Wie ben ik? Welke kant moet ik op? – Jona

Welke kant moet ik op?

Ik was een keer met een vriend aan het fietsen.
Hij vertelde me dat hij zich soms best wel afvroeg,
of hij niet de verkeerde studiekeuze had gemaakt.
We hadden het er even over.
Op een gegeven moment zei hij:
je hebt tegenwoordig ook zoveel keuzes.
Vroeger werd je boer, net zoals je vader, of smid.
Of je werd leraar.
Nu zijn er ontzettend veel studies waaruit je kunt kiezen.
En daarna kun je weer net zoveel verschillende dingen worden.

We leven in een tijd waarin alles mogelijk is.
Je kunt gaan studeren. Je kunt gaan werken.
Je kunt de wereld rondreizen.

Soms moet je kiezen met welke mensen je wilt omgaan,
wie je als vrienden wilt hebben.
Je kunt je eigen kledingstijl uitkiezen.
En noem maar op.

En dat is hetzelfde met geloof:
Er zijn mensen om je heen die christen zijn, of moslim,
of die niets geloven.
Aan de ene kant is dat heel mooi, want je komt met veel verschillende mensen in aanraking.
Aan de andere kant kan dat ook heel erg lastig zijn.
Want in dat alles moet je ook keuzes maken.
Moet je kiezen waar jij zelf voor wilt staan.
Je moet jezelf uitvinden.

Soms zou het wel makkelijk zijn als het ging zoals in het verhaal van Jona.
Op een dag kreeg Jona een opdracht van God.
God zei tegen hem: ga naar Nineve.
Zo’n opdracht, dat is tenminste duidelijk.
Zou dat niet fijn zijn?
Als God gewoon tegen je zou zeggen: die kant moet je op.
Dat is mijn plan met jou.

Nou, fijn… Jona vond dat niet zo fijn.
Wat God met hem wilde was duidelijk,
maar het strookte niet met wat hij zelf wilde.
Hij had er helemaal geen behoefte aan om naar Nineve te gaan.
Waarom zou hij dat doen?
Als onheilsprofeet nog wel,
als iemand die slecht nieuws komt brengen.
Wat zouden de mensen wel niet met hem doen?
Hem uitlachen? Of erger?

Nou, daar had Jona absoluut geen zin in.
En daarom besloot hij om juist de andere kant op te gaan.
Nineve lag in het Noordoosten.
Dus hij ging naar Westen. Op naar de zee.

Misschien is het wel een beetje herkenbaar…
Als mensen tegen je zeggen: dát moet je doen,
dan kun je juist denken: dat wil ik helemaal niet!
Je bedenkt redenen om het niet te doen.
En misschien ga je, om opstandig te zijn, precies de andere kant op.
Om te laten zien: ik ga echt niet naar jou luisteren.
Ik wil mijn eigen weg vinden.

Dat kan best goed zijn, je eigen weg vinden.
Je hoeft niet zomaar alles te doen wat mensen om je heen van je verwachten.
Of wat je ouders willen.

Maar het werkt ook niet om precies de andere kant op te gaan.
Dan loop je in die andere richting, zonder een echt doel.
Het enige doel is dat je niet wilt doen wat die ander tegen je zegt.

Zoals bij Jona. Hij gaat op een schip, naar Tarsis.
Zo ver mogelijk bij Nineve vandaan als je toen kon bedenken.
Niet omdat hij daar naartoe wil:
gewoon om weg te varen van het vaste land, weg van Nineve.
Weg van die plek waar hij heen moet, van God.

Als je iets alleen maar doet om tegen anderen in te gaan,
dan is dat uiteindelijk geen goede weg.
Dan word je er niet gelukkig van.
En kun je hele mooie dingen missen in het leven.

De kerk kan daar een voorbeeld van zijn.
Stel dat je niet meer naar de kerk wilt gaan,
omdat dat altijd ‘moest’ van je ouders. Dat kan.
Het kan ook zijn dat je afknapt op de kerk.
Omdat je het gevoel hebt dat het er niet ‘echt’ is.
Dat het niet over je eigen leven gaat.
Of dat er een taal wordt gesproken die jou niets zegt.
En soms is het niet eens een bewuste keuze om niet meer te gaan.
Soms loopt het gewoon zo.

Eigenlijk is het best jammer dat mensen soms afknappen op de kerk. Want als je dat doet, dan knap je op den duur vaak ook af op God.
Ik zie het soms zo met de kerk.
Het is misschien niet altijd de meest flitsende plek om te zijn.
Maar het is wel een plek waar iets heel bijzonders gebeurt:
je kunt er namelijk God ontmoeten.
Je bent er met je geloof bezig.
Als je dat niet doet, dan leef je je leven door,
zonder daar bij stil te staan.
Maar in de kerk maak je ruimte om God te ontmoeten. (…)

Jona kiest zijn eigen weg.
Toch laat het verhaal van Jona ons ook iets heel moois zien.
Want ook al ging Jona de andere kant op dan God van hem wilde:
God geeft het niet zomaar op met hem.
God geeft Jona de opdracht om naar Nineve te gaan.
Jona luistert niet naar God.
En toch eindigt Jona uiteindelijk in Nineve.

Waarom is dat mooi? Dat is toch waar Jona niet heen wilde?

Het is mooi, omdat het een belofte is.
Wij horen niet zo duidelijk de stem van God als Jona.
God geeft ons geen opdracht: dit moet je doen.
Wij moeten onze eigen keuzes maken.
Daar hebben we zelf verantwoordelijkheid voor gekregen.
We mogen ons eigen plan trekken.

Maar of we nou linksaf gaan of rechtsaf:
uiteindelijk komen we uit op de plek waar God ons bedoeld heeft.
Of we daar nou komen in een rechte weg,
of dat we allemaal zijwegen nemen, en gaan slingeren.
God heeft een doel met ons leven.
En dat mag je wat ontspanning geven:
God laat je niet los. Welke kant je ook opgaat,
Hij gaat met je mee.

Preekje: Wie ben ik?

Jona is via een omweg dan toch in Nineve aangekomen.
Hij heeft inmiddels door dat God zich niet zo makkelijk laat afschepen. En daarom besluit hij om God te gehoorzamen.
Hij trekt door Nineve.
Een enorme stad, zeker voor die tijd.
Zo ontzettend veel mensen, die dicht op elkaar woonden.
Jona trekt overal rond,
en vertelt de mensen wat God tegen hem heeft gezegd:
nog veertig dagen, en dan wordt Nineve verwoest!

Na een paar dagen denkt Jona: mijn taak zit erop.
Hij trekt de stad uit, en gaat er eens goed voor zitten.
Nu kan hij eens goed kijken hoe God de mensen straft!

Maar de mensen horen wat Jona zegt.
En ze krijgen spijt van de slechte dingen die ze doen.
Ze passen hun leven aan.
Zelfs de koning van Nineve trekt het zich aan wat Jona zegt.
En God krijgt medelijden met de mensen in Nineve.
Hij verandert zijn plan.
Hij besluit om Nineve niet te verwoesten.

En Jona? Die is hartstikke kwaad!
Jona denkt: nou ben ik voor niks naar Nineve gekomen!
Zie je wel, ik wist het: u bent een goede God!
U straft niet graag mensen!
Het is een beetje een vreemde beschuldiging, zou je denken.
Dat vindt God ook.
Daarom stelt God een vraag aan Jona.
Hij vraagt: Heb jij echt een goede reden om zo kwaad te zijn?

De band speelde net een lied voor ons.
Who am I, heette het. Wie ben ik?
Het lied gaat erover dat iemand tegen God zegt:
wie ben ik, dat U aan mij denkt, dat U geeft om mijn verdriet?
Wie ben ik, dat U mij de weg wilt wijzen in mijn leven,
als ik niet weet waar ik naartoe moet?
U doet dat niet om wie ik ben, of om wat ik voor U heb gedaan.
Maar om wie U bent.

Niet de keuzes die wij maken zijn de basis van wie wij zijn,
Maar Gods liefde.
Dat wij door hem geaccepteerd zijn, en geliefd zijn.

Dat is ook waar dit verhaal over gaat.
Wat God aan Jona wil vertellen.
God houdt van ons, gewoon om wie Hij is.
Omdat Hij goed is, en vol liefde.

Dat is waarom hij tegen Jona zegt:
heb je echt een goede reden om zo kwaad te zijn?
God is een goede God.
Voor de mensen in Nineve, maar ook voor Jona.
Hij bleef ook trouw aan Jona,
zelfs toen Jona de andere kant op ging.
Jona is niet beter dan de mensen in Nineve.
En God houdt niet minder van de mensen in Nineve.
Hij houdt ook niet minder van Jona.
Hij geeft om alle mensen.
Hij vindt ons het waard.
Ook al slingeren we wel eens,
of lopen we pal in de verkeerde richting.

Soms vragen mensen mij waarom ik predikant ben geworden.
Ik denk, omdat ik zo onder de indruk ben gekomen van wie God is.
Van zijn onvoorwaardelijke liefde.
Daar raak ik steeds weer over verbaasd.
Het is God, die ons vasthoudt, steeds als wij vallen.
Die je weer op je voeten zet.
En die zegt: ik laat je niet los. Wat er ook gebeurt.

Voor mij wordt die liefde het duidelijkst zichtbaar in het kruis van Jezus. Daar laat God zien, dat Hij zo ver wil gaan voor ons,
dat Hij zelfs bereid is om zichzelf voor ons te geven.

Misschien heb je dat al zo vaak gehoord, dat je denkt: het zal wel.
Maar als je er eens bij stil staat,
besef je hoe ontzettend bijzonder dat is.
Jezus gaf zijn leven.
Hij deed dat voor alle mensen.
Ook voor mij, en voor jou.
En daardoor, door wat Hij heeft gedaan,
ben jij Gods geliefde kind.
(…)
Jona wist niet goed welke kant hij op wilde.
Hij ging eerst tegen God in.
Maar ondanks dat heeft God hem uiteindelijk toch gebruikt.
Zelfs om een hele stad te redden!

Zo wil God ook door ons leven heen werken.
Je zou kunnen zeggen dat je leven is als een draad in een kleed.
Op sommige momenten zie je alleen jezelf.
Je eigen situatie. De dingen die je doet.
De keuzes die je maakt.

Maar je leven staat niet alleen op zichzelf.
Zelf kun je niet altijd het doel overzien dat God met je leven heeft.
Dat jouw leven, zoals die draad,
deel uitmaakt van een groter geheel.
Van een plan dat God heeft met alle mensen.

Soms is het goed om niet alleen naar je leven te kijken vanuit je eigen ogen, maar ook vanuit Gods ogen.
Dan wordt die ene draad, die op zichzelf niet zo belangrijk lijkt,
of niet zo mooi, ineens veel mooier.
Want zonder die draad zou het kleed uit elkaar vallen.

Zo ziet God jou steeds.
En daarom vindt hij jou het waard.
Zelfs om zijn leven voor te geven.
Zijn liefde is de basis van wie je mag zijn.
Amen

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *