Vader, Zoon en Heilige Geest
Vader, Zoon en Heilige Geest

Vader, Zoon en Heilige Geest

Tekst: Lukas 3:15-22

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Jij bent mijn geliefde zoon. In jou vind ik vreugde.

God zegt deze woorden tegen Jezus.
Als Jezus door Johannes de Doper is gedoopt in de rivier de Jordaan,
en alleen aan het bidden is.

Het zijn maar een páár woorden.
Maar toch zijn dit een paar van de mooiste, belangrijkste, diepste woorden uit de hele Bijbel.
De heilige Geest daalt op Jezus neer, in de vorm van een duif.
En God zegt tegen hem: jij bent mijn geliefde zoon. In jou vind ik vreugde.

Die woorden zijn zo mooi, zo diep, omdat ze zoveel zeggen over wie Jezus is.
En omdat alles wat Jezus vanaf het moment dat hij is gedoopt gaat doen,
de dingen die hij zegt, zijn wonderen,
zelfs zijn lijden en sterven,
en opstanding uit de dood,
hiermee te maken hebben.

De afgelopen weken heb ik al vaker gezegd dat Lukas,
die het levensverhaal van Jezus heeft opgeschreven,
ons steeds meer het verhaal van Jezus binnenleidt.
Als je begint met lezen in Lukas, dan lees je eerst over Zacharias.
Die te horen krijgt van de engel dat hij een zoon zal krijgen, Johannes de Doper.
De engel zegt tegen hem:
Jouw zoon zal de mensen aansporen om een nieuw begin te maken met God.
En zo de weg vrij maken voor God zelf, die na hem komt!

Je leest over Maria, die te horen krijg dat ze een kind zal krijgen.
Haar kind zal de zoon van de allerhoogste genoemd worden.
Je leest het Kerstverhaal.
De herders, die enthousiast komen vertellen dat ze gehoord hebben dat ze zoon van God, de redder van de mensen is geboren in Bethlehem.
Je leest het verhaal over Jezus die kwijt was,
en als zijn ouders hem gaan zoeken, is hij in de tempel.
En hij zegt tegen ze: waarom zochten jullie mij?
Ik was in het huis van mijn Vader.

En nu lees je deze woorden, die God tegen Jezus zegt.
Terwijl de heilige Geest op Jezus neerdaalt.
Jij bent mijn geliefde zoon.
Geen engelen meer die het zeggen.
Of mensen, die gehoord hebben dat Jezus de zoon van God is.
Maar God zelf, die deze woorden tegen Jezus zegt.

Wat zeg je daar nou eigenlijk mee?
Dat Jezus de zoon van God is?
Veel mensen vinden dat best wel lastig.
En dat is niet zo gek!
Want je kunt je er maar heel moeilijk een voorstelling van maken.
Hoe zit dat nou?
En waarom is dat nou zo belangrijk?

Want soms hoor je zeggen dat Jezus een gewoon mens was, zoals jij en ik.
En dan hoor je weer dat Hij de zoon van God is.
Of zelfs: dat Hij God zelf is.

Om een begin te maken om dat te begrijpen,
kan het helpen om iets te begrijpen van wie de God is waar wij christenen in geloven.
Als je de Apostolische geloofsbelijdenis neemt,
de oudst bekende christelijke belijdenis,
waar alle christenen in geloven,
of je nou Katholiek, gereformeerd, hervormd, baptist, pinkstergelovige, of nog iets anders bent,
Dan begint die geloofsbelijdenis met de woorden:
Ik geloof in God de Vader. De almachtige, Schepper van de hemel en de aarde.
En ik geloof in Jezus Christus. Zijn eniggeboren zoon.
En later: ik geloof in de heilige Geest.
God, de Vader.
Jezus, zijn zoon.
En de heilige Geest.
Alle drie zijn ze God.

En tóch geloven wij dat er maar één God is.
Want het christelijk geloof is ontstaan vanuit het Joodse geloof.
En in tegenstelling tot alle andere geloven in hun tijd,
waarin mensen geloofden dat er allemaal verschillende goden waren,
geloofden de Joden, en geloven ook de christenen, dat er maar één God is.

Als christenen geloven wij dat die éne God,
zich op drie verschillende manieren aan ons laat kénnen.
Als de Vader. De Heer van hemel en aarde. De maker van alles wat leeft.
Als de Zoon. Jezus.
Die als mens naar ons toe is gekomen, naar deze wereld is gekomen.
En als de heilige Geest.
Door wie God dicht bij ons, om ons heen, en in ons is.
Die ons helpt om God te kennen.
Als je gelooft, dan heb je de heilige Geest ontvangen.
Want in de Bijbel staat: niemand kan zeggen:
Jezus is Heer, behalve door de heilige Geest.

Zowel de Vader, de Zoon, en de heilige Geest, waren er al vanaf het begin.
Jezus en de heilige Geest zijn er niet later pas bij gekomen.
Ze waren er al voor de Schepping begon.

Misschien heb je wel eens het Scheppingsverhaal gelezen.
Dat staat helemaal voorin de Bijbel.
In de eerste verzen staat:
In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed,
maar Gods geest zweefde over het water.

Daar was de heilige Geest dus al!

En in het Bijbelboek Johannes staat, ook helemaal aan het begin van dat boek:
In het begin was het Woord. En het Woord was bij God, en het Woord was God.
En dat Woord, dat was Jezus!
In het begin was Jezus al bij God.

Dus Jezus en de heilige Geest waren er altijd al.
Ze waren erbij toen de wereld werd gemaakt.

Toen Jezus werd geboren, geloven wij als christenen,
Toen was dat niet zomaar de geboorte van een mens, een kind.
Het was God, die naar ons toe kwam.
Het was de zoon van God, die mens werd!
Hij was er al. Maar hij werd een mens. Hij kwam naar ons toe.

Jezus is de zoon van God.
Dat betekent niet dat hij een kind is dat God heeft verwekt.
Hij ís God, die mens is geworden.

Hoe dat zit met God de Vader, de zoon en de heilige Geest,
dat kun je een beetje vergelijken met water.
Als je H2O hebt, in scheikunde, dan kan dat zowel ijs zijn,
dus het is hard, vast, als het koud is.
Of als het warmer wordt, dan wordt het water. Dan wordt het vloeibaar.
En nog warmer, dan verdampt het.
Het krijgt een hele andere vorm. IJs, water of damp.
En toch blijft het steeds water. Het blijft steeds H2O.

Zo is het ook met de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
God de Vader, de Schepper, is God.
Jezus, zijn zoon, is God.
En de Heilige Geest is God.
Ze zijn één.

En toch zijn ze ook verschillend.

Want Jezus bidt wél tot God, die hij ‘zijn Vader’ noemt.
En aan het kruis zegt hij: mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Jezus is God. Maar Hij is niet de Vader.
En de heilige Geest is God. Maar Hij is niet Jezus.
En toch zijn ze één.
Zijn ze op een hele diepe manier met elkaar verbonden.

In de christelijke traditie noemen we dat de drie-eenheid.
Het woord drie-eenheid staat niet in de Bijbel,
Het is pas later bedacht, om het wat begrijpelijker te maken,
Maar het is wel gebaseerd op wat we in de Bijbel over God lezen.

En dit is wat drie-eenheid betekent:
God bestaat uit drie personen.
De Vader, de Zoon en de heilige Geest.
En toch zijn die personen Eén. Zijn ze alle drie God. Eén God.

Jezus is God.
God, die naar ons toe komt.
Hij neemt als het ware afstand van zijn goddelijkheid.
Die legt hij af.
Hij wordt een mens, zoals jij en ik.

Hij wordt geboren, als een heel gewoon kind. Een heel gewoon mens.
Hij voelt pijn. En verdriet.
Hij kan ziek worden. En bang zijn.

Waarom is dat belangrijk dat Jezus allebei was?
De zoon van God, en ook een mens?
Wat maakt dat voor verschil?

Dat zal ik jullie uitleggen,
aan de hand van het verhaal dat we vandaag hebben gelezen.

Vandaag hebben we gelezen dat Jezus wordt gedoopt.
Johannes de Doper, de zoon van Zacharias en Elisabeth,
doopt mensen die met Gods hulp een nieuwe start willen maken.
Mensen die zeggen: ik heb verkeerde dingen gedaan,
maar nu wil ik mijn leven een nieuwe richting geven.
Wil ik mijn leven met God gaan.

Johannes dompelt ze onder, in de rivier de Jordaan.
En dan is hun schuld als het ware van ze af gewassen.
En kunnen ze een nieuwe start maken.

De doop van Johannes was een andere doop dan onze doop.
Johannes doopte niet in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Hij doopte heel gewoon om mensen een nieuw begin te laten maken.

Bij hem zou het bijvoorbeeld geen probleem zijn als mensen zich meerdere keren zouden laten dopen.
Het staat heel eenvoudig symbool voor een nieuwe start.

De manier waarop Johannes doopt,
kun je bijna vergelijken met als wij het avondmaal vieren.
Dat je met elkaar viert dat je bij God een nieuwe start mag maken.
Dat Hij je zonden, de dingen die verkeerd waren, wil vergeven.
En dat je die niet meer met je mee hoeft te dragen.
En als je het viert, doe je dat omdat je je leven een andere richting wil geven.
Met God wilt gaan.
Dat doe je niet één keer. Dat mag je steeds opnieuw doen.

Alleen je doet het wel heel bewust.
Door het avondmaal te vieren, zeg je ten diepste:
dit is de basis onder mijn leven.
Dit is echt belangrijk voor mij.
Hier voel ik me door gedragen.
Hier mag en wil ik uit leven.
Uit dat mijn zonden vergeven zijn, en ik mijn leven met God mag gaan.

Voor de mensen die Johannes doopte, voelde dat precies net zo.
En dan komt Jezus óók naar Johannes de Doper om zich te laten dopen.

Dat is best gek, vind je niet?
Waarom zou Jezus een nieuwe start moeten maken?
Hij was toch de zoon van God?
In de Bijbel wordt gezegd dat hij niets verkeerds heeft gedaan.
God zegt het ook nog tegen hem:
in jou vind ik vreugde.
Waarom moet hij dan toch gedoopt worden?

Je zou kunnen zeggen dat dat twee redenen heeft.

De eerste is:
Jezus heeft het inderdaad niet nodig dat hij vergeven wordt.
Maar dat Hij zich laat dopen, laat wel zien waar Hij zich op wil richten.
Hij wil zich richten op een leven met de Vader.
Hij zegt niet: ik heb de Vader niet nodig.
Hij wil juist met de Vader leven.

En de tweede reden is:
door zich te laten dopen, gaat Hij heel bewust naast óns staan.
Door zich te laten dopen, laat Jezus zien dat Hij ook een mens is, net als wij.
Dat Hij niet boven ons staat.
Ook al is Hij de zoon van God, Hij is ook een mens.

En wat maakt dat voor verschil in ons geloof?
Dat maakt ontzettend veel verschil!

Als Jezus alleen maar een mens was, en niet God,
dan had hij ten eerste over zichzelf gelogen.
Dan had hij zichzelf alleen maar voorgedaan als de zoon van God.
Als hij zei: ik ben het levende water. Of: de Vader en ik zijn één.
Dan was dat gewoon een leugen geweest.
En kun je dan al die dingen die hij zei, wel serieus nemen?
Dan was hij een misleider geweest. Of iemand die ze niet allemaal op een rijtje had.
In elk geval niet waard om naar te luisteren.
Terwijl, als hij wél de zoon van God is,
dan zijn zijn woorden van enorme betekenis.
Dan kun je, in de dingen die Jezus doet, en zegt, zien wie God is.
Als je met God wilt leven, dan moet je de dingen die Jezus zei ter harte nemen.
Dan moet je doen zoals Hij deed.
Want door naar Hem te kijken, leer je God kennen.

Als je ziet hoe Jezus mensen liefhad, en genas.
En opriep om hun naaste lief te hebben als zichzelf.
En als je dan bedenkt dat God het is die dat tegen je zegt.
Dan krijgt dat een enorme betekenis.
Veel meer dan als hij gewoon een mens was.

En als Jezus niet de zoon van God was, maar gewoon een mens,
Dan had ook zijn sterven veel minder uitgemaakt.
Jezus werd gestraft, terwijl Hij niets gedaan had.
Hij was onschuldig, maar toch werd hij bespot, geslagen.
Aan een kruis geslagen.
En ter dood gebracht.
En Hij deed daar niets tegen.
Terwijl Hij dat, als Zoon van God, wel had kúnnen doen.
Hij liet het gebeuren.

Hij gaf zijn leven.
Voor ons. Omdat Hij ons liefhad.
Hij gaf zijn leven, om in onze plaats te gaan staan.
Om onze zonde, onze schuld, op zijn schouders te nemen.

Als hij gewoon een mens was geweest,
dan was zijn dood niet meer geweest dan een tragische dood.

En als Hij niet de Zoon van God was geweest,
dan had Hij ook niet op kunnen staan uit de dood.
Er is geen mens die dat kan.
Alleen God kan dat.

Terwijl dat een wereld van verschil maakt.
Want door op te staan uit de dood,
laat Jezus zien dat de dood niet de overwinnaar is, en het kwaad niet, maar Hij.
Hij gaf zijn leven. En stond op uit de dood.
En de macht van de zonde, het kwaad, is overwonnen.

Als Jezus niet de Zoon van God was geweest, was dat allemaal niet waar geweest.

Maar het was nét zo belangrijk dat Jezus een mens was. Zoals wij.
Dat is een van de meest bijzondere dingen uit de Bijbel.
Jezus kwam als een mens, en werd net zo kwetsbaar als wij zijn.
Hij kon pijn lijden. Verdriet hebben.
Hij kende verleidingen.
Zoals in de woestijn, waar de duivel hem op de proef stelt.
Alleen Jezus deed geen zonde.

Hij was een mens. Maar een goed mens, in alle opzichten.
God zegt tegen Hem: Jij bent mijn geliefde zoon. In jou vind ik vreugde.
En alleen zo kon Hij, aan het kruis, als een mens, als één van ons,
onze zonde, onze schuld, op zijn schouders nemen.
Alleen als mens kon Hij lijden, en sterven.
Alleen als mens kon Hij uitroepen:
mijn God, waarom hebt U mij verlaten?

Jezus is de Zoon van God.
Hij is God. Én Hij is mens.

Dat is de basis onder heel ons geloof.

En het zegt álles over wie God is.
Dat Hij ons zo waardevol vindt, dat Hij bereid is om alles op te geven,
en in Jezus, zijn Zoon, naar ons toe te komen.
Om met ons te leven.
En om voor ons te sterven.
Om ons vergeving aan te reiken.
En als Hij opstaat uit de dood, om ook voor ons aan de dood een einde te maken.
Dat is wat wij vieren als wij vandaag het avondmaal vieren.
Dan vieren we dat Jezus stierf voor ons.
Maar ook dat Hij daarmee, als de zoon van God,
God én mens,
voor ons de weg opent naar een heel nieuw leven.
Een leven met God, een leven met Jezus, een leven met de Heilige Geest.
Nu, en tot in eeuwigheid.
Dat is wat God ons aanreikt, als wij het avondmaal vieren.
Door Jezus vindt God dezelfde vreugde die Hij vond in Jezus, ook in ons.
En mogen wij die vreugde vinden in God.

Jezus is God.
En Jezus is mens.
En ook al blijft dat iets waar wij maar heel moeilijk de vinger op kunnen leggen,
hoe dat precies zit,
Blijft het een mysterie, iets wat je nooit helemaal kunt begrijpen,
Je mag je er wel over verwonderen.
Want het doet ertoe. Het maakt een wereld van verschil.
Het zegt iets over de grootheid van God.
En over de liefde van God.

In Jezus kwam Hij naast ons staan.
Nam onze last op zijn schouders.
En maakte zo de weg vrij, voor ons, voor een nieuw begin met God.
Steeds weer.
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.