Preken

Wat maakt dat jij gelooft?

1 Korintiërs 1:22-2:5

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Er zullen hier misschien wel meer mensen zijn die net als ik erg kunnen genieten van de verhalen van The Lord of the Rings.
Al sinds ik als tiener de films zag, en daarna de boeken las,
was ik van dat verhaal onder de indruk.
Afgelopen voorjaar heb ik die boeken na lange tijd weer opnieuw gelezen.

En wat ik altijd boeiend vind om me te realiseren als ik dat lees:
Tolkien, de schrijver van The Lord of the Rings, was christelijk.
Hij was Katholiek, en erg overtuigd Katholiek.
En als je goed leest, dan vind je dat terug in zijn boeken.

Niet heel erg opvallend,
Zoals bij de boeken van Narnia,
Waarin je bepaalde personen uit de boeken en de films direct kan vergelijken met personen uit de Bijbel,
Maar bij Tolkien is dat subtieler. Bij hem zit dat vooral in de grote thema’s.
Ook een thema waar het over gaat in de lezing van vandaag.

Want één van de meest opvallende dingen in The Lord of the Rings,
Is dat de helden in die boeken eigenlijk helemaal geen helden zíjn.
Het zijn kleine mensen, ongeveer half zo groot als echte mensen.
Hobbits.
En zij verrassen iedereen.
Want ze zijn geen grote strijders, of tovenaars,
Ze zijn niet indrukwekkend,
Maar toch zijn zij degenen die er uiteindelijk voor zorgen dat het kwaad wordt gestopt.

Doordat ze trouw zijn, en de weg volbrengen die ze moeten gaan.

The Lord of the Rings is een verhaal over kwetsbaarheid, en zwakheid,
Tegenover grote, onbeheersbare machten om je heen.
En tóch worden die grote, onbeheersbare machten overwonnen door zulke kleine, zwakke wezens als de hobbits.

Daar moest ík aan denken toen ik deze week las dat Paulus schrijft:
het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen.
Paulus zegt: dát is hoe God werkt.
Wat God dóet!
God werkt niet op een hele grootse, indrukwekkende manier,
Maar júist door zwakheid, en kwetsbaarheid heen,
Laat God zijn liefde zien.
En zijn grootheid.

De kernboodschap van het christelijk geloof, zegt Paulus,
Is niet een boodschap van kracht, maar van zwakheid.
Niet van wijsheid, maar van dwaasheid.

De tekst die we hebben gelezen komt uit een brief van Paulus aan de kerk in Korinthe.
Vorige week hebben we gelezen dat Paulus zelf in de Griekse stad Korinthe was geweest.
En dat hij daar anderhalf jaar was gebleven.
Eerst waren daar geen christenen, was er geen kerk.
Maar Paulus had aan Joodse en aan Griekse mensen verteld over Jezus,
En zo was daar in Korinthe een gemeenschap gegroeid van mensen die in Jezus geloven.
Eén van de eerste kerken!

En die kerk in Korinthe bestond uit een hele interessante mix van mensen!
Want zo’n kerk was er nog bijna nergens:
In de kerk in Korinthe waren Joodse mensen,
die eerder al in God geloofden, maar nu ook in Jezus,
En er waren Griekse mensen, die misschien al wel geloofden in de God van de Joden,
Maar die er nog buiten hadden gestaan,
En die er nu bij mochten horen.
Én er waren Griekse mensen voor wie het allemaal helemaal nieuw was.
Die eerder misschien wel in Griekse goden hadden geloofd:
Zeus, en Afrodite,
En die nu christen waren geworden.
Hele verschillende groepen mensen dus.

En zo waren er nog meer grote verschillen binnen die gemeente.
Er waren rijke mensen!
Mensen met grote huizen, waar de kerk uit Korinthe bij elkaar kon komen,
Want ze hadden nog geen kerkgebouw.

En er waren ook veel arme mensen.
Voor hen was het christelijk geloof ontzettend aansprekend.
Want in die tijd, als je geen bron van inkomsten had, dan was je aan jezelf overgeleverd.
In Korinthe kreeg je geen bijstand, en er was geen voedselbank.
En christenen stonden bekend om hun hulp aan mensen die dat nodig hadden.

Én er waren zelfs heel veel slaven die christen werden.
Want slaven kregen in de kerk te horen dat ze voor Jezus net zoveel waard waren als ieder ander.

Die kerk in Korinthe was dus een hele bonte mix aan mensen,
En wat ze gemeen hadden met elkaar, was dat ze in Jezus geloofden.
Als je zulke verschillende mensen bij elkaar zet, dan kan het ook wel eens misgaan.
En dat gebeurde ook.
Als Paulus deze brief schrijft, dan is hij zelf niet meer in Korinthe.
Maar hij krijgt op afstand wel te horen over dingen die goed gaan,
En dingen die misgaan in die kerk.

Daarom schrijft Paulus zijn brief:
om een aantal misstanden in die gemeente aan de kaak te stellen.
Bijvoorbeeld dat er ruzies waren binnen die gemeente.
Dat sommige mensen zich beter voelden dan anderen, of zeiden: jij hoort er niet bij!
En dat mensen soms gewoon niet goed met elkaar omgingen.

Zo staan er allemaal praktische aanwijzingen in die brief van Paulus.
Maar wat Paulus vooral heel graag wil met zijn brief,
is de mensen terugkrijgen bij waar het écht om gaat!
Bij wat de kern is van hun geloof.
Paulus wil de neuzen weer dezelfde kant op krijgen.
Jullie geloven toch allemaal in Jezus?
Dat is wat jullie verbindt met elkaar,
Ook al zijn jullie heel verschillend.

Wat ik mooi vind aan deze brief van Paulus, is dat hij het heel persoonlijk maakt.
Paulus durft te schrijven over zijn eigen kwetsbaarheid.
Hij schrijft aan de kerk in Korinthe wat hem bewoog toen hij voor het eerst in Korinthe kwam.
Hij schrijft dat hij zelf bang was, en onzeker.
Vorige week hebben we het daarover gehad.

Paulus had al op verschillende plekken met afwijzing en teleurstelling te maken gekregen.
Hij had reden om het spannend te vinden.
Want de boodschap die hij kwam brengen was een boodschap die behoorlijk tegendraads was.

En in dit gedeelte zegt Paulus:
Ook al was ik bang, ik besloot om dat niet uit de weg te gaan!
Om heel gewoon de mensen te vertellen over Jezus.
Want dát was waar ik voor was gekomen.
Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde.
Dat wás een hele tegendraadse boodschap. Nog meer dan wij denken.
Voor ons is een kruis het belangrijkste symbool van ons geloof.
Wij zijn wij daar helemaal aan gewend.
Hier voor in de kerk hangt een groot kruis,
En er zijn ook veel christenen die een kruisje om hun hals dragen.

Maar in de eerste eeuwen van het christelijk geloof was dat anders.
Christenen hadden andere symbolen.
Bijvoorbeeld een visje.
Dat zie je nu ook nog wel eens.
Het Griekse woord voor vis is ‘Ichthus’.
En de eerste christenen gebruikten de letters van dat woord als een afkorting.
Jezus Christus, Gods Zoon, Redder.

Dat symbool gebruikten ze liever dan een kruis.
Want het kruis was een spannend symbool om te gebruiken.
Bij een kruis dachten mensen in die tijd niet als eerste aan Jezus.
Mensen dachten als eerste aan de doodstraf.
Een kruis associeerden mensen met criminelen, en moordenaars, en opstandelingen.

Daar kreeg Paulus ook mee te maken.
Veel mensen vonden zijn boodschap onbegrijpelijk.
Hoe kon je nou geloven dat iemand die aan een kruis was geslagen,
en was gestorven,
De zoon van God was?
Hoe kon je geloven dat God zichzelf aan een kruis zou laten slaan?
De dood van een misdadiger?
Dat was onbestaanbaar, ondenkbaar.
Dat was de wereld op z’n kop.

Dat alleen al was voor veel mensen een reden om te stoppen met luisteren.
Daar wilden ze niks van horen.

En dan schrijft Paulus:
Maar dát is juist hoe God is! En hoe God werkt!
Door zwakheid laat God zijn kracht zien.
Het zwakke van God is sterker dan mensen.

Want wij geloven dat als Jezus sterft aan het kruis,
Dat dát juist het moment is waarop God zijn liefde aan ons laat zien.
Wij geloven dat Jezus niet voor niets is gestorven,
Dat hij geen slachtoffer was van de situatie,
Maar dat Hij voor óns is gestorven.
Om te zorgen dat wij bij God kunnen horen!
Paulus verwoordt dat heel mooi:
In Christus, in Jezus, zijn wij rechtvaardig en heilig,
En in Hem zijn wij verlost.
Het is mooi om die woorden op je in te laten werken.
Want dat zegt iets over hoe God naar ons kijkt.
Wat Jezus voor ons heeft gedaan aan het kruis,
Is meer dan alleen onze zonden vergeven.
Door wat Hij heeft gedaan,
Kijkt God nu zo vol liefde naar ons,
Als Hij kijkt naar zijn eigen zoon, naar Jezus!

Jezus was de zoon van God.
En door wat Hij gedaan heeft, zijn wij geadopteerd.
Zijn wij nu ook kinderen van God.

Daar gebeurt dus iets heel bijzonders aan het kruis.
Iets dat alles anders maakt!
Dat alles op zijn kop zet.

En dát is wat het christelijk geloof zo bijzonder maakt.
Wij geloven niet in een God die uit de hemel aan komt stormen,
en die zijn kracht laat zien, die iedereen op hun nummer komt zetten,
Maar wij geloven in een God die mens is geworden,
en die zijn leven voor ons wilde geven.
En dat gaat tegen alles in wat logisch is!

Ik had op de universiteit een docent,
Een serieuze man met een grote baard.
Hij gaf kerkrecht.
En op een dag zei hij op college, zomaar uit het niets:
Als ik één waarheid op mijn hand mocht schrijven, dan schreef ik: Jezus!

En dat raakte mij.
Dat hij dat zo met ons deelde.
Hij gaf er niet heel veel woorden aan,
Maar ik zag dat het hem veel deed.

Zo is het voor Paulus ook.
Paulus weet dat de mensen het vreemd vinden wat hij vertelt.
Hij weet dat mensen erover vallen,
dat mensen het niet begrijpen,
of hem maar raar vinden,
als hij vertelt dat Jezus, die is gekruisigd, de zoon van God is.

En toch wíl hij erover vertellen!
Want als hij de mensen over Jezus vertelt, dan is dat voor hem geen theorie.
Niet iets abstracts, iets ver weg.
Paulus gelooft dat Jezus zijn leven heeft gegeven,
Ook voor hem!
En hij gelooft dat Jezus leeft!
Zijn eigen leven is veranderd doordat hij Jezus heeft leren kennen.
En niet als iemand die hem op zijn nummer kwam zetten,
Maar als iemand die van hem hield, ondanks alles wat hij had gedaan.
Want Paulus was geen lieverdje.
En toch, toen Jezus zich aan hem liet zien, had hij tegen Paulus gezegd:
ik trek jou uit de duisternis, en ik zet jou in het licht!
Doordat hij Jezus kende was het leven van Paulus totaal veranderd!

Paulus was één van de grootste tegenstanders van de christenen,
En toen koos Jezus hém uit om alle mensen over Jezus te vertellen.
Dat is iets dat je nooit zou verwachten.
En dus was Paulus zich er ontzettend van bewust dat God op een hele andere manier werkt dan mensen vaak werken.
Op een hele verrassende manier.

En dat is ook de boodschap van Paulus aan de mensen in Korinthe:
Ons geloof mag dan niet zo stoer zijn,
Het mag dan raar klinken voor de mensen om ons heen dat wij geloven in een God die zichzelf aan een kruis heeft laten slaan,
Maar wij geloven dat God júist daardoor iets heel moois heeft gedaan!
Wij geloven dat God dan misschien geen God is die zijn spierballen laat rollen,
Maar wel dat Hij een ontzettend genadige God is, een liefdevolle God.
Een God van vergeving.

Een God die zélf de straf voor alles wat wij verkeerd doen,
op zijn schouders wil nemen,
en die ons aan wil nemen als Zíjn kinderen!

En dat zegt ook iets over óns!, zegt Paulus.
Ons heeft God ook niet uitgekozen omdat we zo rijk zijn, of knap, of slim,
Of omdat we alles zo goed op een rijtje hebben,
En nooit fouten maken.
Wij zijn geen perfecte mensen. En dat hoeven we ook niet te zijn.
Want het gaat niet om ons.
We hebben een mooie boodschap!
En dat is dat Jezus van ons houdt!

Dat is wat Paulus als eerste wil vertellen aan de mensen om hem heen.

Nou vind ik het een mooie vraag voor onszelf, om daar ook eens over na te denken:
Wat van ons geloof zouden wij willen delen met mensen om ons heen?

Want ik denk dat we hier allemaal niet zomaar zitten.
Iedereen hier gelooft in God, of is naar God op zoek.
Wat maakt dat jij gelooft?
Wat vind je in je geloof?

Stel je nou eens voor dat je met iemand in gesprek bent,
Iemand die wéét van jou dat je gelooft.
En die vraagt aan jou, oprecht, echt geïnteresseerd:
Als jij in een paar woorden of in een korte zin zou zeggen wat jouw geloof voor jou betekent, wat zou je dan zeggen?

Wat betekent jouw geloof voor je?
Bij de ingang heb je een klein blaadje gekregen, en een pen.
Misschien kun je proberen om het eens op te schrijven!
Dat mag een woord zijn, of een paar woorden, of een zin.
En als je niets weet, kun je misschien ook wel denken aan een regel van een lied,
Of een Bijbelvers dat jou heel erg aanspreekt,
Of je maakt een kleine tekening!
Wat betekent jouw geloof voor je?
We worden even stil, zodat je de tijd hebt om het voor jezelf op te schrijven.

Nou zou ik je willen vragen om het eens te delen met degene die naast je zit,
of als er niemand naast je zit, iemand die voor of achter je zit.
Wat heb jij opgeschreven?

Nou heb ik nog een laatste vraag.
Hier in de kerk hangen allemaal foto’s van jullie!
Mocht die er nog niet hangen, dan kun je er een laten maken, na de dienst!
Ik weet dat in elk geval Willie haar fototoestel heeft meegenomen.

Ik zou jullie willen vragen, om als je dat wil,
Na de dienst je foto op te zoeken,
een punaise te pakken,
En jouw briefje bij je foto te plakken.

Ik denk dat als we dat allemaal doen, dat dat ontzettend bemoedigend is voor elkaar om te lezen!
Het is niet verplicht, maar ik zou het wel heel mooi vinden als je dat zou willen doen.

Dan is er nu een kort moment stilte,
En daarna zingen we samen het lied: U zij de glorie.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *