Bergrede I – Gods licht weerkaatsen

Tekst: Matteüs 5:13-20

Ik wil deze overdenking beginnen met een stukje geschiedenis van het christelijk geloof.
Over de kerk in de eerste eeuwen na Christus.
Dat was namelijk best wel een bijzondere beweging in die tijd!

Want bij het eerste begin van het christelijk geloof was er iets heel belangrijks dat christenen onderscheidde van de samenleving om ze heen:
dat was dat ze niet alleen omzagen naar elkaar, naar mensen die bij de kerk hoorden,
maar ook naar mensen om ze heen die het moeilijk hadden.

De eerste christelijke gemeentes ontstonden in de steden.
In onze ogen waren die steden niet eens zo groot.
Maar ze waren heel dichtbevolkt.
In Rome verschenen bijvoorbeeld voor het eerst flatgebouwen:
huizen waar steeds weer een nieuwe verdieping bovenop werd gebouwd,
gewoon om plek te maken voor al die mensen.
En al die mensen dicht op elkaar, dat zorgde voor problemen.
Er was een grote kans op brand, omdat alle huizen van hout waren gemaakt.
Er was weinig drinkwater.
Het stonk, want er was geen riool.
Ziektes verspreidden zich heel erg snel met zoveel mensen.

En er was veel armoede.
Veel mensen die niks hadden, en ook niks kregen.
Als je niks had was je helemaal op jezelf aangewezen.
Zo zat de cultuur toen in elkaar:
in de ogen van mensen in het Romeinse rijk was het een zwakte om medelijden te hebben met mensen die het minder hadden.
Onverdiende hulp aan mensen geven, dat deed je niet.
Dat was geen vraag.

In die achtergrond, in die tijd en cultuur ontstonden de eerste christelijke gemeentes.
En christenen waren rare mensen, in de ogen van iemand uit die tijd.
De Romeinen hadden ook hun goden.
Die waren veeleisend. Daar moest je vooral offers aan brengen en dingen voor doen.
Christenen geloofden in een God wiens liefde je niet hoefde te verdienen.
Een God die in Jezus mens was geworden, en zijn leven voor ons had gegeven.
Een God die niet vroeg om offers,
maar die van jou vroeg om de mensen om je heen lief te hebben.

En dat déden christenen!
Ze zorgden niet alleen voor elkaar,
maar ook voor mensen die niet bij hun kerk hoorden.
Iedereen die het nodig had werd geholpen. Iedereen was welkom bij de kerk!
Ook mensen die niks hadden.
En ook mensen zonder status, zoals slaven, of in die tijd vrouwen.

In 251 na Christus schreef de bisschop van Rome, Cornelius,
dat de kerk op dat moment
– dat was een tijd waarin het christelijk geloof nog erg werd tegengewerkt –
1500 noodlijdenden ondersteunde.
En dat deden ze door weduwen uit de gemeente in te schakelen.

De kerk had fondsen om de armen te onderhouden en te begraven,
om wezen en ouderen te ondersteunen,
om mensen te helpen die schipbreuk hadden geleden,
of die waren veroordeeld tot de mijnen, of die in de gevangenis zaten.
Dat was ongekend in die tijd, niemand anders deed dat.
Maar christenen deden het wél.

En toen meerdere keren de pest uitbrak, en iedereen uit Rome wegvluchtte,
bleven de christenen achter om voor de zieken te zorgen.
Met gevaar voor eigen leven.
Want zij zeiden: er is meer dan dit leven.
Dat maakte op veel mensen diepe indruk.
In die tijd kwamen veel mensen tot geloof.

Jezus zegt in zijn bekendste toespraak, de Bergrede,
tegen de mensen die naar Hem luisteren:
Jullie zijn het licht voor de wereld.
Jullie licht moet schijnen voor de mensen,
zodat zij jullie goede daden kunnen zien
en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

En die eerste kerk, die eerste christenen, die namen dat heel erg ter harte.
Zij wilden zout zijn voor de mensen om ze heen.
Zout geeft smaak.
Ze wilden een verschíl maken!

En ze wilden licht zijn voor de mensen om zich heen.
Ook al werden ze zélf vervolgd en bedreigd:
Ze wilden zich niet verstoppen, maar Gods liefde laten zien.
Met woorden, maar ook met daden.

Want het is iets heel belangrijks dat Jezus zegt:
Dat mensen om ons heen, niet alleen aan ons moeten kunnen zien dat we geloven, door wat we zeggen, maar ook door wat we doen!

Ik heb in het verleden evangelisatiewerk gedaan op een camping,
Emma gaat dat dit jaar ook doen!
We hadden dan een recreatieprogramma voor kinderen en jongeren op de camping,
Maar daarnaast waren er ook activiteiten met een christelijke inhoud.
Er was elke dag een Bijbelclub voor kinderen,
en activiteiten rond geloof voor jongeren,
en elke dag een dagafsluiting.

Wat mij daaraan heel erg is bijgebleven, is wat we terugkregen van mensen op de camping.
Wij waren daar als vrijwilligers, en je zou denken dat mensen daar blij mee waren, maar in eerste instantie waren ze wantrouwend.
Wat willen jullie van ons? Waarom doen jullie dit?
Niemand doet toch iets voor niks?

Dat vertrouwen moesten we echt opbouwen.
En na een tijdje raakten mensen daar juist van onder de indruk.
Dat we het voor niets deden.

En weet je wat we toen terugkregen van mensen op de camping?
Dat ze het zo bijzonder vonden hoe wij, als team, met elkaar omgingen.
En met mensen op de camping.
Dat ze het bijzonder vonden dat we zo aardig waren, en vriendelijk, en behulpzaam.

Mensen werden niet in eerste instantie geraakt door wat we zeiden,
Maar door wat we deden.
Door hoe we met elkaar omgingen.

Binnenkort is er weer een Alphacursus, hier in de kerk,
Die we geven samen met verschillende kerken uit Capelle.
En daar komen ook altijd mensen die geen christelijke achtergrond hebben!
En daar hoor ik hetzelfde.
Dat mensen niet alleen geraakt worden door de inhoud van wat we zeggen,
Maar ook door de warme sfeer.
Door dat ze welkom zijn.
Door hoe we met elkaar en met hen omgaan.

Jezus laat zien, in zijn toespraak,
Hoe je iets van je geloof mag laten zien aan mensen om je heen.
Wat je zegt is daarbij belangrijk, waar je voor staat.
Maar ook wie je bent, en wat je doet.
Hoe je met elkaar en met anderen omgaat.

Hij heeft het dan over dat je je licht mag laten schijnen voor de mensen.

Licht, daar zijn in het Grieks verschillende woorden voor.
Je hebt bijvoorbeeld het woord ‘lampos’.
Als je geen Grieks kan weet je nog steeds wat dat bekenent.
Want ‘lampos’ daar komt ons woord ‘lamp’ vandaan.

Maar in deze Bijbeltekst staat in het Grieks een ander woord: ‘foos’.
En ‘foos’, dat woord staat bijvoorbeeld ook bij het licht dat van Jezus afstraalt als hij boven op een berg spreekt met Mozes en Elia.
‘Foos’, dat is licht dat van God afstraalt.

Als Jezus hier zegt: ‘laat jullie licht schijnen’,
dan gaat het niet om je éigen licht,
maar om het licht van de hemel, van Gods Koninkrijk, van Gods aanwezigheid.

Ik heb hier een kaars.
Wat als ik tegen deze kaars zou zeggen:
laat je licht maar schijnen, zodat iedereen je kan zien?
Uit zichzelf kan die kaars niks. Hij doet niks!
Hij geeft geen licht, hij kan niet uit zichzelf branden.
Ik moet hem eerst aansteken! (steek de kaars aan)

Zo is het ook met dat licht waar Jezus het over heeft:
Het is niet jouw éigen licht dat je moet laten schijnen bij de mensen,
Het is het licht dat van God afkomt, en op ons weerkaatst.
Het is de liefde van God!

Wat maakt het christelijk geloof zo anders dan andere geloven?
Dat is, dat las Hester vorige week ook nog voor in de dienst,
Dat God óns het eerst heeft liefgehad, al voordat wij Hem konden liefhebben.
Het christelijk geloof gaat niet over dat wij iets voor God moeten doen.
Het gaat over dat we de liefde van God krijgen.
Dat je mag weten, dat je er niet aan hóeft te twijfelen, dat God van je houdt.

Dat heeft hij laten zien!
Met Kerst vieren we dat God in Jezus de hemel achter zich liet,
en mens werd, en naar ons toe kwam.
En met Pasen vieren we dat Jezus voor ons stierf aan het kruis,
en opstond uit de dood.
Wij geloven dat we mogen leven uit de genade.
Uit de liefde die God zó aan ons wil geven!

En díe liefde, díe mogen we doorgeven.
Wat Jezus zegt is dus geen opdracht om het zélf te doen, op eigen kracht.
Om maar heel veel activiteiten op te tuigen, en heel erg ons best te doen.
Het gaat erom dat wij ons mogen laten veranderen door de liefde die God aan ons geeft.
Die liefde wordt in ons aangestoken.
Die mogen we weerkaatsen!

Je mag liefhebben, omdat God jou eerst heeft liefgehad.

Vervolgens zegt Jezus:
Dat licht, dat moet je niet verstoppen!
Onder een korenmaat, dat is een grote bak.
Zodat het alleen daar schijnt, en jij het alleen zelf kan zien.

Je mag het laten schijnen als een stad op een berg, die je al van veraf kunt zien.
In die tijd, als het begon te schemeren, dan wilde je niet buiten de stad zijn.
Daar was het gevaarlijk. Daar waren ’s nachts wilde dieren, en rovers.
Dus als het begon te schemeren, en je was onderweg, en je zag in de verte de stad liggen, dan werd je blij!
Dat was bemoedigend.

Stel je voor: diezelfde kaars, die brandt.
Maar wat als je er iets voor zet?
Dan kan niemand het licht meer zien.

Denk eens na: hoe kan je je licht verstoppen?

Ik denk dat Jezus hier met je licht verstoppen bedoelt dat je het heel erg goed hebt met mensen van wie je houdt, die dicht bij je staan,
Waar jij liefde aan geeft, en waar je liefde van terugkrijgt.
Dus als het ware: dat je je opsluit in je eigen, veilige bubbel.
Met mensen met wie je het goed hebt.
En die boze buitenwereld, daar wil je niet teveel mee te maken hebben.

Een andere bisschop uit het oude Rome, Tertullianus, (dat is een echte tongbreker)
die schreef:
naastenliefde die niet verder gaat dan de mensen van wie je houdt, is geen échte naastenliefde.

Jezus zegt dat zelf ook, even verderop in zijn toespraak:
Is het een verdienste als je alleen geeft om wie van jou houdt?
En als je alleen vriendelijk bent naar je medegelovigen,
wat voor uitzonderlijks dóe je dan?

Je licht laten schijnen voor de mensen,
Dat is je licht laten schijnen buiten je eigen, veilige bubbel.

Dat is wat die allereerste christenen ook deden:
Die gaven niet alleen om elkaar, maar ook om mensen buiten de kerk.
En juist daardoor maakten ze indruk op de mensen om ze heen.

Je mag je licht, dat is het licht van Gods liefde,
laten schijnen als een stad op een berg,
Een bemoedigend en hoopvol licht voor mensen die het zien.

Het is dus niet jouw licht, maar Gods licht dat in jou is aangestoken, Gods liefde.
En het is niet bedoeld om te verstoppen, om voor jezelf te houden,
maar om het te laten zien.

Je licht laten schijnen heeft dus niet alleen te maken met wat je zegt,
Maar ook heel veel met wat je doet.
En niet alleen met wat je doet, maar ook met hoe je bént!
Samen, als kerk.

Want het kan ook een valkuil zijn, als je deze tekst leest,
Dat je heel erg activistisch wordt.
Dat je denkt: wíj moeten het doen!
Wíj moeten een verschil maken!

Je kan je door deze tekst tekort voelen schieten.
Ik kan dat in elk geval wel hebben.
Dan denk ik: hoe zien mensen aan mij dat ik geloof?
Moet ik meer doen, zodat mensen dat aan mij kunnen zien?

Maar daar gaat het niet om.
Jij mag, en wij mogen als kerk,
Ons laten veranderen door Gods liefde voor ons!

Het is niet óns licht dat we moeten laten schijnen: we mogen zijn liefde weerkaatsen.

En tegelijk mogen ons wel uit laten dagen door wat Jezus zegt!
Want Jezus legt de lat niet laag!
De hele bergrede door niet!

Hij zegt: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de farizeeën en de schriftgeleerden, zul je het koninkrijk van de hemel niet binnengaan!

Wat Jezus daarmee bedoelt is:
Geloven gaat niet om je houden aan de regels!
En als je dat doet, dan is het goed!

Die regels, en geboden, en wetten uit de Bijbel,
Die zijn goed, maar die hebben een bedoeling.
En dat is dat jouw leven de liefde en de gerechtigheid van God mag weerspiegelen.

En dat is niet niks!
Daar daagt Jezus ons wel in uit!
Die liefde die we van God ontvangen, is niet bedoeld om te verstoppen, om voor onszelf te houden.
Het is niet de bedoeling dat we het als kerk en als christenen goed hebben met elkaar, en dat we ons afsluiten voor de wereld om ons heen.

Die liefde die we van God krijgen is bedoeld om door te geven.
Wij mogen Zijn licht laten stralen.
Dat licht dat in ons is aangestoken.
Die liefde van God, die ons verandert.

We mogen Gods liefde laten zíen,
aan onze buren, aan mensen uit onze wijk,
aan onze familie en vrienden,
maar ook aan mensen buiten onze eigen kring,

Zodat mensen om ons heen, door wat we doen, en hoe we zijn,
Eer bewijzen aan onze Vader in de hemel!

Wij mogen liefhebben, omdat God ons eerst heeft liefgehad.

Amen.

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *