Wat is goed leven?

Tekst: Mattheüs 19:16-30

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Het goede leven! Wat is dat?
Wat doet er echt toe voor jou?
We hebben net filmpjes gekeken van een aantal gemeenteleden, met hun antwoord op deze vraag.
Maar wat als je diezelfde vraag zou stellen aan mensen die je gewoon op straat tegenkomt?
Ik ben best benieuwd wat hun antwoorden dan zouden zijn!

Misschien denken mensen aan: genieten van goed eten, lekker drinken. Goed gezelschap.
Of ze denken aan familie, vrienden. Mensen om je heen.
Of aan gezondheid. Dat kan zo vanzelfsprekend zijn, maar op het moment dat je iets gaat mankeren, besef je vaak pas hoe waardevol dat is.
Of ze denken bij goed leven aan goede keuzes maken. Zorgen voor je naaste, voor de wereld om je heen.

De spannende vraag is:
Zouden die mensen die je het op straat vraagt,
bij het ‘goede leven’ ook aan God denken?

Wat heeft God te maken met het ‘goede leven’?
Ik denk dat veel mensen God helemaal niet zo nodig vinden voor het goede leven.
Je kan best genieten van het leven zonder God.
Je kan gelukkig zijn zonder God.
God is misschien een mooie aanvulling op het goede leven.
Maar niet noodzakelijk.

En ik zeg dat niet als een veroordeling.
Ik denk zelfs dat het echt waar is.
Heel veel mensen weten dat in deze tijd.
Je hebt God niet per sé nodig om gelukkig te zijn.
Ook zonder in God te geloven kun je een goed leven leiden.
Zonder God hoeft het je aan niets te ontbreken.

Misschien dat geloven dat ‘goede leven’ zelfs wel een beetje in de weg kan zitten, voor je gevoel.
Het houdt je tegen om echt te genieten.
Om voluit te leven.

Zo zien veel mensen God wel.
Als iemand die je vrijheid in de weg zit.
Die wil bepalen hoe jij je leven leidt.
Van wie je van alles moet, en niets mag.
Geloven, dat maakt het leven alleen maar moeilijker.
En dan ‘moet’ je ook nog naar de kerk!
Dan ‘moet’ je iets met al die mensen die ook in God geloven,
maar die vaak toch net anders zijn, anders denken dan jij!

Ik denk echt dat je God niet nodig hebt om gelukkig te zijn.
Om te genieten van het goede leven.
Stel: je geeft iemand een cadeau.
Een heel mooi cadeau, waar je ontzettend je best op hebt gedaan.
Dat doe je niet voor jezelf.
Dat doe je omdat je hoopt dat die ander blij is met je cadeau.
Dat hij of zij ervan gaat genieten!
Zo’n cadeau, daar zitten geen voorwaarden aan verbonden:
Als ik jou dit geef, moet je elke zondag bij mij op de koffie komen!
Zo werkt het niet.
Je geeft iets, zonder iets terug te verwachten.
Omdat je van die ander houdt.
Omdat je het aan die ander gunt.

En zo is het precies ook met het leven.
Met alles wat goed is, alles wat mooi en kostbaar is.
Alles waar je van kunt genieten.
Dat is een cadeau. Een cadeau, dat God aan jou en aan mij geeft.
En waar hij helemaal niets voor terug vraagt.
Zijn liefde is een cadeau.
God wordt er blij van, als wij genieten van wat Hij ons geeft.
En dat is goed! Daar is helemaal niets mis mee!
En toch… als je dan het Bijbelverhaal leest dat we vandaag hebben gelezen.
En dan zeg ik dit.
Klopt dat nou wel met elkaar?
Dat ik zeg dat God blij wordt als wij genieten,
En dat Jezus, als iemand bij hem komt, tegen hem zegt dat om het eeuwige leven te krijgen, hij alles moet verkopen wat hij heeft!
Dan staat het toch wel behoorlijk tegenover elkaar: genieten en geloven.
Hoe zit dat?
Is God dan toch zo veeleisend?
Mag je dan niet genieten van de goede dingen die Hij je heeft gegeven?
Als je in Hem gelooft, moet jij dan ook alles opgeven?

Jezus lijkt behoorlijk veeleisend, in het gedeelte dat we hebben gelezen.
Een jonge man komt bij hem.
Een rijke jonge man.
Die ontzettend zijn best doet om goed te leven.
En toch heeft hij het gevoel dat hij iets mist.
Er knaagt iets bij hem.
Anders stelde hij die vraag niet aan Jezus:
Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?

Voor we verder gaan, wil ik eerst een misverstand uit de weg halen.
De jonge man vraagt niet aan Jezus:
meester, wat moet ik doen om in de hemel te komen?
Hij vraagt aan Jezus: wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?
Het ‘eeuwige leven’ is in de Bijbel niet alleen iets voor ná dit leven.
Het staat voor: dicht bij God leven.
Na dit leven, maar ook ín dit leven.
Het staat voor: leven in verbondenheid met God.
De jonge man vraagt dus aan Jezus:
Wat is goed? Hoe moet ik leven om dicht bij God te leven?

Voor Joden in de tijd van Jezus was er een ‘correct’ antwoord op deze vraag.
Dicht bij God leven, dat doe je door je aan de wet van God te houden.

Maar ja, dan werd het pas spannend.
Wat houdt die wet in?
Het begint bij de tien geboden.
Maar wat betekent het, nou praktisch, om je aan die tien geboden te houden?
Wat moet je daar precies voor doen?
Wat wordt er van je verwacht?
Het is best verleidelijk om een set regels te hebben waar je je aan moet houden, en dan te weten:
ik ben op de goede weg.
Dan hoef je je verder niet meer druk te maken.
Ik hou me toch aan de regels die God heeft gegeven?
Misschien is dát wat de rijke jonge man wil horen van Jezus.
Aan welke regels moet ik me precies houden?
Misschien denkt hij: ik ben rijk.
Hoeveel geld moet ik geven aan de armen zodat het goed zit met mij?

Maar Jezus zegt, heel eenvoudig: houd je aan de tien geboden.
Hij noemt ze gewoon op, zonder verdere uitleg.
De eerste geboden noemt hij niet,
omdat het voor hem heel vanzelfsprekend is dat de man zich daaraan houdt:
eer God boven alles,
maak geen beelden van vreemde goden,
vereer geen afgoden,
houd je aan de Sabbat.
De man is Joods, net als Jezus, dus aan die geboden zal hij zich al houden.

Jezus begint bij de geboden die al wat spannender zijn,
die gaan over het echte leven:
steel niet, lieg niet, pleeg geen moord, pleeg geen overspel.
En hij vat ze samen in de woorden:
heb je naaste lief als jezelf.
Dat is niet een van de tien geboden,
maar wel waar de tien geboden op uitkomen.
Eigenlijk zegt Jezus: dat is de kern, waar die geboden om draaien.
De man zegt: ik houd me aan al die geboden! Wat kan ik nog meer doen?
Hij wíl het echt goed doen. Zijn vraag is oprecht.
Hij verlangt ernaar om met God te leven.
Hij wil zich er niet makkelijk van af maken, maar echt doen wat God van hem vraagt.
En daarom is Jezus’ antwoord:
als je écht volmaakt wilt zijn, verkoop dan alles wat je bezit,
en geef het geld aan de armen.
Dan zul je een grote schat bezitten in de hemel.
En als je dat gedaan hebt, kom dan terug en volg mij.

Als ik deze tekst lees, gebeurt er iets geks met mij.
Dat is heel erg hardnekkig, merkte ik ook in de voorbereiding van deze preek.
Dat is dat de schok van de eerste helft van de zin zo groot is,
omdat het zo ingrijpend is wat Jezus tegen deze man zegt,
dat daar alle aandacht naartoe gaat,
en ik geen oog meer heb voor wat Jezus daarna zegt.
Hij zegt niet: geef alles op wat je hebt!
En mompelt erachteraan: en volg mij.
Nee, dat is juist de kern van wat Jezus hier zegt!
En hij zegt het, heel specifiek, tegen deze man.
Die alles heeft, die zoveel te verliezen heeft.

Voor Jezus staat een jonge man die dicht bij God wil leven.
Hij weet dat daar het goede leven is.
Hij ziet Jezus, en merkt dat het goed is om bij hem te zijn.
Bijna jaloers kijkt hij naar Jezus’ leerlingen,
die elke dag van Jezus kunnen leren, met Hem op mogen trekken.
Dat heeft hij niet! En dat wil hij wel.
Hij verlangt naar het goede leven.
Om dicht bij God te zijn.
En hij voelt dat hij dat kan vinden bij Jezus.

In zijn hart wíl deze man achter Jezus aan gaan.
Hij proeft de echtheid in Jezus’ woorden.
Ziet dat dit niet zomaar een leraar is,
maar dat de woorden van Jezus de woorden van God zijn.
Als hij met Jezus praat, is dat eigenlijk wat hij vraagt:
meester, hoe kan ik worden als uw leerlingen?
Ik probeer met God te leven, ik leef naar de tien geboden.
Maar zij hebben iets wat ik niet heb, wat is dat?

En Jezus prikt precies door zijn probleem heen.
Want wat hij wíl is achter Jezus aangaan, maar hij durft het niet.
Er is iets wat hem tegenhoudt om dat te doen, met volle overgave.
En dat is zijn bezit.
Hij is een rijke jonge man.
Zijn bezit is zijn zekerheid!
Maar het is ook wat hem tegenhoudt om te zeggen: ik ga U volgen!

Jezus wist dat de man hem niet echt kon volgen als hij niet eerst alles wat hij nóg belangrijker vond opgaf.

Hij vraagt Jezus naar het goede leven.
En de kern van Jezus antwoord is niet:
geef alles op wat je hebt,
maar: het goede leven, dat vind je bij mij.
Het eeuwige leven, leven met God, vind je bij mij.
Kom achter mij aan, volg mij.
En laat alles wat je tegenhoudt om dat te doen achter je, als onnodige ballast.
Want dat heb je niet nodig om gelukkig te zijn.
Om een goed leven te leiden.
Dat is eerder wat jou in zijn greep houdt!
Wat je in de weg zit
Geef dat op, dan zul je een schat in de hemel bezitten.
Geen schat van goud, maar de schat van Gods liefde.

Als de man is afgedropen, is dat waarom Jezus zegt tegen zijn leerlingen:
het is voor rijke mensen moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan.

Zijn leerlingen hadden niets voordat Jezus ze kende.
Of ze hadden veel, maar hebben inderdaad alles achter zich gelaten.
En ze zijn hem achterna gegaan.
Daarom zegt Jezus: velen van de eersten zullen de laatsten zijn,
en de laatsten zullen de eersten zijn.
Als je weinig hebt,
is er ook weinig dat je tegen kan houden om achter mij aan te gaan.
Maar als je veel hebt,
moet je wel erg sterk zijn om dat niet toch altijd bovenaan je leven te blijven zetten!

Dat is de kern van dit Bijbelverhaal.
Dat is niet: het goede leven is alles weggeven wat je hebt.
Maar: het goede leven, dat vind je bij Jezus.
Laat je niet tegenhouden om het bij Hem te zoeken.
Maak andere dingen niet belangrijker dan ze zijn.
Besef waar je echt het goede leven kunt vinden.

Het leven is een geschenk, een cadeau, waar je van mag genieten.
Van gezondheid, lieve mensen om je heen.
Van goed eten, en lekker drinken.
Je hebt God niet nodig om daarvan te genieten.
En er is niks mis mee om daar volop van te genieten.
Daar is het zelfs voor bedoeld!

Maar eigenlijk is het alsof je het geschenk aanpakt,
Het cadeaupapier eraf scheurt, en daar verwonderd mee in je handen blijft zitten.
Wat een prachtig cadeaupapier!, zeg je.
En God zegt: pak het nou verder uit, kijk naar het geschenk dat ik je wil geven!
Dat is pas echt het goede leven!
Een leven waarin je geniet van alles wat ik je geef,
Maar vooral: een leven waarin je verbonden bent met Mij!

Blijf dus niet met het cadeaupapier in je handen zitten,
Maar pak het verder uit!
Want bij Jezus, mijn zoon, vind je het echte leven. In al zijn volheid.
Een leven dicht bij Mij.
Dat is echt het goede leven. Een leven dat ik gewoon aan jou wil geven. Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *