Preken

Maria en Elisabet – Magnificat!

Lucas 1:39-56

Lieve mensen,

Als je een kindje verwacht, dan is dat in veel gevallen iets om je over te verheugen!
Iets waar je blij van wordt, om het te delen met mensen om je heen!
Ook al kan het ook wel heel kwetsbaar zijn, en blijft het ook spannend:
Hoe zal het lopen? Zal het allemaal goed gaan, gaan zoals je hoopt?
Maar dat je een kindje krijgt, is vaak reden om blij van te worden!
Op geboortekaartjes zie je vaak staan: we zijn dankbaar.
We zien dit kindje als een geschenk.

Elisabet en Maria voelen ook allebei vreugde, en blijdschap, en dankbaarheid over de kindjes die zij zullen krijgen.
Maar voor hen is het ook ingewikkeld.
Want ze kunnen die blijdschap niet zomaar delen met mensen om zich heen.

Elisabet, die als oudere vrouw zwanger blijkt, trekt zich lange tijd terug.
Voor haar is het zoiets bijzonders, dat ze een kindje krijgt.
Ze zegt: De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken.
Hij heeft mij gezien!
Maar het moment is voor haar nog niet daar om die blijdschap te delen met mensen om haar heen.
Waarom dat zo is, waarom ze zich terugtrekt, dat weet ik niet.
Misschien voelt het voor haar wel heel kwetsbaar.
Ze heeft er zo lang op gehoopt, zo lang voor gebeden.
Dan durf je het bijna pas te geloven als het kindje er echt is.

En ook Maria is zwanger.
Haar situatie is precies omgekeerd aan die van Elisabet.
Maria was nog helemaal niet bezig met zwanger worden,
met hopen op een kindje.
Ze was nog niet eens getrouwd!

Vorige week werd hier in de kerk het verhaal gelezen van de aankondiging van de engel.
Maria, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.
En Maria’s eerste reactie is: hoe zal dat gebeuren?
Ik heb nog nooit gemeenschap met een man gehad!

Het ging vorige week over hoe spannend dat is:
als God in je leven komt, en je zegent, maar als dat ook iets van je vraagt.
En het ging over het vertrouwen van Maria:
zij vertrouwt zich toe aan God.
Ze zegt tegen de engel:
De Heer wil ik dienen. Laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt.
Ook al is dat voor Maria heel ingrijpend.

En vandaag lezen we dan dat Maria naar Elisabet gaat.
Want ze herinnert zich wat de engel nog méér tegen haar gezegd heeft:
ook je familielid Elisabet is zwanger, ondanks haar hoge leeftijd.
Ook in haar leven doet God iets bijzonders.

En daarom zoekt Maria Elisabet op.
Omdat ze hoopt dat ze met Elisabet iets van die verwondering, die blijdschap,
kan delen, die ze niet zomaar met anderen kan delen.
Want in dat gedeelte dat we vandaag hebben gelezen staat niet de spanning centraal, maar de vreugde!
Een vreugde tegen alles in.
Het kán niet makkelijk geweest zijn voor Maria.
Ze was een jonge vrouw, die ongehuwd zwanger is, in een samenleving waarin dat een schande is.
Ze leefde in een kleine gemeenschap.
Mensen om haar heen zullen misschien niet eens met veroordeling naar Maria hebben gekeken,
maar wel met medelijden.
Ach, die arme vrouw. Zo jong!
Haar hele leven voor zich, en nu ligt alles in duigen.
En in Matteüs lezen we dat zelfs Jozef, haar verloofde,
erover denkt om de verloving in stilte te verbreken.

Terwijl Maria zelf zó anders kijkt naar wat er met haar gebeurt!
En dát is wat haar bezoek aan Elisabet zo bijzonder maakt.
In Elisabet vindt Maria iemand die haar niet veroordeelt, die geen medelijden met haar heeft,
Maar die haar vreugde deelt!
Iemand die gewoon enorm blij voor haar is.

En misschien dat Maria toch ook wel zenuwachtig was voor ze het huis van Elisabet binnen ging.
Hoe zou Elisabet reageren als Maria zou vertellen dat ook zij zwanger is?
Maar dat is weg op het moment dat Maria de drempel over stapt,
en ze Elisabet begroet.
Want op dat moment wordt ze door Elisabet met blijdschap ontvangen, en zegent Elisabet haar zelfs.
Vervuld door de heilige Geest bevestigt Elisabet Maria in haar blijdschap.
Gezegend ben je onder de vrouwen, Maria.
Gelukkig ben je, Maria, omdat je gelooft hebt wat de engel tegen je heeft gezegd.

En dat is het bijzondere: Elisabet zegt dat,
zonder dat Maria ook maar de kans heeft gehad om zelf te vertellen over wat er met haar gebeurd is.
Ze hoeft zich niet te verdedigen:
God heeft het al aan Elisabet laten zien.

En moet je je voorstellen hoe goed dat geweest moet zijn voor Maria,
Om iemand te hebben die net zo blij is als zij!
Die net als zij gelooft dat haar zwangerschap een geschenk is van God.
Dat geeft Maria ineens ruimte om ook haar eigen blijdschap te voelen.
In plaats van dat ze het weg moet drukken.

Heb je dat zelf wel eens gehad dat je ergens zo blij van werd, dat je spontaan begon te zingen, of te dansen, of te juichen?
Zó voelt Maria zich nu ook.
Ze begint zelfs te zingen!

En haar lied gaat niet over haarzelf, of over hoe blij ze is met haar kind.
De vreugde die Maria voelt is een vreugde over wat God aan het doen is, in haar leven, door haar heen.

Mijn ziel prijst en looft de Heer,
Mijn hart juicht om God, mijn redder.
Hij heeft oog gehad voor mij.
Ook al ben ik niet bijzonder,
Ben ik maar heel gewoon.
Maar dat is hoe God werkt!
Al de hele Bijbel door.
Hij is goed voor wie op Hem vertrouwt.
Machthebbers stoot hij van hun troon,
Wie klein is geeft Hij aanzien.
Zo werkt Hij ook door mij heen, zingt Maria.
Hij is geen God van het grote, maar een God van het kleine.
Hij ziet mij.
En Hij ziet zijn volk, Israël.
Hij trekt zich ons lot aan.

Een lied van hoop, tegen alles in!
Want de toekomst voelde niet heel hoopvol voor Joodse mensen die in die tijd leefden.
De Romeinen hielden al een generatie hun land bezet.
En er was een wrede koning, koning Herodes de Grote, die kon doen en laten wat hij maar wilde.

Joodse mensen hadden maar heel weinig om aan vast te houden,
Behalve de woorden die ze lazen in de Joodse Bijbel, in het Oude Testament.
Woorden uit de Psalmen, woorden van oude profeten, zoals Jesaja,
Die zeiden: God zal zijn volk bevrijden.
God zal ingrijpen, en alles omkeren.
God zal een nieuw begin zal maken.

En die woorden uit het Oude Testament komen terug in dit lied.
Maria beseft dat God iets aan het doen is,
dat alles zal veranderen.
En dat God dat door haar heen wil doen.
En ook al kan ze nog niet overzien hóe,
En heeft het voor haarzelf grote consequenties,
Toch voelt zij op dit moment alleen maar blijdschap, en dankbaarheid.

In haar lied wordt de naam Jezus niet genoemd.
En toch gaat dit lied wel over hem!
Want ze verwijst naar al die oude teksten,
Alsof ze daarmee wil zeggen:
Nu gaan die in vervulling!
Dat wat die oude profeten hebben gezegd dat zou gaan gebeuren,
Dat is wat God nu aan het doen is, in het kind dat ik draag.

Het gaat over dat God in Jezus iets gaat doen dat alles verandert.
En dat begint al bij Kerst.
Dat begint al bij dat God, in Jezus, naar ons toe komt.
Dat Hij mens wordt.

Het is dus een hele vreugdevolle Bijbeltekst die we hebben gelezen!
Maria en Elisabet delen hun blijdschap, en hun dankbaarheid met elkaar.

Er zit iets heel moois in hoe Maria en Elisabet elkaar bemoedigen!
Ook al zullen mensen om ze heen heel anders hebben gekeken naar hun situatie dan zij.
Iemand die ze kende, en die door het raam had gekeken, had misschien gedacht:
Wat hebben zij nou voor reden om zo blij te zijn?
Maar Maria en Elisabet bemoedigen elkaar,
en verwonderen zich samen over de goedheid van God.
Een God die ze ziet.
Dat is wat zij geloven, en wat ze merken in hun eigen leven.

En hoe zij elkaar bemoedigen, en zegenen,
Dat is ook hoe wij elkaar vandaag mogen bemoedigen, en zegenen!
Eigenlijk is hoe Maria en Elisabet elkaar opzoeken een heel mooi beeld van wat het betekent om kerk te zijn!

Want er is maar heel weinig veranderd in de wereld sinds toen.
Er is zoveel dat je moedeloos kan maken.
Dat je verdrietig kan maken.
Dat je de hoop kan ontnemen.
Er is zoveel reden om te geloven dat het níet goed komt.

Dat was voor Maria en Elisabet niet anders!
Het loflied dat Maria zingt gaat daar niet aan voorbij,
Ze benoemt het:
honger, en armoede.
Mensen die zich verheven wanen, die doen alsof ze overal boven staan.
Machthebbers en heersers die misbruik maken van hun macht.

Je hebt daar niet veel fantasie voor nodig om daar een beeld van te maken.
Je hoeft de TV maar aan te zetten,
Of het nieuws te bekijken op je telefoon.

Maar dat is niet waar Maria zich in haar lied door laat leiden.
Maria gelooft in een andere werkelijkheid.
Zij gelooft dat er een God is, die goed is, die zich aan ons verbindt,
en die hele andere maatstaven heeft dan die van de wereld om ons heen!
En Maria zingt het uit van blijdschap,
want zij mag nu in haar leven heel dichtbij zien, ervaren, dat God er is.
Dat geeft haar hoop, en blijdschap, juist tegen alles in.

Dat is het mooie aan dit Bijbelverhaal:
Het is het verhaal van twee hele verschillende mensen,
Een oude vrouw, en een jonge vrouw,
Die allebei mogen ervaren dat God ze ziet.
En zij vinden niet alleen steun bij elkaar, maar ook vreugde.

Waar mensen om ze heen misschien hun wenkbrauwen fronsten,
kunnen Maria en Elisabet de vreugde met elkaar delen over wat God in hun leven en in deze wereld gaat doen.

En dat is wat wij hier in de kerk vandaag, en alle zondagen, ook mogen doen.
Wij mogen tegen elkaar zeggen dat er hoop is.
Ook al horen we op het nieuws berichten over oorlog, en over klimaatverandering,
We hoeven daar niet aan voorbij te gaan!

Maar wij geloven ook dat dat niet de hele werkelijkheid is.
Wij geloven in een God die zich aan ons, aan deze wereld heeft verbonden.
Wij geloven dat God ook ons ziet.
Wij geloven dat er reden is om hoopvol te zijn.
En net als Maria en Elisabet,
Begint onze hoop bij het kindje in haar buik:
Bij Jezus.
Amen.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *