De normen en waarden van Christus

Tekst: Johannes 13

¨Wij staan voor de christelijke normen en waarden,
die deel uitmaken van de geschiedenis van dit land.¨
Het zijn woorden die regelmatig klonken tijdens de campagne voor de tweede kamerverkiezingen, afgelopen tijd.
Christelijke normen en waarden,
dat zijn bijvoorbeeld respect hebben voor elkaar, en naar elkaar omzien.

Maar die christelijke normen en waarden,
die gaan misschien nog wel veel dieper dan alleen dat.
Ze hebben namelijk te maken met Christus zelf.
Het is wat Jezus zijn leerlingen voorhoudt,
op de avond voor hij gekruisigd wordt.

Jezus en zijn leerlingen zitten samen aan de maaltijd.
Ze hebben met elkaar brood en wijn gedeeld.
Mattheüs, Markus en Lukas vertellen daar uitgebreid over.
Over hoe Jezus zegt: dit brood is mijn lichaam,
dat voor jullie gebroken wordt.
En deze beker is het nieuwe verbond,
dat door mijn bloed gesloten wordt.

Johannes vertelt niet over de maaltijd.
Niet omdat hij het niet belangrijk vindt,
maar omdat er nog iets heel anders gebeurde die avond,
iets dat ook het vertellen waard is.
Na de maaltijd staat Jezus op,
doet zijn bovenkleed af,
bindt het om zijn middel,
en hij gaat de voeten wassen van zijn leerlingen.

Als wij dat lezen,
nemen we het voor kennisgeving aan.
Maar in die tijd was dat echt iets heel bijzonders.
Bijna iets ongehoords.
Een meester die de voeten van zijn leerlingen waste?
Voor ons zou het misschien vergelijkbaar zijn
als koning Willem-Alexander hier binnenkwam en dat zou doen.
We zouden ons behoorlijk opgelaten voelen.
Jezus stond voor hun gevoel zo ver boven hen.
Dat was toch nergens voor nodig, dat hij dat doet?

Maar Jezus doet het wel.
Want hij wast de voeten van zijn leerlingen omdat hij daarmee iets wil laten zien.
Iets van hoe ver zijn liefde voor hen gaat.
Iets van wat er de komende dagen staat te gebeuren.
In dienende liefde legt Jezus zijn bovenkleed af,
en wast hij de voeten van zijn leerlingen,
zoals hij ook in dienende liefde zijn leven voor hen af zal leggen.
Het wassen van hun voeten staat symbool voor het wegwassen van de zonde,
van alles dat tussen God en ons, jou en mij, in staat.

Net zoals dat wij het moeilijk zouden vinden als de koning onze voeten zou wassen,
zo kan Petrus er ook niet over uit dat Jezus zijn voeten wast.
Hij heeft niet door wat Jezus hiermee wil zeggen,
en weigert het zelfs.
Petrus zou liever Jezus´ voeten wassen dan andersom,
net als hij liever zijn leven zou willen geven voor Jezus
dan dat hij wilde dat Jezus zijn leven gaf voor hem.

Het zit diep in ons mensen, om onszelf te willen redden.
Maar Jezus vraagt van Petrus niet dat hij zelf zijn voeten wast,
maar dat hij zich overgeeft.
Dat is de enige manier.
Dan zegt Petrus: was in dat geval ook mijn handen en mijn hoofd.
Maar schoner dan schoon kun je niet worden.
Wat Jezus doet, is genoeg.

Als hij de voeten van zijn leerlingen gewassen heeft,
wordt Jezus bedroefd.
Hij weet dat een van zijn leerlingen hem zal verraden,
en ook wie dat zal doen.
Het doet hem pijn,
en het moment is gekomen om dat te delen met zijn leerlingen;
om Judas te laten doen wat hij moet doen.

Jezus weet wat Judas zal gaan doen.
Waar hij aan denkt.
En toch wast Jezus zijn voeten.
Reikt hij Judas brood aan, zoals aan een eregast aan tafel.
Jezus doet geen beroep op Judas om hem niet te verraden,
hij weet dat het moet gebeuren.
Maar hij blijft Judas liefhebben.
Alleen Judas kan die liefde niet accepteren.
Er staat: de duivel neemt bezit van hem.
En hij gaat op weg, om Jezus uit te leveren.

Nu Judas weg is, is er voor Jezus geen weg meer terug.
En hij probeert dat aan zijn leerlingen uit te leggen.
Hij weet wat ze te wachten staat: het verdriet, en de ontreddering.

Jullie kunnen niet komen waar ik heen zal gaan.
Maar, zegt Jezus:
aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.
Jezus zal niet meer fysiek bij ze zijn.
Maar als ze elkaar liefhebben,
blijven zij in Hem, en blijft Hij in hen.
En de wereld om hen heen zal dat aan ze zien.

Het gebod dat Jezus geeft,
dat omvat de werkelijke normen en waarden van Christus.
Heb elkaar lief. Het is tegelijk een oud en een nieuw gebod.
Het liefhebben van je naaste als jezelf was een gebod dat Jezus al eerder had gegeven,
en dat ook al was gegeven in de Joodse Bijbel.
Maar het nieuwe aan dit gebod is dat het niet meer is omdat je een ander aardig vindt,
of omdat het van je verwacht wordt.
Maar dat het voortkomt uit dat Jezus zichzelf uit liefde voor ons heeft gegeven.
Die liefde kost ons niets, en toch krijgen we het.
Heb elkaar ook zo lief, zegt Jezus. En geef het voor niets.
Dan zullen de mensen zien dat jullie bij mij horen.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *