Witte donderdag – de beker
Witte donderdag – de beker

Witte donderdag – de beker

Tekst: Matteüs 26:26-46

Als u straks in Uw koninkrijk bent,
Kunnen wij naast u zitten?
De een rechts van u, de ander links van u?
Het is nog maar net dat Jakobus en Johannes dat aan Jezus hebben gevraagd.
Jullie weten niet wat je vraagt, zei Jezus toen.
Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken?
Ja, dat kunnen wij, zeiden ze.

Nu heeft Jezus net voor het laatst het Pesachmaal gevierd met zijn vrienden.
Wat zullen ze gedacht hebben van de dingen die Jezus zei?
Neem, eet, dit is mijn lichaam.
Drink allemaal uit deze beker, dit is mijn bloed.
Vanaf nu zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken,
Tot de dag dat ik er met jullie van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.

En dan alles wat Jezus zei over afvallen, verloochenen, verraden.
Dat zal toch niet gebeuren?

Jezus neemt zijn vrienden mee naar de olijfberg.
Een prachtige tuin met olijfbomen, net buiten de stad.
Een plek waar je tot rust kunt komen.

Maar zoals je zelf kunt hebben als je je zorgen maakt, of ergens bang voor bent:
Juist als je niets om handen hebt, dan komt het extra op je af.

Ik ben verdrietig, zegt Jezus.
Tot stervens toe verdrietig.
Blijf hier met mij waken.

Jezus zegt dat tegen Jakobus, Johannes en Petrus.
Die alle drie zo’n grote mond hadden.
Wij kunnen die beker wel drinken.
En: ik zal u niet verloochenen, al moet ik met u sterven!

En toch vallen ze nu in slaap. Alle drie.
Jezus is alleen.
Geen mens hield nog de wacht met hem.

En die beker, dat lijden dat hem te wachten staat,
komt vol op Jezus af.
Die beker waarvan Jakobus en Johannes dachten dat ze hem wel konden drinken,
Daarover bidt Jezus: Vader, als het mogelijk is, laat die beker dan aan Mij voorbijgaan!

Oog in oog met het lijden.
Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gebroken wordt.
Dit is mijn bloed, dat wordt voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden.

Als ik dit lees, voel ik me droevig.
Misschien zelfs wel een beetje schuldig.
Zou ik wel wakker gebleven zijn, als ik Petrus, Jakobus of Johannes was?
Zou ik Jezus ook alleen hebben gelaten?

Als wij dit verhaal lezen,
Dan mógen we het bij ons binnen laten komen,
Dat verdriet dat Jezus had.
Hoe hij opzag tegen wat er zou gaan gebeuren.
Nog even, en dan was er geen weg meer terug.
Dan zou Judas komen, met een groep bewapende mannen,
Om Jezus weg te voeren.

Maar er is nog iets dat we binnen mogen laten komen.
En dát is dat Jezus bleef.
Dat is dat Jezus bidt:
Vader, laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat U wil.

Alles waar wij de komende dagen aan denken, waar we over lezen, over horen,
Daarbij moet je steeds onthouden dat Jezus kíest om deze weg te gaan.
En dat doet hij niet uit plichtsbesef.
Dat doet hij niet alleen omdat het van hem gevraagd wordt.
Elke stap die Jezus tot nu toe heeft gezet, naar dit moment toe, is een bewuste stap.
Elke stap zet Jezus uit liefde.
Voor zijn vrienden, die zo’n grote mond hadden, maar een eindje verderop in slaap zijn gevallen.
En liefde voor ons.

Paulus vat zijn geloof heel mooi samen in één zin, in de brief uit de Galaten.
Ik wil niet meer leven voor mezelf.
Ik wil leven voor hem die mij heeft liefgehad,
En zich voor mij heeft overgegeven.

Als Jezus zegt:
Vader, laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat U wil,
Dan zegt hij dat voor ons.
Jezus is bedroefd.
Hij is bang.
Maar hij is ook bereid om die weg te gaan. Voor ons.

Voor Jakobus en Johannes en Petrus, met hun grote mond en hun kleine hart.
Zelfs voor Judas, die op het punt staat om hem te verraden.
Voor de soldaten die hem straks zullen uitlachen, vernederen, aan het kruis slaan.
Voor de misdadigers die naast hem hangen.
Voor al die mensen die staan te kijken als het gebeurt.

Hij ging die weg voor hen,
Hij deed dit ook voor hen.

En als wij zometeen het avondmaal vieren,
Dan zeggen wij tegen elkaar:
Dit is zijn lichaam, dat voor ons werd gebroken.
Dit is zijn bloed, dat werd vergoten om ook onze zonden te vergeven.

En dan mogen we ons verheugen,
In Jezus, die uit liefde deze weg voor ons wilde gaan.
Als wij een God hebben die zó van ons houdt,
Dan is dat een God die ons oneindig liefheeft.
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *