Doopdienst Rosalie

Tekst: Matteüs 28:16-20

Lieve mensen,

Stel je eens voor… dat je iemand tegenkwam die nog nooit zout had gegeten.
En je had toevallig een beetje zout bij je.
Je geeft het aan diegene, die proeft er wat van,
en je vertelt erbij dat waar jij vandaan komt,
mensen zout in bijna ál het eten stoppen.
Weet je wat diegene dan denkt?
Dat al ons eten hetzelfde smaakt.
En vies ook, want zout smaakt op zichzelf niet lekker!
Terwijl wij weten: als je zout in je eten stopt, dan brengt het juist de smaak meer naar voren!
Dan proef je niet het zout, maar dan proef je je eten dés te beter!
Het zout maakt niet dat alles hetzelfde smaakt:
het haalt de echte smaak juist tevoorschijn.

Waar ik het vandaag met jullie over wil hebben, is wat het betekent om een leerling van Jezus te zijn.
Aan de hand van de Bijbeltekst die we met elkaar hebben gelezen.
Waar Jezus zíjn leerlingen een opdracht geeft:
om op weg te gaan en alle volken tot Zijn leerlingen te maken.

Dat is dus wat geloven is: dat je zelf ook een leerling wordt van Jezus.

We hebben gelezen uit Matteüs 28.
Het hoofdstuk van het Paasevangelie.
Het graf is leeg! Jezus is opgestaan!

De leerlingen van Jezus gaan naar Galilea,
omdat Jezus heeft gezegd dat Hij ze daar zal ontmoeten.

En dan komen ze aan, in Galilea,
en zien daar met hun eigen ogen de opgestane Jezus!
Ze kunnen het bijna niet bevatten!
In de andere evangeliën wordt verteld hoe ze daarvoor Jezus al verschillende keren hebben gezien.
Dit moment, aan het einde van Matteüs,
lijkt heel erg op hoe Lukas vertelt over het moment waarop Jezus afscheid neemt van zijn leerlingen,
vlak voor Hij naar Zijn Vader in de hemel gaat, en ze hem niet meer zullen zien.

Hij laat zijn leerlingen achter met een opdracht en een belofte.
De belofte is: ik ben bij jullie, alle dagen.
Ook al zien jullie mij niet meer, je mag weten dat Ik bij je ben.

En de opdracht is: maak alle volken tot mijn leerlingen.

Het is mooi om te beseffen tegen wíe Jezus deze woorden zegt:
Hij zegt het tegen zíjn eigen leerlingen!
Tegen de mensen die hij stuk voor stuk heeft geroepen om achter Hem aan te gaan.
Die met Hem hebben opgetrokken.
Die Hem van heel dichtbij hebben leren kennen,
Die hebben geluisterd naar Zijn woorden en met hun eigen ogen hebben gezien wie Hij is en wat Hij deed.
Denk aan al die verhalen die over Jezus zijn opschreven in de evangeliën.
Al die momenten, daar waren zij bij.

Nu, zegt hij, is de tijd gekomen dat jullie op weg gaan,
en dat jullie ook anderen leren om achter Mij aan te gaan.
Dat jullie anderen leren om Mij te kennen, zoals jullie zelf Mij hebben leren kennen.

Het is een mooie vraag om eens bij stil te staan:
Zie jij jezélf zo? Als een leerling van Jezus?
Wat betekent het voor jou om leerling van Jezus te zijn?

Voor ons heeft het woord leerling al snel een hele andere betekenis dan de betekenis die het had voor Jezus en zijn leerlingen.
Voor ons roept het woord leerling het beeld op van een school.
Een leraar die voor de klas staat, en die zijn leerlingen allemaal dingen leert.
Die vooral kennis overdraagt.
Maar wat voor leraar is Jezus?
Wat betekent het om Zijn leerling te zijn?

Voor de twaalf leerlingen die Jezus had uitgekozen, betekende het dat je achter Hem aan ging.
Dat je dag en nacht bij hem was.
Dat je altijd met hem op pad was.
Dat je niet alleen hoorde wat hij zei, maar dat je ook zag wat hij deed.
Dat je door Hem meer ontdekte over de liefde van God!
Dat je niet leerde om meer en meer te weten,
maar dat je leerde om meer en meer op Jezus te gaan lijken!

Want dat is wat leerling zijn van Jezus écht is!
Dat je meer en meer op Hem gaat lijken.

Althans, dat is de bedoeling.
In de praktijk blijkt dat een stuk moeilijker dan in theorie.
Ook voor de eerste twaalf leerlingen.
En net zo goed ook voor ons.
En toch krijgen zij die opdracht.

Jullie zijn mijn leerlingen, zegt Jezus.
En nu wil ik dat jullie op weg gaan, en dat jullie anderen, mensen uit de hele wereld, mijn leerlingen maken.

Ik vertelde net dat voorbeeld van het zout.
Dat iemand die nog nooit zout had geproefd, zou denken dat door zout alles hetzelfde zou gaan smaken.
Dat gevoel kan je ook hebben als je zegt dat leerling zijn van Jezus betekent dat je steeds meer op Hem gaat lijken.
Dat dat ook betekent dat je steeds meer jezelf kwijtraakt, wie jij echt bent.
En aan de ene kant zit daar wel iets in:
want leerling zijn van Jezus betekent ook dat je iets van jezelf kwijt kan raken.
Weet je wat je van jezelf kwijtraakt?
Dat is dat stukje van jezelf dat denkt dat je jezelf moet bewijzen.
Dat stukje van jezelf dat denkt: ik doe er pas toe als anderen tegen mij opkijken.
Dat stukje van jezelf dat denkt: liefde moet je verdienen.
De liefde van God moet je verdienen.
Dat stukje van jezelf dat tegen je zegt dat jij niet genoeg bent.
Dat je tekortschiet.
Dat je te zondig bent.
En te klein.
Of juist dat stukje van jezelf dat denkt dat je heel groot bent.
Dat jij je eigen god bent.
Of dat stukje van jezelf dat denkt dat je meer en meer moet hebben om gelukkig te zijn.

Dat allemaal, dat kan je kwijtraken als je op Jezus gaat lijken.
Maar wat je wint, is dat je meer en meer wordt zoals jíj door God bedoeld bent!

Net zoals dat zout, dat echt niet zorgt dat alles hetzelfde smaakt,
maar dat juist de smaak van al dat verschillende eten meer naar voren brengt!
Zo word jij, als je meer op Jezus gaat lijken,
meer hoe God jóu bedoeld heeft om te zijn.

Dan worden andere dingen belangrijk voor jou.
Dan groeit de liefde van God in jou.

Dat is ook waarom Jezus tegen zijn leerlingen zegt dat ze mensen die zijn leerlingen willen worden, moeten dopen.
Want dát is waar de doop voor staat, wat er bij de doop gebeurt:

De betekenis van de doop, zoals Paulus dat op verschillende plekken omschrijft,
is dat zoals Jezus is gestorven en is ondergegaan in het graf,
wij ondergaan in het water,
En dat, zoals Jezus is opgestaan uit de dood,
wij ook uit het water op mogen staan om Zijn leven te krijgen.
Daarstraks zei ik dat, toen we Rosalie doopten:
de doop betekent dat je de basis voor wie je bent niet meer in jezelf hoeft te zoeken, in wat je doet of kan,
maar in de liefde van God.
In wat Jezus voor jou heeft gedaan.

Mijn prestaties, wat ik behaal en doe in dit leven bepaalt niet meer wie ik ben:
de liefde van God, die Hij aan mij gaf toen Jezus voor mij stierf en opstond uit de dood,
die liefde bepaalt nu wie ik ben.

De doop maakt dat heel zichtbaar. Heel tastbaar.
Het is een nieuw begin.
Het begin van een leven dat je niet meer alleen voor jezelf leeft,
maar het begin van een leven met Jezus.
Zijn naam wordt over jou uitgesproken.
De naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Jij hoort bij Hem!

Er zijn twee dingen die in alle kerken gebeuren:
doop en avondmaal.
Twee dingen waarvan Jezus heeft gezegd: dát moeten jullie doen.
Misschien gebeurt het op verschillende manieren,
maar in alle kerken wordt gedoopt, en wordt het Avondmaal gevierd.

Je kan je afvragen waarom Jezus ons de opdracht heeft gegeven om het Avondmaal te vieren.
Je hebt het Avondmaal niet nodig om te weten wat Jezus voor jou heeft gedaan.
Maar het herinnert je er wel elke keer aan.
Het maakt het heel tastbaar. Je proeft de liefde van God.

Het Avondmaal mag je zien als een geschenk!
Elke keer als we het vieren mogen we de liefde van God vieren!

Zo is dopen ook een geschenk.
Je moet de doop niet zien als een voorwaarde om bij God te mogen horen.
De doop is een geschenk dat God aan ons geeft.
Om aan óns te laten zien: jij hoort nu bij Mij!

Dat betekent het, dat jij bent gedoopt:
dat jij nu hoort bij de Vader, de Zoon en de heilige Geest!
Dat je bent gedoopt, dat is een markeringsmoment, dat jou daar aan mag herinneren.
Zijn Naam is over jou uitgesproken!
Je oude ik is met Jezus gestorven, en je mag nu met Hem leven!
Dat betekent dat de zonde, jouw falen en tekortschieten,
niks meer over jou heeft te zeggen.
De genade, de goedheid, de liefde van Jezus bepaalt wie jij bent.
Dát is wat de doop tegen jou zegt!
Jij hoort nu bij Hem.
Jij mag achter Hem aangaan,
je mag van Hem leren,
je mag steeds meer op Hem lijken,
met vallen en opstaan,
en daarmee steeds meer worden hoe God jou bedoeld heeft om te zijn.

Dat geldt ook al voor Rosalie, nu ze nog maar zo jong is,
en ze zelf niet eens begrijpt wat er gebeurt.
De naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest is over haar uitgesproken.
Gods liefde mag haar zeggen wie zij is.
Zij hoort bij Jezus.
En ze mag van Anouk en Hannibal, en van ons,
leren wat het betekent om achter Hem aan te gaan.
Om Hem te leren kennen.
Om te luisteren naar Zijn woorden.
En om te zien wat Hij voor haar heeft gedaan.

En weten: Jezus is bij haar, alle dagen.
En bij jou!
Tot aan de voltooiing van deze wereld. Amen

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *