Stefan Paas – Vreemdelingen en priesters

Paas

Inleiding

We leven in een cultuur waarin het steeds minder vanzelfsprekend is om te geloven. In de steden nog het ergst, maar ook steeds meer in de dorpen. Het christelijk geloof zegt mensen weinig of niets meer. Dat kan vragen oproepen. Wat is mijn geloof nog waard?
Het doel van het boek is nadenken over hoe je een hoopvolle minderheid kunt zijn als kerk, zelfs als je weet dat het niet lukt om mensen om je heen te overtuigen.

Gespreksvragen:
-Stefan Paas vertelt hoe hij opgroeide in Veenendaal, in een toch wel beschermde christelijke cultuur. Wat herken je daar zelf van, in je eigen leven?
-Mensen vinden het geloof niet meer aantrekkelijk. Hoe komt dat, denk je?
-Als je een minderheid wordt, dan kan dat vragen oproepen. Vind jij geloven nu moeilijker dan vroeger? In welke opzichten wel? In welke niet?
-Als je kinderen hebt, zullen die al jong beseffen dat ze niet in alle opzichten bij de groep horen (13). Hoe kun je kinderen/jongeren daarin ondersteunen?
-“Hoe kun je een positieve christelijke identiteit bewaren terwijl je eigenlijk weet dat de meerderheid van de mensen om je heen die identiteit niet deelt of ooit zal delen?” (13). Wat vind je van die vraag? Realistisch of te negatief?

Hoofdstuk 1 – Missionair in seculier Nederland

(Samenvatting uit het boek, par. 1.6): Hoewel er tegenwoordig groeiende aandacht is voor het missionaire karakter van de kerk, is er tegelijk veel theologische kritiek op de missionaire praktijk in Nederland. Die kritiek kan terecht zijn, maar lijkt door te schieten in karikaturen. Wat we ook kunnen zeggen over bestaande missionaire initiatieven, de christelijke kerk zal moeten volhouden dat het missionaire karakter van het geloof onopgeefbaar is. Dit vloeit voort uit de ervaring met Christus, de overtuiging dat in hem unieke waarheid te vinden is en het geloof dat zijn leven, sterven en opstanding relevantie heeft voor de noden van de wereld. Wie dit opgeeft, wijst niet slechts zending af, maar uiteindelijk ook het christelijk geloof. Daarmee is tegelijk het hart van christelijke zending benoemd: ook al is zending breed en diep, evangelisatie is de kern ervan. Recente ontwikkelingen in de missiologie, onder invloed van de niet-westerse kerk en oecumenische discussies, wijzen ook in die richting. Dit hart staat vervolgens open voor de ander, want met missionair verlangen is de ontvankelijkheid van het christendom gegeven.

Gespreksvragen:
-Kerken moeten zich meer naar buiten keren, beter hun best doen. Vind je dat ook? Waarom?
-Wat is ‘missionair zijn’ volgens jou?
-Missionaire grondstructuur (24): Wat is voor jou een reden om te geloven? Zou dat voor jou ook een reden zijn om anderen daarover te vertellen?

Hoofdstuk 2 – Een steeds wijkende meerderheid
De kerk heeft altijd te maken gehad met een actieve minderheid (kern) en een minder actieve meerderheid (rand). De manier waarop dat functioneert verandert wel. Vroeger werd de kerk gezien als een ziekenhuis. Je kreeg met de kerk te maken op belangrijke momenten in je leven. Bij doop, huwelijk, uitvaart. De mensen vinden het belangrijk dat de kerk blijft bestaan, zelfs al gaan ze er zelf niet naartoe, en voelen ook de verplichting om daar een steentje aan bij te dragen, bijvoorbeeld door te geven of praktisch te helpen.
Tegenwoordig is de kerk meer een restaurant. Het is meer gericht op je persoonlijk aangesproken voelen. Alleen als je intrinsiek gemotiveerd bent ga je naar de kerk, je voelt je daar niet meer toe verplicht. Mensen wisselen makkelijk van kerk. Ze zoeken een kerk die hen aanspreekt. Tegelijk willen ze zich er dan ook best voor inzetten, en ze zullen er waarschijnlijk enthousiaster over zijn naar mensen om hen heen, net zoals je enthousiast bent over een goed restaurant.

Gespreksvragen:
-Wat vind je van dit beeld? Wat herken je wel en wat herken je niet?

We leven in een tijd waarin mensen het christelijk geloof niet meer als vanzelfsprekend of noodzakelijk ervaren. Vroeger was het vaak zo dat je er door te geloven op vooruit ging. Voorbeeld: Nijkerkse beroeringen; zending in Afrika. Nu hebben we het christelijk geloof niet meer nodig om gelukkig te zijn, een goed leven te leiden, aan barmhartigheid te doen. Je hebt de wind van de cultuur om je heen niet mee. Daarom moet je in deze tijd intrinsiek gemotiveerd zijn om christen te worden.

Gespreksvragen:
-De boodschap van het christelijk geloof is niet langer een stem die gesteund wordt door noodzakelijkheid en vanzelfsprekendheid. Ben je het daarmee eens?
-Hoe raken mensen in deze tijd wel ‘gemotiveerd’, denk je?
-Paas zegt zo ongeveer: een opwekking zoals vroeger gebeurde komt niet meer. Het kost veel moeite, tijd en energie om mensen bij de kerk te betrekken. Wat vind je van die uitspraak? Wat zegt dat over hoe je kerk kunt zijn?

Hoofdstuk 3 – Van volkskerk tot verovering
1. Volkskerk
Een volkskerk is een kerk met een breed lidmaatschap. Het is de kerk die zichtbaar aanwezig is in het dorp of de wijk, en waar ook mensen die niet direct betrokken zijn bij de kerk er wel terechtkunnen. De focus ligt op eenheid, en vaak gaan families al generaties lang naar deze gemeente. De kerk heeft een kern die actief is, en een grote buitenrand die minder actief is.

Gespreksvragen:
-Wat herken je van het beeld van de volkskerk dat er beschreven wordt? In hoeverre is onze gemeente een volkskerk? Zit daarin nog een verschil tussen de van oudsher gereformeerde en hervormde kerken?
-Spanning tussen kern en rand (66). De rand wordt soms zo breed gemaakt, dat iedereen eronder valt (kikkers in een kruiwagen). Stefan Paas stelt de vraag of die spanning niet ophoudt als er niets meer is waar het in de ‘kern’ over gaat, als het in de kerk bijvoorbeeld alleen nog gaat om het met elkaar ‘verbinden’ van mensen. Wat vind je van die vraag?
-Wat zijn juist positieve kanten aan de volkskerk?

2. Kerk als tegencultuur
Anderen vinden dat in plaats van dat de kerk en de wereld samenvallen, de kerk juist een ‘tegencultuur’ moet vormen. Het moet een gemeenschap zijn die “zich onderscheidt van de wereld door radicale navolging van Christus, een vurig geloof, hartelijke gemeenschapszin en een heilig leven” (74).

Gespreksvragen:
-Stelling: als christen moet je een tegengeluid laten horen tegenover de ‘wereld’, met je woorden en/of met je leven. Wat vind je hiervan?
-Wat betekenen ‘heilig leven’ en keuzes maken als christen voor jou in de praktijk? Waarin kunnen wij ons onderscheiden van mensen buiten de kerk?

Kritiek op deze zienswijze is dat de wereld per definitie als negatief wordt afgeschilderd. Het is belangrijk om als gemeente niet alleen ergens ‘tegen’ te zijn. Plus: een tegencultuur vormen is overal weer wat anders.
Je moet juist mensen buiten de kerk gelegenheid geven om stap voor stap in te groeien in de gemeente.

Gespreksvragen:
-Hoe zou dat er volgens jou in je eigen omgeving uit kunnen zien?

3. Kerkgroei-model
Van oorsprong Amerikaans model. Grote megakerken, die veel mensen bereiken. Hier in de buurt zijn het vooral Evangelische kerken. Vrije Baptisten Groningen en Drachten; Vrije Evangelisatie Zwolle; Doorbrekers in Barneveld. Doel: weer volle, aantrekkelijke kerken. Kerken moeten zich vernieuwen. Mensen moeten (opnieuw) worden bekeerd, aangesproken met het evangelie.

Gespreksvragen:
-Zijn aantallen belangrijk in de kerk? Waarom wel/niet?

De reactie van Stefan Paas is dat evangelisatie losgemaakt moet worden van het streven naar kerkgroei. In de Bijbel zijn christenen vaak juist een minderheid. Bijbelse beelden voor de kerk zijn zout, licht, vreemdelingen en bijwoners (82). Een Bijbels beeld van de kerk is een gemeenschap die een kwetsbaar leven leidt, temidden van de wereld.

Gespreksvragen:
-Spreekt dit beeld je aan?
-Hoe ziet zo’n kerk eruit volgens jou?
-“Is de missie van de vreemdeling pas geslaagd als hij het voor het zeggen heeft?”. Volgens Paas moeten we zoveel mogelijk af van alle ‘ballast’ die we als kerken meedragen (grote bezittingen, privileges die we volgens de wet krijgen). Alleen als zwakke kerk willen mensen luisteren naar wat je te zeggen hebt. Wat vind je van die opvatting? Ben je het ermee eens?

4. De wereld transformeren; veranderen
In dit model, dat geïnspireerd wordt door Abraham Kuyper (gereformeerd theoloog), is het doel van kerken aanwezig zijn in de maatschappij en die transformeren. Voorbeelden zijn christelijke partijen, christelijke kranten, christelijke welzijnsorganisaties. De kerk wordt ingeschakeld in Gods plan: het herstel van zijn door zonde beschadigde Schepping. Daarom worden we als christenen de wereld in gezonden, om die beter te maken.
De kerk moet af van de kom-naar-ons-mentaliteit, en juist vanuit haar geloof een verschil gaan maken in de wereld.

Gespreksvragen:
-Spreekt dit beeld van de kerk je aan? Waarom wel of niet?
-Hoe maken wij als kerk ‘verschil’ in onze eigen buurt?

Stefan Paas heeft wel een paar punten van kritiek hierop. Zo stelt hij de vraag of ‘naastenliefde’ in zichzelf niet genoeg is, zonder deel uit te maken van een groter plan. Daarnaast zegt hij: een christelijke samenleving, dat is een droom die voorbij is. We moeten zout in de wereld zijn, niet de wereld tot een zoutvallei maken. Je kunt teleurgesteld raken als je het doel van zending heel groot maakt, maar dan steeds weer tegen een muur aanloopt.
Daarnaast stelt hij de vraag of we in deze tijd soms niet teveel op het hier en nu gericht zijn. Zoekt God de bloei van mensen, of nog meer dan dat?

Gespreksvragen:
-Een christelijke samenleving: die droom is voorbij. Ben je het daarmee eens? Wat voor consequenties heeft dat?
-Wat betekent het praktisch om een getuigende kerk te zijn in een wereld die God niet erkent?

We moeten het verschil onderkennen tussen kerk en wereld. We zijn ‘anders’, maar we maken er wel deel van uit. We moeten in elk geval de controle over de samenleving loslaten, voor zover we die nog (proberen te) hebben. We zijn geen instrument om opnieuw een christelijke cultuur te brengen, maar we mogen een teken zijn, een ‘voorproefje’ van Gods Koninkrijk.

Volgen Paas moeten we zicht houden op God en zijn rijk, Jezus Christus en het evangelie. Anders betekent christelijk zijn straks weinig meer (118). Jezus noemt twee geboden het belangrijkst: God liefhebben én de naaste. Liefde begint bij God. De bron van al onze liefde is Gods onverdiende en niet-instrumentele liefde voor ons. En die liefde moet uitmonden in liefde voor mensen om ons heen. Die twee aspecten kunnen niet los van elkaar gezien worden. Maar: de kerk is er niet alleen voor de wereld. Zij is er in eerste plaats voor God.

Gespreksvragen:
-Wat vind je van wat Stefan Paas hier zegt? Heeft hij een punt?

Hoofdstuk 4 – Ontworteld en verstrooid

Religie is ont-bed uit onze samenleving. Geloven heeft de wind niet langer mee, het spreekt niet langer vanzelf. Dat vraagt om een nieuwe manier van geloven.
Er valt een parallel te trekken met de Joodse Ballingschap. Dat was een traumatische ervaring, een aanslag op de fundamenten van het Joodse geloof. Met de verwoesting van de tempel verdween God uit hun midden, en ze waren zelf ver verwijderd van het beloofde land. Ze voelden zich ontworteld.
In de Bijbel zijn teksten terug te vinden waarin daar over gesproken wordt. In de Klaagliederen en sommige Psalmen. Het zijn getraumatiseerde reacties van een overweldigd volk. Ze uiten hun gevoelens van wanhoop, en zelfs van woede en wraak. Die gevoelens mogen blijven staan. Het is belangrijk om ze ‘uit te luisteren’.
Ook wij kunnen ons ontworteld en verongelijkt voelen als de overheid in Nederland zich steeds minder van christenen aantrekt.

Gespreksvragen:
-Herken je dat, dat je soms met weemoed terugkijkt naar hoe het was? Hoe geef je dat een plek?
-Hoe kun je, als de kerk krimpt, toch positief in je geloof blijven staan?

Ballingschap, verklaringen en duidingen
De ballingschap wordt in de Bijbel heel verschillend geduid. Sommige profeten zeiden: het komt allemaal wel weer goed. Anderen zeiden: het gaat nog heel lang duren. Soms wordt God aangeklaagd, of gezien als de grote Afwezige. Waarom heeft Hij zijn volk niet verdedigd? Maar ook wordt soms benadrukt dat God zelf achter de ballingschap zit. De maat was vol. Hij maakt een einde aan de ongerechtigheid.

Gespreksvragen:
-Hoe denk jij hierover? Als de kerk kleiner wordt, betekent dat dat God ons heeft verlaten? Of is er iets wat God ons hierdoor wil leren? Wat zou dat kunnen zijn?
-Wat zegt Stefan Paas over al die verschillende verklaringen?
-Volgens Stefan Paas is de kans klein dat de kerk weer zo groot wordt als hij geweest is. Dat geeft ontspanning. Maar ontslaat het ons van de verantwoordelijkheid om het goede nieuws met mensen te delen? Hoe denk jij daarover?

Getuigend geloof
De ballingschap is een crisis volgens Paas, net zoals de krimp van de kerk dat voor ons is. Het is niet goed de zwaarte ervan te ontkennen. Zelfonderzoek is nodig. Maar het betekent niet dat we naar binnen moeten keren, alleen nog moeten kijken wat we zelf verkeerd hebben gedaan. En het is belangrijk om ook oog te hebben voor de bevrijdende en heilzame kanten van het leven in ballingschap.
Het Joodse volk leerde in de ballingschap opnieuw om God te verstaan. Hij bleek niet alleen de God van Israël, maar Hij is de God van alle landen en volken. Hij is niet aan een plaats gebonden. Ze konden hem ook dienen in een vreemd land, ver weg van de tempel. “De hemel is Gods troon, de aarde zijn voetenbank”, Jesaja 66:1.

Datzelfde geldt voor de kerk. Wij moeten opnieuw leren wat het betekent om in God te geloven, maar dan in een wereld waarin de kerk geen macht heeft. De kerk kan niet meer spreken ‘uit de wolken’, zeggen: zó moet je het geloven. Ze moet ‘getuigend’ spreken. Beseffen dat er niets vanzelfsprekends is aan het christelijk geloof. Het staat juist op gespannen voet met hoe wij de werkelijkheid ervaren. Het gaat om de verkondiging van goed nieuws, dat alles in de wereld op losse schroeven zet.

Gespreksvragen:
-Wat is volgens jou het ‘goede nieuws’? Wat hebben wij te delen met de mensen om ons heen?

De verleiding in ballingschap is groot om daarover te zwijgen, of op zoek te gaan naar boodschappen die nog wel gesteund worden door de heersende machten. Je kunt onzeker worden als mensen het niet meer vanzelfsprekend of zelfs belachelijk vinden wat je te zeggen hebt.
Getuigen is kwetsbaar. Je kunt je geloof niet bewijzen. Maar dat maakt niet dat het uit de lucht gegrepen is. Het is nauw verbonden met de eigen ervaring van degene die getuigt, en met het leven van de gemeenschap. Wie getuigt, heeft de waarheid hiervan zelf ervaren (of in elk geval vermoed), zonder het keihard, onweerlegbaar en objectief te kunnen aantonen. Getuigen is niet alleen getuigen van je geloof, maar van God. Alleen de werkelijkheid van wat God in Jezus heeft gedaan en nog gaat doen, maakt dat het ergens over gaat in de kerk.

Gespreksvragen:
-Wat vind jij lastige aspecten van het christelijk geloof om met mensen buiten de kerk te bespreken?

Identiteit bewaren
De Joden in de ballingschap moesten nieuwe manieren vinden om hun identiteit te behouden temidden van een vijandige of onverschillige omgeving. Ze moesten een eigen cultuur vormen. Daarom werd er extra nadruk gelegd op de besnijdenis, het zich houden aan de reinheidswetten, en de Sabbat.
Daarnaast leer je vanuit een minderheidspositie anders tegen de samenleving aan te kijken. De ballingen zagen de pracht en praal van Babel, maar ze zagen ook de schaduwzijde daarvan.

De kerk heeft geen macht meer. Haar relatie met de wereld is rommelig en complex. Als het systeem niet meer in jouw voordeel werkt, krijg je wel meer oog voor anderen die erdoor worden onderdrukt of uitgesloten. Kerken keken altijd vanuit het perspectief van de overheid, maar waarom niet vanuit dat van een illegale vreemdeling, een bootvluchteling of een werkloze moslimjongere?

Gespreksvragen:
-Waar moeten wij ons als kerk tegen uitspreken, of een verschil in maken?

Tegelijk moesten ze niet alleen een ‘tegencultuur’ vormen. Ze kwamen onverwachts mensen tegen die hen hulp aanboden. En Babel wordt wel bekritiseerd, maar niet afgeschreven. De Israëlieten in de ballingschap krijgen de opdracht om vrede te zoeken voor de stad waar zij wonen.
Israël is nog steeds Gods volk, maar in Babel krijgt het een nieuwe roeping. God roept zijn volk tot een vredelievende, gelovige presentie temidden van de omringende cultuur.

Gespreksvragen:
-Hoe kunnen wij als kerk onze identiteit op een positieve manier bewaren? Wat is daarvoor nodig?

Missionair besef in de ballingschap
Anders dan christenen gingen Joden er niet actief op uit om niet-Joden bij hun geloof te betrekken. Wel waren er mensen die zich uit eigen beweging bij hen voegden. Toch was er wel missionair besef: de Joden verwachtten dat op een dag alle volken zich zullen bekeren, en God eer zullen brengen. Ze zagen de mensen die zich bekeerden als een voorteken daarvan. Tegelijk wisten ze: Gods werk laat zich niet haasten.

Wat was dan wel hun rol? Die van profeten en priesters. Het Joodse volk biedt uit naam van de hele wereld gebeden en lofprijzingen aan aan God. Ze aanbaden God, ze verwachtten Gods toekomst, en ze heetten nieuwkomers welkom. De waren een positieve, uitnodigende en getuigende aanwezigheid van de geloofsgemeenschap in de wereld.

Gespreksvragen:
-Wat vind je van deze visie? Wat spreekt je aan, en/of wat niet?

Hoofdstuk 5, Verstrooid en gezonden
God is afwezig in het dagelijks leven. Het gevolg daarvan is dat we opgeven, doormodderen of juist met een koortsachtige activiteit aan de slag gaan. We benaderen de wereld alsof God daarin niet langer werkt. Terwijl we deze crisis ook kunnen ervaren als een weg die God met ons gaat: om ons te leren om opnieuw zwak, dwaas en hoopvol in de wereld te zijn.

In zijn brief omschrijft Petrus christenen als “vreemdelingen en bijwoners”. In de Bijbel wordt vaak een verband gelegd tussen ergens als vreemdeling wonen, en een missionaire roeping. Bijvoorbeeld in Jeremia 29:6-7: daar wordt de Joden in de ballingschap opgedragen om vrede te zoeken voor de stad waar ze wonen. En in Handelingen zorgen de vervolgingen ervoor dat de leerlingen verstrooid worden, waardoor ze op meer plaatsen het evangelie kunnen verkondigen.
Kernwoorden bij vreemdelingschap zijn ‘anders’ en ‘machteloos’. Je bent kwetsbaar. Je sociale bewegingsruimte wordt door anderen bepaald. Je hoge positie, rijkdom, alles kan afgenomen worden als de gunst van machthebbers of de publieke opinie verschuift.
Het vraagt om ‘anders’ durven zijn. De christelijke identiteit is geen privé-zaak, er kleven sociale consequenties aan. Aan de andere kant betekent het dat je ‘machteloos’ bent. Je moet je identiteit uitwerken in een omgeving die dat niet altijd ondersteunt, en soms zelfs tegenwerkt. Je hebt niet (meer) de macht om de samenleving in te richten zodat die identiteit makkelijker kan worden geleefd, ten koste van anderen.
Dat betekent niet dat je zonder meer een tegencultuur moet zijn, of dat de samenleving je vijandig gezind is. We hebben niet de taak om ons af te zetten tegen de wereld. Christenen staan niet buiten de samenleving. Ze zijn deel van de wereld, en tegelijk zijn ze daarvan vervreemd geraakt door de ontmoeting met Christus. Dat is het oriëntatiepunt van hun leven.

Gespreksvragen:
-Christenen zijn deel van de wereld, en tegelijk zijn ze daarvan vervreemd geraakt door de ontmoeting met Christus, zegt Paas. Zijn er dingen die de ‘ontmoeting met Christus’ anders maakt in jouw leven?

Het vreemdelingschap bij ons is nog niet zó groot. Het wordt herkenbaarder hoe je ‘anders’ kunt zijn naarmate hedendaagse christenen meer in een situatie van ballingschap komen.
In de huidige situatie stelt ons geloof ons voor vragen als: hoe moet je afstand nemen van een cultuur van overconsumptie en hebzucht, zonder wereldmijding en mensenhaat? Hoe kun je je geloof behouden in een onverschillige omgeving? Hoe moeten we de christelijke gemeenschap en traditie vernieuwen, zonder kwijt te raken wat wezenlijk is? Hoe kun je mensen en de wereld liefhebben, zonder jezelf kwijt te raken? Hoe kun je met zachtmoedigheid en respect getuigen van de hoop die in je is?

Gespreksvragen:
Vraag: Herken je je in (één van) die vragen?

Naast vreemdelingen mogen we een koninkrijk van priesters vormen. Stefan Paas verwijst naar Exodus 19:3-6:
3 Mozes ging de berg op, naar God. De HEER riep hem vanaf de berg toe: ‘Zeg tegen het volk van Jakob, laat de kinderen van Israël weten: 4 “Jullie hebben gezien hoe ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht. 5 Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken – want de hele aarde behoort mij toe. 6 Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk.” Breng deze woorden aan de Israëlieten over.’

God heeft aan Abraham beloofd dat hij door zijn nageslacht alle volken zal zegenen. Hij wil dat doen door Israël een priesterrol te geven temidden van alle andere volken. Zoals een priester apart is gezet voor de dienst aan God, is Gods volk geroepen om heilig te leven, afgezonderd voor de dienst aan God; en tegelijk toegewend te zijn naar de wereld, die Gods wereld is.

Gespreksvragen:
-Waar moet jij aan denken bij het woord ‘priester’? Komt dat overeen met wat hier bedoeld wordt?
-Wat vind je van dat perspectief op Israël, dat het een ‘volk van priesters’ is?

In 1 Petrus 2:9-10 staat:
9 Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. 10 Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken.

In navolging van Jezus, de Koning-Priester, hebben ook wij als christenen toegang tot de Heer, en tegelijk een bemiddelende rol naar de wereld. Wij zijn dus ook een ‘koninkrijk van priesters’. We mogen dicht bij God leven, en een licht voor de wereld zijn, vanuit het besef dat wij heilig zijn in Jezus Christus. Als kinderen van God ontvangen wij onze roeping. Wij mogen priesters zijn omdat wij één zijn, verbonden zijn, met Jezus, de hogepriester. Wat niet Gods volk was, kan (deel van) Gods volk worden.
We zijn door Jezus gered, en daarom geroepen om dicht bij God te leven en een licht te zijn voor de wereld. Om Gods grote daden te verkondigen.
Israël is een volk van priesters. Priesters voor de mensheid. Zo ook de kerk: zij vertegenwoordigt God bij de mensen en de mensen bij God.

Gespreksvragen:
-Hoe zou dat ‘priester zijn’ praktisch vorm kunnen krijgen?

Priesters zijn klinkt zwaar, maar eigenlijk is het een ontspannen houding. Wij gaan niet voor groei: wij willen leven uit ons geloof, in liefde naar elkaar en naar anderen, en de mensen vertellen over God.

Namens de wereld mogen we voor God verschijnen: in lofprijzing, in de eredienst. Maar ook in het dagelijks bestaan, en in ons persoonlijke geestelijke leven God prijzen. Zending is daar ook op gericht: op het danken en verheerlijken van God, en op het mensen oproepen om samen met ons God te verheerlijken.
De kerk dankt en prijst God, als het verloste deel van de Schepping, en nodigt anderen uit dit met haar te doen. Alle goeds dat ons overkomt is niet vanzelfsprekend, maar een verrassend geschenk. Het kennen van God is in eerste plaats het erkennen van Gods goede gaven.

Gespreksvragen:
-Hoe vind je dat beeld van zending: mensen uitnodigen om deel te nemen in het danken/groot maken van God?

Naar de wereld is de christelijke gemeente ingeschakeld in Gods missie: ze is zegenend, dienend en biddend betrokken op haar omgeving. Zij is missionair, met als doel dat mensen mét ons God gaan verheerlijken.
Als vertegenwoordiger van God bij de mensen heeft de christelijke gemeente een dienende, vriendelijke, geduldige, getuigende, zegenende levensstijl, net als Jezus Christus, die haar voorging als priester. Haar bestaan wordt gekenmerkt door hoop op Gods verlossing, maar ook door hoop dat mensen om haar heen God zullen verheerlijken. Christenen mogen een minderheidsbestaan aanvaarden als een hoopvolle roeping, zonder op een conflictkoers met de wereld af te stormen.

Gespreksvragen:
-Wat neem je voor jezelf mee uit dit hoofdstuk? Wat bemoedigt je?

Hoofdstuk 6 – Allen samen en ieder persoonlijk

In hoofdstuk 6 staat de geloofsgemeenschap centraal. Steeds meer mensen zeggen te geloven zonder zich bij een kerk aan te sluiten. Maar juist door verbondenheid met Christus en de kerk, door de doop en het avondmaal ontvangen mensen het priesterschap. Niet het individu, maar de geloofsgemeenschap is priester. Geloven is wel persoonlijk, maar niet individueel. Stefan Paas pleit voor een cultuur in de kerk waarbij je je (geloofs)ervaringen met elkaar kunt delen. Want geloven kun je niet altijd zelf ervaren, het is ook vertrouwen op wat anderen zeggen of ervaren. Daarom is het zo belangrijk om samen te geloven.

In de gemeente is er een ‘wij’ voordat er een ‘ik’ is. God staat in relatie met ‘ons’, en via die weg met ‘mij’. In liefdevolle onderlinge relaties, in de samenkomsten, in gezamenlijke navolging, groeit ons vertrouwen op God. We kunnen alleen ervaren wat God doet, wanneer we Hem ontmoeten waar Hij is, in de gemeenschap met zijn volk, in authentieke relaties.

Gespreksvragen:
-“Geloven is wel persoonlijk, maar niet individueel.” Hoe zou je als gemeente op een opbouwende manier je geloofservaringen met elkaar kunnen delen?

Hoofstuk 7 – De Priesterkerk

In hoofdstuk 7 maakt Stefan Paas de balans op van het boek. De kerk is een minderheid, en zal dat waarschijnlijk ook blijven. De wereld is niet christelijk, en zal dat ook niet worden. Wel is de wereld Gods wereld. De kerk is geroepen om van de wereld onderscheiden (heilig) te zijn in toewijding aan God, door zich toe te wijden aan de wereld van God; en door mensen uit te nodigen zich bij de vierende gemeenschap te voegen. Het vormen, onderhouden en uitbreiden van gemeenschap moet hoog op de kerkelijke agenda staan. Dat is hoe mensen God leren kennen.

Kleine gemeenten kunnen hiervoor geschikter zijn dan grote. Niet alleen een kerk die groot genoeg is om een dominee te betalen, een voltallige kerkenraad te bemensen en een gebouw te onderhouden heeft bestaansrecht. Een periode van krimp helpt ons opnieuw te ontdekken wat kerk werkelijk is: een vierende gemeenschap waardoorheen zich het heil van God laat zien. Het accent op gemeenschap kan ons helpen om kansen te zien in situaties van krimp. In een kleine gemeente kan gemeenschap natuurlijker en meer vanzelfsprekend tot stand komen.

Gespreksvragen:
-In zijn boek schrijft Paas dat ook kleine gemeenschappen die geen predikant kunnen betalen of een kerkenraad kunnen vormen bestaansrecht hebben. In onze omgeving krijgen we daar steeds meer mee te maken. Hoe zou je een (vierende) christelijke gemeenschap in een dorp of wijk kunnen vormen als de predikant en zelfs de kerkenraad wegvallen? Zie je daar toekomst in?

Missionair zijn gaat wel om een diepgaande culturele verandering, niet om cosmetische wijzigingen (denk aan een band in de kerk, of een jongerendienst). Eén van de grootste blokkades voor missionair werk is het ontbreken van betekenisvolle contacten van de gemeente met haar omgeving. Het gaat om een simpele, onspectaculaire manier om vanuit je geloof, vanuit de Bijbel en vanuit gebed te luisteren naar vragen en noden uit de omgeving, in het geloof dat God door dit alles heen iets te zeggen heeft.

De gezamenlijke zoektocht om God te verstaan hoort bij het zoeken naar betere relaties met elkaar en de buurt. Daaruit komen nieuwe vragen op: wat is God aan het doen in deze buurt? Hoe betrekt Hij ons daarbij? Hoe kunnen wij de vragen, de vreugde en de nood van de buurt als priesters voor God brengen, en hoe spreekt Gods verhaal tot de levens van mensen?

Gespreksvragen:
-“Een van de grootste blokkades voor missionair werk is het ontbreken van betekenisvolle contacten van de gemeente met haar omgeving.” Wat is betekenisvol contact? Hoe kun je contact leggen met mensen om je heen?
-Wat zijn vragen, vreugde en noden die in onze buurt zouden kunnen spelen? Hoe kun je dat verbinden met je geloof in God?

Priester zijn betekent niet in eerste plaats dat we ons voortdurend druk maken om de mensen die (nog) geen priester zijn en het ook niet willen worden. Het betekent allereerst dat we ons ertoe zetten om ook namens hen God de lof te brengen die Hem toekomt.

Dit geeft aan mensen die niet succesvol zijn in termen van kerkgroei en overtuigingskracht een sterke en positieve identiteit: christenen mogen geloven dat zij ertoe doen in Gods wereld, of hun omgeving dat nou erkent of niet. Het geeft hen een voortdurende, aandachtige betrokkenheid op hun omgeving, op wat mensen bezighoudt. Zo groeit hun liefde voor anderen en wordt hun gebed sterker en rijker.

Gespreksvragen:
-“Christenen mogen geloven dat zij ertoe doen in Gods wereld, of hun omgeving dat nou erkent of niet.” Wat vind je van deze stelling?

De kerk is er niet om de wereld te veranderen of steeds groter te worden. Zij is er om de grote daden van God te verkondigen. Het gaat om de erkenning van God als God, de erkenning van Hem als schepper en onderhouder van alles wat leeft, en als de God die ons verlost heeft van zonde en oordeel. Die erkenning begint bij dankbaarheid, bij de vreugde die ontstaat als tot ons doordringt dat God ons goedgezind is. Die dankbaarheid komt tot uitdrukking in lofprijzing. Het is een reactie op de genade van God, die graag en gul geeft. Je geloof delen begint met een explosie van vreugde bij jezelf. Het vrije en genadige geschenk van de liefde werkt door in de liefde van christenen voor anderen. De belangeloze, niet-instrumentele, bevrijdende liefde van God vraagt om een antwoord: liefde voor God en voor de naaste. Beide zijn een echo van Gods liefde voor ons.

Tenslotte is doxologisch kijken vooruitkijken naar wat God nog gaat doen in Jezus Christus. Hoe Hij de wereld zal herstellen, en elke tong zal belijden dat Jezus Heer is. De kerk als gemeenschap van priesters ziet vol spanning uit naar Gods toekomst, in de hoop en verwachting verrast te worden door Gods genade.

Gespreksvragen:
-“Je geloof delen begint met (een explosie van) vreugde bij jezelf.” Herken je dat?

Een gedachte over “Stefan Paas – Vreemdelingen en priesters

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *