Veel teveel gevraagd

Tekst: Genesis 22:1-19

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Als Abraham in deze tijd zou leven…
Hoe zou je dán tegen de tekst aankijken die we vandaag hebben gelezen?
Tegen iemand die bereid is om voor zijn geloof zijn enige kind op te offeren?
Ik denk dat wij ons dat nauwelijks voor kunnen stellen, dat je dat zou kunnen.

Martijn vond het ook een heel gek idee.
En ik zelf eigenlijk ook wel.
En dan is het nog niet eens de enige moeilijke Bijbeltekst.
Want zo heb je ze wel meer!
Hoe ga je daar nou goed mee om?
Als je leest uit de Bijbel, met je gezin, en je komt dit soort verhalen tegen?

Laten we vooropstellen:
Het is goed, om zulke vragen te stellen!
Niet alleen zachtjes, in jezelf, durf het ook eens hardop!
Want alleen dan kun je antwoorden vinden.

De Bijbel is namelijk niet geschreven in deze tijd.
Het is een oud boek. Sommige delen zijn wel 3.000 jaar oud!
Dat is ouder dan de oudste geschiedenisboeken.
Dat betekent dat het is geschreven in een tijd waarin de wereld er zó anders uitzag dan nu,
Dat wij ons daar nauwelijks nog een voorstelling van kunnen maken!

En tegelijk: de wereld zag er misschien heel anders uit,
Maar voor de mensen gold dat niet.
De mensen waren net als wij.
En voor God geldt hetzelfde! God was toen dezelfde als nu.
Daarom is de Bijbel een oud boek, geschreven in een andere tijd,
Maar niet een verouderd of ouderwets boek.

Als je het verhaal van Abraham leest,
Is het wel heel belangrijk om iets te weten over de tijd en de cultuur waarin Abraham leeft.
De geschiedenis van Abraham is namelijk een van de oudste verhalen in de Bijbel.

Abraham groeit op in een wereldstad. Ur.
Naar zijn beleving was het een wereldstad in elk geval:
in onze ogen zou het maar een kleine stad zijn,
het had op zijn hoogtepunt ongeveer 65.000 inwoners.
Als je buiten die stad kwam, was het land gewoon leeg.
Je kwam niet op elke 5 kilometer een dorpje tegen, zoals hier.
Het was uitgestrekt land, waar niemand woonde.
Waar nomaden af en toe rondtrokken met hun kuddes.
Dat besef, dat er een gebied is waar niemand woont, dat zijn wij kwijt.
Dat je kunt kijken naar een gebied, en denkt:
daar zijn gewoon helemaal geen mensen.
Allemaal natuur, en wildernis.

Ur is een plaats waar de mensen in allemaal goden geloven,
want dat deden alle mensen in zijn tijd.
Geloven in één God, dat bestond nog niet.
Elke god had toch zijn eigen functie?
En zijn eigen beeldje.
Er was een god van het land, en van de zee.
Van de vruchtbaarheid, en van de jacht.
Van de oorlog, en van de dood.

En zoals het leven toen wreed en hard kon zijn, nog meer dan nu,
zo geloofden de mensen ook dat die goden wreed en hard waren.
De mensen brachten offers aan die goden,
om dingen van ze af te dwingen, als het ware.
Ik geef u een geit, en u zorgt voor een goede opbrengst van het land.
Ik geef u een koe, en u zorgt dat mijn kind gezond geboren wordt.
Ik geef u een mens, bijvoorbeeld een slaaf,
en u zorgt dat een ramp, zoals droogte of honger, wordt afgewend.
Abraham was er dus aan gewend dat goden om mensenoffers konden vragen.

Toch zal het als een klap voor hem gekomen zijn dat de God waar hij naar luisterde,
de God die hij volgde, van hem vroeg om zijn zoon te offeren.
Het moet onbegrijpelijk zijn geweest voor Abraham.
Want de belofte van God was toch dat Abrahams nageslacht talrijker zou worden dan de sterren aan de hemel?
En Izaäk, zijn kind, zou toch de vervulling zijn van die belofte?
Het was al een wonder dat de oude Abraham en Sara een kind hadden gekregen.
Ze hadden daar al niet meer op durven hopen.
Sara had moeten lachen, toen een engel zei dat ze een kind zou krijgen.
En toch was het gebeurd.

Hoe kon God van Abraham vragen om Isaäk op te geven?
Dat was niet alleen het opgeven van zijn eigen kind, wat al vreselijk is,
maar ook nog het opgeven van zijn eigen toekomst.
Van alles waar hij zijn hele leven op gericht was geweest.

Bij die andere goden was het altijd: voor wat hoort wat.
Je geeft iets op, en daar krijg je wat voor terug.
Maar Abraham heeft alles waar hij altijd op heeft durven hopen.
En nu vraagt God van hem om juist dátgene,
dat het allerbelangrijkst voor hem is, op te geven!

De vergelijking gaat niet helemaal op,
Maar het is alsof je op het punt staat om met pensioen te gaan,
en er komt een brief binnen:
of je je recht op je pensioen op wilt geven.
En: oh ja, ook je recht op je AOW.
Het is alsof je zes jaar lang op de middelbare school hebt gezeten.
Altijd hard hebt gewerkt voor je diploma.
Je hebt dromen: je wilt studeren! Je wilt mooi werk vinden!
Maar dan krijg je van de leiding van de school te horen dat ze je geen diploma willen geven.
Je kunt vast wel zonder.
Ga je toch gewoon meteen werken, bij een callcenter?

En voor Abraham als vader was het onvoorstelbaar,
om zijn enige zoon op te moeten offeren.
Hij hield van Isaäk.
Hij was trots op hem.
Hoe kon hij zijn zoon opgeven, zijn alles?

Dát is precies wat dit verhaal voor veel mensen onvoorstelbaar maakt.
Hoe kon Abraham bereid zijn om zijn kind op te offeren?
Zeker als je zelf kinderen hebt, dan kun je je daar geen voorstelling van maken!

En dat wil ik niet wegpoetsen.
Die vraag wil ik laten staan.

Wij zijn trouwens niet de enigen die moeite hebben met dit verhaal.
God die om een mensenoffer vraagt,
dat was ook voor de Joodse lezers van dit verhaal niet te bevatten.
Zij geloofden juist precies het tegenovergestelde!
Dat God nooit om mensenoffers zou vragen.
Dat dat juist was wat God anders maakte dan de goden waar mensen in de volken om ze heen in geloofden.
De Joden geloofden in een liefdevolle God.
Die geeft om mensen.
Zij dachten net als wij: hoe kan God dit van Abraham vragen?
Het is niet de bedoeling van het verhaal om dat normaal te laten lijken!
Dit verhaal is zo bizar:
Abraham moet alles opgeven wat hij van God heeft gekregen.
Dat is wat God van hem vraagt.
Is Abraham bereid om zijn eigen toekomst, zijn eigen zekerheid, zijn alles op te geven?

Is het een test van God?
Dan lijkt het wel een hele vreemde test.
Wil God zien of Abraham écht alles zal doen wat God van hem vraagt? Is dat het?
Maar hoe kán Abraham doen wat God van hem vraagt?
Wat zouden wij nu vinden van iemand als Abraham?

Zouden wij Abraham nog steeds als een rolmodel zien?
Of zouden we hem juist zien als een fanatiekeling?
Iemand die de realiteitszin is verloren?

Toch is dat óók te makkelijk.
Om Abraham als een fanatiekeling weg te zetten.

Abraham was een oude man.
En hij had in zijn leven al ontzettend veel meegemaakt.
Momenten waarop hij naar Gods stem luisterde.
Het onbekende tegemoet ging, in het vertrouwen dat God met hem meeging.
En hij had momenten meegemaakt waarop hij zijn eigen gang ging,
Dacht dat hij het wel zonder God kon redden.
Of dat hij Gods beloftes zelf wel waar kon maken.
Maar dat bleek steeds een doodlopende weg. Of een omweg.

Steeds weer was de les die hij in zijn leven leerde, dat God zei: vertrouw op mij.

En dit verhaal, Genesis 22, aan het eind van Abrahams leven,
is de ultieme test, zou je kunnen zeggen.
Heeft Abraham geleerd om écht op God te vertrouwen?

Wat God van Abraham vroeg, was bijna meer dan hij kon opbrengen.
Abraham moest van God zijn geliefde zoon opgeven.
Alles wat hem kostbaar, wat hem dierbaar was.
Hij was een rijk man.
Maar niets was hem zoveel waard als dit kind.
Als vader, die zijn kind op moest geven,
vroeg dit oneindig veel meer van Abraham dan wat dan ook.
Het kostte hem meer pijn dan hij Izaäk ooit zou kunnen doen.

En toch, dat is het wonderlijke, denkt Abraham niet lang na.
Hij pakt zijn ezel, roept Izaäk en twee knechten, en gaat op weg.
De reis naar de berg was lang.
Twee dagen zijn Abraham, Izaäk en de twee knechten onderweg.
Ze zijn stil onderweg. Er valt geen woord teveel.
Alleen Abraham weet wat er staat te gebeuren.
Hij draagt het mee als een last op zijn schouders.

Op de derde dag ziet Abraham in de verte al de berg,
De plek waar het staat te gebeuren.
Ze laten de knechten achter.
Samen met Izaäk trekt hij verder.
Een onschuldige jongen.
Zijn oprechte vraag aan Abraham maakt de last op zijn schouders alleen maar groter:
Vader, we hebben hout, en vuur.
Maar waar is het dier dat we moeten offeren?

Het is een hartverscheurend moment.
Je kunt je nauwelijks voorstellen wat er op dat moment in Abrahams gedachten omgaat.
Maar hij zegt tegen Izaäk, en dat zijn belangrijke woorden: God zal ervoor zorgen.
Dat is de les die hij in zijn leven heeft geleerd.

En dat ís en blijft het bijzondere aan dit verhaal.
Ondanks alles durft Abraham te vertrouwen dat God er is.
Dat God goed is.
En dat God een uitweg zal bieden.
Het gaat zelfs zo ver dat Abraham alles klaarmaakt om Izaäk te offeren.
Onvoorstelbaar!
Hij bouwt een altaar, legt het hout op het altaar,
En bindt Izaäk vast.
En pas als hij op het punt staat om Izaäk daadwerkelijk te doden,
Komt een engel, een boodschapper van God tussenbeide.

Abraham, Abraham!
En Abraham zegt: hier ben ik!
Dan zegt de boodschapper:
beweeg je hand niet naar de jongen, doe hem niets aan,
want nu weet ik dat jij ontzag hebt voor God,
en dat je mij zelfs je enige zoon niet onthoudt.

Abrahams vertrouwen in God gaat zo diep,
dat hij bereid is om zelfs het allerkostbaarste wat hij heeft,
het meest geliefde wat hij heeft, in de waagschaal te stellen.

Uiteindelijk was dát wat God op de proef wilde stellen.
Niet of hij blind zou gehoorzamen wat God tegen hem zei.
God wil geen blinde slaaf.
Iemand die precies doet wat Hij zegt.
Dát is niet waarom hij Abraham op de proef stelt.
Om te kijken: zou hij het doen, of niet?

Wat God ten diepste wil, is dat Abraham op Hem vertrouwt.
Zelfs al gaat dat tegen alles in.

Ook al blijft ook een moeilijk verhaal.
En mag je dat gewoon laten staan:
Je mag ook het vertrouwen van Abraham laten staan.
Abraham vertrouwt, tegen alles in, dat God goed is.
Dat God te vertrouwen is.
Dat God voor hem zal zorgen.

En we mogen weten,
dat God nooit daadwerkelijk van Abraham had verlangd om zijn zoon te doden.
Daarin laat God juist zien dat Hij anders is dan de goden waarmee Abraham is opgegroeid.
God is geen god die mensenoffers vraagt. Nooit.
Hij geeft eerder nog zijn eigen, geliefde, enige zoon,
dan dat Hij Abraham daadwerkelijk om zo’n offer zou vragen…

Wat leert dit verhaal ons?
Het belangrijkste is volgens mij dat dit verhaal ons, jou en mij een vraag stelt:
wat zijn de zekerheden waar jij en ik ons leven op bouwen?
En hoeveel zijn die zekerheden ons waard?
Denken wij, net als Abraham op bepaalde momenten in zijn leven,
Dat we ons eigen geluk kunnen maken?
Dat we daar alleen zelf verantwoordelijk voor zijn?
En dat we het ook zelf allemaal wel redden?
Of durven we net als Abraham, boven onze eigen zekerheden uit,
te vertrouwen op iets dat veel dieper gaat?
Op iets, Iemand, die je niet kunt zien,
Maar die er wel voor je is?
Durven wij, net als Abraham, God te vertrouwen,
zelfs nog meer dan alle dingen waar we ons leven op hebben gebouwd?
Dat is niet makkelijk, om dat te doen!

Abraham had alles wat hij maar had kunnen wensen.
En toch was hij bereid om alles op te geven, zelfs het kostbaarste wat hij had,
vanwege zijn vertrouwen op God.
Dat hij bereid was om dat te doen, daar kan je gewoon bijna niet bij komen.
En gelukkig bleek God dat ook niet daadwerkelijk van hem te vragen.
God wilde geen slaaf, Hij wilde iemand die op Hem vertrouwde.

Misschien is wat dit verhaal ons vertelt,
dat God het wél waard is om te vertrouwen.
Dat Hij het waard is om op te bouwen,
meer nog dan alle zekerheden in ons leven.
Meer nog dan alle plannen die we zelf hebben om onze toekomst veilig te stellen.
Meer nog dan alle kleine dingen die wij zelf soms zo belangrijk kunnen maken.
Dat áls je op God besluit te vertrouwen, je niet bedrogen uit zult komen.
Ook al kun je nu niet zien hoe dan, of waarom dan.
Dat God met jou en mij net zo’n band van vertrouwen wil, als Hij had met Abraham.

Vertrouwen is een belangrijk thema in de Bijbel.
Dit verhaal van Abraham gaat over Abrahams vertrouwen op God.
Durft hij God alles toe te vertrouwen?

Er is een ander verhaal in de Bijbel, dat gaat over Gods vertrouwen in ons.
Over Gods liefde voor ons.
Als God wél zijn eigen zoon opgeeft, uit liefde voor alle mensen.
Als in Jezus, God zelf aan het kruis hangt, en zijn leven voor ons geeft.
En daar laat zien dat Zijn liefde voor ons dieper gaat dan wij ons ooit voor kunnen stellen.
Als blijkt dat God de prijs die Hij van Abraham vroeg, maar die Abraham niet hoefde te betalen,
Wel zelf bereid is te betalen voor ons.

Abrahams vertrouwen op God was niet misplaatst.
En dit verhaal stelt ons de vraag:
durven wij het aan, om, soms tegen alles in,
toch op God te blijven vertrouwen?
Meer nog dan andere dingen waar wij ons leven op bouwen?
Durven we te vertrouwen dat Hij ons er nooit alleen voor zal laten staan?

Uiteindelijk zou God zijn belofte aan Abraham waarmaken.
En zou uit Izaäk, zijn zoon, een groot volk ontstaan.

En op een dag zou, temidden van dat volk, zijn eigen zoon geboren worden, Jezus,
Door Hem zou God zijn liefde ,aan alle mensen, alle volken laten zien.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *