Wie ben ik, dat U aan mij denkt?

Teksten: Psalm 8; Johannes 15:11-17

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Ik ben altijd al gefascineerd geweest door de sterren.
Ik hou ervan om op een heldere nacht even omhoog te kijken en ervan te genieten.
Ik kan me erover verbazen,
dat we ’s nachts sterren kunnen zien die zo ver weg zijn,
dat hun licht er 40 jaar over doet om bij ons te komen.
En dat is de ster die na de zon het meest dichtbij staat.

Ik kan me goed herinneren dat we op vakantie waren in Duitsland.
’s Nachts moest ik naar de WC, om een uur of twee.
Ik kroop de tent uit, en keek omhoog.
De hele hemel was verlicht met sterren.
Het was oogverblindend. Zo ontelbaar veel.
Je zag zelfs een deel van de melkweg.

Ik denk dat mensen dat altijd al gehad hebben.
Dat ze keken naar de sterren, en zich erover konden verwonderen.
We kijken nu wel heel anders naar de sterren dan vroeger.
We weten dat de sterren niet om de aarde draaien,
maar dat de aarde om een ster heen draait.
We weten steeds meer over het heelal.
Maar juist daardoor beseffen we ook steeds meer hoe weinig we eigenlijk weten.
Hoe immens groot dat heelal is.
Niet te bevatten groot.

Zoals je je kunt verbazen over de sterren,
kun je je ook verbazen over de natuur.
Over een vlinder, of een spinnenweb.
Over het fluiten van de vogels.
Een hertje dat je onverwachts voorbij ziet komen.
Een zonsondergang.
Over de velden en de wolken.
Je kunt je klein voelen als je op een berg staat,
of als je over de zee uit kijkt.
Het is het gevoel dat de schrijver van de Psalm heeft geprobeerd te verwoorden:
zie ik de sterren, het werk van uw vingers,
wie is dan de mens dat U aan hem denkt?
Als de Schepping al zo groot, zo mooi is,
als je die al bijna niet kunt bevatten,
hoe groot en hoe mooi moet de Maker van die Schepping dan niet zijn?
De God die alles zo mooi gemaakt heeft,
zo vol detail, zo kleurrijk?
Die de dieren heeft gemaakt, de vogels en de vissen?
Het is niet voor niets dat juist de Evangelische Omroep zoveel natuurdocumentaires uitzendt.
De natuur laat iets zien van de grootheid en de zorg van God.
Verwonder je je over het werk van zijn handen,
dan verwonder je je over Hem.

En dan zijn wij er. De mensen.
Zo klein tegenover dat alles,
en toch ligt de hele wereld aan onze voeten.
We mogen ervan genieten, erop bouwen, er zorg voor dragen.
Net zoals de schrijver van de Psalm zich verwondert over God,
verwondert hij zich ook over ons mensen.
Over wat we allemaal kunnen.
De mogelijkheden die we hebben.
En hij vraagt zich af:
wie ís de mens, dat God hem dat allemaal geeft?
Want juist naast de grootheid van God wordt zichtbaar hoe klein wij mensen eigenlijk maar zijn.
Ons leven duurt maar even.
We leven op dat kleine planeetje in dat immense heelal.
We vallen erbij in het niet.
En toch… en toch denkt God aan ons.
Geeft God om ons.
En geeft Hij dat alles aan ons.
De grootheid van de Schepping herinnert ons aan de Maker ervan,
die dat allemaal aan ons heeft gegeven.

Als je kijkt naar de Schepping, kun je onder de indruk raken van God.
En juist daarin kun je iets van Gods nabijheid ervaren.
Want de God die dat allemaal gemaakt heeft, geeft om jou.

En tegelijk wringt het ook wel eens.
Want ja, er zijn momenten dat je dat voelt.
Dat je zo van God onder de indruk bent.
Dat je zijn nabijheid ervaart.
Maar er zijn net zo goed momenten dat je dat niet voelt.

Als je niet lekker in je vel zit.
Thuis, op je werk, of op school.
Als je ergens mee zit.
Als je verdriet hebt, omdat het niet goed gaat met iemand om je heen,
of omdat iemand van wie je houdt er niet meer is.
Als je ziek bent.
Als je de enige van je vrienden bent die gelooft.
Of soms kun je je gewoon zomaar zo voelen.

Dan voel je je eenzaam, en alleen,
en is het moeilijk om te geloven dat er een God is, die om je geeft.
Je vraagt je af: waar is God? Is Hij er wel?
Denkt Hij wel echt aan je?
Of beeld je je dat maar in?
Is Hij je niet vergeten?

Of je denkt: er zijn zoveel mensen, met zoveel problemen.
Waarom zou God geven om de dingen waar ik mee zit?
Kan ik Hem daar wel mee lastig vallen?

Het maakt verschil hoe je naar God kijkt.
Zie je God als iemand die alles van ver af regelt,
die net als de sterren ver boven onze hoofden uitgaat?
Of kun je ook anders naar God kijken?

Wat ik zelf een van de mooiste dingen vind in het christelijk geloof,
is dat je God niet alleen leert kennen door een boek, of door je gevoel.
En God laat ook niet alleen zien wie Hij is in de Schepping.

Je leert God het allerbeste kennen door naar Jezus te kijken.
Want in Jezus komt God het meest dichtbij ons.
We geloven in God, doordat Jezus heeft laten zien wie Hij is.

Jezus was een mens, als alle andere. En toch was Hij anders.
Want naast een mens, was Jezus ook de zoon van God.

Kun je het voorstellen? Die God, die de hemel en de aarde heeft gemaakt,
Komt als een mens naar deze wereld.
Hij wordt zelf zo’n klein mens.
Het is een van de bijzonderste wonderen uit de Bijbel.

En in Jezus laat God zien dat je er niet alleen voor staat.

In Jezus zegt God:
Ik wil dat jullie dezelfde vreugde voelen als ik.
Als je die woorden op je in laat werken, dan besef je:
God wil dat jij vreugde voelt.
Je kunt hem niet altijd zien. Niet altijd voelen.
Je kunt het niet altijd merken.
Maar God geeft wel om jou.
Het is niet zo dat Hij, omdat Hij de Maker is van alles,
ook op afstand staat van jouw leven.
In jouw leven is Hij aanwezig, bij de hele gewone dingen die je meemaakt.
En in jouw leven wil Hij je vreugde geven.
Blijdschap, omdat je Hem mag kennen.
Omdat je je door Hem geliefd mag weten.

In Jezus zegt God:
Ik wil dat jullie van elkaar houden, zoals ik van jullie houd.
Als iemand van je houdt, dan haal je daar niet de schouders voor op.
Je wilt liefde teruggeven.
En God zegt: die liefde die je van mij krijgt,
Mag je teruggeven door het aan anderen te geven.

Hou van anderen zoals ik van jou houd.
Dat is een hele opgave.
En het lukt ons lang niet altijd.
Maar het is wel wat God van ons verlangt.
Je mag het doen vanuit de liefde en de kracht die God je geeft.

En in Jezus laat God zien hoe ver zijn liefde voor ons gaat.
Misschien heb je een paar weken terug The Passion wel gezien.
Daar wordt dat verhaal verteld.
Hoe Jezus zijn leven gaf voor ons,
Om dát te laten zien.
Die grote God, die alles gemaakt heeft, is dichtbij gekomen.
En Hij zei: ik heb jou zo lief,
Dat ik mijn leven voor je over heb.

Hij is de God die alles heeft gemaakt.
De sterren, de dieren, de vogels en de vissen.
De God die de wereld aan ons heeft gegeven.
De God over wie wij ons mogen verwonderen, door zijn grootheid.
En in Jezus zegt Hij: ik noem jullie geen dienaren.
Ik sta niet ver boven jouw leven.
Ik ben dichtbij je.
Ik noem je mijn vriend.

Ook op momenten dat je daar weinig van voelt,
Mag je daar wel aan vasthouden. Daarop vertrouwen.
En de Schepping om je heen mag je daar steeds weer aan herinneren.
Want als God die Schepping al met zoveel zorg bekleedt,
Hoeveel geeft Hij dan niet om jou?
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *