Kerst 2022 – Lot uit de loterij
Kerst 2022 – Lot uit de loterij

Kerst 2022 – Lot uit de loterij

Teksten: Jesaja 7:14 en Mattheüs 1:18-25

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Wie van jullie koopt wel eens een lot?
Bijvoorbeeld een eindejaarslot?
Of misschien doe je wel eens mee met de postcodeloterij. Of een andere loterij.

Als je een lot koopt, dan hoop je natuurlijk dat jij die éne bent die de hoofdprijs krijgt, van de misschien wel miljoenen mensen die zo’n lot kopen.
Zóveel mensen die meedoen, en maar één, of een paar, die winnen.
Een hele kleine kans. Maar je hoopt er toch op!

Alleen heel eerlijk gezegd, dat lijkt misschien gek,
wéét ik niet zo goed of ik de loterij wel zou wíllen winnen.
Want het klinkt zo aanlokkelijk! Miljonair zijn!
Niet meer hoeven werken. Álles kunnen kopen wat je maar wil.
Nooit meer over geld in hoeven zitten.
Maar je leven zou er ook zó door veranderen!
Hoe reageren mensen om je heen?
Blijft de relatie met je vrienden wel goed?
Kan je nog wel gewoon het werk blijven doen wat je altijd deed?
Kan je mensen om je heen nog wel écht vertrouwen?
Hoe meer je hebt, hoe meer je ook hebt te verliezen.
Misschien dat je er zelfs wel door verandert.
Eén ding is duidelijk, of je er nou goed mee om kan gaan of niet:
het heeft veel impact.
Je leven zal niet meer hetzelfde zijn als daarvoor.

Een lot uit de loterij.
Hoe zou dat gevoeld hebben voor Maria en Jozef?
Misschien is het een rare vergelijking, maar..
Hun leven komt ook van de ene op de andere dag op z’n kop te staan.
Wat is nou de kans dat dit juist hén zou overkomen?
Zoiets bijzonders gebeurt er.
Iets wat eeuwen eerder al is voorzegd door de profeet Jesaja,
dat overkomt hén. Dát gebeurt nu met Maria en Jozef.
Jozef weet zich er geen raad mee.
Het breekt in in hun leven. Het gooit al hun plannen in de war.
Moet je dat wel willen?

Dit verhaal staat ergens zo ver van onszelf af.
Van ons, Nederlanders, die het liefst hun leven 10 jaar vooruit plannen.
Misschien nog wel meer dan voor Maria en Jozef,
Zou het voor ons echt voelen alsof God ín zou breken in ons leven.
Al je plannen, in de ijskast. Of helemaal uit beeld.

Is het iets om jaloers op te zijn?
Of is het meer iets om bang van te worden?

Ik kan me voorstellen dat Jozef er wel wakker van heeft gelegen.
Dat het een hele moeilijke beslissing voor hem is geweest.
Maria en hij waren al aan elkaar beloofd. Ze waren in ondertrouw.
En dan krijgt hij van haar te horen dat ze zwanger is.
En ze vertelt dat het kind niet van een ander komt,
Maar dat God het in haar laat groeien. De heilige Geest.

En Jozef was een gelovige man.
Hij zal dat niet meteen hebben afgedaan als onzin.
Maar ik denk ook dat hij niet goed wist wat hij ermee moest.
Of hij het wel kón geloven.

Hij wil daar zo netjes, zo eerbaar mee omgaan als het maar kan.
Dus wil hij het, om haar, niet aan de grote klok hangen,
niet aan iedereen vertellen dat ze zwanger is,
Maar in stilte wil hij het uitmaken met haar.

En dan spreekt God ook tegen Jozef.
In een droom, waarin een engel, een boodschapper van God, aan hem verschijnt.
Het is mooi waar de engel mee begint, als hij in de droom tegen Jozef spreekt.
Jozef was een afstammeling van koning David.
Voor Mattheüs is dat belangrijk om te noemen,
Want voor hem was dat een bevestiging dat de geboorte van Jezus de vervulling was van al die profetieën uit het Oude Testament.
De engel zegt:
Jozef, zoon van David, wees niet bang.
Wees niet bang om Maria als je vrouw bij je te nemen.

Jozef zal wel bang geweest zijn.
Hij had een hoop te verliezen.
Moest hij het kind van een ander opvoeden? Dat is veel gevraagd, zeker in die tijd!
Nog los van wat de mensen ervan zouden zeggen.

Maar misschien was Jozef ook wel bang voor de waarheid!
Wat als het écht waar was?
Dat God dit kind in Maria liet groeien?

Jozef heeft die woorden van de engel wel nodig: wees niet bang.
Jozef, God gaat een andere weg met je dan je van tevoren had gedacht.
Een weg die jou zelf veel kost. Die je plannen in de war gooit.
Maar dit kind komt echt van God.
God gaat iets bijzonders doen.

De engel noemt de naam ‘Immanuël’.
Dat woord verwijst naar die hele oude profetie, van Jesaja.
Waarin de komst van een kind wordt aangekondigd.
De naam van het kind is Immanuël.
En Immanuël betekent: God is met ons. God is bij ons.

Jozef wist dat. Voor hem was het niet zomaar een naam.
Toen de engel dat tegen hem zei, wist hij:
Dit kind is een heel bijzonder kind.
Dit kind is de redder, die door God beloofd is.

En zijn angst maakt plaats voor blijdschap.
God gaat iets heel bijzonders doen, door Maria en door Jozef heen.

Een lot uit de loterij.
Zo heeft dat voor hen gevoeld.
Maar de vreugde is nog veel dieper.
De vreugde die Jozef en Maria voelen, als ze dit horen,
Is dat ze weten:
God ziet naar ons om! God is bij ons.

Wat ik mooi vind aan dit verhaal,
Is dat het gaat over hele gewone mensen.
Jozef en Maria hebben er niet om gevraagd.
Het overkomt ze gewoon.
Waarom heeft God juist hén uitgekozen, en niet iemand anders?

Die vraag kun je stellen bij heel veel mensen in de Bijbel.
Waarom heeft God Abraham uitgekozen?
Of Mozes?
Waarom koos God David uit om koning te zijn?
En Jesaja om profeet te zijn?
Waarom koos Jezus Petrus uit, een gewone visser, om hem te volgen?

Misschien wel juist omdat het hele gewone mensen zijn.

Juist dát Maria en Jozef zulke gewone mensen zijn,
dat is wat zo mooi is aan het Kerstverhaal.
Ze zijn niet bijzonder. Niet groots.
Maar ze tellen wel mee voor God.

Vandaag vieren wij Kerst.
En we vieren dan niet alleen dat Jozef en Maria iets bijzonders meemaken.
Dat het voor hen een lot uit de loterij was.

Of zelfs alleen maar de mensen die toen leefden.
Die het allemaal hebben meegemaakt.
De herders, en de wijzen,
En de mensen die Jezus hebben gekend.

Dát is het bijzondere aan Kerst:
Het heeft niet betekenis voor een paar mensen.
Dat begrijpt Jozef ook, als hij die naam hoort: Immanuël. God met ons.
Dat het groter is dan alleen voor Maria en hem.

Met de geboorte van dit kind, van Jezus,
Komt God net zo goed ook ons eigen leven binnen.

Met Kerst mogen we vieren dat God,
in dat hele kleine, gewone, kwetsbare kindje dat geboren is,
In die hele gewone omstandigheden,
Iets heel bijzonders heeft gedaan.
Dat Hij zelf naar deze wereld is gekomen.
Dat God zelf zich aan ons verbonden heeft.

En dat merk ik elke keer weer als ik er met Kerst over mag preken,
Dat is iets dat bijna niet in woorden te vatten is.
Dat is een gevoel, dat bijna niet over te brengen is.
Het is vooral iets om je over te verwonderen.

God die naar ons toe komt.
God die mens wordt.
Die geboren wordt als een klein, kwetsbaar kind.

Immanuël. God is met ons.
“God is altijd bij je”, zeggen we wel eens. En dat is ook zo!
Maar hier betekent het nóg iets anders.
Hier betekent het dat in dit kind, in Jezus,
God letterlijk bij ons komt. Naar ons toe komt.

Er wordt wel gezegd dat Pasen het belangrijkste christelijke feest is.
Als we denken aan dat Jezus aan het kruis zijn leven voor ons gaf,
en opstond uit de dood.

Maar dit is waar het allemaal begint.
Met Kerst.
God die mens wordt.
Zoveel liefde gaat daarvan uit.
Want het betekent dat God niet op afstand blijft staan.
Maar dat Hij het leven van hele gewone mensen binnenkomt.
Van Jozef en Maria, en van jou en mij.

Die vreugde daarover, die maakt dat Jozef niet meer bang is.
Hij besluit om met Maria te trouwen,
en om met verwondering het kind welkom te heten in zijn leven.
En hij geeft hem de naam: Jezus. God redt.

Die verwondering, dat is wat wij mee mogen nemen, als wij Kerst vieren.
De verwondering over een God die zo van ons houdt,
Dat Hij de hemel achter zich liet,
En mens werd.

Hoe ik ook denk, hoe ik ook denk,
een mooier geschenk ken ik niet.
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *