Preken

Geschenken van de Geest

1 Korintiërs 12:1-18

Tijdens mijn opleiding tot predikant moest ik een keer één van mijn medestudenten interviewen.
Een internationale student!
Hij kwam uit Zambia, waar hij zelf al een paar jaar predikant was.
En het was ontzettend boeiend om te horen hoe iemand uit zo’n ander deel van de wereld het ervaarde om in Nederland te zijn.
Over één ding verbaasde hij zich nog wel het meest:

dat was hoe het er bij ons in de kerk aan toe gaat:
Als jullie Nederlanders in de kerk zitten, zitten jullie allemaal stil, en kijken jullie heel serieus, zei hij.
Maar als diezelfde Nederlanders in een voetbalstadion zitten, dan gaan ze helemaal los!

Als je op veel plekken in Zambia een kerk binnen stapt, dan wordt er gedanst, en vrolijk gezongen!
Want geloven, dat is toch iets om te víeren!
Dat is iets om blij van te worden!
En dat mag je uiten!

En toch is dat voor ons iets waar we ons een beetje verlegen bij kunnen voelen.
Dan spreek ik ook voor mezelf.
Wij zijn het niet zo gewend!
Het liefst willen we niet opvallen!
We kijken goed naar wat onze buurman of buurvrouw doet:
Als die gaat staan, of klappen, dan doen we mee,
Maar als ze dat niet doen, dan doen wij het ook liever niet!
Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.
Een echte Nederlandse kerk!

In Korinthe, in de kerk waar Paulus deze brief aan schrijft,
ging het er ook heel anders aan toe dan bij ons.
Hoe de diensten er precies uitzagen weten we niet.
Maar door wat Paulus erover schrijft kan je er wel een beetje een beeld van krijgen.
In Korinthe was niet alleen de dominee aan het woord.
Ook mensen uit de gemeente konden opstaan om iets te zeggen, of iets te delen.
Een gebed, een gedeelte uit de Bijbel.
Een dienst was dus meer iets dat je sámen deed.

En zo’n dienst deed in sommige opzichten meer denken aan hoe het er nu in een Pinksterkerk aan toe gaat, of een migrantenkerk, dan hoe het er bij ons aan toe gaat.
In de kerkdiensten in Korinthe gebeurden dingen waar wij ons waarschijnlijk wat ongemakkelijk bij zouden voelen.
Eén van die dingen was dat mensen hardop gingen spreken in een andere taal.
Geen taal van een ander land, maar een taal die niemand kon verstaan.
Klanktaal, of tongentaal.
En voordat je denkt: wat raar!
Is het goed om te bedenken dat Paulus van zichzelf zegt dat hij dat óók deed!

In het Bijbelboek Handelingen, dat gaat over het eerste begin van de kerk, daar zie je dat al gebeuren.
Als iemand tot geloof komt, en zich laat dopen, en de handen opgelegd krijgt, en de Geest van God ontvangt, dan gaat diegene plotseling in een andere taal spreken.
En dat wordt in de Bijbel niet gezien als iets engs, maar als iets moois!
Als een manier om God groot te maken.

Je zou het kunnen zien als muziek:
Muziek kan je helpen om je gevoelens te uiten,
Vaak nog meer dan woorden.
Zo zou je het ook kunnen zien als mensen in de Bijbel plotseling in een andere taal gaan spreken:
Ze uiten daarmee hun liefde voor God,
op een manier waarop je meer zegt dan je met je eigen woorden kan zeggen.

Zelf heb ik daar weinig ervaring mee, ik heb dat wel eens om me heen gezien, maar nog nooit gedaan.
In Protestantse kerken zie je dat überhaupt maar weinig.
In Evangelische kerken of Pinksterkerken komt dat soms vaker voor, ook niet altijd en overal.
Dat mensen in klanktaal, of in tongentaal spreken.

Nou staat dat voor veel van ons, ook voor mijzelf, best wel ver van ons af.
Maar in de kerk van Korinthe vonden de mensen dat heel belangrijk.
Daar werd die klanktaal gezien als een uiting van je geloof!
Meer nog: als een graadmeter van je geloof.
Als je in klanktaal kon spreken, dan hoorde je erbij!
Daar kon je aan merken dat de heilige Geest in je woont.

En op een gegeven moment was het zo,
Dat als in die kerk iemand opstond om iets te zeggen, of te delen,
Dat dat heel vaak was dat iemand in klanktaal ging bidden, in een vreemde taal, die niemand kon verstaan!
En voor diegene zelf was dat heel mooi!
En de mensen eromheen werden er misschien ook wel door bemoedigd.

Alleen als iemand van buitenaf in de kerk kwam, dan dacht die: wat is hier aan de hand?
Allemaal mensen die spreken in een taal die ik niet kan verstaan!
Een beetje zoals wij ons misschien wel zouden voelen als wij te gast zouden zijn in een kerk waar mensen allemaal spreken in tongentaal.
Of waar andere bijzondere dingen gebeuren,
Voor ons kan dat eerder iets beangstigends zijn, dan dat we dat zien als iets moois, als iets van God.

Terwijl het in Korinthe andersom was:
Als je zoiets meemaakte, dan wíst je: Gods Geest is in mij!
God is in mij aan het werk!

En dáár reageert Paulus op in het gedeelte dat wij hebben gelezen.
Op dat de mensen in Korinthe die bijzondere gaven van de Geest, zo wordt dat genoemd,
zien als een graadmeter van hun geloof.
Aan de ene kant is dit voor ons een bemoedigend Bijbelgedeelte,
Want Paulus schrijft aan de mensen in Korinthe dat zij die bijzondere gaven van de Geest heel belangrijk maken, maar dat andere dingen nog veel belangrijker zijn.
Wat, daar kom ik zo op.

Maar er zit misschien ook een andere kant aan dit gedeelte:
En dat is dat het ons ook aan het denken mag zetten.
Want Paulus spreekt over gaven van de Geest,
Manieren waarop de heilige Geest in ons aan het werk is.
En wat zijn dat die manieren?
En als dat soms ver van ons af staat, moet je het dan meteen van tafel vegen, omdat je er weinig mee kan?
Of mag je ook nadenken: op wat voor manier is de heilige Geest in óns aan het werk?
Wat merk ík van de heilige Geest?
Best een spannende vraag! Maar ook een mooie vraag, om daar bij stil te staan!

Over de gaven van de Geest, broeders en zusters, wil ik het volgende tegen jullie zeggen.
Zo begint Paulus.
Toen jullie nog niet geloofden waren jullie volledig in de ban van afgoden, die taal noch teken geven.
Daarmee zegt Paulus, tegen de mensen in die Griekse stad Korinthe:
voordat jullie over Jezus gehoord hebben, en in hem geloofden, geloofden jullie in ándere goden.
In de Griekse goden.
En jullie waren in de bán van die andere goden.
Het waren geen échte goden, zoals God, maar goden die taal noch teken geven.
En toch waren ze daarvan in de ban.
Daarmee bedoelt Paulus dat dat hoorde bij die Griekse godsdienst,
Waar ze in geloofden voordat ze in Jezus geloofden:
Bij die Griekse godsdienst hoorde het dat mensen helemaal in extase konden raken.
Je zou kunnen zeggen: dat was de geloofstaal die ze hadden geleerd, voordat ze christen werden.
Ze hadden geleerd dat dát is wat geloven met je doet.

En dan zegt Paulus:
Nu is dát niet meer de graadmeter van jullie geloof,
Het gaat niet om of je in extase komt,
Wat voor jullie een graadmeter is van je geloof,
is dat je kan zeggen: Jezus is de Heer.
Als je dát kan zeggen, en geloven, dán weet je dat de heilige Geest in je woont.

“Jezus is Heer”, dat is één van de oudste geloofsbelijdenissen die in de Bijbel staat.
In het Grieks staat daar ‘Iesous kurios’, en ‘kurios’ betekent ‘Heer’.
Dat woord ‘kurios’ had zeker voor de Joodse gelovigen een grote betekenis.
In het Oude Testament wordt dat woord gebruikt voor God.
Overal waar in het Hebreeuws ‘Jahweh’ of ‘Adonai’ staat, God, of Heer,
Staat in de Griekse vertaling ‘Kurios’.
“Jezus is de Heer”, is dus een geloofsbelijdenis.
“Jezus is Adonai. Jezus is God”.

In de Romeinse tijd was dat ook een gevaarlijke geloofsbelijdenis.
Want zo werd de Romeinse keizer ook aangesproken: met ‘kurios’.
Als je zei: Jezus is Kurios, Jezus is Heer, dan zei je: Jezus is God;
Én je zei dat Jezus voor jou bóven de keizer staat.
En dat zagen de Romeinen als een bedreiging.
Als opruiende taal.

Paulus zegt ook: Niemand kan door de heilige Geest zeggen: “Vervloekt is Jezus”.
En dan denk je misschien: waarom zouden mensen dat zeggen?
Nou, omdat dat voor de mensen in die tijd logischer was om te zeggen dan ‘Jezus is Heer’.
Jezus was gestorven aan een kruis.
Dat is de dood van een misdadiger.
De dood van iemand die vervloekt is door God.
Hoe kon iemand die aan een kruis was gestorven nou de zoon van God zijn?
Het was veel logischer om te zeggen: vervloekt is Jezus,
Dan: Jezus is de Heer.
Dus Paulus zegt: als je in Jezus gelooft, als je gelooft dat Hij Heer is,
Dat Hij aan het kruis zijn leven voor ons heeft gegeven,
Als je gelooft dat Hij is opgestaan uit de dood,
Dat is genoeg bewijs dat de Geest in je woont.
Want dat heeft de heilige Geest aan je laten zien.

Dus het gaat er niet om dat je in andere talen gaat spreken,
Of dat je allemaal indrukwekkende dingen doet:
Dát is geen teken dat de Geest in je woont.
Als jij gelóóft dat Jezus de Heer is,
Dan wóónt de heilige Geest in jou!
En daar hoef je niet aan te twijfelen!

Dat vind ik zelf altijd heel bemoedigend, dat Paulus dat heeft opgeschreven.
Want dat betekent, dat als wij zulke dingen niet meemaken, zoals het spreken in andere talen,
we ons geen zorgen hoeven te maken.
Als wij geloven dat Jezus de Heer is,
Dan woont de heilige Geest in ons!
Als we níet allemaal bijzondere dingen meemaken, zijn we daar geen mindere gelovigen om!

Dat aan de ene kant.
Maar vervolgens vertelt Paulus wel verder over de gaven van de Geest!
Waar in het Nederlands ‘gaven van de Geest’ staat in deze Bijbeltekst,
Staan in het Grieks verschíllende woorden.

Eén daarvan is Charismata.
Daar zit het woord ‘Charis’ in.
En ‘Charis’ is het woord voor ‘genade’. Charis is iets dat je krijgt.
Het is een geschenk van God.
Dus de gaven van de Geest zijn ook letterlijk gaven.
Een geschenk. Genade.

En een ander woord is energèma. Dat hoef je niet te onthouden.
Maar daar zit het Griekse woord voor ‘werk’ in.
Dat betekent: het is iets dat de Geest in je doet.
In de oude vertaling stond: uitwerkingen van de Geest.
Het gaat niet om iets wat wíj doen, maar om iets wat de Géést doet in ons.

Paulus zegt: als je gelooft, dan woont de heilige Geest in je,
En dat dóet iets met je.
Daar verander je door.
In iedereen is de Geest zíchtbaar aan het werk, zegt Paulus.
En in ieder van ons werkt de heilige Geest op een andere manier.

Aan ieder van ons geeft de heilige Geest gaven, geschenken,
Waarmee we anderen mogen dienen.
En het is niet iets dat wíj doen, maar wat de Geest ín ons doet.

Dat is toch mooi, als je daarover nadenkt!
Dat de heilige Geest in ons allemaal aan het werk is!
Maar misschien vind je het ook wel lastig.
Wat is dat dan, dat de Geest in mij doet?
Wat merk ik daar van?
Zoiets als spreken in een andere taal, dat is ontzettend duidelijk.
Dat is heel erg zichtbaar.
Op wat voor manier is de heilige Geest aan het werk in mij, en in jou?

Het is mooi om eens te kijken naar die verschillende gaven die Paulus hier noemt.
Want hij noemt een hele lijst met dingen die de Geest in ons kan doen.
En hij zegt erbij: voor iedereen is dat weer anders.
De heilige Geest werkt in iedereen op een manier die bij hem of haar past.

Die lijst die Paulus noemt is niet bedoeld om álle gaven van de Geest op te sommen,
Het gáát Paulus erom dat we mogen beseffen dát de heilige Geest in ons aan het werk is,
En dat hij aan ons allemaal andere gaven geeft.
Op andere plekken, in de brief aan de Romeinen, en aan de Efeziërs, noemt hij weer andere gaven op.

Paulus noemt hier bijvoorbeeld het verkondigen van wijsheid als een gave van de Geest.
Wijsheid, dat is dat je precies op het goede moment dát kan zeggen wat nodig is.
En in de Bijbel is wijsheid ook dat je ontzag hebt voor God.
Dat je niet alleen op jezelf vertrouwt, maar dat je bij God je hulp zoekt.

Paulus noemt het overdragen van kennis.
Blijkbaar zijn dat verschillende dingen!
Verkondigen van wijsheid, en overdragen van kennis.
Bijvoorbeeld het uitleggen van de Bijbel.

Een groot geloof, noemt Paulus ook als een gave van de Geest.
Een groot vertrouwen.

En Paulus noemt de gave om te genezen.
Daar wordt het al spannender!
Want dat is best een heel moeilijk onderwerp.
Ook als je bidt om genezing, en je hoopt er heel erg op, gebeurt het alsnog heel vaak niet.
Maar toch bidden we in de kerk wel voor de zieken.
En we bidden dat God bij ze is, maar we mogen ook bidden om herstel.
We mogen geloven dat God mensen kán genezen.
Ook al hebben we het niet in de hand wanneer het wel gebeurt, en wanneer niet.

In onze kerk is ook wel gedaan aan ziekenzalving.
Dan bid je samen voor iemand die ziek is.
En dan bid je ook om genezing, en herstel;
Maar je bidt ook om vrede, en om Gods nabijheid.
Ik heb dat zelf nog nooit meegemaakt, maar het lijkt me een hele mooie vorm,
Om zo te bidden voor iemand die ziek is.

Wat ook goed is om te zeggen, is dat in ons wereldbeeld genezen worden door een wonder en genezen worden door een dokter, twee hele verschillende dingen zijn.
Maar in de tijd van Paulus liep dat meer door elkaar.
De gave om te genezen, dat kán een wonder zijn,
Maar het kan ook heel praktisch zijn.
Dat iemand als arts de gave heeft om te genezen.
Verder noemt Paulus de gave om wonderen te verrichten,
Dat ligt daar heel dichtbij.

Én Paulus noemt de gave van profetie.
Profetie kan bijvoorbeeld zijn dat je een Bijbeltekst uit wil leggen,
En daarbij probeert te luisteren naar wat God op dit moment wil zeggen, door die Bijbeltekst heen.
Profetie kan ook zijn dat je stil probeert te worden, om te luisteren naar de stem van Jezus.
Want bidden is namelijk niet alleen praten.
Bidden kan ook luisteren zijn.
Stil worden, en luisteren naar wat God tegen je wil zeggen.

Ik moet denken aan Carla, toen zij pas haar inspirerende lied deelde,
En vertelde dat ze ’s nachts, voordat ze belijdenis ging doen, zomaar aan dat lied moest denken!
Heer, U doorgrondt en kent mij.
En dat dat lied op dat moment precies was wat ze nodig had!
Dat is een vorm van profetie.
Luisteren naar wat God zegt, en je daardoor laten verrassen!

Daarbij is het ook goed om te zeggen dat niet álles wat mensen verstaan als de stem van God, altijd de stem van God ís.
Paulus noemt ook bij dat je een profetie mag beoordelen, óf die echt wel van God is.

Ik heb bijvoorbeeld wel eens meegemaakt dat ik met iemand had gepraat, en verteld had dat ik dominee wilde worden, en dat diegene ineens tegen me zei:
God zegt tegen mij dat jij geen dominee moet worden.
Als iemand zoiets tegen je zegt, hoeft dat niet meteen de waarheid te zijn.
Ik dacht: als God niet wil dat ik dominee word, dan geloof ik dat God dat wel tegen míj zegt.
En ik vertrouwde erop dat dat wél Gods weg met mij was.

En als laatste noemt Paulus hier klanktaal.
Dat is waar ik het aan het begin van de preek over had.
En ook dat mag je zien als een gave van de Geest!
Dat is niet iets verkeerds, iets wat niet mag.
Ook al staat het misschien ver van ons af.
Het kan iets heel erg moois zijn!
Paulus sprak zelf in klanktaal, schrijft hij twee hoofdstukken verder.
Als andere kerken of christenen daarin van ons verschillen, hoeven we ons er niet door bedreigd te voelen,
En mogen we het juist zien als een verrijking, iets waar wij misschien wel van kunnen leren!

Alleen het is geen graadmeter van een goed geloof.
Ook als je niet in klanktaal spreekt, of als een hele gemeente niet in klanktaal spreekt,
Betekent dat niet dat de Geest niet in je woont, dat de Geest niet in je aan het werk is.
Daarvoor is er een andere graadmeter, zegt Paulus.
Als je gelooft dat Jezus de Heer is, dan woont de Geest in jou.

Op andere plekken noemt Paulus weer andere gaven.

Bijvoorbeeld mensen helpen, dat kan ook een gave van de Geest zijn.
Of leiding geven.
Of troosten.
Of barmhartigheid laten zien.
Of delen.
Dat noemt Paulus allemaal gaven van de Geest!

En ook in jou, en in mij, is de Geest aan het werk.
Sta daar eens bij stil.
Denk er eens over na.
Op wat voor manier is de Geest in mij aan het werk?
Wat voor gaven heeft de Geest aan mij gegeven, waarmee ik anderen kan dienen?

Want dáár zijn die gaven voor bedoeld!
Als je verder leest in dit hoofdstuk,
Dan lees je dat Paulus spreekt over de kerk als het lichaam van Christus.
Een heel bekend beeld!
Een lichaam dat bestaat uit allemaal verschillende lichaamsdelen,
Die zijn bedoeld om elkaar te dienen.
En iedereen heeft weer een andere gave,
In iedereen werkt de Geest op een andere manier.

Wij mogen als kerk het lichaam van Christus zijn!
Wij mogen iets laten zien van Gods liefde, en van Gods Koninkrijk,
Aan mensen om ons heen.
De heilige Geest maakt ons de handen en voeten, en ogen, en oren van Jezus.
Laat eens tot je doordringen wat dat betekent!
En weet dat je dat niet zélf hoeft te doen,
Maar dat de heilige Geest dat ín ons doet.
Amen.

In gesprek
Nu wil ik jullie vragen om iets te doen!
Ik wil je vragen om éven met degenen om je heen in gesprek te gaan, met zijn tweeën of drieën of vieren,
Over de vraag:
Wat zien jullie in elkaar als een gave van de Geest?
Als iets waarmee je God en anderen mag dienen?

Probeer elkaar daar eens mee te bemoedigen!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *