Samen ben je rijk

Tekst: 1 Koningen 17:1-16

Ik las deze week een indrukwekkend verhaal. Het heette: armoede in Nederland.
Het ging over een meisje, Salomi, van wie de ouders gescheiden zijn.
Ze woont bij haar moeder.
Maar haar moeder heeft bijna geen geld.
En Salomi schaamt zich daarvoor.

Op een dag krijgt ze ruzie met haar moeder.
Want Salomi wil niet zeggen op school waarom ze thuis geen computer hebben.
En ze wil niet dat haar vriendinnen een kaartje voor haar betalen voor een concert waar ze naartoe willen.
Ze schaamt zich omdat ze niks zelf kan betalen.
En ze zegt boos tegen haar moeder:
Ik wou dat ik nooit bij jou was gaan wonen!
En ze rent naar haar kamer.

Haar moeder ziet dan een briefje op de grond liggen dat Salomi heeft geschreven, voor een gespreksgroep op school, bij haar tas.
Ze pakt het, en leest het. Salomi schrijft:

Voor veel dingen hebben we geen geld,
zoals voor een computer of voor uitgaan.
Zakgeld krijg ik niet.
Aan vakantie hoef ik helemaal niet meer te denken.
Toch vind ik het niet erg.
Ik weet nou eenmaal dat mijn moeder niet veel geld heeft.
Daar kan zij ook niks aan doen.
En er staan zoveel fijne dingen tegenover.
Als ik me rot voel, kan ik altijd met haar praten.
Natuurlijk hebben we wel eens ruzie,
maar we maken het ook gauw weer goed.
En we lachen veel.
Wat kan het me dan nog schelen dat ik minder geld heb dan andere kinderen met hun merkkleding, computerspelletjes en dure vakanties?
Weet je wat ik wel eens in stilte zeg als ik een jaloerse bui heb?
Hou toch op met zeuren. Geld is niet alles.
Dan denk ik aan mijn moeder.
Ik zou iets tegen haar willen zeggen, maar dat durf ik niet goed.
Opschrijven is gemakkelijker.
Ik zou willen zeggen: je bent onbetaalbaar.”

Salomi’s moeder is er stil van.
Als ze het briefje gelezen heeft, gaat ze naar Salomi’s kamer.
Ze klopt aan de deur.
‘Ik wilde je tas opruimen,’ begint ze, ‘toen vond ik dit.
Het was niet netjes van me, maar ik kon niet nalaten het te lezen.’
Van schrik krijgt Salomi een kleur.
‘Het is eigenlijk geheim,’ zegt ze zacht.
‘Ik was helemaal niet van plan dat verhaal aan iemand te laten lezen.’
‘Het was bijzonder om te lezen.’, zegt haar moeder verlegen.
‘Misschien een beetje overdreven.’
‘Niks overdreven,’ fluistert Salomi, ‘elk woord is waar.’
Het is een tijdje stil.
Haar moeder kijkt haar aan en pakt haar hand.
Dan drukt ze de hand tegen haar hart aan.
‘Wie is hier nou onbetaalbaar?’ mompelt ze.

Salomi en haar moeder hebben het allebei moeilijk.
Omdat ze niet zoveel geld hebben als een ander.
En toch zijn ze blij dat ze elkaar hebben.
Dat maakt ze rijker dan dat ze heel veel geld zouden hebben!

Het is een beetje het tegenovergestelde van het verhaal van koning Achab.
Dat was een koning die alleen maar aan zichzelf dacht.
Hij had alles, maar toch pikte hij een wijngaard in van een buurman,
omdat hij die mooier vond.
Hij zorgt niet goed voor de mensen in zijn land.
En zijn vrouw is een naar mens,
die hem aanmoedigt om alleen maar aan zichzelf te denken.
Ze zegt tegen hem: jij bent een koning, Achab. Jij mag toch alles?

En ze zegt ook nog tegen hem zegt dat hij niet in zijn eigen God moet geloven, de God van Israël,
maar in de god Baäl, een hele wrede en nare god.
Heel anders dan de God waar wij in geloven.
Ze laat de priesters en profeten van de God van Israël,
de God waar wij in geloven,
zelfs oppakken, en ter dood brengen.

Het is helemaal geen kinderachtig verhaal, dit verhaal van Elia.

Want wat Elia tegen de koning moet gaan zeggen is ook heel heftig:
Dat er een hongersnood zal komen.
Omdat God drie jaar lang geen regen zal laten vallen.
Dat moet de koning laten zien dat wat hij doet, niet goed is.
Maar drie jaar, dat is een hele tijd!
Daar zal de koning onder lijden, en zijn schatkist,
maar de mensen in zijn land nog veel meer!

Elia moet vluchten, als hij dat gezegd heeft.
Want anders laat koningin Izebel hem ook oppakken!

En ook al valt er geen regen, en komt er honger in het land,
een hele tijd lang merkt Elia daar weinig van, omdat God voor hem zorgt.
Maar dan valt de rivier droog.

En water heb je nodig om te kunnen leven!
Je kunt best wel lang zonder eten.
Wel 40 dagen, als dat nodig is!
Maar zonder water kun je maar heel kort.
Drie dagen. Hooguit een week.

Dus moet Elia weg van die plek.
En waar stuurt God hem naartoe?

Niet naar een plek waar zat te eten en te drinken is.
Nee, precies het tegenovergestelde!

God stuurt Elia naar een hele arme vrouw.
Een weduwe.
Dat is een vrouw van wie de man is overleden.
Dat is heel erg.
En in die tijd was dat misschien nog wel erger dan nu,
omdat een vrouw geen werk had.
En dat haar man was overleden,
betekende dat ze helemaal geen geld meer binnen kreeg.
Waar moest ze eten van kopen?
En zeker nu er hongersnood was.
Ze had helemaal niets.
En dan had ze ook nog een zoontje, waar ze voor moest zorgen!

Hoe kan zij, deze arme weduwe, nou ook nog voor Elia zorgen?

Elia heeft niks.
Hij komt alleen met dorst, en met honger.
En de weduwe heeft ook niks.
Alleen een klein beetje meel,
waarvan ze nog één brood kan bakken voor zichzelf en haar zoontje.
Ze zoekt naar een klein beetje hout, voor een klein vuurtje.
Meer heeft ze niet nodig, om een klein brood te bakken.

Voor Elia én voor de weduwe zijn de omstandigheden heel moeilijk.
Allebei hebben ze niets.
Voor hen allebei is het een moeilijke tijd.

Misschien vind jij het nu ook wel een moeilijke tijd!
Omdat alles zo anders gaat dan anders.
Je kan gelukkig weer naar school, maar dat kan maar een paar dagen per week.
De afgelopen tijd had je veel minder contact met je vrienden.
En kon je misschien je opa of oma niet eens een knuffel geven!
Terwijl je dat wel heel graag wilde.

Weet je wat ik soms merkte in de afgelopen tijd?
Dat we elkaar wel willen troosten, elkaar moed in willen spreken,
maar we weten niet altijd zo goed hoe!
Want als iedereen verdrietig is, als iedereen het moeilijk heeft, en moe is,
hoe kun je dan elkaar nog helpen?

Je zou zeggen dat dat niet kan.

Maar dit Bijbelverhaal, over Elia en de weduwe, laat iets heel anders zien.
Het gaat over twee mensen die het moeilijk hebben.
Maar samen, door te delen wat ze hebben,
en door hun geloof in God,
komen ze erdoorheen.
De vrouw, die niet eens genoeg heeft om zichzelf en haar eigen zoon te eten te geven,
durft tóch dat beetje eten de delen met Elia.
En Elia, die niks heeft, spreekt haar weer nieuwe moed in.
En dan gebeurt er een wonder!
God laat zien dat Hij ze niet alleen heeft gelaten.
Hij zorgt ervoor dat er elke dag genoeg eten in de pan zit.

Dit verhaal vertelt ons iets over God.

God is boos op koning Achab.
Omdat Achab alleen maar neemt, en niet deelt.
Maar God geeft om de weduwe, die niets meer heeft.

Hij stuurt Elia naar Achab om te zeggen:
Jij moet meer om de mensen denken!
En Hij stuurt Elia naar de weduwe om haar te helpen, als ze niks meer heeft.
En dan is het bijzonderste aan dit verhaal:
Die weduwe komt helemaal niet uit Israël.
Uit het land van koning Achab, en van Elia.
Maar ze komt uit Sidon.
Uit het land van die nare koningin, Izebel,
waar de mensen in die wrede god Baäl geloven.
God laat door Elia heen zien dat Hij geeft om alle mensen.
Dat Hij alle mensen ziet.
Alle mensen belangrijk vindt.

God stuurt Elia naar het land waar Izebel vandaan komt.
Om te laten zien dat Hij niet alleen de God is van Israël.
Maar van alle mensen.
Ook van de mensen in Izebels thuisland!
En dat hij om ze geeft!

En God vraagt van de arme weduwe ook iets.
Om het kleine beetje eten dat ze heeft met Elia te delen.
Dat is best heel veel gevraagd van haar!
Want ze wil ook voor haar zoontje zorgen.
Dat vraagt om vertrouwen.
Maar toch doet ze het.

En dan doet God een wonder.
Het meel en de olie waarmee het brood gebakken wordt, raakt niet op.
God zorgt voor de weduwe en haar zoontje,
En hij zorgt voor Elia.
Omdat ze met elkaar delen.

Het is zoals met het verhaal van Salomi en haar moeder.
Die hebben niet veel.
Maar toch zeggen ze tegen elkaar:
Je bent onbetaalbaar!

Als je elkaar hebt, en samen deelt wat je hebt, dan heb je helemaal niet veel nodig.
Sterker nog: dan ben je eigenlijk heel erg rijk!

Je hoeft niet veel te hebben,
Om toch een ander heel veel te kunnen geven.
En als je dat doet, dan mag je weten:
God is bij je.

Hij leert ons om te delen.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *