ICAD-dienst 2026: David vraagt God om vergeving

Tekst: 2 Samuël 11:1-17; 26-27

Misschien ken je wel het lied van de leeuwenkoning:
Wacht maar af tot dat ik koning ben!
Niemand zegt: doe dit, niemand zegt: geef hier,
Niemand zegt: laat dat, niemand zegt: kom hier!
Ik doe gewoon wat ik graag wil.
Dat is nu net het verschil!
Een koning kan dat doen, toch? Een koning kan doen wat hij graag wil!
Want een koning is de baas!

Dat zou je denken.
Maar in de Bijbel is een koning niet de allerbelangrijkste:
God is de allerbelangrijkste.
Zelfs een koning staat niet helemaal bovenaan.
Een koning in de Bijbel is iemand die geen koning is omdat hij zelf zo goed is,
Maar omdat God hem die plek heeft gegeven.
En in de Bijbel moet een koning juist goed voor zijn volk zorgen.
Dus dan kan je niet doen wat je maar wil!

We hebben gelezen over David.
Hij was de koning van Israël!
Maar David was niet altijd al een koning.
Hij was begonnen als een gewone jongen.
Een herder was hij, die op de schapen paste.
Hij was niet heel groot, en niet heel sterk.
Maar hij had wel een groot vertrouwen op God.
Weet je wel, het verhaal van David en Goliath?
David versloeg de reus Goliath omdat hij vertrouwde op God in plaats van op zijn eigen kracht.
Daarom heeft God David uitgekozen om koning te worden.

Nu, jaren later, is David eindelijk koning.
En David doet het heel goed als koning!
Hij vertrouwt op God, en hij zorgt goed voor de mensen.

In het verhaal van vandaag is er een oorlog aan de gang.
Dat gebeurde toen vaak.
Eigenlijk hoorde de koning daar bij te zijn.
Maar dat doet David deze keer niet.
Deze keer stuurt hij zijn belangrijkste generaal.
En blijft hij zelf in het paleis.

Heb je wel eens een paleis gezien?
Paleizen zijn heel erg groot!
Het paleis van David was groter én hoger dan alle andere gebouwen.
Vanaf het dak van zijn paleis kon hij over de hele stad heen kijken!

En daar, op het dak, zag hij iets wat zijn aandacht trok.
David zag een hele mooie vrouw, die op het dak van haar huis in bad ging.
Dat zou jij niet zo snel doen hè,
op het dak van je huis in bad gaan!
Maar in die tijd was dat heel gewoon.
Alle huizen hadden een plat dak.
En op het dak van je huis kon niemand je zien.

Behalve dan koning David, vanaf het dak van zijn hoge paleis.
Dat was eigenlijk niet de bedoeling, dat hij dat zag.
Maar dáár kon hij niks aan doen.
Dat was per ongeluk.

David vond die vrouw heel mooi.
En hij dacht: als koning kan ik trouwen met wie ik maar wil!
Ik wil ook met haar trouwen.
Ook al had hij al heel veel vrouwen.
Dat zouden we nu óók nooit meer zo doen.
Maar in die tijd was het heel normaal dat een koning niet één, maar heel veel vrouwen had.

David vroeg aan zijn bedienden: wie ís die vrouw?
En ze zeiden: dat is Batseba, de vrouw van Uria.
Eén van de soldaten die voor u in de oorlog aan het vechten is.
Batseba was dus al getrouwd…
Ik weet niet of jij wel eens verliefd bent geweest?

Ik heb de serie ‘Bennie’ gezien. Misschien ken je die ook wel.
Daar wordt Bennie, de hoofdpersoon, ook verliefd.
Alleen hij wordt verliefd op de vriendin van zijn beste vriend!
En die vriend vindt dat natuurlijk helemaal niet leuk!

Als je verliefd wordt op de vriend of vriendin van iemand anders,
Dan weet je: daar kan ik beter niet aan beginnen.
Daar komt alleen maar verdriet van.
Dat had David ook moeten denken.
Ook al wás hij een koning.

Maar daar trok hij zich niks van aan!

Hij zei: breng haar bij me.
Dat kon hij gewoon doen, als koning!
En hij ging met haar naar bed.

Er staat nergens of Batseba dat wel wilde.
David was de koning. Zij moest gewoon naar hem toe gaan.
Tegen een koning kon je geen ‘nee’ zeggen.

David ging met haar naar bed, en toen stuurde hij haar weer naar huis.
Alsof er niks was gebeurd.
Hij was een koning. Hij moest voor de mensen zorgen.
Maar in plaats daarvan doet hij iets wat niet mag.
Hij steelt zelfs de vrouw van één van zijn soldaten, die voor hem aan het vechten is.

En na een tijdje blijkt dat Batseba ook nog eens zwanger is van David.
Nee toch!
David denkt: ik heb een probleem.
Uria is maandenlang niet thuis. Dus als Batseba straks een kindje krijgt,
wéét hij dat het niet zíjn kind is!
En dan komt uit dat ik de vader ben.
En dan krijg ik ruzie met Uria.
En niet alleen ruzie met hem: dan wordt iedereen boos op mij.

Weet je wat?
Ik haal Uria naar huis, uit de oorlog.
Dan slaapt hij thuis, en dan denkt hij dat híj de vader is van het kindje.
Niet heel eerlijk.
Maar slim opgelost van David!

Alleen Uria wíl helemaal niet naar huis.
Hij houdt wel van Batseba.
Maar al zijn vrienden zijn aan het vechten.
Dan kan ik toch niet lekker thuis gaan slapen, zegt hij.

David weet dan niet meer hoe hij het op kan lossen.
En in zijn hoofd hoort hij een stemmetje:
Jij bent toch de koning? Jij bent toch de baas? Jij kan toch alles oplossen?
Stuur Uria terug naar de oorlog.
En zorg dat hij helemaal vooraan moet vechten.
Dan zal hij doodgaan.
En dan kan jij met Batseba trouwen.

Zie je, hoe het steeds erger wordt wat David doet?
Eerst gaat hij met Batseba naar bed, terwijl ze de vrouw is van iemand anders.
Gewoon omdat hij de koning is.
Dan probeert hij dat te verbergen. Hij is er niet eerlijk over.
En nu wil hij Uria zelfs laten doodmaken!
Gewoon omdat hij bang is dat het uitkomt.

Dat was allemaal niet gebeurd als David hélemaal in het begin had gedacht:
Nee, ik heb al zoveel. Ik ben zo rijk. Ik heb zelfs al zo veel vrouwen.
Ik hoef niet nóg meer. En zeker niet de vrouw van iemand anders.

Maar nu moet David steeds verder gaan om te zorgen dat niemand erachter komt wat hij heeft gedaan.
Hij zit gevangen in zijn fout.

En hij luistert naar dat stemmetje.
Die zegt dat hij Uria moet laten doodmaken.
En als Uria dood is, trouwt David met Batseba.

David denkt opgelucht: zo, dat is klaar.
Maar zou hij écht gelukkig zijn met wat hij heeft gedaan?

Helemaal aan het einde van het verhaal staat nog één belangrijke zin.
Batseba werd zijn vrouw. En ze kregen een zoon.
Maar de Heer vond het slecht wat David had gedaan.

Daarover zo meer.
We gaan nu eerst zingen:
Uit de diepten roep ik U.

Lied: Uit de diepten (Psalmen voor nu)

Het verhaal is nog niet over!
Koning David denkt van wel.
Maar God wéét wat David heeft gedaan.
En dan stuurt God iemand naar David toe.
Een profeet. Natan.

En Natan vertelt een verhaal aan David.
Hij vertelt over iemand die álles had.
En iemand die bijna niks had.
En dan pakt diegene die álles heeft dat kleine beetje af van diegene die bijna niks heeft.

Als hij dat verhaal hoort, wordt David heel boos.
Dat kán toch niet!
Hoe kán diegene die álles heeft dat nou doen!
Diegene moet gestraft worden!

En dan zegt Natan, de profeet:
Dat bent u.
U hebt Batseba afgepakt van Uria, en Uria laten doodmaken.
En nu is God boos op u.

Misschien heb jij ook wel eens iets gedaan waarvan je denkt:
Zou God daar boos om zijn?
Ik wel.

En het klinkt misschien gek,
maar daarom vind ik het juist mooi dat het verhaal van vandaag in de Bijbel staat.
Dat het in de Bijbel niet alleen maar gaat over hele goede mensen,
die nooit iets verkeerds doen.
Maar dat het ook gaat over David.

David had een heel groot geloof. Een heel groot vertrouwen op God.
En toch maakt hij een grote fout.
Toch doet hij iets heel ergs.

Waarom ik het mooi vind dat dit verhaal in de Bijbel staat,
Is dat het verhaal aan ons laat zien dat God allang weet wat David heeft gedaan. David kan God niet voor de gek houden.
En: in dit verhaal vraagt David ook aan God om vergeving!

We hebben al met elkaar het verháál van David en Batseba gelezen.
Maar er is nóg een stuk uit de Bijbel dat hierover gaat.
Dat is een Psalm.
Een Psalm is een lied uit de Bijbel.
In het Bijbelboek Psalmen staan heel veel mooie liederen.
En een aantal van die liederen zijn geschreven door… koning David.
Op verschillende momenten van zijn leven.

Want David was niet alleen een koning:
hij kon ook heel mooi zingen, en muziek maken.
En David heeft een lied geschreven waarin hij God om vergeving vraagt.
Dat is Psalm 51.
Daar gaan we nu uit lezen.

Psalm 51:1-6; 9-13:

1Een lied van David. Voor de zangleider.
2David maakte dit lied nadat de profeet Natan met hem gesproken had.
Want David had met Batseba geslapen,
terwijl zij getrouwd was met één van zijn soldaten.

3God, u bent goed,
heb medelijden met mij!
Uw liefde is groot.
Vergeef me mijn zonden,
4neem mijn schuld weg,
maak mij weer schoon.
5Ik weet wat ik verkeerd heb gedaan,
steeds denk ik aan mijn fouten.
6Ik ben schuldig, schuldig tegenover u.
Ik heb gedaan wat u verkeerd vindt.
(…)

9Neem mijn schuld weg,
dan kan ik weer bij u komen.
Maak mij weer schoon,
zo schoon als witte sneeuw.
10U hebt mij zwaar gestraft.
Maak me nu weer vrolijk en gelukkig,
laat me weer juichen!
11Let niet meer op mijn zonden,
vergeet wat ik verkeerd heb gedaan.

12God, geef mij weer een onschuldig hart.
Maak mij van binnen nieuw,
zorg dat ik trouw blijf aan u.
13Stuur me niet weg,
blijf dicht bij mij met uw kracht.

Vergeving.
Dat is dat als jij boos bent op mij, en ik zeg sorry, dat we het weer goedmaken.
En pas, in een kerkdienst, zei Olaf iets heel moois.
Hij zei: God vergeeft altijd.
Dat betekent dat als jij iets hebt gedaan waar God boos om is,
en je zegt “sorry, God, wilt U het mij vergeven”,
Dat je mag weten dát God je ook wíl vergeven.
Dat het weer goedkomt tussen jou en God.

Dat is wat David doet in dit lied.
Nadat hij iets heel ergs heeft gedaan.

Hij zegt eerlijk tegen God wát hij fout heeft gedaan.
Hij doet niet alsof het niet is gebeurd.
Hij draait er niet omheen.
Hij zegt tegen God: ik heb gedaan wat U verkeerd vindt.

Misschien vind jij dat wel spannend om te zeggen, tegen God.
Om gewoon tegen God te zeggen wat je verkeerd hebt gedaan.
Maar God weet het allang!
Dus voor God hoeven we ons niet mooier of beter voor te doen dan we zijn!

En God wíl juist dat je naar hem toe gaat als je ergens spijt om hebt.

Zie je dit stripboek, op het plaatje?
Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik dat stripboek ooit heb gestolen.
Op clubkamp van de kerk.
We waren ergens op kamp.
En daar lag een grote mand met stripboeken!
En deze lag daar ook tussen. Van Donald Duck.
Ik was erin begonnen te lezen, maar ik had hem nog niet uit.
En ik wilde hem zó graag lezen!
Weet je wat ik toen heb gedaan?
Ik heb hem in mijn tas gedaan,
En ik heb hem meegenomen naar huis.
En thuis heb ik hem nooit meer gelezen.
Want ik voelde me veel te schuldig.

Heel lang heb ik gedacht dat God daar boos om was.
En ik bad, heel vaak, of God mij wilde vergeven.
Verder durfde ik het tegen niemand te zeggen.

Maar dat is nou juist zo fijn:
Áls je iets verkeerds hebt gedaan, dan mag je het júist tegen God zeggen.
Want God vindt het fijn als je dat tegen Hem zegt.
Ook al weet Hij het al!
God vindt het fijn als je Hem om vergeving vraagt.

En je mag weten dat God je ook wíl vergeven.
Omdat God ontzettend veel van je houdt.

Heb je het wel eens gezien, in de winter,
Dat álles bedekt is met sneeuw?
De wereld ziet er dan ineens zó anders uit.
Alsof alles nieuw is.
Alles ligt onder een dikke witte laag sneeuw.
Zo mooi is dat!

Zo vraagt David aan God:
Neem mijn schuld weg, dan kan ik weer bij U komen.
Maak mij weer schoon,
Zo schoon als witte sneeuw.

David vraagt God om een heel nieuw begin.
Zodat het is als sneeuw, die alles bedekt.
Dat je niets meer kan zien van het oude.
En je weer helemaal nieuw bent.

Zelfs David, die iets heel ergs heeft gedaan,
Mag nog steeds aan God vragen om vergeving.

Straks vieren we het Avondmaal met elkaar.
En het Avondmaal heeft ook álles te maken met vergeving.

Het Avondmaal gaat over Jezus.
Jezus die zóveel van je hield, dat Hij voor jou zijn leven heeft gegeven.
Om je te vergeven.
Om alles wat je verkeerd hebt gedaan, op zíjn schouders te nemen,
En het voor jou het kruis op te dragen.

Door wat Jezus voor jou heeft gedaan, mag je weten dat God jou áltijd wil vergeven.
Je mag bidden, net zoals David:
God, wilt U vergeven wat ik verkeerd heb gedaan?
Wilt U mij weer helemaal nieuw maken?
Wit als sneeuw?

En je mag niet alleen bidden om vergeving.
Je mag ook dánken dat God je wil vergeven.
Om wat Jezus voor jou heeft gedaan.

Want dat is altijd zo!
Daarom hoeft er nooit meer iets tussen jou en God jou in te staan.
Door wat Jezus heeft gedaan.
God vergeeft altijd.
Amen

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *