Verheerlijking op de berg

Tekst: Exodus 33:18-23; 1 Koningen 19:11-13; Matteüs 17:1-9

Gisteren is het nieuwe seizoen van Wie is de mol begonnen!
Zijn er hier ook mensen die dat volgen?

Voor wie het niet volgt, of niet kent:
In wie is de mol is er een groep van 10 personen.
Ze moeten opdrachten doen en geld verdienen voor de pot.
Eén persoon is de mol – die moet zorgen dat de opdrachten mislukken, dat ze geld kwijtraken en dat de pot zo laag mogelijk blijft.
Alleen niemand weet wie dat is.
Elke aflevering moeten ze allemaal aangeven wie zij verdenken,
en degene die er het meest naast zit gaat eruit.
Tot er nog maar 3 personen in zitten.
Uiteindelijk blijven alleen de mol, een winnaar en een verliezer over.
En dát is het moment waarop iedereen antwoord krijgt op die ene vraag:
Wie… is… de mol!

Als kijker denk je de hele tijd: wie zou de mol zijn? Wie vind ik verdacht overkomen?
Wie zit de boel te saboteren?
Maar je hebt geen idee.
En je moet heel erg oppassen dat je niet in een tunnelvisie terecht komt:
Dat je één persoon zó verdacht vind,
Dat je helemaal niet meer verwacht dat het ook nog iemand anders kan zijn.

Het eind van wie is de mol is daarom altijd heel onverwacht!
Je verwacht te zien dat één persoon naar voren stapt en zegt: ik ben de mol!
Maar dan is het toch een ander.
Iemand die je helemaal niet verdacht!
Die was toch zo vriendelijk, die deed toch zo zijn best?

Vandaag hebben we ook gelezen over een situatie waarin het voor drie leerlingen van Jezus heel anders loopt dan ze van tevoren hadden gedacht.
Vandaag gaat het over Jezus,
die drie van zijn leerlingen apart neemt en meeneemt voor een tocht,
een hoge berg op.
Petrus, Jakobus en Johannes.
Samen met Andreas waren zij de leerlingen die Jezus als eerste volgden.
Jezus investeert heel veel tijd en aandacht in zijn twaalf leerlingen.
Hij wil ze laten zien wie Hij is, wat het betekent om achter Hem aan te gaan,
en Hij wil ze voorbereiden op als Hij straks niet meer bij ze is:
dan moeten zij aan anderen over Hem vertellen.
En Petrus, Jakobus en Johannes vertrouwt Jezus steeds nóg iets meer toe dan de andere negen leerlingen.

Het moet heel bijzonder zijn geweest voor ze,
om zo door Jezus apart gezet te worden.
Zij mogen met hem mee! De rest blijft achter.
Die zullen ook wel gebaald hebben.
Alleen Petrus, Jakobus en Johannes wisten niet wat ze moesten verwachten.

Als ze beginnen met het beklimmen van een hoge berg,
Dan roept dat wel allemaal associaties bij ze op.
We weten niet wélke berg het was.
Midden in Galilea had je de berg Tabor, een grote ronde heuvel.
Die zie je op het plaatje.
En in het Noorden, vlakbij Caesarea Filippi, had je ook een hele hoge berg, de berg Hermon. Daar ligt zelfs sneeuw op.
Het verhaal hiervoor speelde zich af bij Caesarea Filippi,
dus het kan het best de berg Hermon geweest zijn.
Maar in de traditie van de kerk is die andere berg aangewezen als de plek waar dit verhaal is gebeurd.
Vanaf beide bergen heb je een indrukwekkend uitzicht over Galilea.
Uiteindelijk maakt het niet uit wélke berg het was:
Dát Jezus zijn leerlingen mee een hoge berg op nam, deed ze wel ergens aan denken:
Ze moesten denken aan verhalen uit het Oude Testament.
Waar ook hele bijzondere dingen gebeurden op de top van een hoge berg, de berg Sinaï.
Dat is de berg die Mozes beklom,
om daar van God de stenen tafelen met de tien geboden te krijgen.
En waar Mozes een ontmoeting had met God.
God liet zich daar aan Mozes zien.
Bijna niemand heeft God gezien. Maar Mozes wel!

Én diezelfde berg, de Sinaï, is ook de berg die Elia beklom,
waar ook hij God ontmoette.
Niet in de aardbeving, of in de storm, of in het vuur was God,
maar in het zachte ruisen van de wind.

Dus als Jezus met deze drie leerlingen begint aan het beklimmen van een hoge berg,
Dan denken Petrus, Jakobus en Johannes automatisch aan Mozes, en Elia,
Die op de berg God hebben ontmoet!

Ze weten nog steeds niet wat ze moeten verwachten,
Maar het kan heel goed dat ze hebben gedacht:
zou dat ons nu óók gaan overkomen?
Zullen wij nú God gaan ontmoeten? Net als Mozes en Elia?

We hebben die twee verhalen uit het Oude Testament gelezen.
En er zit ook wel een overeenstemming in die twee verhalen.
Dat is dat God zó heilig is, zo groot,
Dat zowel Mozes als Elia niet naar Hem mogen kijken.
Mozes moet zich verschuilen in een kloof, als God voorbijgaat.
En als hij kijkt, mag hij niet naar Gods gezicht kijken.
Want, zegt God: geen mens kan mij zien en in leven blijven.
En Elia weet dat ook: hij kijkt niet rechtstreeks naar God, maar hij slaat zijn mantel voor zijn gezicht.

Jezus neemt Petrus, Jakobus, en Johannes mee de berg op,
En daar zijn ze. Alleen.
En de drie leerlingen van Jezus verwáchten, hópen,
dat zij, net als Mozes en Elia, een glimp van God mogen opvangen.
Dat is hun tunnelvisie!
Maar net als bij Wie is de mol gebeurt er iets heel anders dan ze hadden gedacht.

In plaats van dat ze God zien, zien ze iets veranderen aan Jezus.
Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, staat er.
Zijn gezicht straalde als de zon, en zijn kleren werden wit als het licht.
En dan verschijnen naast Jezus Mozes en Elia, die met Jezus gaan praten.

Jakobus, Johannes en Petrus hadden zeker verwacht dat er iets bijzonders ging gebeuren,
Maar dít is zeker niet wát ze hadden verwacht!
Want dit zet alles op zijn kop voor ze.
Zij dachten: wij gaan de berg op om Gód te ontmoeten.
En dan is het Jézus gezicht dat gaat stralen, Zíjn kleren die wit worden.
Alsof ze ineens Jezus zien voor wie hij echt is.

En dat is niet zomaar iets.
Ze hadden Jezus al hele bijzondere dingen zien doen.
Ze geloofden dat Jezus de zoon van God was, en de Messias.
Dat hadden ze gezegd.
Petrus had dat nog gezegd, één hoofdstuk eerder, toen Jezus vroeg:
Wie zeggen de mensen dat ik ben?
U bent de Messias, zei Petrus. De zoon van de levende God.

Maar nu beseft Petrus voor het eerst echt wat dat betekent.
Dat betekent dat ín Jezus God al die tijd al heel dicht bij ze was.
Dat ín Jezus, vanaf het eerste moment, God zichzelf aan ze heeft laten zien.
Dat ze helemaal niet de berg op hóefden te gaan om God te ontmoeten!
Want hij was het!
Jezus is God.
Als ze kijken naar zíjn gezicht, zien ze het gezicht van God.
Als ze luisteren naar zíjn woorden, luisteren ze naar de woorden van God.
Waar zelfs Mozes en Elia niet rechtstreeks naar God konden kijken,
omdat God te heilig was,
Kunnen zij ín Jezus God zien.
Ín Jezus is God heel dichtbij gekomen. Mens geworden.

Ze hoeven niet meer naar God op te klimmen,
en zich te bedekken voor zijn heiligheid,
God is naar hén toe gekomen.

Stel dat ineens vandaag koning Willem Alexander hier de kerk in zou lopen.
Nu ineens.
Hoe zou jij reageren?
Ik denk dat we met zijn allen even heel erg versteld zouden staan.
En dat we ons niet echt een houding zouden weten te geven.
Misschien dat iemand hem een stoel aanbiedt.
En iemand anders rent naar het koffiezetapparaat.
We zouden allemaal dingen doen om hem te verwelkomen.

Zo is het ook een beetje met Petrus.
Die gaat ineens anders naar Jezus kijken!
En die ziet Mozes, en Elia.
En die denkt: hier moet ik wat mee!
Ik moet iets doen!
Wat dan ook!
En hij zegt: zal ik een tent voor jullie opzetten?
Zal ik het jullie gemakkelijk maken?
Zodat jullie hier even kunnen verblijven?
Hij wil doen wat hij kan.

Het is mooi dat Petrus zo reageert, want ergens brengt dat het verhaal veel dichterbij.
Je kan je zelf ook wel voorstellen dat als jij hier bij was geweest, samen met Petrus, Jakobus en Johannes,
Dat je heel erg versteld zou staan, het lijkt bijna wel een droom,
Dat je er met je hoofd niet bij kan,
En dat je je echt geen houding zou weten te geven.
Dat je zou denken bij jezelf:
Niks wat ik nu kan doen, niks wat ik nu kan zeggen, is goed genoeg hiervoor.
Het is heel menselijk, en heel begrijpelijk, hoe Petrus reageert.

En dan doet God er nog een schep bovenop:
Dan is er een stralende wolk – dat doet ook weer denken aan Mozes,
aan dat God in een wolk meereisde met zijn volk in de woestijn –
Er is een stralende wolk.
En uit die wolk klinkt een stem:
Dit is mijn geliefde zoon. In Hem vind ik vreugde.
Luister naar Hem.

Om nog te bevestigen wat Petrus, Jakobus en Johannes met hun ogen zagen.
Luister naar Hem.
Want Hij is mijn geliefde Zoon.
In Hem ben ik heel dicht bij jullie gekomen.
In Hem kunnen jullie Mij leren kennen.

En weer denken Jakobus, Johannes en Petrus aan die verhalen uit het Oude Testament,
En aan dat niemand het gezicht van God mag zien, omdat ze anders zouden sterven,
En ze worden bang en duiken naar de grond.

Om door Jezus te worden gerustgesteld.
Hij kwam dichterbij, raakte ze aan, en zei:
Sta op, en wees niet bang.

En ze keken op, en ze zagen niemand meer.
Jezus was alleen.

En ze gaan de berg weer af.
Alsof er niks is gebeurd.

Maar er ís wel wat gebeurd.
Er is iets in hén veranderd, door wat ze hebben gezien.

Zij dachten dat ze de berg opgingen om iets bijzonders mee te maken.
Zij dachten dat ze de berg opgingen om God te ontmoeten!
En ineens blijkt dat God al die tijd al bij ze was, in Jezus.
Dat als ze naar beneden gaan, en het is weer gewoon,
Jezus gezicht straalt niet meer, Mozes en Elia zijn er niet meer, er is geen stem van God uit de hemel,
Dat ze dan nog steeds op elk moment in het gezicht van Jezus het gezicht van God mogen zien.
Dat ze in de woorden van Jezus de woorden van God mogen horen.
Dat ze niet de berg op hoeven te klimmen om naar God toe te gaan,
Maar dat God naar hén toe is gekomen.

Het laat ze beseffen, meer nog dan daarvoor, wie Jezus is.

In Londen werd vorig jaar in West End de musical Evita opgevoerd.
Dat is al een oude musical, daar zijn al veel uitvoeringen van geweest.
Maar dit keer was er toch wel iets heel bijzonders.
Elke keer dat de musical werd opgevoerd, voor het belangrijkste lied,
Ging de hoofdpersoon ineens de zaal uit, naar buiten, een balkon op,
Om het lied te zingen voor de mensen buiten,
In plaats van voor de mensen binnen.
Om uit te beelden dat Evita er niet was voor de elite, de mensen met een duur kaartje,
maar voor de gewone mensen.

Dat is ook wat dit verhaal aan ons laat zien.

Het is een verhaal over een hele bijzondere geloofservaring.
Zoals waar je wel meer over leest in de Bijbel.
Ik denk dat iedereen dat wel zou willen: God zíen!
Een glimp van Hem opvangen.
Om te weten dat Hij bestaat.
Je hoort soms verhalen van mensen die iets bijzonders van God hebben ervaren.
Misschien heb je dat zelf ook wel.
Maar misschien ook niet.
En kan je een beetje jaloers zijn op mensen die dat hebben.

Ik denk dat de andere leerlingen ook jaloers waren op Petrus, Jakobus en Johannes toen die veel later aan ze vertelden wat ze hadden gezien.
Maar ik denk ook dat juist Petrus, Jakobus en Johannes wisten dat de anderen niets hadden om jaloers op te zijn!
Dat klinkt een beetje gek.
Maar zij wisten dat de rest het mooiste, het belangrijkste, al hadden gezien.
Dat ze Jezus hadden ontmoet.
En dat ze door Jezus heen God hadden leren kennen.

En dat geldt precies net zo voor ons.
Wij hebben niet letterlijk Jezus gezien, zoals zij.
Maar wij hebben wel alles wat er over Jezus is opgeschreven.
Alle dingen die hij heeft gezegd, en heeft gedaan.
Zo kunnen we hem toch leren kennen.

En als je kijkt naar Jezus,
Naar wat hij zei, maar ook naar hoe hij deed, naar de mensen die hij ontmoette,
Dan mag je daarin zien wie God is.
Door Jezus heen mag je God leren kennen.
Het is altijd mooi als je iets bijzonders ervaart,
Maar God kennen is niet alleen voor mensen die iets bijzonders meemaken.
God heeft zich al aan ons laten kennen. In Jezus.

Als Jezus een gelijkenis vertelt, bijvoorbeeld over de verloren Zoon,
en daarin laat zien wie God is.
Hoe groot Gods hart is.
Of van de herder die 99 schapen achterlaat, en op zoek gaat naar dat ene schaap.
Of van een landheer die iedereen uitnodigt om op zijn land te komen werken,
En zelfs de mensen die op het laatst mee gaan werken krijgen net zoveel loon, omdat hij goed is.

Als je ziet hoe Jezus omgaat met een vrouw die door anderen wordt veroordeeld: ik veroordeel je ook niet.
Als je ziet hoe Jezus tegen Zacheüs, de tollenaar, zegt:
vandaag wil ik bij jou zijn.
Als je ziet hoe Jezus naar een blinde man toegaat die om hulp roept,
een man die door alle anderen wordt genegeerd.
Hoe Jezus hem ziet en hem geneest.
Als je ziet hoe Jezus een menigte te eten geeft met vijf broden en twee vissen, omdat hun nood hem raakt.
Als je ziet hoe Jezus met zijn stem de storm tot rust brengt.
Dan zie je wie God ook voor jou wil zijn.

Natuurlijk is het fijn om ‘bewijs’ te hebben, zoals Petrus, Jakobus en Johannes dat hadden.
Om iets bijzonders mee te maken.
Maar kijk naar Petrus:
dat hij dat had, betekende niet dat hij nooit meer twijfelde of nu altijd de goeie keuzes maakte!
Hij had dit meegemaakt, en toch zou hij later zeggen dat hij Jezus niet kende.

Ik hoop dat het jou mag bemoedigen.
Je hebt God misschien nooit gezien.
Maar in Jezus laat God zich zien en kennen aan jou.

Amen!

 

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *