Openbaring IV – Thuiskomen bij God

Tekst: Genesis 3:8-11 en 22-24; Openbaring 21:1-5, 9-11 en 21-23; Openbaring 22: 1-5

Lieve mensen,

Heb jij wel eens last gehad van heimwee?
Dat gevoel, dat hoe fijn de plek ook is waar je bent: je mist je thuis.
Dat je het allerliefste weer terug wil zijn, bij je geliefden, op de plek waar jij het kent, waar je vertrouwd bent?

Het langst dat ik in mijn leven van huis ben geweest was zeven weken.
Een aantal van jullie zal vast nog veel langer weg zijn geweest.
Maar ik vond zeven weken al best lang.
Zeven weken naar een heel vreemd land, weg van mijn thuis, van mijn familie, van alles wat voor mij bekend en vertrouwd was.
Ik weet nog goed dat ik halverwege die zeven weken belde met mijn vader, en dat ik toen pas merkte hoeveel heimwee ik eigenlijk had.
Gewoon door zijn stem te horen.
Ik dacht toen: ik kan maar beter niet meer teveel bellen, anders hou ik het niet zo lang vol!

Zo had ik ooit een huisgenoot die iets bijzonders tegen mij zei.
Wat het extra bijzonder maakt is dat hij inmiddels niet meer leeft,
hij is jong om het leven gekomen door een auto-ongeluk.
Ik weet nog heel goed dat hij op een avond tegen mij zei:
weet je waar ik ècht naar verlang?
Ik verlang er heel erg naar om bij God te zijn.
Om in de hemel te zijn.
En ik zag in zijn ogen dat hij het meende.
Een verlangen. Zoals heimwee.

Precies dát verlangen, daar wil ik het vandaag met jullie over hebben.
Want dat is waar de teksten die we vandaag hebben gelezen over gaan!
Waar heb jij je thuis?

We zijn begonnen met lezen uit Genesis.
Een erg bekend verhaal.
Adam en Eva, die zijn verleid door de slang om te eten van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad,
de énige boom waar ze van God níet van mochten eten.
Maar dat hebben ze wél gedaan.

De consequentie is dat ze worden verbannen uit de tuin van Eden.
De tuin die God aan de mens had gegeven om er te leven.
Hoe het dáár wás, daarover lees je alleen als je tussen de regels door leest.

Het moet een prachtige plek zijn geweest!
Maar het mooiste aan die plek waren twee dingen:

-Het eerste is dat op die plek de levensboom stond.
Dat is een andere boom dan de boom waar Adam en Eva níet van mochten eten.
De levensboom is een boom die geneest en die eeuwig leven geeft.
Er was dus geen ziekte en geen dood in de tuin van Eden.

-En het tweede wat de tuin van Eden zo bijzonder maakte, nog meer dan de eerste:
Dat was dat die tuin een plek was waar God zélf was.
God wandelde in die tuin! God sprak er met Adam en Eva, God was zelf bij ze.
Hij kwam, die avond waarover we hebben gelezen, naar ze toe wandelen.
Kan je je dat voorstellen?
Hoe zou dat zijn, om gewoon een wandeling te maken met God,
door de meest prachtige plek die je je maar voor kan stellen?
Zo dichtbij!

Die twee dingen, dat maakte de tuin van Eden zo bijzonder.
De levensboom, geen pijn, geen ziekte, geen dood;
en God die daar zelf bij je was.

Dat raakt de mens allebei kwijt, in Genesis,
omdat Adam en Eva eten van de boom van kennis van goed en kwaad.
Omdat alles wat ze van God hebben gekregen, niet genoeg is.
Omdat ze zélf als God willen zijn. Ze willen hun eigen god zijn.

Heimwee is een verlangen terug naar huis.
Stel je voor dat jij gevlucht bent uit het land waar je bent geboren.
Op een nieuwe plek bouw je een heel nieuw leven op, je vindt er een huis, en werk, en leert er nieuwe mensen kennen.
Maar je weet ook altijd: dit is niet de plek waar ik vandaan kom.
Waar ik mijn wortels heb.
De plek die ik móest achterlaten.

Kan jij de wereld om je heen zo zien:
als een plek waar niet je échte thuis is?
Kan je je een voorstelling maken van een plek waar jij wel echt thuis zou komen? Bij God?
Hoe zou dat zijn?

Ik moet eerlijk bekennen dat het beeld van het nieuwe Jeruzalem dat in Openbaring wordt geschetst, niet mijn beeld is van de mooiste stad om te wonen.
Met poorten van parels, en straten van goud.
Het lijkt mij allemaal wat overweldigend.

Maar… dat is ook helemaal niet het punt van wat Johannes in Openbaring wil vertellen over het nieuwe Jeruzalem.
Over de nieuwe hemel, en de nieuwe aarde.
Het gaat niet om al die pracht en praal!
Wat hij wil, is een verlangen in je opwekken.
Het punt dat hij wil maken, is dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen,
waar je weer thuis mag komen.
Thuis bij God!

Want het gaat om dat in die nieuwe hemel, en die nieuwe aarde,
je heel dicht bij God mag zijn.

Paulus schrijft daar over, in dat prachtige hoofdstuk in de brief aan Korinthe, over de liefde, 1 Korinthe 13:
Nu zien we nog maar een afspiegeling, een raadselachtig beeld, maar straks staan we oog in oog.

Oog in oog met Jezus.
Oog in oog met de Vader.
Die elke traan uit je ogen wist.

Op die plek staat de levensboom, midden in de stad!
Er is geen dood meer, geen verdriet, geen pijn.
En God zal wonen bij de mensen.
Zij zullen zijn volken zijn, en Hij zal hun God zijn!
Daarin klinkt Gods belofte door aan het volk Israël in Exodus, na de uittocht uit Egypte:
Jullie zullen mijn volk zijn, en ik zal jullie God zijn.
Maar hier in Openbaring gaat het over álle volken, over heel de wereld.
God zal bij ons wonen, we zullen Hem kennen, we zullen oog in oog staan met Hem.
Hij maakt alles nieuw.

Als je dan denkt aan wie Openbaring is geschreven.
Aan christenen die het moeilijk hadden.
Die te maken hadden met vervolging, met een keizer die ze wilde dwingen om hem te aanbidden.
Om de Romeinse goden te aanbidden.
Aan christenen die te maken hadden met een omgeving die er weinig begrip voor had dat zij zeiden:
Jezus is onze enige Heer.

Voor die eerste christenen was het niet moeilijk om te geloven dat de wereld waar ze woonden niet hun echte thuis was.
Zij keken er heel sterk naar uit om thuis te komen bij God.
Het maakte zelfs dat ze niet bang waren voor de dood.
Niet bang om voor hun geloof uit te komen, zelfs al liepen ze daardoor gevaar.

En toen de pest in het Romeinse rijk rondging, vluchtte iedereen uit Rome weg.
Behalve de christenen: zij bleven achter om voor de zieken te zorgen.
Zelfs als dat ze hun leven kostte.
Dat maakte veel indruk op de Romeinen!
Wat is dat toch, aan die christenen, dat ze niet bang zijn om te sterven?
Maar de christenen wisten:
dit is niet ons echte thuis.
Ons thuis is bij God.
Wij mogen straks thuiskomen bij Hem…

Hoe is dat voor jou, en voor mij?
Verlangen wij er naar om thuis te komen?
Of hebben wij het heel goed in ons eigen huis?
Kijken wij uit naar de komst van Jezus?
Naar een nieuwe hemel, en een nieuwe aarde?
Bidden we mee met die eerste christenen:
maranatha, dat betekent: onze Heer, kom!
Of bidden wij: liever nog even niet?
Herken jij dat verlangen, naar God?

Het is een mooie vraag om aan jezelf te stellen.
Niet als een beschuldiging.
Maar juist om erbij stil te staan:
waar heb ik mijn echte thuis?
Waar leef ik voor?

Wat betekent het voor mij, dat ik mijn thuis heb bij God?

Ik moest bij de voorbereiding van deze dienst denken aan vier dingen.

Het eerste is:
Dat ik me er bewúst van ben dat deze plek níet mijn thuis is.
Ik moet denken aan een gebed dat mijn vader altijd bad bij het eten.
Je kent het misschien wel: het kleefgebed noemden wij het.
Daar zat een zin in:
doch geef dat mijn ziel niet aan dit vergankelijk leven kleef´,
maar alles doet wat Gij gebiedt, en eindelijk eeuwig bij U leef.

Het is een mooi beeld:
kleven aan het vergankelijke leven.

In de Bijbel wordt een aantal keer het beeld gebruikt van gras, en een bloem.
Daar staat:
het gras verdort, de bloem valt af, maar het woord van God houdt eeuwig stand.

Het is denk ik heel heilzaam voor ons om te beseffen dat dít leven niet voor eeuwig is.
Dat is wel heel vaak hóe wij leven.
We leven voor het geluk!
We leven voor mooie spullen, een mooi huis, een mooie auto,
een plaatje waarin alles klopt.

De Bijbel is daarin best wel confronterend.
Jezus zegt: verzamel voor jezelf geen schatten op aarde, verzamel schatten in de hemel!
Waar leef je voor?

En aan de andere kant is het ook heel troostvol.
Want wat als je níet aan dat perfecte plaatje kunt voldoen?
Wat als jij buiten de boot valt?
Wat als jij maar met moeite de touwtjes aan elkaar kunt knopen?

Dan mag je óók weten dat het daar ook niet om gaat!
Dat het leven niet draait om voldoen aan dat perfecte plaatje.
Dat je je thuis, je basis, niet hoeft te vinden in wat je hebt, of kan,
maar dat je je thuis, je basis, mag vinden bij God!

Wat betekent het dat ik mijn thuis heb bij God?

Het tweede waar ik aan moest denken, is:
Dat je je thuis bij God hebt, kan ook betekenen dat je veel minder bang hoeft te zijn.
Minder onder de indruk van alles wat mis is in deze wereld.
Zoals die eerste christenen, die zelfs toen de pest uitbrak nog voor anderen bleven zorgen.

Ik weet nog dat corona net uitbrak, en dat ik zelf heel bang was.
Maar ook dat ik in het nieuws hoorde dat in die eerste weken in Italië meer dan 100 priesters zijn gestorven,
omdat ze doorgingen met het bezoeken van de mensen die ziek waren.
Mensen die met corona op de intensive care lagen.
En met het leiden van de uitvaarten.
Wat maakt het dat die priesters daarmee doorgingen?
Dat weet ik niet.
Het is makkelijk om te zeggen dat ze helemaal niet bang waren voor de dood.
Maar ze gingen wel door met die mensen bezoeken.
Omdat ze vertrouwden dat de dood niet het einde is.
Dat God ze vast blijft houden, zelfs voorbij de dood.

Als je leest over hoe Paulus spreekt over de dood.
Hij zegt: leven is voor mij Christus, en sterven winst.
Daarmee bedoelt hij: in mijn leven weet ik dat Jezus bij me is,
en als ik sterf, weet ik dat ik naar Hem toe ga!

Hier in Openbaring gaat het over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
dat geeft ons ook heel veel reden om minder bang te zijn.
God, die zegt: ik maak alle dingen nieuw!
Als je aan de ene kant hoort over oorlog, over klimaatverandering.
Maar dat je tegelijk mag vertrouwen dat God deze wereld niet loslaat!
Dat Hij deze wereld, met alles wat er mis is, op een dag helemaal nieuw gaat maken!

Dat betekent ook, dat is het derde, dat je hoop mag hebben.
En dat je daar ook uit mag leven!

Ik ken een predikant, die zei:
al dat nieuws over klimaatverandering, daar heb ik niks mee.
Ik geloof dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen,
dus dan maakt het niet hoe wij nu omgaan met het klimaat.

Aan de ene kant klinkt dat heel gelovig.
Maar aan de andere kant: denk hier eens over na.

Misschien ken je dat kinderliedje:
stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw. De hemel en de aarde.

Daar zit iets heel troostvols is.
Zoals ik net zei: dat je niet bang hoeft te zijn.
Maar… als dát het is, dan is het ook wel een beetje karig.
Als je gelooft dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen,
en tot die tijd moeten wij maar afwachten, op onze handen zitten!

Dat is niet wat geloven is, op je handen zitten!
Juist áls je gelooft dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen,
juist áls je gelooft dat God alles recht gaat zetten en nieuw gaat maken,
dan mag dat je moed en hoop geven om daar nu al uit te leven.
Dan hoef je je niet te laten verlammen door hoe groot onrecht kan zijn.
Door de gedachte: wat ik ook doe, het haalt niets uit.
Dan mag je, vanuit de hoop die je hebt,
je juist inzetten voor recht en voor gerechtigheid, en de heelheid van de Schepping.

Dan mag je leven uit Gods Koninkrijk, ook al is dat er nu nog niet!
Dat is zelfs een deel van wie wij zijn, als kerk.
Dat we samen nu al íets van Gods Koninkrijk mogen laten zien.
Dat we iets van die hoop mogen delen!

Als die nieuwe hemel en die nieuwe aarde de plek is waar het goed is, en waar God bij ons is,
dan hoop ik juist dat mensen aan ons als kerk nú al íets mogen proeven van hoe dat gaat zijn.
Omdat we geloven dat Jezus nu al bij ons is, door Zijn Geest.
Die nieuwe hemel en die nieuwe aarde zijn niet alléén iets voor de verre toekomst.
Maar ook al iets waar nu soms al iets van te zien mag zijn!

We zijn er nog niet, het is nog niet zoals het gaat zijn,
we zijn niet perfect als kerk,
maar ik geloof wel dat dát is wat wij mogen doen:
dat wij nu al iets van Gods Koninkrijk mogen laten zien.
Dat we daar zelf samen al iets van mogen proeven,
en het mogen laten zien aan mensen om ons heen.
Dat we niet stil hoeven af te wachten,
maar dat we mogen leven vanuit het geloof dat God op een dag alles nieuw zal maken.

En dat is het vierde, en het laatste dat ik wil zeggen:
hoe troostvol dat beeld is.
Hoe prachtig dat wordt omschreven:
God, die zélf bij je is,
en elke traan uit je ogen wist.

Al je verdriet. Al je pijn.
Al je zorgen.
Hij zal heel dichtbij je zijn.
Je troosten.
Je vervullen met Zijn liefde!
En dan is het goed!

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Dat is iets om nu al uit te leven.
Om voor te bidden.
En iets om naar te verlangen.
Want daar komen we écht thuis. Amen

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *