Laat je verrassen door Gods Geest III – Lijken op Jezus

Tekst: Exodus 34:27-33; 2 Korintiërs 3:7-18

Als iemand heel erg gelukkig is, en blij,
dat kan je dat soms echt aan iemand zien!
Dan zeg je tegen hem of haar: “je straalt!”

En diegene heeft daar geen controle over, dat gebeurt gewoon:
Je kan aan de buitenkant zien wat er van binnen afspeelt.

Dat is waar ik het vandaag met jullie over wil hebben:
Als je gelooft, in Jezus, dan dóet dat iets met je.
Dat maakt dat anderen in jouw doen en laten iets gaan zien van Jezus.
En daar heb je zelf geen controle over:
Dat is wat de heilige Geest in jou doet.
En niet alleen in jou: in ons, als mensen die samen in Jezus geloven.

Nou denk je misschien: dat valt toch wel mee!
Dat klinkt als een grote uitspraak:
Dat anderen in jou iets zien van Jezus.
Dat zou je van jezelf niet zo snel zeggen!
Maar we moeten er ook niet te klein over denken:
Wat het betekent om in Jezus te geloven,
En wat dat met ons doet!

Want als ik jou zou vragen:
Waaraan kan je zien dat iemand gelooft?
Dan denk je misschien wel aan hele andere dingen.

Dan kán je bijvoorbeeld denken aan dingen aan iemands uiterlijk.
Aan hoe je je kleedt.
Of aan dat je een kruisje draagt, bijvoorbeeld.

Je kan ook denken aan wat iemand doet.
Aan dat iemand ervoor kiest om bepaalde dingen wel of niet te doen.
Bijvoorbeeld dat je bidt voor het eten.
Of dat je op zondag niet naar een winkel gaat.
Of dat je niet vloekt. Of dat je naar de kerk gaat!
En toch gaat het er vandaag over dat al die dingen niet de kern zijn van wat geloven is.
Ik denk dat dat een van de dingen is waarin het christelijk geloof echt anders is dan andere geloven.
Ook al kunnen veel christenen de neiging hebben om die dingen tóch het belangrijkst te maken, dingen die je aan de buitenkant kan zien.
Maar het christelijk geloof heeft veel meer te maken met wat er van binnen gebeurt.

Een moslim zegt: ik geloof goed als ik me aan bepaalde dingen houd.
Als ik belijd dat er één God is, en Mohammed is zijn profeet.
En als ik goed leef: ik geef aan de armen,
ik eet overdag niet tijdens de vastenmaand, de ramadan,
en ik ga één keer in mijn leven op bedevaart naar Mekka.
Dat is heel duidelijk, waar je je dan aan moet houden, als je moslim bent.

Een Jood zegt: ik geloof goed als ik geloof in de éne God.
En ik houd me aan zijn wet.
Bijvoorbeeld de tien geboden,
maar ook al die andere wetten die staan in de Joodse Bijbel, voor ons het Oude Testament,
en die worden doorgegeven in de Joodse traditie.

Dat voel je misschien wel aan:
Ergens is dat heel fijn!
Dat je, om te geloven, je heel precies weet waar je je aan moet houden.
Dat maakt duidelijk wat geloven is, en wat er van je wordt verwacht áls je gelooft.
Dít is goed, dít is fout.

Maar bij het christelijk geloof is dat toch anders.
Waar geloof je dan in?
Ik denk dat veel mensen zouden zeggen:
De kern van mijn geloof is dat Jezus is gestorven om mijn zonden te vergeven.

Maar wat betekent dat voor jou? Wat vraagt dat van jou?
Dát is bij het christelijk geloof minder duidelijk.

Een paar jaar geleden op de Alphacursus gebruikte een predikant een heel mooi voorbeeld: van een ladder.
Hij zei: wij hebben zo vaak het gevoel dat wij naar God toe moeten klimmen.
Dat wij ons best moeten doen om bij God te mogen horen.
Maar in het christelijk geloof is het andersom.

Wij geloven dat wij niet naar God toe hoeven te klimmen:
Wij geloven dat Jezus naar ons toe is gekomen.
Dat hij naar deze wereld is gekomen,
En dat Hij voor ons zijn leven heeft gegeven.
Zodat wij niet meer naar God toe hóeven te klimmen.
We hoeven niet aan bepaalde voorwaarden te voldoen om bij God te kunnen horen!
Het enige wat nodig is, is vertrouwen op Jezus.
Dat Hij het voor ons heeft gedaan.

En dat is heel mooi, én lastig tegelijk.
Want… wat betekent het dan om als christen te leven?
Wat wordt er van je gevraagd?

Ik vind het altijd heel mooi hoe de eerste christenen zichzelf noemden.
Zij noemden zichzelf:
De mensen van de weg.
En met ‘de weg’ bedoelden ze Jezus.
Jezus noemt zichzelf ‘De weg’: ‘De weg, de waarheid en het leven’.

Dus eigenlijk waren christenen: de mensen van Jezus!
De mensen die achter Jezus aan gaan.

En dat is niet dat je sommige dingen anders doet:
Achter Jezus aan gaan is een heel nieuw leven.

Ik was als tiener erg geraakt door een boek van C.S. Lewis, de schrijver van Narnia:
Dat boek heet ‘Mere christianity’, of ‘Onversneden Christendom’.
Hij legt daarin uit wat de kern is van het christelijk geloof.

En wat hij daarin zegt, is dat het christelijk geloof de lat niet lager legt, maar hoger dan andere geloven!
God wil ons niet een beetje betere mensen maken:
Wat God wil, is jou een heel nieuw mens maken!

C.S. Lewis gebruikt daarbij het voorbeeld van een tinnen soldaatje.
In zijn tijd was dat speelgoed dat veel voorkwam.
In onze tijd zou je zeggen: een Legopoppetje.

Wie van ons kan van een Legopoppetje een echt mens maken?
Helemaal niemand. Want dat kán niet. Dat kúnnen wij niet!

Net zo, zegt C.S. Lewis, kunnen wij van onszelf geen nieuw mens maken.
Je kan je best doen.
Tot op zekere hoogte kan je een beetje een beter mens worden.
Maar je kan van jezelf geen nieuw mens maken!

En toch is dat wat God van ons wil!
Dat wij nieuwe mensen worden!
En dat kan je niet zelf.
Je kan niet jezelf een nieuw mens maken.
Maar God wil van jou een nieuw mens maken.

Dat begint, heel eenvoudig, met: geloven in Jezus.
Geloven in Jezus betekent dat je stopt met het zélf proberen te doen.
Met dénken dat je het zelf kán doen!
Dat je stopt met zelf die ladder op klimmen.
En dat je vertrouwt dat Jezus naar jou toe is gekomen.
Dat Jezus vóór jou die weg is gegaan.
Dat Jezus het voor jou heeft gedaan.
Hij heeft zijn leven voor jou gegeven, zodat jij een nieuw mens mag worden.
Dat is waar het begint!
Ergens anders kan het niet beginnen.
Alleen daar: bij Jezus.
Door naar Jezus te kijken.
Door Jezus te leren kennen.
En op Jezus te vertrouwen.

Maar daar stopt het niet!
Dat is waar de Bijbeltekst van vandaag over gaat:
Dat als jij in Jezus gelooft,
Dat de heilige Geest dan in jou woont.
En dat de heilige Geest jou meer en meer verandert naar Zijn beeld.
Dat betekent dat jij meer en meer op Jezus gaat lijken.

Dat is wat het christelijk geloof is!
Je gelooft niet in iemand die heel lang geleden heeft geleefd:
je gelooft dat Jezus de opgestane Heer is.
En dat Hij in jou woont, door zijn Geest.
En dat Hij Zijn leven in jou laat groeien.
Dat je steeds meer op Hem gaat lijken.
Hij máákt een nieuw mens van jou.

Ik vroeg aan het begin van de dienst:
Wat vind jij mooi aan Jezus?
En al die antwoorden die wij gaven:
Dát is wat de heilige Geest in jou wil laten groeien!
Hij wil Jezus’ liefde in jou laten groeien.
En zijn manier van leven.
Zijn gerechtigheid, en goedheid.
Hoe hij naar mensen keek, hoe Jezus mensen zag.

In Jezus geloven gaat dus veel verder dan dat je je aan een paar wetten of regels moet houden!
In Jezus geloven betekent dat de heilige Geest jou steeds meer op Jezus laat lijken.

Dát is waarom Paulus zegt:
Waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid!
Vrijheid omdat je niet meer bang hoeft te zijn.
Jezus heeft de prijs betaald.
Je hoeft niet bang te zijn dat je Gods liefde weer kwijt kunt raken.
Niets kan je van Hem scheiden.

Vrijheid is ook dat in Jezus geloven niet meer betekent dat je je aan regels of wetten moet houden.
Niet omdat die niet meer gelden, maar wat de Geest doet in jou gaat veel dieper:
De heilige Geest, die in jou leeft,
wil het leven van Jezus in jou laten groeien.

Het is een mooi, én een moeilijk vers,
Aan het einde van de Bijbeltekst die we hebben gelezen:
Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer weerspiegeld zien,
zullen door de Geest van de Heer meer en meer naar de luister van dat beeld worden veranderd.

Wij aanschouwen met onbedekt gezicht de luister van de Heer.
Wat betekent dat?

We hebben gelezen over Mozes.
Mozes had voor de tweede keer de berg Sinaï beklommen,
Om van God de wet te ontvangen.
Hij was veertig dagen en nachten op die berg,
Terwijl het volk beneden aan het wachten was.
Veertig dagen en nachten was Mozes heel dicht bij God.

En toen hij naar beneden kwam, straalde hij zo dat de mensen hem niet aan konden kijken!
Hij straalde zo dat hij een sluier over zijn gezicht moest doen.

Paulus heeft het dan over de luister van God, die te zien was op het gezicht van Mozes.
Misschien denk je: luister, wat moet ik me daarbij voorstellen?
In het Hebreeuws van het Oude Testament staat er: ‘Kabod’ (kavoot).
Dat woord betekent letterlijk: ‘zwaar’.
Denk eens aan de zin: dat maakte zware indruk.
Daar kan je het mee vergelijken:
Met iets dat indruk maakt.
Dat woord, Kavoot, wordt ook wel vertaald met:
De majesteit van God.
Of: de aanwezigheid van God.
Of: de heerlijkheid, de glorie van God.
Wij denken bij ‘heerlijk’ aan: lekker.
Maar ‘heerlijk’, daar zit het woord ‘Heer’ in.
Het Koningschap van God.
De grootheid van God.

Dat straalt van Mozes af als hij van de berg af komt.
Hij heeft het zelf niet in de gaten, maar hij ‘straalt’.
Je kan aan hem zien dat er wat met hem gebeurd is.
Niet door wat hij doet, niet door hoe hij zich kleedt,
Maar doordat er van binnen iets is veranderd.
Doordat hij heel dicht in Gods nabijheid is geweest.

En Paulus zegt dan:
Zo mogen wij, door wat Jezus voor ons heeft gedaan,
Heel dicht in de nabijheid van God zijn.

En dat doet iets met ons!
Daar worden wij door veranderd.
Als het heel donker is om me heen,
En ik sta voor een groot licht,
Dan wordt dat licht op mij weerkaatst.

Zo mag het ook zijn als je in Jezus gelooft.
Dan wordt het licht van zijn goedheid, van zijn liefde, op jou weerkaatst.
Dan ga je steeds meer op Hem lijken.
Zijn leven wordt steeds meer in jou zichtbaar.

Geloven betekent ook dat dat in jou mag groeien.
Groeien is een heel mooi woord daarin.
Want groeien betekent ook dat je er nog niet bent!
Denk aan een boom die groeit:
Die begint heel klein.
Denk aan als een kindje geboren wordt:
Die is niet na een paar weken volwassen.

Misschien dat je geestelijke groei, zo noem ik het maar even,
niet eens altijd merkt.
Ook niet aan jezelf.
Het gaat in kleine stapjes.
En soms in grote stappen.
Meer en meer, zegt Paulus.

Maar dat betekent wel dat je, als het goed is,
Aan mensen die in Jezus geloven mag merken dat er iets anders is.
Dat er iets aan ze verandert.
Dat het leven van Jezus in ze gaat groeien.
Dat het in jou gaat groeien.

Omdat Zijn licht op jou schijnt,
Mag dat licht in jouw leven zichtbaar worden.

Geloven in Jezus is dus niet:
Als je je hier en hier aan houdt, dan is het goed.
Geloven in Jezus is dat Hij een heel nieuw mens van je wil maken.
Het is dat je steeds meer op Jezus mag gaan lijken.
Dat Zijn leven in jou groeit.
En dat mensen om je heen dat aan je mogen merken.

Zoals ik aan het begin van de preek zei:
Als iemand heel blij is, of gelukkig, dan zíe je dat aan iemand.
Dan stráált iemand.
Zó mogen mensen om jou heen aan jou merken dat je in Jezus gelooft.
Niet door wat je zelf doet.
Maar door wat Jezus in jou doet, door zijn Geest.
En niet alleen in jou: in ons allemaal. Ook in ons samen.

Ik hoorde een keer iemand vertellen dat hij in Jezus ging geloven door een vriend.
Hij had aan zijn vriend gemerkt dat er iets aan hem was veranderd.
En hij vroeg: wat is er met jou gebeurd?
Die vriend zei: ik ben in Jezus gaan geloven.

En omdat hij zag wat dat met zijn vriend had gedaan, ging hij zelf ook geloven.

Wij allen
die met onbedekt gezicht
de luister van de Heer weerspiegeld zien,
zullen door de Geest van de Heer
meer en meer
naar de luister van dat beeld worden veranderd.
Amen.

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *