Bidden is een voorrecht

Tekst: Johannes 16:16-28

Stel je eens voor dat je eens een goed gesprek zou willen voeren met Mark Rutte,
over de ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving.
Iets waar je het niet mee eens bent,
of wat je graag anders zou willen zien.
Dat lukt je niet zomaar.
Je moet dan wel een erg goede reden hebben, of een erg goed idee.
En dan moet je eerst een hele rij mensen overtuigen voor je zover bent.
Je stuurt een mail of een brief.
Vervolgens moet je misschien persoonlijk komen uitleggen waarom je met hem wilt praten.
Als dat al lukt, dan moet er nog een afspraak komen via zijn secretaresse.
En dan… komt er op het laatste moment iets tussen. Helaas!

Je komt niet zomaar in gesprek met iemand als Rutte.
Die heeft het daarvoor veel te druk,
en die heeft veel belangrijker dingen aan zijn hoofd.

Hoe zou dat zijn met God?
Soms betrap ik mezelf er wel eens op dat ik tijdens het bidden denk: vindt God dit wel belangrijk?
Er zijn toch veel grotere problemen in de wereld dan mijn problemen, mijn vragen?
Heeft God daar wel tijd voor, om naar mij te luisteren?

Daar wil ik aan de hand van deze tekst eens met jullie over nadenken.
Een gedeelte uit Johannes.
Als je de tekst voor het eerst leest, dan kan je je afvragen wat Jezus hier allemaal zegt.
Jezus zegt het zelf: hij spreekt hier in beelden.
Hij zegt de dingen nog niet ronduit,
want zijn leerlingen zouden het nog niet begrijpen,
of ze zouden hem misschien tegen proberen te houden.

Om deze tekst te begrijpen, moet je iets weten over wanneer hij afspeelt.
Het is namelijk de nacht voordat Jezus wordt opgepakt.
De dingen die Jezus in Johannes 14 t/m 17 zegt,
zegt hij allemaal in die nacht.

Zijn leerlingen beseffen nauwelijks wat hen boven het hoofd hangt.
Dat straks Judas zal komen, en Jezus meegenomen zal worden.
Dat hij voor Pilates en voor Herodes zal moeten verschijnen,
en uiteindelijk door de mensen ter dood veroordeeld wordt.
En ze beseffen ook niet dat de groep leerlingen uit elkaar zal worden getrokken.
Sommigen zullen van Jezus wegrennen, anderen verraden hem.
Uiteindelijk blijft niet één van de leerlingen bij hem.

Met dat in het achterhoofd krijgt deze tekst een hele andere betekenis.
Nog een korte tijd, en jullie zullen me niet meer zien, zegt Jezus.
Ook hier spreekt hij in beelden,
maar wat hij bedoelt, is dat hij zal sterven.
Hij zal niet meer bij ze zijn.

De komende dagen zullen erg moeilijk zijn voor zijn leerlingen.
Ze zullen verslagen zijn, want hun meester is overleden.
Ze voelen zich schuldig, dat ze hem zo makkelijk verlaten hebben.
En ze komen bij elkaar, om te rouwen om Jezus.
Alle hoop lijkt de grond ingeboord.
En dat terwijl de ‘wereld’, de leiders van Jeruzalem,
blij zullen zijn dat ze van deze man af zijn,
die voor zoveel onrust zorgde.

Maar deze nacht doet Jezus een belofte,
waarvan de leerlingen de diepte op dat moment nog niet begrijpen:
Jullie zullen me niet meer zien,
Maar kort daarna, zegt hij, zien jullie me terug.
De moeite die ze de komende dagen moeten doormaken, is het waard.
Want als ze Jezus weer zien, dan zal alles anders zijn!
Hun verdriet zal plaatsmaken voor een niet te bevatten vreugde!

Verrast worden door vreugde.
Volgens sommige christelijke schrijvers is dat één van de bijzonderste kanten van ons geloof.
Een vreugde die tegen alles ingaat.
Een vreugde die het verdriet dat je met je mee kan dragen niet ontkent,
maar het zo overstijgt dat het daarbij in het niet valt.
De vreugde van Gods liefde,
die zich niet laat verslaan door de dood, door angst of door haat.
Niets of niemand kan die vreugde meer wegnemen.

Waar komt die vreugde vandaan?
Uit dat Jezus’ dood niet het einde is. Hij staat op uit de dood.
En er zal dan veel veranderd zijn.
Jezus’ dood en opstanding zijn niet betekenisloos.
Het zijn geen droge feiten.
Er gaat daar echt iets gebeuren, iets groots. Iets onomkeerbaars.
Eigenlijk zegt Jezus het heel simpel:
straks hoeven jullie God niet meer door mij te benaderen.
Jullie hoeven mij niets meer te vragen.
Maar jullie mogen het zelf rechtstreeks aan God vragen.
Voor de Joden was het ondenkbaar om als mens rechtstreeks voor God te staan.
Want God is zo heilig, en zo groot, dat wij daarbij totaal in het niet vallen.
Dat kunnen wij niet verdragen.
Toen Mozes van God de tien geboden had gekregen,
en hij van de berg afkwam,
moest hij zijn gezicht bedekken omdat het licht dat van hem afstraalde al teveel was voor de Israëlieten.

Als je het beeld waarmee ik de preek begon doortrekt,
dan zou je kunnen zeggen:
God is zoals Mark Rutte in het kwadraat.
Hij is onbereikbaar voor ons.
Kijk bijvoorbeeld eens naar de Joodse tempel.
Alleen de hogepriester, vrij vertaald wat voor de Joden de paus was,
mocht eens per jaar in het heiligste der heiligen komen,
om voor het volk te bidden.

Maar door wat Jezus zijn leven voor ons heeft gegeven,
hebben wij geen hogepriester meer nodig.
Er is geen omweg meer nodig om bij God te komen.
Jezus’ leerlingen, en ook wij,
mogen rechtstreeks bij God komen, met hem praten.
God is bereikbaar geworden,
omdat Hij zichzelf door Jezus dichtbij heeft gebracht.

Jezus zegt: de Vader zélf heeft jullie lief,
omdat jullie mij liefhebben en geloven dat ik van God gekomen ben.

Laat dat eens op je inwerken, wat dat betekent.
God is niet alleen nabij,
maar Hij is ook groot, heilig, ontzagwekkend.
Hij is de Allerhoogste.
Elke dag met Hem praten is oneindig veel bijzonderder dan elke dag afsluiten met een gesprek met Mark Rutte.
En toch mogen wij zo bij hem komen.
Hij heeft ons lief. Hij luistert naar ons.
Dat is iets om stil van te worden, om je over te verwonderen.

Jezus zegt: wat je de Vader ook vraagt in mijn naam, zal Hij je geven.
Als we bidden, dan sluiten we dat gebed regelmatig af met de woorden ‘in Jezus’ naam’.
Dat zijn niet zomaar een paar woorden die we toevoegen aan ons gebed.
We zeggen het uit het besef dat je door Hem vrij tot God mag bidden.
Door Jezus hebben wij toegang tot de Vader,
mogen wij alles aan hem vragen, bij Hem neerleggen.
In Jezus’ naam bidden is niet een soort toverformule,
maar een belofte: dat God ons hoort.

Het is een mooie belofte.
Tegelijk roept wat Jezus hier zegt ook veel vragen op.
Want onze gebeden worden niet altijd verhoord.
Jezus’ belofte dat je alles aan God mag vragen,
betekent niet dat God ook alles doet wat wij vragen.
Dat kan lastig zijn. Waarom geneest God niet altijd?
Waarom is er nog steeds zoveel pijn, zoveel lijden in deze wereld?

Ik herinner me een verhaal dat een schoolgenoot een keer aan mij vertelde.
Toen zijn opa ziek was, had hij gebeden dat zijn opa zou genezen.
Maar er gebeurde niets.
Daarom geloofde hij niet meer in God. Alles is toeval, zei hij.

Op de vraag waarom God niet altijd doet waar wij om vragen,
is geen gemakkelijk antwoord.
Aan de ene kant is de belofte van Pasen waar geworden in de opstanding van Jezus.
Mogen wij hoopvol zijn, in een wereld die vaak geen hoop heeft.
En aan de andere kant is dat nog niet altijd zichtbaar.
Blijven er voor ons ook ‘losse eindjes’.
Vragen waar wij – nog – geen antwoord op hebben.
Nog niet alles is goed.

Zelfs Jezus’ eigen gebed, op dezelfde nacht waarop hij dit zei,
werd niet verhoord.
Hij bad: Vader, laat deze beker aan mij voorbij gaan.
Jezus was bang voor wat zou komen.
Maar op het laatst durfde hij te bidden:
Maar laat niet mijn wil, maar uw wil geschieden.

In Jezus’ naam bidden is ook bidden naar Jezus’ wil.
Het is het gebed om Gods Koninkrijk hier op aarde.
Om vervulling met Zijn Heilige Geest.

Wij wachten tot Jezus terugkomt, en hij alles goed zal maken.
En tegelijk is het onze opdracht, als christenen om tot God te bidden.
Om deze wereld en alles wat daar gebeurt,
en ons eigen leven met alles wat daarin gebeurt,
bij Hem te brengen.
Zoals Jezus voor ons bidt, mogen wij voor de wereld bidden.
Die onder Gods aandacht brengen.
En erop vertrouwen, dat ook als God ons niet altijd direct ‘verhoort’,
hij ons wel hoort.
Dat wij Hem aan het hart gaan.
Die grote, heilige, liefdevolle God is door Jezus op ons betrokken.
Daarom is bidden niet alleen een opdracht,
maar het is ook een enorm voorrecht.

Amen

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *