Bergrede II – Heb je vijanden lief

Tekst: 2 Koningen 6:14b-23; Matteüs 5:38-48

Ik weet niet óf je het nieuws volgt, of dat je inmiddels denkt: ik sluit me ervoor af.
Maar wat je de laatste weken ziet in het nieuws is iets waar je je zorgen over kan maken.
Wij lijken te leven in een tijd waarin het steeds meer gaat om het recht van de sterkste.
Met grote landen, en hun presidenten, die die hun eigen waarheid hebben.
En die hun macht laten gelden.
En niemand die ze tegen kan houden.

Dat je leeft onder dreiging van oorlog.
En onder dreiging van grote landen om je heen, die hun macht laten gelden,
Dat is iets wat in de hele geschiedenis van de wereld voor een groot deel heel normaal is geweest.
Maar wij zijn het op dit moment in Europa niet meer gewend!
Wij hebben driekwart eeuw aan vrede achter de rug.
Nog maar een klein deel van de mensen in Nederland kan zich een oorlog herinneren.

Maar ineens is die vrede niet meer zo zeker.
Ineens is er de laatste jaren een oorlog ín Europa, in Oekraïne, waar wij indirect bij betrokken zijn.
Ineens is er een president in de Verenigde Staten die de Europese Unie wil verzwakken, en die heeft gedreigd om land in te pikken.
Ineens is de bescherming van de NAVO niet meer zo zeker.
Het is een verontrustende tijd waarin wij leven!

En in plaats van dat het over lijkt te waaien, lijkt het steeds erger te worden.
Wij kunnen niet meer heel vanzelfsprekend zeggen dat die vrede nog eens 75 jaar duurt.

En niet alleen op het wereldtoneel is er veel onrust.
Ook binnen Europa en binnen Nederland gebeurt er van alles.
Er is steeds meer polarisatie.
Mensen staan steeds meer tegenover elkaar.
Ze luisteren niet meer naar elkaar, ze begrijpen elkaar niet meer, ze zetten elkaar weg.
Soms lijkt het alsof mensen binnen Nederland in hele verschillende werelden leven.

En er zijn mensen die daar rechtstreeks de dupe van zijn.
Ik zag vorige week een filmpje op de NOS over jonge Nederlanders met een Marrokaanse afkomst, die zijn opgegroeid in Nederland, en hun ouders ook,
Hun opa’s en oma’s zijn hier ooit naartoe gekomen.
maar nu gaat die jongere generatie naar Marokko omdat ze zich in Nederland niet meer welkom voelen.

Een Nederlandse gynaecoloog die in Marokko werkt vroeg aan al die jonge mensen in zijn praktijk: waarom ben je hier naartoe gekomen?
En allemaal zeiden ze: wij willen niet dat onze kinderen opgroeien in zo’n vijandelijk milieu.
Nederland is Nederland niet meer zoals het was,
we voelen heel veel haat om ons heen. En dat is alleen maar erger aan het worden.

Als je dat allemaal bedenkt, en dan vandaag in de Bergrede de woorden van Jezus leest:
Heb je vijanden lief, bid voor wie je vervolgen,
Dan kan dat wel erg lief klinken.
In de wereld zoals die nu is.
Is dat wel de oplossing?

Als Jezus zegt, zo staat het er letterlijk,
Dat je het kwaad geen tegenstand moet bieden?
Dat is toch eigenlijk iets geks om te zeggen?

Moet je het dan maar over je heen laten komen?
Moet je de situatie maar laten zoals die is?
Moet je onrecht maar laten gebeuren?
Hoe hebben de woorden van Jezus geklonken in zijn eigen tijd?
Toen was de wereld toch ook geen vredige plek?
Stel je eens voor dat – Rusland, of China, of Amerika, of wie dan ook – hier de baas zou worden?
In Jezus’ tijd wás dat al zo!
De Romeinen waren de baas.
De Romeinen waren de bezetters, en ze legden de mensen hun regels op, hun manier van leven, hun hoge belastingen.
En de mensen waren daar boos om!

Er waren mensen die daartegen in verzet kwamen.
En die dat legitimeerden vanuit hun geloof in God!
Die wilden de Romeinen het liefst met geweld verdrijven.
Niet gek, toch?

Want zo staat het in de Bijbel!
Als iemand jou iets aandoet, mag je het terugdoen!
Als iemand jou slaat, mag je terugslaan.
Als iemand jou een oog uitsteekt, is het eerlijk als zijn oog wordt uitgestoken.
Als iemand jou een tand uitslaat, moet hij het ook zonder tand doen.
Oog om oog, tand om tand.
Zo staat het in verschillende boeken in het Oude Testament.
In Exodus, Leviticus, Deuteronomium.

Dat klinkt heel gewelddadig. Maar zo was die wet niet bedoeld.
Eigenlijk was die wet uit het Oude Testament, ‘oog om oog, tand om tand’, bedoeld om geweld binnen de perken te houden!
Want zo ging dat in die tijd en cultuur.
Iemand deed een ander iets aan. Die ander deed hem dan weer wat ergers aan. En zo ging dat maar door.

De bedoeling van die wet is dat je een ander niet méér aan mag doen dan die jóu heeft aangedaan!
Zodat je niet terechtkomt in een cirkel van geweld, die alleen maar erger wordt.

Maar dan zegt Jezus: ja, dat staat er, maar dit zeg Ík erover:
Je moet je niet verzetten tegen het kwaad.
Je moet niet strijden tegen het kwaad.
Alsof Jezus wil zeggen:
met geweld ga je het van de machten van het kwaad niet winnen!

Dit is wat Ík erover zeg, zegt Jezus:
Heb je vijanden lief.
Bid voor wie je vervolgen.

Je vijanden. Wie zijn dat?
Vijanden zijn meer dan mensen die je niet zo mag.
Vijanden zijn mensen die jou haten, en die jij haat.
Je vijand, dat is iemand die jou naar het leven staat.

Hoe kan je daarop reageren zoals Jezus zegt?
Hoe kan je je vijand, iemand die jou naar het leven staat, liefhebben?

In Amerika ging afgelopen week een filmpje rond van een bisschop, van de Episcopale kerk.
Het ging over de situatie rond de vrouw die was doodgeschoten door ICE-agenten.
Zij zette haar auto tussen die agenten in en iemand die ze op probeerden te pakken.
Iemand die ervan verdacht werd dat die illegaal in Amerika verblijft.
Zulke mensen worden op straat gearresteerd en afgevoerd.
En omdat zij haar auto ertussen zette, is zij door die agenten doodgeschoten.
Iemand kwam op haar af, en ze wilde in paniek wegrijden,
En toen is er op haar geschoten.

En die bisschop zei in een preek tegen de mensen in zijn gemeente:
Wat zij deed, dát is nu onze taak als christenen.
Christen zijn vraagt van ons om op te staan voor recht.
Ook als dat ons eigen leven in gevaar brengt.

Maar dat is toch iets heel anders dan wat Jezus zegt?
Heb je vijanden lief?
Jezus noemt een aantal voorbeelden om duidelijk te maken wat dat concreet betekent.
Wat mij opvalt, in die voorbeelden van Jezus, is dat ze niks te maken hebben met achterover leunen, en het over je heen laten komen.
Maar juist alles met liefdevol opstaan voor recht, en gerechtigheid.

De mensen tegen wie Jezus spreekt denken dat gerechtigheid is:
Ik mag mijn vijanden aandoen wat zij mij hebben aangedaan.
Want dat is eerlijk.

Maar Jezus leert ze, en leert ons, een nieuw soort gerechtigheid.
Een creatieve vorm van opstaan voor recht!
Die niet gaat om wraak, om je recht halen.
Maar één waarmee je de liefde van God laat zien,
En waarmee je de ander daardoor als het ware zijn wapens uit handen slaat.

Daarmee laat jij zien dat je bij God hoort!, zegt Jezus.
Als je je vijanden liefhebt, en als je bidt voor wie jou haten.

Jezus zegt niet dat we passief moeten zijn tegenover geweld.
Jezus zegt: we mogen er iets anders tegenover zetten. Liefde, gerechtigheid en gebed.

Jezus noemt drie voorbeelden.
De eerste is:
als iemand jou op de ene wang slaat, keer hem dan ook de andere toe.

Dat iemand je op de wang slaat, dat was in die tijd meer dan alleen dat iemand jou pijn doet.
Iemand met de hand op de wang slaan was een belediging.
Daarmee maakte je een ander klein.
Daarmee liet je zien dat diegene onder jou stond.
Een kind sloeg je op de wang. Of een slaaf.

En dan opstaan, en de andere wang toekeren,
dat betekent juist niet dat je over je heen laat lopen.
Maar dat je opstaat, en zegt: sla me nog maar een keer.
Maar nu als een gelijke.
Je komt op voor recht.
Maar niet met geweld!

Het tweede voorbeeld dat Jezus noemt, is die van een rechtszaak.
Zo’n rechtszaak kwam er als iemand een ander geld schuldig was, maar het niet kon terugbetalen.
Jezus zegt: wat als jij een schuld niet kan betalen, en iemand je zelfs de kleren van het lijf wil halen?
Geef hem dan alles. Méér dan wat hij vraagt.
Oftewel: diegene die jou afperst, laat hem zien wat hij doet,
En beantwoord het met vrijgevigheid. Met liefde.
Doe meer dan wat er van je geëist wordt.

Het derde voorbeeld dat Jezus noemt, is die van iemand die jou dwingt een mijl met hem of haar op te lopen.
In die tijd was dat iets dat gebeurde,
Want Romeinse soldaten mochten dat doen:
Stel je voor: jij liep op een weg, en je kwam Romeinse soldaten tegen.
Die onderweg waren met hun hele uitrusting, en bepakking. Dat is zwaar!
Zij mochten jou dan van de wet dwingen om één mijl met ze op te lopen, en hun spullen te dragen.
Maar niet meer dan één mijl.
Dan moesten ze het zelf weer verder dragen.
Jezus zegt: als ze jou dwingen om een mijl met ze op te lopen, loop dan nog een mijl mee.
Gewoon, uit vrije wil.
Geef ze meer dan wat ze mogen eisen.

Het is een hele creatieve manier, een liefdevolle manier,
Om mensen een spiegel voor te houden.
Om ze beschaamd te laten kijken naar wat ze zelf doen.

Het verhaal uit het Oude Testament dat we hebben gelezen vind ik daar erg bij passen. Dat is ook een mooi voorbeeld van een creatieve vorm van gerechtigheid.
De koning van Aram had een veel groter en sterker leger dan Israël.
Hij was een pestkop.
Maar God levert, via de profeet Elisa, zijn hele leger aan Israël uit, zonder dat er ook maar een druppel bloed vloeit.
Ze kunnen geen kant meer op.
Dan vraagt de koning van Israël aan Elisa: wat moet ik met ze doen? Moet ik ze doden?
Dan was hij in één keer van die dreiging van Aram af geweest.
Maar Elisa zegt, heel verrassend: nee, zet ze een maaltijd voor, en laat ze gaan.
En dat doet de koning.
En vanaf dan valt de koning van Aram ze nooit meer aan.

Heb je vijanden lief.
Paulus zegt het ook mooi, in de brief aan de Romeinen:
Beantwoord het kwade met het goede.

Hoe is dat voor jou?
Kan jij je een situatie indenken waarin jij je boos maakt over onrecht, en ongerechtigheid?
Misschien iets wat iemand anders wordt aangedaan, misschien iets wat jouzelf wordt aangedaan.

Een spannende vraag:
Hoe kan jij in die situatie iets van Gods liefde laten zien?
Ondanks dat je onder druk wordt gezet?
Ondanks je eigen boosheid, en frustratie? En je ongeduld?

Dan kan je denken aan hele grote dingen, die in de wereld gebeuren,
Maar ook aan hele kleine dingen, die in je eigen leven gebeuren.
Misschien als je werkgever veel te veel van je vraagt? Of altijd op je loopt te mopperen.
Of als één van je ouders, of kinderen, boos naar je doet zonder echte reden?
Of als iemand jou op straat beledigt?
Of als iemand anders jou in het verkeer in gevaar brengt?
Ik moet eerlijk zeggen: ik heb in zo’n situatie wel eens mijn middelvinger opgestoken, dat had ik beter niet kunnen doen 😉
Afgelopen week nog werd ik op de fiets afgesneden door een auto, en ik riep heel hard: hallo!

Hoe kan je in één van die situaties Gods liefde laten zien?
Gods liefde laten zien is in elk geval iets anders dan het passief over je heen laten komen.
Het is kwaad beantwoorden met liefde.
En dan mag je nog steeds opstaan voor recht.
Dat doe je dan juist!

En misschien is dat wel onmogelijk, om dat altijd te doen.
Om altijd liefdevol te reageren.
Voor mij in elk geval wel.

Ik denk dat het goed is om te beseffen dat Jezus zijn toespraak, de Bergrede, niet bedoelt om ons slecht te laten voelen over onszelf.
Omdat het ons niet lukt om zo te leven als hij zegt.
Dat hij het zo moeilijk voor ons wil maken dat we er nooit aan kunnen voldoen.
Wat Jezus doet is meer dan advies geven over hoe je moet leven.

Wat Jezus hier vertelt, is goed nieuws.
Het gaat over Gods Koninkrijk.
Het gaat over hoe God wil dat wij met elkaar omgaan,
Omdat het laat zien hoe God zelf in elkaar zit.
Wat Gods hart is.
Wie God voor ons wil zijn.

De lat lijkt heel hoog te liggen.
Maar Jezus doet het zelf. Voor ons.
Hij heeft zelf laten zien hoe je op een andere manier kan leven.
Als ze hem beledigden deed hij dat niet terug.
Als ze hem uitdaagden, en uit de tent wilden lokken,
antwoordde hij met humor en met verhalen en wijze opmerkingen.
Als ze hem sloegen, verdroeg hij de pijn.
Toen ze hem kwamen arresteren vocht hij niet terug.
Toen ze hem vals beschuldigden ging Jezus er niet tegenin.
Toen ze het kruis op zijn rug legden, droeg hij het zelf naar de plek waar hij geëxecuteerd zou worden.
Toen ze hem aan het kruis sloegen, bad hij voor de mensen die dat deden om vergeving.

De Bergrede gaat in de eerste plaats niet over ons.
Als dat zo was, was het onmogelijk om je eraan te houden.
Het gaat over Jezus zelf.
Het is hoe Hij leeft.

Hij wil met de Bergrede Gods hart laten zien.
Hij wil laten zien wie God is, en wie God voor ons wil zijn.

Ín Jezus mag je God zien.
In wat hij zei, en in wat hij deed.

En wij mogen hem daarin kopiëren.
Dat is geloven.
Dat is achter Jezus aangaan, en proberen Hem na te doen.
Proberen op Hem te lijken.
Wat Jezus vertelt, over hoe hij wil dat met elkaar leven,
Dat wil Hij in ons laten groeien.
Omdat het is hoe God in elkaar zit.
Hoe God denkt.

Jezus wil dat wij onze vijanden liefhebben, en bidden voor wie ons haten,
Omdat Hij dat zelf ook doet.
Hij heeft zijn leven gegeven voor de mensen die hem haten.
Om hen, om jou, de liefde van God te geven.

En daar mogen wij ons door laten veranderen. Door zijn liefde.
En dan hoeven we het kwaad niet over ons heen te laten komen,
Maar we mogen met liefde opstaan voor recht en voor gerechtigheid.

Amen.

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *