Liefde kan (doopdienst)
Liefde kan (doopdienst)

Liefde kan (doopdienst)

Tekst: 1 Johannes 4:7-12, uit de Bijbel in gewone taal

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Als er één woord is dat wij makkelijk in de mond nemen,
maar wat in de praktijk veel en veel moeilijker kan blijken te zijn,
dan is het wel liefde.
Het is zó makkelijk gezegd: we moeten elkaar liefhebben.
De liefde is het belangrijkste!
En dat vinden we en voelen we allemaal ook wel,
Maar écht liefhebben, daar echt naar handelen, is veel moeilijker.

Oordelen, achter elkaar rug over elkaar praten,
buitensluiten, eerst om onszelf denken,
daar zijn wij als christenen net zo goed in als ieder ander.
En wij hebben ook wel eens dat je, zonder het te willen, kortaf bent naar iemand.
Of een nare opmerking maakt,
die vaak meer blijft hangen dan een compliment.
Wij kunnen ook het gevoel hebben dat je iemand anders naar beneden moet halen,
Om jezelf beter voor de dag te laten komen.
Wij kopen ook onze kleren in de aanbieding,
Zonder erbij na te denken onder welke omstandigheden die kleren gemaakt zijn.
Of dat we denken over mensen die het moeilijk hebben:
Dat is niet mijn probleem. Liefhebben is moeilijk.

En toch, dat lezen we vanmorgen in de brief van Johannes,
Is de regel om lief te hebben, geen optionele regel. Niet iets voor erbij.
Niet iets wat ook wel prima is als je het níet doet.
Het is de kern van wie wij zijn,
Van wat het betekent om in Jezus Christus te geloven!

De liefde komt namelijk bij God vandaan, zegt Johannes.
God is liefde.
En die liefde heeft een gezicht gekregen, in Jezus!
Jezus is de mensgeworden liefde van God.
Dat is de basis van het christelijk geloof:
Het geloof dat in Jezus de Messias de ene ware God zich heeft laten zien.
Als je kijkt naar het kruis, waar Jezus zijn leven gaf,
Als je zíet hoe diep Gods liefde voor ons, voor jou en mij ging,
Daar kun je zien wie God echt is.
Als je gelooft in Jezus Christus,
Dan geloof je in een God die liefde is.

En als je ziet hoe Jezus steeds weer een enorm hart had voor juist díe mensen die anderen links hadden laten liggen, of waar ze niets van moesten hebben.
Een prostituee, een man die teveel belasting inde, een buitenlandse legeraanvoerder.
Dát waren de mensen die Jezus opzocht! Elke keer weer!

Niemand heeft ooit God gezien.
Maar als we van elkaar houden, blijft God in ons, en wij in Hem.
Wij geloven dat God zich heeft laten zien, in Jezus, zijn zoon.
Dat je pas kan weten wie God is als je kijkt naar Jezus.
In Hem is de liefde van God aan het licht gekomen.
Voor iedereen te zien!
Niemand heeft God gezien.
Maar als je naar Jezus kijkt, kan je zien wie God is.

En waar het spannend wordt voor ons,
Is dat Johannes zegt in zijn brief dat dat niet alleen geldt voor Jezus!
Johannes zegt: ook door naar júllie te kijken,
Moeten de mensen om jullie heen kunnen zien wie God is!
Net zoals wij God leren kennen door naar Jezus te kijken,
Te zien hoe hij zijn leven voor ons gaf, aan het kruis,
Te zien hoe hij gaf om al die mensen die bij hem kwamen,
Zo mogen mensen Jezus leren kennen, door naar óns te kijken!
Mensen kunnen niet zien wie God is,
als christenen daar niet iets van laten zien in hun leven. In ons leven!
Dát is wat Johannes zegt!

Slik!
Tenminste, ik weet niet hoe dat voor jou is,
maar voor mij voelt dat als een hele opdracht! Misschien wel een té grote opdracht.
Ik weet helemaal niet of ik dat wel waar kan maken!
Ik denk zelfs eerder dat ik dat vaak níet waarmaak, dan wél.
Je kent allemaal wel die verhalen, dat mensen zeggen:
Door hoe de mensen in de kerk soms met elkaar omgaan,
of in het verleden om zíjn gegaan,
daar ben ik door afgehaakt…

Maar misschien ken je ook wel voorbeelden van het omgekeerde.
Dat je wél zag hoe liefdevol mensen met elkaar omgingen,
en dat je dacht: wat is dat eigenlijk mooi!
Dat je aan iemands doen en laten kon zien, kon merken, dat hij of zij in God gelooft,
En dat dat ook belangrijk is voor hem of haar.
Om te geloven, maar ook om die liefde van God een plek te geven in zijn of haar leven!
Dat iemand daar iets van uitstraalt! Ik heb dat wel eens gehad.
Dat mensen daar echt iets van uitstraalden. Van lieten zien.
En ik geloof dat dát Gods bedoeling is met ons.

Als je liefhebt, dan blijft God in jou, zegt Johannes.
Dat woord ‘blijven’, dat betekent ook wel ‘verblijven’, of ‘wonen’.
Als je liefhebt, dan kun je daaraan zien dat God in jou woont.
Daarmee wil ik niet zeggen dat iemand die niet gelooft niet lief kan hebben.
Misschien eerder andersom:
diegene heeft dan misschien wel meer van God begrepen dan hij of zij denkt!

Nou zei ik aan het begin van de preek al: écht liefhebben is moeilijk.
Dat vinden wij allemaal wel, denk ik.
Soms gaat het natuurlijk heel makkelijk.
Je houdt veel van je man of vrouw, van je kind, van je familie, van goede vrienden.
Daar krijg je ook liefde van terug, als het goed zit.
Maar hoe zit dat met mensen die jou dat niet terug kunnen geven?

En moet dat helemaal uit jezelf komen?
Om lief te hebben heb je het zelf ook nodig dat je weet dat je geliefd bént!
Daarom is het ook zo mooi dat Johannes schrijft:
De liefde komt bij God vandaan. God had ons al lief voordat wij hem liefhadden.
Als je die woorden eens tot je door laat dringen.
God had jou al lief voordat jij hem liefhad.
Wij hoeven niks te bewijzen voor God.
Wij hoeven niet lief te hebben, uit angst dat we niet genoeg doen, of genoeg zíjn.

Omdat God ons liefhad, heeft hij zijn Zoon naar de wereld gestuurd.
Door zijn Zoon worden onze zonden vergeven.
Vrienden, omdat God zó veel van ons houdt,
moeten ook wij van elkaar houden.

Daar ligt de basis.
Omdat God zoveel van ons houdt.
God heeft jou al lief voordat jij Hém liefhebt.

Stel: je hebt een kan met water.
En je wil met die kan graag mensen te drinken geven.
Dat kun je doen.
Je maakt een begin.
Maar, op een gegeven moment is de kan leeg.
Er komen misschien nog wel wat druppeltjes uit.
Maar op is op.

Wat doe je dan?
Dan loop je gewoon naar de kraan, om die kan weer bij te vullen!

Wij kunnen wel tegen onszelf zeggen:
Je móet blijven schenken!
Je móet de mensen om je heen liefhebben!
Maar als je nooit even je kan bijvult,
Als je nooit even stil blijft staan,
en beseft dat God allang hartstikke veel van jou houdt,
Dan heb je ook minder om uit te delen.

En aan de andere kant is het ook jammer om de kan in de gootsteen te laten staan,
En de kraan steeds te laten lopen, maar er niets mee te doen.

Zo is jouw geloof ook.
Een kan, die je bij mag blijven vullen met Gods liefde,
En waar je ook weer van uit mag delen.
Als wij dat doen, blijft God in ons, en wij in Hem.
Dan is zijn liefde in ons volmaakt geworden.
Dan komen wij tot het doel dat God met ons heeft.

Liefhebben is echt niet makkelijk.
Maar je hoeft het ook niet op eigen kracht te doen.
Als je merkt dat het niet meer lukt, keer dan terug naar de bron, naar de kraan.
Naar Gods liefde.

Zo hebben wij vandaag Lianne gedoopt.
Ook zij mocht die woorden horen:
God had jou al lief, voordat jij hem liefhad.
Die bron van Gods liefde, die wij hebben,
Die willen wij ook aan haar doorgeven.
We hopen dat zij in haar leven Jezus ook steeds beter mag leren kennen,
Dat ze mag weten dat er een God is, die van haar houdt,
En dat haar leven ook een kan mag worden,
Gevuld met Gods liefde,
Die die liefde ook weer door mag geven.
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.