Preken

Zacharias: God blijft niet op afstand

Lukas 1:5-25

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

We hebben het verhaal gelezen van Zacharias,
die dienst doet in de tempel,
en die dan een hele bijzondere ontmoeting heeft met een engel.
Zo’n bijzonder verhaal, dat ik dacht:
wat als het anders was gegaan?
Wat als het precies zo was gegaan als Zacharias van tevoren had gedacht dat het zou gaan?
Ik zou daarom de Schriftlezing nog eens willen lezen,
maar dan vanuit hoe Zacharias had gedacht dat het zou gaan:

Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en tot de priesterafdeling van Abia behoorde.
Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van Aäron. Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leidden een onberispelijk leven, geheel volgens de geboden en wetten van de Heer.
Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd.
Toen de afdeling van Zacharias aan de beurt was om de priesterdienst te vervullen,
werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd Zacharias aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer.
De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl het offer werd gebracht.
Zacharias bracht in de tempel het reukoffer.
Vervolgens liep hij naar buiten, en sprak voor het volk de zegen van Aäron uit.
Toen ging het volk weer naar huis, en toen de tempeldienst vervuld was, keerde Zacharias terug naar Elisabet.

Dit was het einde dat Zacharias van tevoren had verwacht.
Ik dacht: het is wel mooi om daar eens bij stil te staan,
Omdat het zo’n bekend verhaal is, dat je misschien al vaak hebt horen vertellen in deze tijd van het jaar, dat het bijna gewoon wordt.
Maar als je dan eens bedenkt hoe ontzettend onverwacht dit kwam voor Zacharias!
De ontmoeting met de engel, en de boodschap van de engel.

Het was al een heel bijzonder moment voor Zacharias toen hij werd uitgekozen om in de tempel het reukoffer te brengen.
Een priester mocht dat namelijk maar één keer in zijn leven doen.

Er waren vierentwintig priesterafdelingen, van alle priesters uit het hele land.
En elke afdeling moest twee keer per jaar een week lang de dienst verzorgen in de tempel.
Uit die afdeling werd dan iemand gekozen om het reukoffer te brengen.
Dat betekent dat diegene wierook moest branden op een speciaal altaar, het reukofferaltaar, in de tempel,
Terwijl buiten het volk aan het bidden was.
Dus het volk was aan het bidden,
En de priester ging naar binnen om het offer te brengen.

En als je dat deed als priester,
In de stilte van de tempel, in het heilige,
Dan stak je wierook aan
-Ik weet niet of je dat wel eens hebt gezien, maar daar komt rook van af-
En dan zag je voor je ogen de rook van de wierook omhoog kringelen,
en dan zag je als het ware hoe de gebeden van het volk dat buiten aan het bidden was, hoe die opstegen naar God.
Die wierook, dat is de verbeelding van het gebed.
Niet alleen het gebed van de priester,
Maar het gebed van het hele volk.

Vervolgens moest de priester dan naar buiten gaan, en mocht hij de zegen uitspreken over de mensen die buiten aan het bidden waren.
De zegen van Aäron.
Dat is een zegen uit het oude Testament,
die ook vaak wordt gegeven aan het einde van de kerkdienst.
De Heer zegene u en hij behoede u.
De Heer doe zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig.
De Heer verheffe zijn aangezicht over u, en geve u vrede.

Zo had Zacharias gedácht dat het zou gaan.
Voor hem een bijzonder moment in zijn leven, dat hij dit mocht doen.
Maar het loopt heel anders dan hij had verwacht.
Maar voor we daar verder naar gaan kijken, wil ik eerst met jullie kijken naar wie Zacharias was.

Zacharias en Elisabet, zijn vrouw, waren hele gewone, eenvoudige mensen.
Zacharias was een priester. Een soort dominee en leraar ineen.
Hij gaf onderwijs over de Tora, en hij hield diensten in de synagoge,
in het dorp waar hij woonde.
En Elisabet, zijn vrouw, en hij kwamen allebei uit een oud geslacht van priesters.

Als je hun verhaal leest, dan doet het wel wat denken aan het verhaal van Abraham en Sara.
Ze waren gelovige mensen.
Maar ze hadden ook een stil verdriet.
Net als Abraham en Sara,
hadden ook Zacharias en Elisabet geen kinderen gekregen.
Ooit hadden ze wel die hoop gehad, dat het mocht gebeuren.
Ze hadden ervoor gebeden.
Maar het was uitgebleven.
Misschien hadden ze heel lang nog wel gehoopt op een wonder,
Dat het toch nog mocht gebeuren.
Maar nu was dat al zo lang geleden, nu waren ze zo oud,
Dat ze die gedachte, dat het nog zou kúnnen gebeuren, al heel lang hadden losgelaten.

Zacharias heeft zich erbij neergelegd.
Hij heeft het een plekje gegeven.
Maar misschien heeft zijn ervaring, bewust of onbewust,
ook wat gedaan met zijn geloof.

Want als je zo ergens voor bidt, en zo ergens op hoopt, maar het gebeurt niet,
Dan kun je teleurgesteld raken.

Misschien had Zacharias in de loop van de tijd God wel op een afstandje geplaatst.

Natuurlijk! Hij was een priester!
Zijn geloof was belangrijk voor hem.
Hij was er altijd mee bezig.
Net als een dominee, zou je kunnen zeggen.
Hij had zijn taak als priester altijd trouw vervuld, dat had hij nooit opgegeven.

Maar toch was zijn geloof verder van zijn dagelijkse leven af komen te staan.
Hij had zijn verwachtingen van God in de loop van zijn leven bijgesteld.

En ik kan niet voor jullie spreken,
maar geldt dat ergens niet ook voor de meesten van ons?
Dat we, in de loop van de tijd, ook zelf onze verwachtingen van God bijstellen?
Wij leven in een tijd van kerkverlating en secularisatie.
Een tijd van dat geloof voor veel mensen steeds minder een plek heeft in hun leven.
En dat geldt niet alleen voor mensen búiten de kerk.
Ook wij, ook mensen die wél naar de kerk gaan, raken steeds meer geseculariseerd.
Dat betekent dat ons geloof steeds verder af komt te staan van ons dagelijkse leven.
En dat ons leven en ons geloof soms twee verschillende werelden lijken.

Aan de ene kant hebben we ons gezin, ons werk, onze school, onze studie, onze vrienden, onze sport, misschien hoort zelfs de kerk daar wel bij;
En aan de andere kant hebben we ons geloof in God,
En het kan zo moeilijk zijn om die twee met elkaar te verbinden.
Om te zien wat je geloof nou betekent in je leven.
Wat God betekent in je leven.

Misschien lijken wij daarin best wel een beetje op Zacharias.
Want Zacharias gelooft in God,
Hij doet zijn dienst in de tempel.
Maar hij heeft afgeleerd om ook echt iets van God te verwachten.
Om te denken dat God ook op zijn leven betrokken is.
Zijn gewone leven, met zijn eigen problemen, en vragen.
Zacharias denkt: God is groter dan dat.
Bij God kun je bidden voor grote dingen, zoals vrede, en verlossing.
Maar Zacharias gelooft niet meer zo in dat God hém belangrijk vindt.
Dat God iets betekent in zijn leven.

Maar wat nou, als God dan ineens inbreekt,
ineens betekenis krijgt, op al die andere vlakken van je leven,
die je zo netjes van je geloof gescheiden hebt?
Dát is wat Zacharias overkomt!
Op een moment dat hij het niet verwacht.
Hij wordt uitgekozen om in de tempel van God het reukoffer te brengen.
Dat was al heel bijzonder voor hem!

En als hij dan de tempel binnen gaat,
En de wierook aansteekt, en daarnaar kijkt, in alle rust,
Hoe die rook, en daarmee de gebeden van het volk, opstijgen naar God.
Gebeden om vrede, gebeden om verlossing,
Dan gebeurt er iets wat hij nooit had verwacht.
Dan staat er ineens een engel voor hem!
Naast het altaar.
Een engel is in de Bijbel een boodschapper van God.
Dat is ook wat het woord ‘engel’ letterlijk betekent: boodschapper.

En Zacharias, die ziet dat, en die schrikt enorm!
Hij wordt door angst overvallen.

Vind je het gek?
Als je in alle rust, in alle stilte in de tempel bent, aan het bidden bent,
En dan staat daar ineens een engel!

En toch..
hij is in de stilte.
Hij is in de tempel, de meest heilige plek voor de Joden.
Hij is aan het bidden.
Als God op éen moment kiest om te spreken, dan moet het toch daar zijn?

En de engel stelt hem gerust:
Je hoeft niet bang te zijn, Zacharias.
Ik ben hier om te vertellen dat je gebed is verhoord.
Je vrouw Elisabet zal een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen.

En als je dan die reactie ziet van Zacharias,
Dan doet ook hier het verhaal van Zacharias en Elisabeth denken aan het verhaal van Abraham en Sara.
Want als Abraham te horen krijgt dat ze een kind zullen krijgen, dan hoort Sara dat ook, terwijl ze het eten aan het klaarmaken is,
En dan barst ze in lachen uit. Dat kan toch niet!

Wat Zacharias doet lijkt daar wel wat op.
Als de engel voor hem staat, en zegt dat Elisabet en hij een kind zullen krijgen,
Dan zegt hij:
Hoe kan ik weten of dat waar is?
Ik ben immers een oude man, en ook mijn vrouw is al op leeftijd.
Oftewel: hij zegt tegen de engel:
wat je zegt, dat kan helemaal niet!
Zacharias kan het niet geloven.

Er is een tijd geweest waarin hij daarvoor gebeden heeft.
Maar nu heeft hij dat losgelaten.
Het kan niet meer.
Het is een afgesloten hoofdstuk voor hem.
En nou komt God met dat nieuws,
dat hij het gebed van Elisabet en Zacharias verhoort?

Op het moment dat Zacharias namens het hele volk het reukoffer brengt?
Op dat moment is hij helemaal niet met zichzelf bezig.
Hij is bezig met dat grote gebed van het volk, dat buiten staat.
Dat bidt om verlossing, om vrede.
Veel grotere dingen. Veel belangrijkere dingen dan zijn eigen sores. Toch?

Of kijkt God daar anders naar?
Is voor God dat kleine gebed van Zacharias en Elisabet,
net zo belangrijk als dat grote gebed om vrede.
Zelfs al heeft Zacharias het afgeleerd om voor zichzelf te bidden.
Want God is niet alleen een God van het grote.
Hij is ook een God van kleine, gewone mensen.
Hij zíet Elisabet en Zacharias.
Ook al denkt Zacharias van niet.
Het is juist andersom.
God verhoort het gebed van Zacharias en Elisabet, dat ze zo lang hebben gebeden.
En daar doorheen verhoort hij ook het gebed van het volk.

Hun eigen leven, hun eigen zorgen, en vragen,
Lijken zoiets kleins, en onbelangrijks als je kijkt naar alles wat er speelt in de wereld om ze heen.
Dat was toen zo, en dat gevoel zou je nou ook kunnen hebben,
Met alles wat er nu speelt.
Maar de geboorte van Johannes, hun kind,
Dat betekent dat God ook daar iets aan gaat doen!

De engel zegt grote dingen over hun kind.
Hij zal een bijzondere dienaar van God zijn,
Met de Geest en de kracht van Elia.

Elia, dat was een profeet uit het Oude Testament,
die leefde in een tijd dat bíjna het hele volk van God niet meer tot de God van Israël bad.
Bijna iedereen bad tot Baäl, tot een afgod.
En Elia moest de mensen oproepen om weer op God te vertrouwen.

Zo, zegt de engel, zal Johannes de mensen oproepen om zich weer opnieuw te richten op God.

Hij zal het volk gereedmaken voor de Heer.
En als je dat zinnetje zo leest, dan kan je daar zo overheen lezen,
Totdat je gaat denken: wie bedoelt de engel daar eigenlijk mee, met ‘de Heer’?
De engel bedoelt daar Jezus mee.
Zacharias weet dat op dat moment nog niet.
Maar zijn kind, Johannes, zal degene zijn die de weg vrij moet maken voor iemand die na hem komt.
En dat is Jezus.
Hij moet de mensen voorbereiden op de komst van de zoon van God.
Door het kleine heen gaat God iets heel groots doen.
Groter dan Zacharias ooit zou kunnen bedenken.

Maar voor Zacharias is het allemaal te veel.
Hij reageert stomverbaasd.
Dat kan toch niet waar zijn?, zegt hij tegen de engel.
Elisabet is al zo oud!
Dat kán toch helemaal niet?
Hoe weet ik óf het waar is?

Moet hij gewoon geloven dat ze een kindje krijgen?
Moet hij het tegen Elisabet gaan vertellen?
Maar wat als het uitblijft?
Wat als het niet gebeurt?
Hij wíl niet opnieuw die teleurstelling.

En het mooie is dat God dat van hem kan hebben.
De engel reageert met humor:
jij wil weten of het waar is?
Nou, hier is je bewijs.
Je zal niet meer kunnen praten, tot je kind geboren is.
Je kan het nieuws dat je hebt gehoord met niemand delen.
Je moet het voor je houden,
Tot je met je eigen ogen ziet dat het écht waar is.

Zacharias heeft zoiets bijzonders gehoord!
Maar hij moet er stil over blijven,
totdat God aan hem heeft laten zien dat Hij doet wat Hij belooft.

En dan moet Zacharias naar buiten, en kan hij niks vertellen.
Hij kan niet eens de mensen meer de zegen geven.
Voor de mensen die buiten staan is het een raadsel.
Wat is er gebeurd in de tempel?
Ze weten alleen dát er iets is gebeurd.
Maar Zacharias kan het niet vertellen,
Want hij geloofde niet wat de engel tegen hem zei.

En Lukas, die dit verhaal heeft opgeschreven,
zet daar de blijdschap van Elisabet tegenover.
Elisabet, die ondanks alles, ondanks dat ze al zo oud is,
zo blij is dat ze een kindje krijgt.
En ze zegt: de Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij heeft mij gezien!

En zo zal Zacharias uiteindelijk ook reageren, als het kind geboren wordt,
en Zacharias hem een naam geeft: Johannes.

Die naam spreekt al boekdelen.
Johannes betekent: God is genadig, God is goed.
Want op dat moment heeft Zacharias gezíen dat God doet wat Hij belooft.
Dat God in zíjn leven aanwezig is.

Johannes, God is genadig.
Het Hebreeuwse woord voor genade, dat is ook mooi,
Dat is ‘chen’.
Dat is waar ons woord voor ‘gein’ vandaan komt.
God heeft humor!

Als je dit verhaal hoort, of leest, is het een verhaal dat best wel ver van je af kan staan,
Door alle bijzondere dingen die hierin gebeuren.
Maar misschien is het juist daaróm ook wel een verhaal dat we dichtbij mogen laten komen.
Omdat het zo kan raken aan hoe we zelf in het leven staan.
Omdat het zo makkelijk kan zijn, en veilig, om God op een afstandje te houden.
Om ons geloof en ons leven te zien als twee losse werelden.

Maar wat als, net als in dit verhaal, God ineens wél betrokken blijkt te zijn op jouw leven?
Wat als Hij je ziet, zoals Hij Zacharias en Elisabet ziet?
Wat als Hij oog heeft voor wat jij moeilijk vindt?
Wat als hij jou net zo belangrijk vindt als al die grote dingen die er spelen in de wereld om ons heen?
Zit daar niet ook iets heel erg troostvols in?

Als wij bidden, bidden we dan alleen om hele grote dingen,
Om vrede, om verlossing,
Of mogen we ook onze eigen vragen en moeilijkheden bij God brengen?
Ook al zijn ze misschien maar klein?
En geloven dat God ons ziet,
En daar ook iets mee doet?

En zelfs als een gebed níet verhoord wordt,
dat we wel mogen geloven dat we hem aan het hart gaan?

En dan is het ook zo mooi om te bedenken waar dit verhaal een vooruitblik op is:
De zwangerschap van Elisabet, en de geboorte van Johannes,
Die zijn een vooruitblik op de zwangerschap van Maria,
En op de geboorte van Jezus.

En als je érgens ziet hoe God betrokken is op ons, gewone leven,
Dan is het wel met Kerst,
Als God, in Jezus, als mens bij ons komt wonen.
Als hij geboren wordt in een heel gewoon gezin, bij gewone mensen.
Jozef en Maria.

Met Kerst dan denken we daar aan:
Dat wij God wel op een afstandje kunnen houden,
Maar dat God zélf niet op een afstandje blijft staan.
Dat Hij naar ons toe komt.
Amen.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *