Startzondag 2026 – Beweeg mee
Tekst: Matteüs 20:1-16
Stel je eens voor: een groot kantoor, van een bedrijf dat handelt in druivensap.
Het is net opgestart!
En er is een hoop werk te doen.
Helemaal aan het begin van het jaar gaat de eigenaar van het bedrijf naar een uitzendbureau, en zegt:
Ik heb werknemers nodig!
Er zijn er genoeg!
Hij kiest er een aantal uit, neemt ze mee naar zijn bedrijf, en ze gaan hard aan het werk.
Ze lopen over van het werk!
Maar ze zijn blij, want ze hebben tenminste werk!
Na een tijdje gaat de bedrijfseigenaar weer naar het uitzendbureau.
En zoekt hij nieuwe werknemers.
Hij neemt er een heleboel mee! Dat helpt, tegen de drukte.
Nog een paar weken later gaat hij wéér!
En neemt hij weer nieuwe mensen mee.
En zo gaat het maar door.
Op een gegeven moment voelt het alsof die eigenaar meer in het uitzendbureau is dan op zijn eigen bedrijf!
De hele tijd gaat hij daar naartoe, huurt hij nieuwe mensen in, en stuurt hij die naar zijn bedrijf.
En de mensen die daar al de hele tijd werken moeten die nieuwe mensen inwerken, denken:
wat moet hij toch met al die mensen!
Het ging toch goed zo?
Maar die eigenaar blijft nieuwe mensen sturen.
Zelfs helemaal aan het einde van het jaar, vlak voor de vakantie.
Mensen die al het hele jaar hadden willen werken, maar niemand heeft ze ingehuurd.
Aan het einde van het jaar zijn alleen nog maar de mensen over die niemand anders wil.
Maar de eigenaar zegt: kom maar bij mij werken.
En dan… komt de vakantie.
De eigenaar is er weer,
En hij zegt: dank jullie wel voor al het werk dat jullie hebben gedaan!
Hij roept de werknemers naar zijn kantoor, en ze krijgen hun loon.
Degenen die er nog maar nét zijn, gaan naar binnen…
en krijgen gewoon een heel jaarloon mee!
Als de mensen die er al het hele jaar werken dat horen, denken ze: hé?
Een heel jaarloon? Voor díe mensen?
Nou, dan zullen wij wel wat extra´s krijgen!
Dan worden zij zelf naar binnengeroepen.
En krijgen ze precies hetzelfde…
Ook al hebben zij het hele jaar door hard gewerkt!
Hebben zij het hele bedrijf gaande gehouden.
En ze krijgen niet eens een bonus!
Niet eens extra vakantiegeld of zo!
Ze krijgen hetzelfde als die mensen die er vlak voor de vakantie zijn komen werken!
Dat is toch niet eerlijk, zeggen ze tegen elkaar.
Ze voelen zich niet gewaardeerd.
Wat denkt hun baas wel niet?
Dan hadden zij ook het hele jaar kunnen luieren, en pas op het laatst iets kunnen gaan doen.
Maar hun baas zegt:
waarom zijn jullie jaloers?
Jullie hadden toch werk?
Jullie krijgen toch een eerlijk loon voor jullie werk?
Waarom zijn jullie boos omdat ik goed ben voor die mensen die er nog maar zo kort werken?
Je voelt wel aan dat er iets scheef zit in het verhaal dat Jezus vertelt.
Het is niet rechtvaardig, naar de maatstaf van wat wij rechtvaardig zouden vinden.
Het lijkt wel alsof Jezus wil vertellen dat het in het Koninkrijk van God helemaal niet gaat om ´ergens recht op hebben´, maar alleen maar om ´ontvangen´.
En die eigenaar…
Wat doet die de hele dag op de markt?
Waarom is hij steeds op zoek naar nieuwe mensen?
Wat is dat voor iemand?
Dat is toch helemaal niet rendabel?
Als Jezus een gelijkenis vertelt, want dat is dit, een verhaal met een diepere betekenis,
dan is het belangrijk om te kijken aan wíe hij het vertelt.
Soms vertelt Jezus een gelijkenis aan de farizeeën.
Als die bijvoorbeeld mopperen dat Jezus met tollenaars en zondaars omgaat.
Mensen die zij afkeuren.
Maar deze gelijkenis vertelt Jezus niet aan hen, hij vertelt deze gelijkenis aan zijn eigen leerlingen.
In het vorige hoofdstuk, Matteüs 19, kwam er iemand naar Jezus toe.
Iemand die heel rijk was!
En die vroeg aan Jezus: wat moet ik doen om in het Koninkrijk van God te mogen komen?
Jezus zegt uiteindelijk tegen hem:
verkoop alles wat je hebt, geef het aan de armen, en volg Mij. Kom achter Mij aan.
Die man druipt af, want hij vindt dat heel moeilijk, alles verkopen wat hij heeft.
Zijn bezit staat hem in de weg om Jezus te volgen.
De leerlingen van Jezus schrikken ervan!
Is het zó moeilijk om achter Hem aan te gaan?
En Petrus, die is heel scherp, die denkt na, en die stelt aan Jezus de vraag:
wij hebben dat toch gedaan?
Wij hebben alles achtergelaten, en zijn achter U aan gegaan.
Je ziet hem denken: Yes!
Wij hebben het verdiend om bij Jezus te horen.
Wij hebben die horde genomen die die man niet kon nemen!
En Petrus vraagt: wat is ons vooruitzicht?
Oftewel: wat is onze beloning, voor wat wij hebben gedaan?
Wat krijgen we ervoor terug?
Op dát moment zegt Jezus:
vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.
En hij vertelt dit verhaal, dat wij hebben gelezen.
Dit verhaal is dus een antwoord op de vraag van Petrus:
wat krijgen wij ervoor terug?
Voor alles wat wij voor U hebben gedaan?
Voor alles wat wij voor U hebben achtergelaten?
Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uit trok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken.
Waar is Jezus zelf, in dit verhaal?
Jezus is die landheer,
die steeds weer naar de markt gaat,
op zoek naar nieuwe mensen voor in zijn wijngaard.
Het verhaal gaat niet over die wijngaard!
Het verhaal gaat over de landheer die op zoek is naar mensen.
Waar zou je die wijngaard dan mee kunnen vergelijken?
Nou, ik denk dat je die heel goed kan vergelijken met de kerk!
Dan bedoel ik niet het gebouw, maar de mensen. De gemeente.
En dan zijn die dagloners niet de predikant, of de kerkelijk werker,
maar alle mensen die Jezus willen volgen.
Alle mensen die in Hem geloven!
Alle mensen die zijn uitnodiging hebben gehoord:
Kom bij mij!
Die Zijn liefde hebben leren kennen!
Die zich door Hem gezien weten! En aanvaard!
Dat zou je heel snel vergeten: wat ónze plek is in de kerk.
Wij, als mensen die naar de kerk gaan, doen heel vaak – ik zelf ben daar ook schuldig aan – alsof de kerk van óns is!
Alsof wij bepalen hoe het hier gaat.
Wie er welkom is, en wie niet.
Wat de regels hier zijn.
Wie hier belangrijk is, en wie niet.
Maar… de landheer is de eigenaar van de wijngaard.
Ál Jezus´ volgelingen zijn in deze gelijkenis maar dagloners, zijn uitzendkrachten.
Dagloners hadden geen vast werk.
Ze stonden vanaf ´s ochtends vroeg op de markt, in de hoop dat iemand ze werk zou geven voor die dag.
Dat je ´s ochtends vroeg al werd ingehuurd, dat was heel fijn!
Dan wist je dat je aan het einde van de dag je gezin eten kon geven!
Het kon ook zomaar gebeuren dat je er de hele dag stond, en dat niemand je inhuurde.
Ál die mensen die daar in de wijngaard werken, ook die er al de hele dag werken,
zijn géén eigenaar van de wijngaard,
én de enige reden dat ze daar zijn is dat ze zijn ingehuurd door de eigenaar.
Dat die ook tegen hén zei:
Kom, kom mee naar mijn wijngaard!
Doordat ze door Hem zijn gezien.
Dat vergeten die dagloners die er al de hele dag werken heel makkelijk.
Dat zij aan het begin van de dag zelf óók op die markt stonden,
en niet wisten of ze wel werk zouden krijgen!
Wat Jezus wil zeggen met dit verhaal, is:
wees je bewust van wie die wijngaard is.
En dat het niet gaat om wat jij doet of hebt gedaan voor God,
maar om wat Hij heeft gedaan voor jou.
Zoals Petrus, die zegt: wat is dan onze beloning voor wat wij hebben gedaan?
Wíj hebben alles voor U achtergelaten!
Wat krijgen we ervoor terug?
Maar de reden dat jij hier bent, in de kerk,
dat jij Jezus mag volgen,
is niet dat je je plekje hier hebt verdiend.
Is niet dat je recht hebt op Gods liefde.
Maar andersom:
de reden dat je hier bent, is dat God je Zijn liefde wil géven!
Dat Hij van je houdt.
En wat je ook doet voor Hem,
dat is nooit genoeg om Hem daarvoor terug te kunnen betalen!
C.S. Lewis, een Engelse christelijke schrijver, gebruikt daarvoor een mooi beeld:
van een vader, die zijn kind wat geld geeft.
Laten we zeggen: 10 euro.
Zo is God!
Die geeft ons Zijn liefde.
Dat kind is er dolblij mee!
En hij wil iets terugdoen voor zijn vader.
Hij koopt iets voor 50 cent, en geeft het aan zijn Vader.
Dat is wat wij doen voor God, zegt C.S. Lewis.
Alles wat wij geven aan God, doen we vanuit wat Hij aan ons heeft gegeven.
Alles wat we voor Hem doen, doen we vanuit wat Hij voor ons heeft gedaan.
Het gaat niet om recht hebben op zijn liefde,
het gaat om dat Hij het aan ons wil geven!
En… dat is ook een heel belangrijk deel van deze gelijkenis:
Hij wil het niet alleen aan óns geven!
Die eigenaar gaat de hele dag de markt op.
Al vanaf het eerste licht in de ochtend,
gaat hij op zoek naar mensen die in zijn wijngaard willen werken.
En zelfs als de dag bijna voorbij is,
en die mensen die er nog staan nog maar weinig – eigenlijk niks meer voor Hem kunnen doen!
Dan nog zoekt hij ze op, en zegt hij: kom maar mee.
Jezus wil ons daarmee iets laten zien van het karakter van God!
Iets heel wezenlijks.
Dat God steeds naar mensen op zoek is.
Dat God steeds probeert om mensen bij Zich te krijgen.
Om mensen bij Hem terug te krijgen.
Dat is de enige reden waarvoor Jezus is gekomen.
Hij is mens geworden, om jou op te zoeken.
Om je Gods liefde te laten zien!
Om zijn leven voor jou te geven.
Om je te vergeven, en om jou weer bij God terug te krijgen.
Zo is Hij steeds naar mensen op zoek!
En de de wijngaard, de kerk, is de plek waar al die mensen bij elkaar gebracht worden.
Al die mensen die Zijn liefde hebben leren kennen!
Wat Jezus aan ons heeft gegeven, wil Hij niet alléén aan ons geven.
Wij hebben geen streepje voor omdat we hier al langer zijn – omdat we ons misschien al ons hele leven voor de kerk hebben ingezet!
De kerk is niet van ons!
Hij is van Jezus!
En wij moeten de kerk niet beschermen tegen mensen die van buiten komen,
mensen die anders zijn dan wij,
mensen die wij misschien zelf nooit hadden uitgekozen om hier te komen.
Als wij op Jezus willen lijken,
dan moeten we iedereen die hier binnenkomt met open armen ontvangen.
Dan mag niemand horen: jij hoort hier niet.
Voor jou is hier geen plek.
Of: jij bent minder belangrijk.
Niemand.
Niet de mensen die hier al heel lang zijn.
Niet de mensen die net binnenkomen.
We mogen elkaar zien als mensen die door God geliefd zijn.
Als mensen die God heeft uitgenodigd om hier te zijn.
Niemand heeft meer of minder recht dan een ander om hier te zijn.
Niemand mag worden buitengesloten.
Want de eigenaar heeft ons hier zelf uitgenodigd.
Is zelf de hele dag, van ´s ochtends vroeg tot ´s avonds laat, naar de markt gegaan om ons te zoeken.
Beweeg mee.
Dat is het jaarthema voor het jaar dat voor ons ligt.
Beweeg mee met Jezus.
Want daar gaat het om.
In de gelijkenis van vandaag is Jezus die landheer,
die steeds naar de markt gaat om mensen te zoeken,
en uit te nodigen om in zijn wijngaard te komen werken.
De landheer die zó goed is dat hij de mensen die als laatste binnenkomen,
die heel weinig voor hem hebben kunnen doen,
evenveel geeft als mensen die er al de hele dag werken.
Het is belangrijk om te beseffen dat de echte eigenaar van de kerk zó is!
Mee bewegen met Hem, is mee bewegen met Zijn goedheid.
Met Zijn liefde kijken naar de mensen die Hij hier samen brengt.
Erkennen dat wij allemaal nooit terug kunnen betalen wat Hij voor ons heeft gedaan.
Maar dat hoeft ook niet.
Want Hij wil zijn liefde aan ons geven.
Laten wij die liefde dus ook gunnen aan elkaar, en aan iedereen die hier binnenkomt.
Wie we ook zijn.
Want Hij heeft ons hier uitgenodigd.
En Hij nodigt steeds weer nieuwe mensen uit.
Kom bij mij. Hier is het goed.
Amen
