Preken

Wees gastvrij als je samenkomt voor de maaltijd

1 Korintiërs 11:17-34

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Stel je eens voor dat je op een picknick gaat met goeie vrienden.
Eentje heeft een grote, luxe picknickmand en haalt daar allemaal lekkere dingen uit.
Een lekkere salade, soep, een hartige taart! Een lekkere fles wijn erbij.
Een ander heeft een broodtrommeltje bij zich, en haalt daar zijn zelfgesmeerde boterhammen uit.
En jij hebt helemaal niks bij je.
En dan zeggen die vrienden: weet je wat:
Het is zo verschillend wat iedereen heeft meegebracht, laten we afspreken dat iedereen opeet wat hij zelf heeft meegenomen.
Dat is wel zo eerlijk, toch?
Eet smakelijk jongens!

Het is geen grapje dat het bijna letterlijk zo ging,
toen de kerk in Korinthe bij elkaar kwam om – als kerk – met elkaar te vieren.
Dat begon met een maaltijd,
En iedereen at op wat hij zelf had meegenomen.
De één had een overvloed aan eten, de ander had niets.
Voor ons is dat bijna niet voor te stellen!
Maar dat had alles te maken met statusverschillen tussen de mensen in die gemeente.
Het was een hele bijzondere mix van mensen!
Zeker als je kijkt naar de samenleving in die tijd!
De groepen mensen die je in de kerk kon vinden, waren groepen die normaal gesproken in de Romeinse samenleving helemaal langs elkaar heen leefden.
Rijke mensen, met grote huizen.
Misschien ook wel middenstanders, met een eigen bedrijfje.
Arme mensen, zoals weduwen, die in de Romeinse samenleving helemaal op zichzelf waren aangewezen.
Er was geen bijstand.
En ook slaven maakten deel uit van die gemeente.
In dat opzicht was het christelijk geloof enorm revolutionair!
Dat die verschillende groepen ineens deel uitmaakten van één gemeenschap.

In het christelijk geloof was, net als in het Jodendom,
Het liefhebben van je naaste heel belangrijk.
Dat betekent dat er gezórgd werd voor mensen die het minder hadden.
Dat was niet normaal in de Romeinse samenleving.
Dat was echt uitzonderlijk.
En de boodschap van het christelijk geloof was de boodschap dat niemand boven een ander stond.
Het was de boodschap dat Jezus, de zoon van God, mens was geworden,
En zijn leven voor ons had gegeven.
Net zo goed voor iemand met veel geld, als voor een slaaf.

Alleen, dat weten wij net zo goed:
Iets zeggen, en het dóen, het in de praktijk brengen, zijn hele verschillende dingen.
Dat was ook zo voor de mensen in die kerk in Korinthe.

Hoe die gemeente de maaltijd met elkaar vierde, was precies zoals ze het op heel veel plekken in het Romeinse rijk de normaalste zaak van de wereld zouden vinden.

De christelijke gemeente in Korinthe kwam niet bij elkaar in een kerk.
Er wáren nog geen kerkgebouwen.
De eerste kerk is pas gebouwd in de derde eeuw na Christus.
Dat is dus honderden jaren later.
Deze christenen in Korinthe kwamen samen in het huis van één van de mensen van die kerk.
Nou had ik pas een verjaardag, en als er dan 12 mensen in mijn kamer zitten, zit-ie al flink vol.
Maar een huis dat in de Romeinse stijl was gebouwd, daar kon je veel meer mensen in kwijt.

Als de kerk in zo’n huis op zondag een samenkomst hield, dan begon dat met een maaltijd,
En dat ging op de Romeinse manier.
Want in de Romeinse samenleving werd bij zo’n maaltijd heel erg duidelijk wie status had, en wie niet.

De eetkamer, dat was een van de belangrijkste plaatsen in het huis.
Dat was de plaats waar de gastheer zelf at, samen met de belangrijkste gasten.
Daar stonden grote banken, waar de gasten op gingen liggen om te eten.
Want in die tijd aten mensen liggend in plaats van zittend.
Hoe belangrijker je was, hoe dichter je bij de gastheer lag.
In zo’n eetkamer was normaal gesproken ruimte voor ongeveer tien personen.

Als er meer gasten waren, dan verzamelden die zich in het atrium, in de grote hal.
Daar stonden geen banken, dus daar kon je veel meer mensen kwijt.
Die moesten staan.
Dat was ook de plek waar vervolgens de dienst werd gehouden.
Wie zéker niet mee mochten eten, dat waren de slaven.
De eetzaal was voor hen verboden gebied.
Daar mochten ze zich niet laten zien.
Terwijl de huiseigenaar en zijn gasten lekker aten, moesten zij op de achtergrond zorgen voor het eten.

Iedereen was dus lekker aan het eten.
De gastheer en zijn gasten van de heerlijke maaltijd die hij ze voorzette,
De mensen in de hal van het eten dat ze zelf hadden meegenomen.
En tegen de tijd dat de slaven klaar waren met hun werk, was alles op.

Voor ons klinkt dat heel gek, maar zo waren de mensen dat gewend.
Zo ging dat, al eeuwen lang.
Maar waarom reageert Paulus dan zo fel?
Want hij reageert behoorlijk heftig op wat hij hoort, over hoe het in Korinthe gaat.
Weet hij dan niet dat dat gewoon is zoals iedereen het doet?

Paulus zegt: jullie samenkomsten doen meer kwaad dan goed.
Er is partijvorming in jullie gemeenschap.
Jullie verdelen de kerk in groepen, van mensen met verschillende status.
En iedereen zorgt alleen maar voor zichzelf,
waardoor de één dronken is en de ander honger heeft.
En daarmee verachten jullie de gemeente van God,
En jullie vernederen de armen.
Op die manier zijn jullie samenkomsten niet een viering van de maaltijd van de Heer, zegt Paulus.
Want dát is waar het Paulus om gaat!
Als de mensen van de kerk voor de dienst aan met elkaar aten,
Was dat niet alleen maar een maaltijd die ze met elkaar deelden:
ze vierden samen de maaltijd van de Heer.

Dat is wel bijzonder om te lezen in dit stukje uit de brief van Paulus:
Hier kan je zien dat ook de allereerste christelijke kerken het Avondmaal al vierden!
Ook al ging dat op een hele andere manier dan wij het nu vieren.
Bij ons is het meer een symbolische maaltijd.
We eten een stukje brood, en drinken een slokje wijn of druivensap,
En dan denken we aan de maaltijd die Jezus vierde met zijn leerlingen.
Dit brood is mijn lichaam. Deze wijn is mijn bloed.

In die tijd aten ze als gemeente een hele maaltijd met elkaar!
En als tijdens die maaltijd het brood rondging, en de wijn werd rondgedeeld,
Dan spraken ze die woorden van Jezus daar over uit:
Dit brood is mijn lichaam. Deze wijn is mijn bloed.

Dat heeft iets moois:
Dat je echt een maaltijd met elkaar viert.
Een beetje zoals wij het Paasontbijt met elkaar delen, of de barbecue bij de startzondag.
Als je een maaltijd met elkaar deelt, dan voel je je met elkaar verbonden.
Dat was ook de bedoeling van de maaltijd zoals ze het toen vierden.

En juist dáárom reageert Paulus daar zo sterk op.
Want wat er in Korinthe gebeurt, is dat de mensen niet vieren dat ze een gemeenschap zijn:
Als ze de maaltijd met elkaar vieren, dan worden juist hun verschillen enorm zichtbaar,
in rang, in stand, in status.

De mensen in Korinthe waren zich daar niet eens zo van bewust.
Dit was hoe het in de hele samenleving ging, hoe het in hun ogen altijd wás gegaan.
Als ze als kerk de maaltijd vierden,
Dan deden ze dat op de manier die ze altijd al gewend waren.

Maar precies daar is iets fundamenteel mís mee als je dat als kerk doet, zegt Paulus.
Dat kan als je gewoon gasten bij je thuis uitnodigt,
Maar dat kan niet als je de maaltijd van de Heer viert.
Want als we tijdens die maaltijd het brood delen, en de wijn drinken,
Dan verkondigen we de dood van de Heer.
Dan denken we aan de dood van Jezus.
Dan zeggen we tegen elkaar dat Hij voor ons gestorven is.
Wie we ook zijn.
Rijk, of arm.
Voor mensen die het helemaal gemaakt hebben, voor mensen die goed in de groep liggen,
En ook voor mensen wie alles tegenzit, voor mensen die achterblijven.
Dat maakt je samen een kerk.
Dat je dat gelooft.
Dat Jezus voor ieder mens is gestorven.
Dat we daar onze identiteit vinden:
Niet in onze status, maar in zijn liefde voor ons.

Juist als je het Avondmaal met elkaar viert, als gemeente met allemaal verschillende mensen,
Mag je weten dat God geen onderscheid maakt.
Dat God met evenveel liefde kijkt naar iedereen die meedoet.

Paulus zegt: als je dat uit het oog verliest,
Als dat alleen maar iets is dat je zegt, maar op het moment dat je met elkaar viert wordt dat niet zichtbaar,
Dan gaat er iets fundamenteel mis.

Het zijn verzen die in sommige kringen van de kerk een heel eigen leven zijn gaan leiden,
En dat is best wel verdrietig.
Paulus zegt:
Laat iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt,
want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling over zich af.

Die verzen betekenen niet dat je moet toetsen of je wel genoeg gelooft,
Of je wel goed genoeg bent om aan het Avondmaal te gaan.
Die verzen betekenen juist het tegenovergestelde.
Besef je dat het om het lichaam van de Heer gaat?
Besef je dat we bij het Avondmaal denken aan Jezus, die zijn leven voor ons gaf?
Dat dat iets is dat Híj voor óns deed?
Dat we bij het Avondmaal zíjn liefde mogen ontvangen, voor niets?
En dat we dat allemaal net zo hard nodig hebben?
Dat we geen reden hebben om ons beter te voelen dan een ander?
Of belangrijker?
Dat het zonde is om ons aan het Avondmaal wél beter te voelen dan een ander?
Want dat betekent dat we de kern, waar het om gaat, niet begrepen hebben.

Als we het Avondmaal vieren, dan mogen we geloven dat God geen onderscheid maakt.
En dat het niet uitmaakt hoe in de samenleving naar status wordt gekeken.
Als we met elkaar het Avondmaal vieren, dan is een premier net zo belangrijk als een zwerver.
Iemand met veel volgers op Instagram is voor God net zo belangrijk als iemand die gepest wordt.
Iemand met een goeie baan, waar mensen tegenop kijken, is voor God net zo belangrijk als een alleenstaande moeder die in de bijstand zit.
Want Jezus heeft voor ons allemaal zíjn leven gegeven.

Paulus herinnert de mensen uit de kerk in Korinthe eraan dat Jezus het zelf was die met het Avondmaal is begonnen.
En daarom is het iets dat we met open handen mogen ontvangen.
Dat Jezus zegt:
Dit is mijn lichaam, dat voor jullie werd gebroken.
Als je dit eet, denk dan aan mij.
Deze beker is het nieuwe verbond, de vernieuwde relatie met God,
Die door mijn bloed gesloten wordt.
Als je hieruit drinkt, denk dan aan mij,
Dat ik mijn leven voor jou heb gegeven, omdat ik je liefheb.

Ik ben daar zelf een keer erg door geraakt, op een moment dat ik het moeilijk had.
Dat de voorganger zei:
iedereen is welkom aan de tafel van de Heer.
Jezus zelf is onze gastheer.

Het gaat niet om dat we het moeten verdienen om aan die tafel te zitten.
We mogen het ontvangen.
We mogen Gods liefde proeven, die hij ons geeft in Jezus, zijn zoon.

Paulus heeft ook een oplossing voor de mensen in Korinthe.
En die klinkt makkelijk, maar breng het maar eens in de praktijk!
Die oplossing is:
Wees gastvrij.
Wees gastvrij, als je samenkomt voor de maaltijd.
Omdat je mag beseffen dat wat we hier met elkaar delen, iets is dat we zelf ook hebben ontvangen.
Dat het ontzettend kostbaar is,
Maar ook dat het iets is dat Jezus vol liefde aan ons wil geven.

Amen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *