Samen zijn we uniek

Tekst: 1 Korintiërs 12:12-22

Heb je er wel eens bij nagedacht wat een wonder het is,
Dat ieder mens uniek is!
Geen twee mensen zijn hetzelfde.

Als wij een foto zien van mensen uit een ander werelddeel,
zoals Azië, of Afrika,
Dan kun je soms denken: wat lijken die mensen veel op elkaar!
En waarschijnlijk zouden zij hetzelfde over ons denken,
als ze een foto van ons zouden zien.
Maar toch, als je wat beter kijkt,
dan zijn ze allemaal anders, allemaal verschillend.
De één kijkt wat serieuzer, terwijl de ander heel breed lacht.
De één is kort, de ander lang.
De één staat het liefst midden in beeld,
de ander staat liever wat op de achtergrond.
En dat is alleen nog maar wat je aan ze kunt zien!

Wij zijn allemaal mensen van vlees en bloed.
En toch zijn wij ook allemaal uniek.
Iedereen heeft iets wat een ander niet heeft.
Zelfs een eeneiige tweeling is niet precies hetzelfde.
Ze zijn soms moeilijk uit elkaar te houden,
Maar vraag maar eens aan hun moeder.
Die weet zo te vertellen wie wie is.

God heeft ieder van ons gemaakt, bedacht.
In Psalm 139, een lied uit de Bijbel,
staat dat Hij ons al zag toen we nog klein waren,
zelfs toen we nog niet geboren waren.
Hij heeft ons gevormd.

Ik dank u daarvoor, staat er.
Want het is een wonder, zoals ik gemaakt ben.
Alles wat u maakt is een wonder,
Dat weet ik heel goed.

Eigenlijk zijn wij mensen een beetje als een boeket met bloemen.
In dit boeket zie je veel verschillende dingen.
Er staan prachtige bloemen tussen, gele, roze, en oranje.
en bloemen met grote bladeren.
Er zitten besjes tussen,
En zelfs distels.
Een distel of een besje alleen, daar zie je misschien niet zoveel aan.
Maar samen vormen al deze bloemen en planten een prachtig boeket.

Ieder mens heeft van God talenten gekregen, iets waar hij of zij heel erg goed in is.
De één kan goed leren, de ander kan goed voetballen, of iets met de handen maken.
De één is boer, de ander leraar, en nog weer een ander accountant.
De één kan goed vertellen, de ander goed luisteren.
Misschien kan je goed organiseren, of ben je heel creatief.

Maar het thema van de dienst is niet alleen “jij bent uniek”.
Het is “wij zijn uniek”.
Alleen kun je een prachtige bloem zijn, waar je van kunt genieten,
Maar één bloem is nog geen boeket.
Daar gaat ook het Bijbelgedeelte over dat we met elkaar hebben gelezen.
Het gaat erover dat we elkaar kunnen dienen met de talenten die we hebben gekregen.
Paulus vergelijkt ons in deze tekst met een lichaam.
Een lichaam bestaat het uit heel veel verschillende delen.
Een arm, een been, een mond, een oor.
Al die dingen samen vormen het lichaam.
Alle dingen zijn nodig.
En zo hebben wij ook elkaar nodig.
Dat klinkt een beetje cliché.
Tuurlijk is dat zo, denk je misschien.
Maar is dat in de praktijk is wel zo vanzelfsprekend?
Hoe vaak kijken wij niet naar wat anderen kunnen,
wat anderen doen, wat anderen zeggen?
We vergelijken onszelf constant met de mensen om ons heen.
We zeggen tegen onszelf: zo zouden we moeten zijn.
Bijvoorbeeld zoals iemand die heel goed kan vertellen, of zingen.
Of iemand die heel knap is. Iemand die heel goed is in sport, of in leren.
En ondertussen verliezen we helemaal uit het oog wat we zélf kunnen.
Wat ons eigen talent is.
Het talent dat God aan jou gegeven heeft.

Paulus zegt daarover het volgende.
Stel dat een voet zou zeggen: ik ben geen hand, dus ik hoor er niet bij.
Ik ben veel te lang, en ik ben niet zo buigzaam.
Mijn tenen kunnen niet zo makkelijk iets vastpakken.

Maar probeer maar eens te gaan staan op je handen.
Dat hou je als je heel atletisch bent misschien even vol, maar niet lang!
Mij lukt dat alleen in het zwembad 😉
Een hand is niet gebouwd om op te gaan staan. Een voet wel.

Daartegenover kan een voet ook zeggen: ik kan het wel alleen. Ik sta stevig op de grond, ik heb de rest van het lichaam niet nodig.
Maar waar moet die voet alleen heen?
Hij heeft geen richting, geen doel.
Een voet alleen kan niet zoveel uitrichten.
Hij heeft een been nodig om te lopen.
Een hoofd om hem richting te geven.
Het hele lichaam moet meewerken als je wilt lopen.

Net zo goed als we zelf iets hebben gekregen, een talent,
Waarmee we elkaar kunnen dienen,
Hebben we ook elkaar nodig.
Hebben we de talenten nodig die God aan de mensen om ons heen heeft gegeven.

Je kunt niet tegen een ander zeggen: wat jij kunt is niet belangrijk.
Je moet niet jezelf beter voelen dan een ander.
Of alleen willen doen wat je beter samen kunt doen.
In een lichaam moet je alle delen koesteren,
Om het goed te laten functioneren.
Niet omdat je het alleen niet redt,
Maar omdat het samen veel mooier wordt.
Je kunt elkaar dienen met je talenten.

Kijk naar de kerkdienst vanmorgen, bijvoorbeeld.
Ik heb mijn best gedaan om een mooie preek te schrijven.
Maar een preek alleen maakt nog geen dienst.
Er is ook iemand die de beamer bedient.
En een band, die mooie muziek maakt.
De ouderling die de mededelingen heeft gedaan.
De diaken die straks collecteert.
Iemand die het Bijbelgedeelte heeft voorgelezen.
De koster, die alles heeft klaargezet.
De mensen die deze dienst hebben gepland.
De kerkrentmeesters die zorgen dat het gebouw er is, met de mooie schermen die we vandaag gebruiken.
Zoveel mensen die er iets voor gedaan hebben.
En niet te vergeten jullie zelf!
Mensen die ervan genieten.
Mensen die hier samenkomen om elkaar en God te ontmoeten.
Want zonder mensen die er zijn is dat allemaal ook voor niks.
Een gemeente vorm je niet alleen.
Dat doe je samen. Daarvoor heb je elkaar nodig.
Mensen met verschillende talenten.
En dan hebben we het alleen nog maar over de kerkdienst.
Want ook in God geloven is iets wat je samen doet.
Om met elkaar te praten over je geloof.
Van een ander kan je daarbij heel veel leren.
Hoe diegene zijn geloof vorm geeft in het dagelijkse leven, bijvoorbeeld.
Of hoe je iets van je geloof kunt laten zien op je werk, of bij je vrienden.
Hoe iemand kracht put uit haar geloof als het moeilijk is.
Of dat je erachter komt dat iemand anders met dezelfde vragen worstelt als jij.

Je hebt elkaar nodig om elkaar te bemoedigen.
Naar elkaar te luisteren als het moeilijk is.
En ook om met elkaar blij te zijn als er iets moois gebeurt.
Om elkaar soms een spiegel voor te houden, of iets te leren.
Om elkaar eraan te herinneren dat er een God is, die van ons houdt.

Dat kan in een kerkdienst, en op zoveel andere manieren.
Maar het is wel belangrijk om daar íets mee te doen.
Alleen geloven, dat houd je misschien wel even vol,
Maar al heel snel zijn er allemaal andere dingen die je aandacht opeisen.
En verdwijnt het meer naar de achtergrond.

Daarom is een kerk ook een lichaam.
En dan gaat het niet alleen om de kerkdienst, of om het gebouw,
maar om alle mensen die bij een gemeente horen,
en die eromheen staan.

Doeners, denkers en dromers.
Mensen die goed kunnen luisteren.
Mensen die dingen kunnen organiseren,
En mensen die kritische vragen durven te stellen.
Mensen met een groot geloof,
en mensen die het niet altijd zeker weten.

Ook jonge en oude mensen.
Als jongere kun je wel zeggen: oude mensen zijn saai.
Maar wat als er geen oude mensen zouden zijn?
Dan mis je heel veel wijsheid.
Al die oudere mensen zijn ook jong geweest.

En als oudere kun je wel zeggen: er moet niet teveel veranderen.
Maar het is ook belangrijk om na te denken:
hoe kan ik mijn geloof doorgeven aan de jonge mensen?
Niet alleen negatieve dingen noemen, “die jeugd van tegenwoordig”,
maar met ze delen waarom jouw geloof je houvast geeft!

En zo zijn er veel meer verschillende mensen in onze gemeente.
Met elkaar vormen we één lichaam.

De basis, die ons bij elkaar mag houden, is ons geloof.
Ons geloof in een God die van ons houdt.
Wij zijn allemaal gedoopt, zegt Paulus.
God heeft ons allemaal zijn Heilige Geest gegeven.
God houdt van ons,
En hij wil ons vormen tot een lichaam,
Een plek, een groep mensen door wie Hij heen kan werken.
In wie Hij zichtbaar wordt.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *