Startzondag: Aan tafel!
Startzondag: Aan tafel!

Startzondag: Aan tafel!

Tekst: Lukas 14:1 en 7-15

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Als ik denk aan samen eten, dan denk ik als eerste aan gezelligheid!
Vroeger, bij mijn ouders thuis, was eten het moment dat je elkaar even sprak.
Hoe was jouw dag? Wat heb je allemaal gedaan?

En bij verjaardagen, dan eet je ook wel eens met elkaar.
Dan spreek je elkaar meteen heel anders dan als je alleen maar op bezoek bent.
Want samen eten geeft verbinding! En ontspanning!

Met Bijbelstudiegroepen en catechisatie hou ik er ook van om samen te eten.
Je kan een avond meteen serieus beginnen, een onderwerp induiken.
Maar als je eerst met elkaar eet,
dan hoor je ook even van elkaar hoe het met je is!
En dan lach je met elkaar.

We hadden een keer dat we zeiden: deze vla smaakt echt naar aardbei! Dat proef je!
En toen lazen we het pak, en kwamen we erachter dat er helemaal geen aardbei in zat.
We moesten zo lachen dat we niet meer bij kwamen!

In de kerk heeft samen eten ook hele oude papieren!
Dat begint al in de Bijbel.
Als in de Bijbel wordt gezegd: ze deelden het brood met elkaar;
Dan kreeg niet iedereen een klein stukje brood, en een slokje wijn.
Dan hebben ze het over dat ze een maaltijd met elkaar deelden.
Ze gingen met elkaar aan tafel!

Dat is hoe christenen van het begin af aan hun geloof in God vierden!
Door samen te vieren, maar ook door samen te eten!
Heel concreet met elkaar te delen wat je hebt.
En dat is ook meteen een stuk ontmoeting.

In de cultuur waarin Jezus leefde, en waarin zijn leerlingen leefden,was samen eten heel belangrijk.
Misschien nog wel belangrijker dan bij ons!
Want bij ons is het in de eerste plaats iets wat je alleen doet, of met je gezin.
Wij nodigen niet zo makkelijk iemand uit.
Of het moet op afspraak zijn.
En vaak moet er een aanleiding voor zijn. Een feest, of een verjaardag.

In die tijd was eten een manier om mensen te ontmoeten.
Een manier om mensen te spreken.
Kom je vandaag bij mij eten?
Wees mijn gast! Dan kunnen we eens goed met elkaar in gesprek!

Zo werd Jezus vaak uitgenodigd om bij iemand te komen eten.
Ook mensen die hij niet kende.

Dat ging niet alleen om gezelligheid. Het was bijna formeel.
Door mensen voor het eten uit te nodigen, maakte je connecties.

Stel je eens voor dat je naar een heel duur restaurant ging.
Ik denk dat de meesten van ons zich daar niet meteen op hun plek zouden voelen.
Want dan krijg je niet een groot bord voor je neus: eten maar!
Zoals in de Ekamper bijvoorbeeld, of het wegrestaurant bij Losdorp.
Nee, in een duur restaurant heb je allemaal ongeschreven regels waar je je aan hoort te houden.
Je servet, die moet op schoot.
Je bestek, dat gebruik je van buiten naar binnen, voor de verschillende gangen.

En als je in een hééééél duur restaurant bent, daar ben ik zelf nog nooit geweest,
dan zijn er nog veel meer regels:
Voor hoe je moet zitten. Voor hoe je je bestek vast moet houden, of je glas.
Hoe je je aardappel hoort te snijden.
Dan zijn er allemaal omgangsregels! Etiquette.

Als je al die regels niet kent, dan valt dat meteen op!
Dan kan iedereen meteen zien dat jij daar eigenlijk niet hoort!
Jezus is uitgenodigd bij iemand thuis, en daar wordt ook heel erg op hem gelet.
Dat staat er expliciet bij.

Hij gaat eten in het huis van een farizeeër.
Voor ons heeft dat woord een beetje een negatieve klank.
Een farizeeër, dat is een betweter.
Iemand die tegen anderen zegt hoe ze moeten leven.

Maar deze farizeeër lijkt misschien best wel op ons.
Het was iemand die serieus met zijn geloof bezig was.
Iemand die probeerde goed te leven, zoals God het had gezegd.
Die de voorschriften die God in de Bijbel had gegeven heel serieus nam.
En misschien was deze farizeeër wel oprecht nieuwsgierig!
Oprecht benieuwd naar wat Jezus te zeggen had!

Jezus is op dat moment op weg naar Jeruzalem.
En vlak voor deze maaltijd komen er ook al farizeeërs naar hem toe om hem te waarschuwen.
Pas op! Ga niet naar Jeruzalem! Daar willen ze je laten doden!

Niet alle farizeeërs waren dus tegenstanders van Jezus.
Er waren ook farizeeërs die achter Jezus aan gingen.
Die serieus namen wat hij zei.

Ik denk dat deze farizeeër ook zo iemand was.
Niet iemand die heel kritisch tegenover Jezus stond,
Eerder iemand die meer over Jezus wilde weten.

Al lijkt het me niet heel makkelijk, dat klinkt misschien gek,
om Jezus als gast bij jou thuis te ontvangen.
Ze waren heel erg op Jezus aan het letten,
Omdat hij de dingen heel anders deed dan ze gewend waren.
Af en toe was dat een schok voor ze.
Niet alles wat Jezus zei, en deed was bevestigend.
Soms was het ook wel confronterend.

Het is de Sabbat. De Joodse rustdag.
En Jezus geneest daar iemand, tijdens de maaltijd.
Terwijl die rustdag heel belangrijk was voor de farizeeën.
Dat hoorde niet zo. Dan hoorde je níets te doen.

En dan zet Jezus de mensen die bij die maaltijd aanwezig zijn een beetje op hun plek.
Waarschijnlijk waren daar ook allemaal vrienden en kennissen van deze farizeeër.

Jezus is ook een gast bij die maaltijd,
En hij ziet dat iedereen probeert om op de beste plek te gaan zitten.
Zo dicht mogelijk bij de gastheer.
Want dat betekende een stukje status. Dat betekende dat ze belangrijk waren.
Belangrijker dan de andere gasten.

En Jezus zegt daar wat van.

Je bent vast wel eens in de dierentuin geweest!
Misschien heb je daar ook wel eens apen gezien.
Als je kijkt naar die apen, dan is er altijd wel één die helemaal bovenaan zit, op een rots.
Dat is de belangrijkste aap.
En hoe hoger de andere apen zitten, hoe hoger ze staan op de rangorde.

Nou wil ik mensen niet meteen vergelijken met apen,
Maar wij kunnen dat ook wel een beetje hebben.
We kunnen ons heel erg vergelijken met anderen,
En willen dat andere mensen tegen ons opkijken.

We kunnen ons zelfs ontzettend druk maken om wat anderen van ons vinden.
Dat vinden we vaak nog belangrijker dan hoe wij over onszelf denken.
We willen graag dat anderen ons zíen.

Jezus zegt: dat moeten jullie niet doen!
Je moet jezelf niet op de belangrijkste plaats zetten.
Ga liever achteraan zitten, en wacht tot de gastheer je naar voren roept.
Dán heb je het echt verdiend om op die plek te gaan zitten.
Het lijkt alsof Jezus ze iets wil leren over etiquette.
Over hoe je je hoort te gedragen als je bij iemand te gast bent.

Maar Jezus heeft het eigenlijk over iets anders.
Het is heel makkelijk om over twee woorden héén te lezen in deze Bijbeltekst.
Het eerste is dat Jezus zegt: ‘ik zal jullie een gelijkenis vertellen’.
Een gelijkenis is een voorbeeldverhaal.
Een verhaal met een diepere betekenis.
Jezus heeft een bedoeling met wat hij zegt.
Het gaat eigenlijk over iets anders.
Niet over hoe je je moet gedragen als je ergens te gast bent.

Waar gaat het over?
Dat is het tweede woord waar je makkelijk overheen kan lezen.
Dat is het woord: bruiloft.
“Ik zal jullie een gelijkenis vertellen”, zegt Jezus:
“Wanneer je wordt uitgenodigd voor een bruiloft,
kies dan niet de ereplaats.”

En wij weten dat misschien niet,
Maar de gasten die op dat moment bij Jezus aan tafel zitten,
die weten meteen wat hij daarmee bedoelt!
Eén van de gasten zegt dat ook:
Gelukkig wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!

Dát is waar Jezus het over heeft!
Bruiloft is een woord met een diepere betekenis.
Jezus heeft het over het Koninkrijk van God. Over de hemel op aarde.

Hij vergelijkt het Koninkrijk van God, met een bruiloftsfeest.
Met een maaltijd!
Jezus zegt: als die bruiloft is aangebroken, als je daarvoor bent uitgenodigd,
Dan is er geen reden om jezelf op te blazen.
Om jezelf belangrijk te vinden.
Dan gaat het niet om wie de beste connecties heeft,
Of wie het meeste geld heeft, het meeste status.
Wie de mooiste vakantieverhalen kan vertellen. Wie het het beste voor elkaar heeft.
Als je op die bruiloft komt, bij die maaltijd,
dan ben je daar omdat je bent uitgenodigd door God!
Je kán jezelf niet omhoog werken.
Je kan jezelf niet op de beste plek zetten.

Het is andersom.
Wie zichzelf op de minste plek zet,
Of wie op de minste plek stáát,
Die kan heel ineens door de gastheer naar voren worden geroepen.
Om dicht bij hem te komen zitten.
Wie zichzelf vernedert, zal worden verhoogd.
En wie zichzelf verhoogt, zal worden vernederd.

Waarom zegt Jezus dát?
Terwijl hij kijkt naar hoe de mensen bij de maaltijd waar hij is de beste plek willen veroveren?
Jezus wil daar iets mee zeggen, tegen ze:
Waar gaat het nou eigenlijk om?
Vergelijk jezelf niet zo met anderen,
Doe niet mee met dat gevecht om status, om wat mensen van je vinden.

Wat maak jij belangrijk?
Hoe sta jij in het leven?
Maak je belangrijk wat anderen van jou vinden,
Wil je jezelf opwerken, ten koste van anderen?

Jezus zet daar een heel ander voorbeeld tegenover.
Als je een maaltijd geeft, nodig dan niet alleen mensen uit die iets voor jou terug kunnen doen!
Waar jij goede connecties aan over houdt!
Want dat is niet hoe het Koninkrijk van God werkt!

Als jij mensen uitnodigt, nodig dan juist mensen uit die nooit vooraan zitten.
Nodig mensen uit die je anders níet zou uitnodigen.
Mensen die niks terug kunnen doen.
In plaats van voor jezelf de beste plek zoeken,
Moet je juist oog hebben voor een ander.
En het is een gelijkenis.
Dat betekent dat het om meer gaat dan alleen om wie je uitnodigt om bij jou te komen eten.

Het betekent dat het voor God veel minder uitmaakt uit hoe succesvol je bent.
Wat je allemaal hebt bereikt.
Of anderen naar jou opkijken.
Of mensen jóu zien.
Voor God maakt het uit of jij ánderen ziet!

Als jij de minste plaats in durft te nemen,
Als jij, in plaats van jezelf met ellebogenwerk naar voren te werken,
ánderen ziet,
dan word je naar voren geroepen in het Koninkrijk van God, zegt Jezus.
Dan mag je dicht bij de gastheer zitten.

Jezus gaf daar zelf het voorbeeld in.
Jezus had recht op de belangrijkste plek.
Maar hij gaf die plek op, om mens te worden,
En zijn leven te geven, omdat Hij van ons hield.
Dat is hoe het Koninkrijk van God werkt:
Precies andersom dan bij ons.

Wie is het belangrijkst in het Koninkrijk van God?
Wie krijgt de ereplaats?
Dat is iemand die niet zichzelf op de eerste plek zet,
Maar die oprecht oog heeft voor een ander.
Zelfs als dat jezelf iets kost.
Je reputatie. Hoe mensen over je denken. Of nog meer.

Jezus stelt de vraag: wat is nou belangrijk?
Om belangrijk te zijn in de ogen van mensen om je heen?
Om een winnaar te zijn?
Of om dicht bij God te mogen zijn? Om te mogen genieten van zijn liefde?
Wie zichzelf vernedert, zal worden verhoogd.
En wie zichzelf verhoogt, zal worden vernederd.

Dat gaat niet alleen over de toekomst, over Gods Koninkrijk, over de hemel op aarde.
Het gaat ook over nu. Over de keuzes die je elke dag maakt.

Ergens is het heel bevrijdend, wat Jezus zegt:
Je hoeft je eigenwaarde niet te baseren op wat anderen van jou vinden.
Mensen kunnen vergelijken,
Maar voor God zijn hele andere dingen belangrijk.
God heeft oog voor mensen die buiten de boot vallen,
En Gods liefde heeft niks te maken met dat je dat moet verdienen,
Maar Hij wil het gewoon aan je geven.
Als jij daar uit leeft,
Dan lééf je al dicht bij God.
Dan bén je dichter bij de gastheer.

Wij zijn welkom bij Hem aan tafel!
En daar gelden andere regels dan bij ons.
Wie bij God aan tafel belangrijk is, dat is de kleinste, de minste.
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *