Tweede Paasdag: verborgen rijkdom

Teksten: Mattheüs 13:44-46; 2 Korintiërs 2:14-17

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Afgelopen week was ik in de tuin aan het graven,
om een boompje te planten.
En al snel stuitte ik op iets hards.
Een wortel, dacht ik, en ik groef verder.
Maar al snel werd deze steen zichtbaar.
Ik viste hem uit de grond.
Nou is een steen niet zo kostbaar.
Er zit hooguit een verhaal achter.
Misschien is het wel een steen van de oude pastorie!

Zo vertelt Jezus een korte gelijkenis,
Over een man die aan het werk is op de akker.
En tijdens het ploegen stuitte hij op iets hards.
Hij dacht vast ook dat het een steen was,
en hij boog zich voorover om hem weg te halen.
Maar toen hij goed keek, zag hij iets glimmen.
En na even graven kwam er een schat tevoorschijn.
De man wist niet wat hem overkwam!
Hij hoefde zich geen twee keer te bedenken.
Gauw verborg hij de schat weer,
En hij keerde terug naar huis.
Om alles te verkopen wat hij had,
Zodat hij dit stukje akker zou kunnen kopen.

Wat is die schat, uit dit verhaal?
Het moet wel iets ontzettend kostbaars zijn.
Iets waarvoor deze man bereid is om alles wat hij heeft te verkopen.
Hij kan er ook wel voor kiezen om de schat te laten liggen waar die ligt.
Maar hij weet dat het dom zou zijn om dat te doen.
Want die schat is veel en veel meer waard dan al het andere waar hij waarde aan hecht.
(…)
Jezus zegt: het Koninkrijk van de hemel is als die schat.
Het Koninkrijk van de hemel. Wat bedoelt hij daarmee?
Bedoelt hij daarmee het leven na de dood? Of nog meer?

De hemel, dat is de woonplaats van God. De plek waar God is.
En de schat waar Jezus het over heeft,
dat is niet Gods woonplaats, maar God zelf.
God kennen. Dat is die schat waar Jezus het over heeft.
Door Hem liefgehad worden.
In zijn nabijheid zijn.
Het is beter om één dag aan de drempel van Uw huis te zijn,
Dan duizend dagen ergens anders, zonder U.

Ook Pasen is een schat.
Het kwam gisteren al naar voren:
In Jezus’ opstanding raakt de hemel de aarde.
Jezus brengt God dichtbij.
De afstand die tussen ons en God instond,
Heeft hij aan het kruis tenietgedaan.
De muur die ons scheidde van God,
Heeft Hij met Pasen afgebroken.
Niets, maar dan ook niets,
Kan ons nog scheiden van zijn liefde.

Gods liefde is een schat,
Die je kunt vinden als je ernaar op zoek bent,
Maar ook als je hem niet zoekt.
De man op de akker was niet op zoek.
Hij stuitte er gewoon op, totaal onverwachts.
De koopman was juist bewust op zoek naar mooie parels.
Hij had er al veel gevonden, maar toch bleef hij zoeken.
Totdat hij die ene parel zag.
Hij was helemaal verbluft.
Al zijn parels samen verbleekten bij deze parel.

Het verhaal van de kerkvader Justinus sluit daar mooi bij aan.
Justinus was een Romein, een grote geleerde in zijn tijd,
zo rond de 1e eeuw na Christus.
Hij wist ontzettend veel,
en was thuis in alle filosofische stromingen die er waren.
Hij had al veel parels verzameld, zou je kunnen zeggen.
Maar toch bleef hij op zoek.
En op een dag, tijdens het wandelen,
kwam hij in het veld een oude man tegen,
die hem vertelde over Jezus.
Nieuwsgierig als hij was,
begon Justinus daarna te lezen in de Bijbel.
En hij werd erdoor gegrepen. Hij werd christen.

Uiteindelijk heeft dat ook hem alles gekost,
Want hij is gedood door de Romeinen.

Een paar jaar terug was het programma “Op zoek naar God” op TV.
Een groepje bekende Nederlanders,
die zich een tijdje terugtrokken in een klooster.
Ze mochten niet met elkaar praten,
Alleen eens per dag met iemand die hen begeleidde.
Zo gingen ze heel bewust op zoek naar God.
En sommigen van hen werden ook echt geraakt daardoor.
Er was een man die vertelde dat hij een bijzondere ervaring had gehad.
Hij zei: ik heb God niet gevonden. God heeft mij gevonden.
Hij had er bijna geen woorden voor.
Daar is ook moed voor nodig, om dat voor de camera te zeggen.
Zeker als je uit een omgeving komt waar nog maar weinig mensen in God geloven.

De man op de akker en de koopman,
Verkopen alles wat ze hebben voor de schat,
en voor die bijzondere parel.
Is ons geloof echt een schat, waarvoor je alles zou verkopen?
Dat ligt eraan.
Of je je richt op alles wat je kunt verliezen,
Of op wat je kunt winnen.
Het is bijzonder om te merken,
Dat juist mensen die op latere leeftijd gaan geloven,
Voor wie het allemaal niet vanzelfsprekend is,
Het meest onder de indruk zijn van wie God is.

Neem Paulus als voorbeeld.
We hebben gelezen uit een van Paulus’ brieven aan de Korintiërs.
In die gemeente waren mensen,
die Paulus ervan beschuldigden dat hij een zwakkeling was.

Hij was geen grote of indrukwekkende spreker.
En overal waar hij kwam stuitte hij op tegenstand.
Hij werd gevangengezet, voor het gerecht gesleept.
Hij moest vaak vluchten.
Hij kon niet leven van het vertellen over God,
maar moest zelf zorgen dat hij aan eten en onderdak kwam.
En ondertussen waren overal waar hij kwam,
maar kleine groepjes mensen die naar hem wilden luisteren.
Die zijn boodschap wilden aannemen.

En toch schaamt Paulus zich niet.
Hij wordt steeds weer vernederd, en tegengesproken,
Maar hij stopt niet met zeggen wat hij te zeggen heeft.
Hij zegt: ik ben op een triomftocht.
God laat ons altijd als winnaars uit de strijd komen.

Mensen om hem heen zeiden:
Paulus, open je ogen eens!
Alles wijst er toch op dat God helemaal niet met je is!
Een beetje zoals ze in onze tijd zeggen:
God verdwijnt uit Nederland. Kijk maar eens om je heen.
Lees dit rapport maar eens.
Waarom zou je er nog je best voor doen?

Maar Paulus trekt zich er niets van aan.
Waarom niet? Omdat hij een schat heeft gevonden.
Totaal onverwachts.
Hij was zoals de man op de akker.
Hij was op weg naar een andere stad om christenen gevangen te nemen,
Toen hij een ontmoeting had met Jezus.

Jezus, degene die hij vervolgde.
Jezus, die niet boos op hem was, maar die zei:
Richt je op. Sta op.
Ik heb jou uitgekozen om mijn naam bekend te maken onder de mensen.

Paulus is daar zijn leven lang van onder de indruk gebleven.
Steeds weer verbaast hij zich erover,
dat God door Hem heen wil werken.
Hij vond de dingen die daarvoor zijn leven bepaalden,
helemaal niet meer belangrijk.
Hij wil Christus kennen.
Delen in zijn lijden, om ook te delen in zijn opstanding.
Hij wil de geur van Christus verspreiden.
De mensen laten weten hoe goed God is.
Hij weet dat hij dat niet alleen voor elkaar kan krijgen.
Maar toch wil hij het proberen.
Hij wil mensen helpen om die God te leren kennen.
Die zijn leven totaal heeft omgekeerd.
De tegenslag die hij ervaart,
is niet opgewassen tegen het goede nieuws dat hij te melden heeft.

Het is lente. Dat kun je nog niet altijd zien.
Sommige dagen zijn nog erg grijs, en regenachtig.
Maar toch, als je buiten bent, dan kun je dat al wel een beetje ruiken.
De geur is een voorbode van de lente.

Zo mogen wij ook de geur van Christus verspreiden, net als Paulus.
Een voorbode zijn van hem.
Daarbij hoeven we ons niet te laten tegenhouden door tegenslag, of tegenstand.
Want ook wij hebben die schat gevonden.
Het is Pasen. Jezus leeft.
Hij brengt God dichtbij.
En wij mogen ons laten raken door zijn liefde.
We mogen ons leven door Hem laten aanraken,
Zodat het vanzelf die geur gaat verspreiden.
En mensen aan ons merken dat er iets anders is,
iets waar ze nieuwsgierig naar worden.
En alles wat wij dan hoeven te doen,
Is zijn zoals die oude man die Justinus tegenkwam.
Is zeggen: ga daar eens kijken. Bij Jezus.
Want daar is een bijzondere schat te vinden.
Een schat die alles waard is.

Voor ons is Gods liefde een schat.
Maar je kunt de vergelijking die Jezus maakt ook omdraaien.
Voor God zijn wij als die schat.
Zijn wij als die parel.
Hij is op zoek naar ons.
En als hij ons vindt,
Geeft Hij alles wie Hij is,
Zelfs zijn eigen leven.
Zo kostbaar vindt Hij ons.
Je bent een kostbare, geliefde parel, in zijn hand.
Amen.

 

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *