Ik heb altijd gelijk

Tekst: Jona 1:1 t/m 2:1

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Ik wil even een paar regels met jullie afspreken.
De eerste is, nu moet je even heel goed luisteren:
Ik heb altijd gelijk!

En de tweede regel is:
Als ik eens geen gelijk heb, gaat automatisch regel één in werking!

Nu lachen jullie wel, maar ik bedoel het serieus hoor!
Nee hoor, grapje natuurlijk.
Gelukkig kunnen we erom lachen.
Maar toch.
Toegeven dat je géén gelijk hebt, is niet altijd makkelijk.
Net zoals het niet altijd makkelijk is om,
als je ervan overtuigd bent dat je wél gelijk hebt,
je alsnog in een ander te verplaatsen!

Zoals Jona.
Die vond dat ook moeilijk.
Ook al had hij het gelijk aan zijn zijde.

Want Jona was zich daar heel erg van bewust.
Dat hij het gelijk aan zijn zijde had.
En dat er anderen waren die dat niet hadden.
Die in zijn ogen niet goed waren. Niet goed leefden.

Wat weten we eigenlijk over Jona?
Dat is best weinig.

Jona, de zoon van Amittai, is een profeet.
Een profeet, dat was een boodschapper van God.
Iemand die strijdt voor rechtvaardigheid en waarheid.
Die opkomt voor de armen, en voor mensen die onderdrukt worden.
Profeten waren niet bang om de waarheid te zeggen.
Ze kwamen zelfs bij koningen en machthebbers over de vloer,
om ze eens flink de les te lezen.

En Jona is naast een profeet, ook een Israëliet.
Dat zegt hij later zelf, als hij aan boord is van het schip.
Hij komt uit Israël, hij hoort bij het volk van God.
Want in de Bijbel is het Joodse volk het volk dat God heeft uitgekozen,
een volk met een speciale plek in de geschiedenis.

Dat is alles wat we van hem weten.
Maar daaruit blijkt in elk geval:
Jona is iemand die deugt.
Een goed mens, uit een goed volk.
En een profeet, die strijdt voor het goede.

En nu moet hij van God naar Nineve gaan.
Een stad waar het kwaad ‘ten hemel schreiend’ is.

Nineve was de hoofdstad van Assyrië, het tegenwoordige Irak.
Een enorme grootmacht in die tijd.
Assyrië was een oorlogszuchtig rijk,
en stond voor alles wat slecht is.
Moord, slavernij, verkrachting, onderdrukking.

Jona moet daar als profeet naartoe gaan,
Om die stad aan te klagen.
Om de mensen namens God te zeggen dat Hij dit niet accepteert!
Als ze op deze voet doorgaan, gaan ze hun eigen ondergang tegemoet.

Jona is overduidelijk de good guy van het verhaal.
Zo zíet hij zichzelf ook.

Alleen Jona voelt er niets voor om de rol van held op zich te nemen.
Hij ziet het niet zitten om naar Nineve te gaan.
Gek genoeg maakt hij zich wel helemaal klaar om op weg te gaan,
Maar het is als bij een sprintwedstrijd, waarbij iemand,
na het startschot, ineens pal de andere kant op rent, weg van de finish:
Jona gaat naar Tarsis. In Spanje.
Zo ver mogelijk bij Israël en bij Nineve vandaan.
Verder dan dat kón hij niet gaan.
Hij wil weglopen voor de taak die God hem heeft gegeven.

En dat is vrij bijzonder.
Zeker als Jona, later op het schip,
bijna opschepperig tegen de bemanning van het schip zegt:
Ik vereer de God van de hemel, de God die de zee en het land heeft gemaakt.
Toch wil hij weglopen voor die God.
Bijna als een kindje dat de handen voor de ogen doet, en denkt:
Als ik jou niet zie, zie je mij ook niet!

Waaróm weigert Jona om naar Nineve te gaan?
Durft hij soms niet?
Is hij bang dat ze niet naar hem zullen luisteren?
Dat ze hem iets aan zullen doen?
Dat is wel wat wij vaak denken.

Maar dat is het niet. Hij is bang voor precies het tegenovergestelde.
Dat zegt hij aan het einde van het boek tegen God, als God Nineve spaart:
Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was?
Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten.
Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol,
geduldig en trouw,
en tot vergeving bereid.

Wat gebeurt daar?
Als Jona dat denkt, waarom wil hij dan – bij voorbaat – al niet naar Nineve gaan?
En waarom is hij zo boos op God, als God besluit om Nineve te sparen?
Ziet hij soms liever dat die stad met de grond gelijk gemaakt wordt?
Kun je je daar iets bij voorstellen? Dat Jona dat zou willen?
Dat maakt dat je je gaat afvragen: ís Jona nou wel zo’n goede man?

We weten nu in elk geval nog iets over Jona:
Jona hield ontzettend van de waarheid zeggen,
en hij vond ook dat die waarheid nageleefd moest worden.
Hij wil niet naar Nineve gaan,
omdat hij vermoedt dat de mensen niet gestraft gaan worden voor wat ze hebben gedaan..
Zijn liefde voor de waarheid,
en misschien ook zijn afschuw voor onrecht,
is groter, op dat moment, dan zijn liefde voor de mensen.

Geldt dat eigenlijk niet voor heel veel mensen die zich inzetten voor het goede?
Voor een geloof? Voor een ideaal?
Of die zich inzetten tegen onrecht?
Dat je, als je dat doet,
ook het gevaar loopt om de zaak waar je voor vecht zo groot te maken,
Dat het al het andere overstijgt?
Zelfs de levens van andere mensen?
Mensen die volgens jou dat kwaad of dat onrecht veroorzaken?

Op die manier ontstaat terrorisme.
Door mensen die zó overtuigd zijn van hun eigen gelijk,
En dat iedereen die overtuiging met ze moet delen,
Zich aan de regels moet houden waar zij zich ook aan houden,
Dat ze geloven dat dat meer waard is dan mensenlevens.

Dat kan ook best goed in het klein gebeuren.
In situaties die wij kennen.
Denk eens aan de ruzies rond de windmolens in Meeden,
Waar mensen bedreigd zijn. Waar soms echt gevaarlijke dingen uitgehaald zijn.
Vanuit de strijd tegen het onrecht, zo wordt dat ervaren, van die windmolens.
Of een ander voorbeeld:
Hoe hard de discussie wordt gevoerd over zwarte piet.
Je hebt verschillende groepen die zich helemaal ingraven in hun eigen gelijk.
Dat zie je gebeuren, als je ze met elkaar ziet praten op TV.
Dan wordt er niet naar elkaar geluisterd.
Je ziet iedereen aan tafel denken: ik heb gelijk, jij niet! Maar ze komen niet verder.

Het kan ook in de kerk gebeuren.
Waar we zo overtuigd kunnen zijn van ons eigen gelijk,
dat we de ander het licht in de ogen niet gunnen.
En vaak gaat dat twee kanten op.

Bijvoorbeeld als het gaat over het ruimte geven aan homo’s en lesbiennes in de kerk.
Dat is best een spannend onderwerp.
De één is daar helemaal voor, de ander heeft er juist veel moeite mee.
Begin dit jaar liep die discussie hoog op.
Toen kwam er een verklaring, ondertekend door predikanten,
waarin werd gesteld dat als je relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht toelaat,
dat je dan geen echte christen bent.
Waarna andere kerken, andere christenen op hun beurt riepen dat je geen echte christen bent als je daar moeite mee hebt.
In die discussie kunnen we al snel vergeten dat het hier over echte mensen gaat.
Mensen met een verhaal. Mensen die zich veilig willen voelen in de kerk.
Ongeacht wie er gelijk heeft.

Of als het gaat over welke gebouwen behouden moeten worden als twee kerken samen gaan.
Ook daarin zijn, in veel gemeentes, harde woorden gevallen.
En ook daardoor kan er veel bitterheid ontstaan. Dat nog jaren na-ebt.

Je kunt misschien zelf nog wel andere voorbeelden bedenken.

Het is een belangrijke vraag: zelfs áls je gelooft dat je gelijk hebt.
Moet je dan de ander afvallen, of bedreigen, of uitschelden,
Of veroordelen, of zelfs de hersens in willen slaan?
Hoef je elkaar dan niet nog steeds het goede te gunnen?
Elkaar de ruimte te geven, zelfs al verschil je van elkaar?
Dat betekent niet dat je elkaar de waarheid niet mag zeggen.
Maar geen waarheid zonder liefde.

Het is wel bijzonder, hoe dat werkt:
Soms kunnen juist mensen die zich met alles wat ze zijn inzetten voor iets wat zij zien als het goede, daar heel bitter van worden,
vooral als ze zien dat er niks verandert.
Soms willen ze zelfs kwaad met kwaad vergelden, als niets anders lijkt te helpen.

Ik noemde daarstraks al het voorbeeld van de windmolens in Meeden,
En de zwarte pieten-discussie.

Je kunt ook denken, een extremer voorbeeld,
aan de moordenaar van Pim Fortuyn,
die hem een bedreiging vond voor de samenleving zoals hij die voor ogen zag.
En die zich dus gerechtigd voelde om hem uit de weg te ruimen.

Denk aan de Amerikanen, en de Iraniërs,
die elkaar als het grote kwaad bestempelen.
Die net zo graag een wereld zouden zien waarin dat andere land helemaal niet bestaat.
Zo ver kan dat gaan.

Zo is het ook met Jona.
Hij wil niet naar Nineve.
Want hij gelooft niet dat de mensen daar echt kúnnen veranderen.
Ze zullen misschien wel berouw hebben.
En God zal ze ook misschien wel sparen.
Maar zal er écht iets veranderen?
Zullen ze werkelijk stoppen met al die slechte dingen die ze doen?
Het is alsof hij tegen God wil zeggen:
Dat gelooft U toch zelf niet?

Jona heeft de moed verloren.
Wat maakt het nog uit?
Wat maakt het nog voor verschil?
Het is niets met die mensen in Nineve, en het zal ook niks worden.
Ze zijn het niet waard om zo zijn best voor te doen.
Hij vind zelfs dat ze maar beter van de planeet weggevaagd kunnen worden,
om het maar even zo te zeggen..
Dan stopt het onrecht tenminste. Waar hij zich zo kwaad over maakt.

Voor Jona is zijn gelijk zo belangrijk geworden,
Staat het onrecht zo groot op zijn vizier,
dat hij de mensen om wie het gaat niet meer ziet.
Hij ziet alleen nog het grote onrecht dat de mensen uit Nineve doen.
En je kunt je afvragen: is dat zo gek?

Wij mensen kúnnen echt de neiging hebben om wie anders denkt, of anders gelooft,
te demoniseren.
Als wij, bijvoorbeeld, op het nieuws horen over Rusland,
dan is dat over het algemeen heel erg negatief.
We horen over Poetin,
over hoe hij probeert de politiek in binnen- en buitenland te manipuleren.
En over de oorlogen die hij begint aan de rand van Rusland, in Oekraïne, en Georgië.

Maar dat Poetin dat doet, en dat de Russen hem dat laten doen,
dat ze geen andere president kiezen,
Dat maakt de Russen nog niet allemaal tot slechte mensen.
In 1985, tijdens het communisme,
waarin het Oostblok nog veel meer werd weggezet als het kwaad,
zong de Amerikaanse artiest Sting:
The Russians love their children too!
De Russen houden ook van hun kinderen.
Niemand is alleen maar slecht.

Wat Jona nodig heeft, is dat hij anders naar mensen gaat kijken.
Misschien dat God het daarom wel zo belangrijk vindt om juist hém naar Nineve te sturen!
Want die andere mensen zijn niet zo slecht als hij denkt.

Als hij op het schip zit, en de storm uitbreekt,
dan sluit hij zichzelf het liefst van al die andere, onbekende mensen af.
Iedereen maakt zich druk om de storm, maar hij ligt in het ruim te slapen.
Totdat hij naar buiten móet.
En als hij op dat schip staat, met al die vreemde mensen,
Die in vreemde goden geloven,
Moet hij ze vertellen waarom hij aan boord is gegaan.

En Jona is dan ook heel hard voor zichzelf.
Als uitkomt waarom hij aan boord van het schip naar Tarsis zit,
en hij niet op weg is naar Nineve, omdat hij niet naar God wilde luisteren,
En als blijkt dat hij bereid was om de hele bemanning van dat schip in gevaar te brengen om zelf aan zijn opdracht te ontkomen, zegt hij:
Gooi me maar overboord.
Hij is net zo streng tegen zichzelf als tegen een ander. Net zo rigoreus.
Maar dan gebeurt er iets moois.
Die vreemde mensen, met hun vreemde goden, blijken milder dan Jona.

Als Jona zegt: gooi me maar overboord, want ik breng jullie in gevaar,
dan wíllen ze dat helemaal niet!
Ze proberen eerst met alle macht naar de kust te roeien.
Ze gooien Jona pas overboord als ze echt geen andere uitweg meer zien.
En zelfs dan roepen ze naar God: vergeef ons!

Weet je, eigenlijk is de kern van Jona’s aarzeling om naar Nineve te gaan,
geen boosheid, of wraakzucht.
Het is in de kern een gebrek aan vertrouwen.
Dat klinkt gek als ik dat zo zeg.
Maar eigenlijk denkt Jona veel te klein over God.
Hij zegt tegen de mensen op het schip:
Ik vereer de God van alle mensen. De God die de aarde en de zee heeft gemaakt.
Maar gelooft hij dat zelf ook?
Als jij je inzet voor wat jij gelooft dat goed is,
en je hebt het gevoel dat jij dat ook zelf voor elkaar moet boksen,
als je het gevoel hebt: als wij de wereld niet redden, dan doet niemand het,
of misschien kleiner: als wij het geloof niet redden, dan doet niemand het,
dan kun je niet anders dan teleurgesteld raken. Het opgeven.
Misschien zelfs, uit frustratie, kwaad met kwaad willen vergelden.

Maar de Bijbel gaat niet alleen over wat mensen voor elkaar krijgen.
De Bijbel gaat over God.
Die bouwt aan Zijn koninkrijk, van recht en vrede.
En wij mogen erop vertrouwen dát God dat doet.
Dat deze wereld, met alle mensen die daarop leven, in zijn hand ligt.
Zelfs al zien we dat niet altijd.

Als je daar niet op vertrouwt, als alles van onszelf af moet hangen,
dan maakt het je op den duur bitter.
Dan raak je teleurgesteld.
Dan word je cynisch, en hard. Zoals Jona.

God gebruikt ons mensen wel.
Wij mogen ons inzetten voor vrede en voor recht. Voor het goede.
Met alles wie we zijn!
Zoals Jona ook op pad wordt gestuurd naar Nineve,
met een serieuze boodschap tegen het onrecht.
Maar God vraagt ook van Jona om te vertrouwen dat Hij weet wat goed is.
Ook als Hij de mensen in Nineve spaart.
Omdat Hij van de mensen in Nineve houdt.

Want dat is uiteindelijk het mooiste van het verhaal van Jona,
En volgens mij de belangrijkste van het hele boek:
God is niet alleen de God van Jona,
Of van de mensen die het goed doen.
Hij is de God van alle mensen.
Álle mensen gaan Hem aan het hart.
Ook de mensen die niet in Hem geloven. Daar geeft Hij ook om.

En dat is voor ons een hele bemoedigende boodschap.
Hij is ook de God van je kind, of kleinkind, die niet meer naar de kerk gaat.
Of van je man, of vrouw, die weinig met jouw geloof heeft.
Of van je vrienden en vriendinnen die niet geloven.
Gods liefde gaat verder dan de grenzen van Israël.
En verder dan de muren van de kerk!

En God vraagt niet van ons om ons terug te trekken op ons eigen kleine stukje,
met allemaal mensen die er hetzelfde over denken.
En de hele wereld daarbuiten te zien als het kwaad.
Als een wereld waaraan niets meer te redden valt.
Hij zegt tegen ons, net als tegen Jona: ga er maar op uit!
Want als je op mij vertrouwt, dat ik écht de God ben van alle mensen,
Dan kan dat geloof in het goede wel tegen een stootje.

Hij houdt meer van de mensen om ons heen dan wij zelf.
Ook van mensen die niet naar de kerk gaan, of die niet geloven.
Ook van mensen met wie wij het totaal niet eens zijn.
Ook van mensen die het verschil niet weten tussen links en rechts,
tussen goed en kwaad.
Zelfs van de dieren houdt hij!…

Dat is de God waar wij in mogen geloven!
Is dat niet iets om ontzettend blij van te worden?

Dus ga er niet voor om gelijk te hebben.
Ga ervoor om met Zijn ogen te kijken naar de mensen om je heen.
En ook naar jezelf.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *