwetsbaarheid, het mooiste deed wat hij voor ons kon doen.
Omdat hij zijn leven gaf voor óns.

Jezus nam de straf voor onze zonde op zijn schouders,
Zodat wij mogen leven door zijn genade.
Niet op onze eigen kracht, op wat we zelf voor elkaar gebokst hebben,
Maar door een liefde, waar we niets voor hebben hoeven doen.

Jezus leed, en stierf, zodat wij verlost mogen zijn van alles wat we in ons leven als last op onze schouders meedragen,
aan tekortschieten, aan falen, aan schaamte.
We hoeven niet meer te doen alsof we perfect zijn.
Alsof we geen fouten maken.
Alsof we altijd krachtig en sterk zijn.

We zijn geliefd.
Ook al zijn we zijn geen perfecte mensen.
Niemand van ons.
We hebben allemaal te maken met dingen waarin we het niet goed voor elkaar hebben.
We hebben allemaal dat we dingen doen, en zeggen,
waar we ons later voor schamen.
Of dat we het gevoel hebben: had ik dat maar anders gedaan!
Of dat we diep van binnen weten dat we tekortschieten in liefde,
naar de mensen om ons heen, dicht bij en ver weg.
In zorg voor de schepping, en het milieu.
In strijd tegen onrecht.

Ik las eens in een tijdschrift een artikel over moderne slavernij:
Zoals wij in het westen leven,
heeft gemiddeld ieder van ons een slaaf ergens anders op de wereld,
die moet lijden zodat wij in luxe en zonder tekort kunnen leven.
Daar zijn we ons niet van bewust.
En het is zelfs de vraag hoeveel we daaraan kunnen veranderen,
aan de systemen die dat in stand houden, zelfs al zouden we dat willen.
Maar het ís wel hoe het is!
En wij geloven in Jezus.
Jezus leert ons gerechtigheid.
Jezus leert ons liefde.
Jezus heeft ons dat meer dan wie dan ook voorgeleefd.
Jezus daagt ons uit, om achter hem aan te gaan.
Maar niet vanuit een verkramping, of vanuit een schuldgevoel.
Vanuit de liefde die Hij ons gaf.

Wij geloven in een God wiens kracht in kwetsbaarheid zichtbaar werd.
Die zichzelf aan het kruis liet slaan, omdat Hij van ons hield.
Die zich niet laat gelden in kracht en geweld,
Maar die laat zien wie Hij is in liefde, en in kwetsbaarheid.

En die van ons vraagt:
Wees zelf net zo kwetsbaar.
En kom achter mij aan.
Je hoeft niet op eigen kracht te leven.
Maar je mag leven vanuit mijn kracht.
Vanuit mijn liefde.
Vrij van angst, en van schaamte.

Wie Jezus is, en wat Jezus ons leert, wat Jezus heeft gedaan,
Gaat in tegen alles wat wijsheid lijkt in deze wereld.
Laten wij dwaas zijn, en achter Hem aan gaan!
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *