Schone schijn

Tekst: Jakobus 2:1-13

In de film ‘Hier ben ik’ loopt de predikant van Bloemendaal, Ad van Nieuwpoort,
mee met een aantal mensen die voor hun gevoel ‘gefaald’ hebben.
Mensen die, ieder om hun eigen reden,
het tempo van de samenleving niet meer kunnen bijhouden.
Mensen die niet mee kunnen komen met het snelle leven in de financiële sector en in een burn-out raken.
Een vrouw die zichzelf bijna doodliep op een marathon omdat ze niet wilde falen.
Een andere vrouw die door haar scheiding in een isolement terecht komt.

Aan de ene kant staan de thema’s van deze film misschien ver van ons af.
Hij speelt zich af onder de rook van Amsterdam,
in een omgeving die veel sterker is geïndividualiseerd dan de dorpen waar wij leven.
En aan de andere kant kan de film ook herkenning oproepen.
Want ook in een dorp kunnen wij ons druk maken om wat anderen van ons vinden, en verwachten.
En kan dat soms als een molensteen op je leven drukken.
We leven in een tijd, en in een samenleving,
Waarin ons leven een project is,
Een project waar we zelf iets van moeten maken.
En waarin het hoogste doel is dat je gelukkig bent, succesvol bent en gezond bent.
Dit legt een grote druk op ons, al van jongs af aan.
Welke keuzes moet ik maken om gelukkig te zijn?
Hoe haal ik alles uit wat ik kan?
Wat als ik een verkeerde keuze maak,
die consequenties heeft voor de rest van mijn leven?
We willen vooral niet onder doen voor anderen.
Want kwetsbaarheid is een synoniem voor zwakheid.
Jakobus stelt daar in zijn brief iets heel anders tegenover.
Hij begint met de zin:
Het geloof in Jezus Christus, onze glorierijke Heer,
staat niet toe dat u mensen op hun uiterlijk beoordeelt.

Met je uiterlijk bedoelt Jakobus hier wat je aan de buitenkant aan iemand kunt zien.
Aan de buitenkant zie je dat iemand grijze haren heeft,
En dus al wat ouder is.
Je kunt soms aan iemand zien of hij of zij veel of weinig te besteden heeft.
Of hij of zij een vriendelijk gezicht heeft.

Je kunt je, bewust of onbewust, schamen om je uiterlijk.
Als je veel bezig bent met de vraag:
Wat vinden mensen van mij?
Wat vinden ze van mijn haar, mijn ogen, mijn kleren?

Net zoals je je kunt schamen om je uiterlijk,
Kun je je ook schamen om dingen die anderen juist niet aan je kunnen zien.
Kun je je schamen als het ergens strandt met het project van jouw leven.
Als het spaak loopt.
Als je geldproblemen hebt, bijvoorbeeld.
Of als je worstelt met een depressie, of een burn-out.
Als je je werk bent kwijtgeraakt,
Of als een relatie is stukgelopen.
Soms zijn er zelfs meer van die dingen tegelijk aan de hand.
Het zijn dingen waar je niet mee te koop loopt,
Omdat voor je gevoel andere mensen daar een mening over klaar hebben.
Hoe heb je het zo ver kunnen laten komen?
Je schaamt je, omdat je voor je gevoel gefaald hebt.

Het geloof in Jezus Christus staat niet toe dat u mensen op hun uiterlijk beoordeelt, zegt Jakobus.
Waarom zou hij dat zeggen?
En tegen wie?
Het antwoord op de laatste vraag is in ieder geval niet moeilijk:
Hij zegt het tegen mensen in de kerk,
die dat in zijn tijd dus blijkbaar wel deden.

Hij noemt een voorbeeld.
Stel dat de kerkdienst wordt bezocht door een rijk iemand,
die er goed en mooi uitziet,
En door een arm iemand, die er maar onverzorgd bijloopt,
Omdat die geen geld heeft voor mooie kleren,
Of niet de ruimte heeft om daarover na te denken.
Als je dan voor de eerste meteen op zou schuiven,
zodat hij of zij naast je kan zitten,
Terwijl je de tweede op een afstandje houdt,
Laat je dan niet de verkeerde overwegingen meespelen in je oordeel, vraagt hij?

Wij kunnen ons hier niet zo snel meer een voorstelling van maken.
De kloof tussen rijk en arm is nu niet meer zo zichtbaar als in de tijd van de Bijbel.
Hier komt niet zo snel iemand binnenlopen die écht arm is,
waar je dat ook aan kunt zien.
Wel is er nog altijd veel schaamte rondom het hebben van geldproblemen.

In een stad als Rotterdam bijvoorbeeld worstelen veel mensen met schulden.
Ik hoorde eens een vrouw bij de voedselbank vertellen hoe spannend ze het vond om daar voor de eerste keer naar binnen te gaan.
Want wat als ze daar opeens haar buurman tegen zou komen?
Dan zou die weten dat ze geldproblemen had.

En ook hier speelt die schaamte.
In de gemeente Delfzijl worstelt ongeveer de helft van de mensen in meerdere of mindere mate met geldproblemen.
Mensen vinden het moeilijk om anderen over hun problemen te vertellen.
En dat kun je ze niet kwalijk nemen.
Ze zijn bang voor veroordeling.
Als je geldproblemen hebt bijvoorbeeld, dan weet iedereen het beter.
Dan doe je toch gewoon zus, of zo?
Iedereen heeft tips, of kan je vertellen waarom het zo ver gekomen is.
Mensen vertellen het niet,
Omdat ze bang zijn dat anderen ze dom vinden.
Of medelijden met ze hebben.
Het kwam in de film al naar voren:
Kwetsbaarheid is een synoniem voor zwakheid.

En je kunt je dan ook afvragen of de bal bij henzelf moet liggen,
of dat die bal juist bij ons ligt.
We kunnen ons afvragen:
zouden mensen zich bij ons veilig voelen om over hun problemen te praten?

Het is in onze samenleving, en misschien ook wel in de kerk,
namelijk al snel als in de trailer van de film die we hebben gezien:
we schamen ons als we niet mee kunnen komen.
Als we niet zelf onze boontjes kunnen doppen.
We leven in een tijd, in een samenleving,
waarin er van je verwacht wordt dat je zelf iets van je leven maakt.

En dan stelt Jakobus daar tegenover:
sta niet toe dat je mensen op hun uiterlijk beoordeelt.

Bij ons, hier in de kerk,
mogen we tegen die krachten van de samenleving ingaan.
Het geloof in Jezus staat ons niet toe om anderen te beoordelen op wat ze hebben bereikt,
of juist waar ze gefaald hebben.

Jakobus zegt als het ware:
als we prijzen wie iets bereikt,
en veroordelen wie dat niet doen,
wordt ons oordeel dan niet door de verkeerde maatstaven bepaald?

In vers 5 stelt hij daar iets heel anders tegenover,
Iets wat dat beeld helemaal omdraait:
Hij zegt: heeft God niet juist hen, die naar wereldse maatstaven arm zijn,
uitgekozen om rijk te zijn door het geloof?

Dit vers gaat in tegen alles wat wij belangrijk vinden.
Het gaat niet om het hebben van een mooi huis, of een nieuwe auto.
Het gaat er niet om of je het gemaakt hebt in dit leven,
Of je geslaagd bent en succesvol.
Of je gelukkig bent, en dan bedoel ik met gelukkig zijn voldoen aan wat anderen van je verwachten.
Dat is niet wat je waarde geeft.
Het gaat om barmhartigheid.
Om het liefhebben van je naaste als jezelf.
Om wat je doet, en wie je bent,
niet te laten bepalen door wat anderen van je vinden,
maar door Christus, en zijn genade.

Jakobus zegt: je kunt nog zo goed leven.
Alles voor elkaar hebben.
Maar als je dát niet door hebt,
dan maakt het allemaal niets uit.
Als je één deel van Gods wet laat liggen,
Dan heb je er niets aan dat je het voor de rest allemaal voor elkaar hebt.
Heb je naaste lief.
Zorg ervoor dat je spreken en je handelen de toets kunnen doorstaan van dat gebod.

Want dat gebod brengt vrijheid.
Het zegt: als je faalt,
als je geldproblemen hebt,
als je te kampen hebt met een depressie of een burn-out,
als je geen werk kunt vinden,
als anderen op je neerkijken, om wat voor reden dan ook,
dan ben je niet arm:
je bent juist rijk door je geloof in de allerhoogste God.
Want Hij, en niet een ander, bepaalt of je er werkelijk toe doet.
Net zoals wij anderen niet mogen beoordelen,
hoeven we ons ook niet te láten beoordelen.

Het haalt je problemen niet weg.
Maar het maakt wel dat die problemen,
en hoe anderen daarover denken,
niet hoeven te zeggen wie jij ten diepste bent.

Jakobus houdt ons als kerk een opdracht voor: wees barmhartig.
Dat woord zegt iets over je hart.
Wij mogen in ons hart de erbarming,
de liefde voelen voor wie God op ons pad brengt.
We mogen ‘warmhartig’ zijn.
En daar mogen we hopelijk ook iets van laten merken.
Zodat mensen beseffen:
Hier, bij God, hier in de kerk, mag ik mezelf zijn,
hoef ik niet bang te zijn om veroordeeld te worden.

De taak van de diaconie is om ons daarin voor te gaan.
Om ons daar aan te herinneren,
en ons uit te dagen om daar iets mee te doen.
De taak van diaken houdt vaak in dat er veel dingen moeten worden geregeld en gedaan.
Maar de roeping van een diaken is om ons dat voor te houden,
en voor te leven.
En op onze beurt is het als gemeente onze taak om de diakonie daarin te ondersteunen,
daar de ruimte voor te geven.

We zijn dankbaar dat Harry vandaag de taak van diaken op zich neemt.
Zodat de diakonie van onze gemeente door kan blijven gaan.
En tegelijk blijven er ook mensen nodig die de diaconie daarin ondersteunen.
Door zelf diaken te worden,
of zich als vrijwilliger op andere manieren in te laten schakelen.

Want juist in deze tijd zijn er veel uitdagingen waar de diaconie voor komt te staan.
Nu de rol van de overheid steeds kleiner wordt,
Wat maakt dat wij als samenleving, en ook als kerk, een belangrijke taak hebben.
En juist die schaamte rondom geldproblemen maakt het een hele uitdaging om in deze tijd diaconie te zijn.
Het vraagt om bezinning, geduld en trouw.

De vraag die in Jakobus naar voren komt,
Heeft met diaconie te maken.
Het is de vraag welke plaats barmhartigheid heeft in ons leven, in onze kerk.
Is het een zijpad, dat erbij hoort,
of is het juist wat vooraan hoort te staan?
Als je de barmhartigheid laat liggen,
doet dan de rest van wat je doet er nog wel toe?

Gelukkig zegt Jakobus dit niet om je een schuldgevoel aan te praten.
Hij wil ons alleen wel bevragen.
Waarom doen we wat we doen?
Wat zetten we vooraan?
En vooral: waar laten we ons door leiden?
Jakobus zegt: laat je leiden door het belangrijkste gebod dat er is.
Het gebod dat vrijheid brengt:
Heb je naaste lief als jezelf.

Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *