Laatste zondag van het kerkelijk jaar – makkelijke woorden?

Tekst: Psalm 91

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Psalm 91, de psalm die we hebben gelezen,
is een Psalm die je kan raken.
Positief.
Het zijn mooie woorden om te lezen.
Woorden waaruit je kracht kunt putten.
Woorden die een gelovige uitspreekt naar God:
U bent mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God.
Op U vertrouw ik.
Wie op Hem vertrouwt, zal niets overkomen.”

En woorden van God zelf:
Roep je mij aan, ik geef antwoord,
in de nood zal ik bij je zijn,
je bevrijden en met roem overladen,
je overvloed geven van dagen.
Ik zal je redding zijn.’

Maar die zelfde woorden, hoe mooi ze ook zijn, kunnen je ook negatief raken.
Want het zijn zulke mooie woorden, zulke grote beloftes, dat je kunt denken:
zijn ze wel waar?
Ís God altijd een schuilplaats?
Word je altijd beschermd tegen het kwaad? Kán jou niets overkomen?

Vooral op een zondag als vandaag is dit, naast een bemoedigende,
ook een moeilijke psalm.
Omdat we stilstaan bij mensen van wie wij afscheid moesten nemen.
Mensen die wél pijn hebben gehad.
Mensen om wie wij verdriet hebben.

Want als je verdrietig bent, en je hoort deze psalm,
Haal je er dan wel troost uit om dat te horen?
Jou kan niets overkomen.
Wat als jou, of iemand van wie je houdt, wél iets overkomt?
Als je verdriet hebt, dan passen de woorden uit andere psalmen misschien beter.

Psalm 42 bijvoorbeeld:
‘Waarom vergeet u mij,
waarom ga ik gehuld in het zwart,
door de vijand geplaagd?’

Of Psalm 22:
Mijn God, mijn God,
waarom hebt u mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet,
ook al schreeuw ik het uit.
‘Mijn God!’ roep ik,
overdag, en u antwoordt niet,
’s nachts, en ik vind geen rust.

Verdriet kan zoveel met je doen.
Slapeloze nachten.
Je weet niet waar je met je gevoelens naartoe moet. Wat je ermee aan moet.
Het lijkt of je leven is stilgezet.
En steeds weer komt het besef: degene van wie ik hield, is er niet meer.

De psalmen staan bol van die uitroep naar God:
waarom móet mij dit overkomen?
Waar bent U? Ik ervaar U niet. Mijn vijanden overweldigen mij.
Ik heb verdriet. Ik heb pijn.

Veel psalmen, zelfs de psalmen waarin mensen hun verdriet,
hun twijfel, hun pijn naar God uitroepen,
eindigen met een loflied,
waarin de schrijver, ondanks alles, zijn vertrouwen uitspreekt naar God.
Maar er is zelfs een psalm waarin dat niet gebeurt.
Waarin de pijn en het verdriet tot het einde toe blijven staan: psalm 88.

HEER, God, mijn redder,
overdag schreeuw ik het uit,
’s nachts zit ik stil voor u neer.
Laat mijn gebed u bereiken,
luister naar mijn klagen,
ik word door rampen bezocht,
mijn leven nadert het dodenrijk.

Woorden die lijnrecht tegenover die grote beloftes van Psalm 91 lijken te staan.
Jou kan niets overkomen.
Geen plaag zal je treffen.

Wat zegt Psalm 91 dan over mensen die wél iets overkomt?
Hebben die niet genoeg vertrouwen?
Wat als jij die woorden niet na kunt zeggen:
U bent mijn toevlucht, mijn vesting, mijn rots?
Als je door verdriet wordt overmand?
Als je geen uitweg ziet?
Als je je vertrouwen even kwijt bent?

Wat mij elke keer weer raakt, bij het lezen van deze psalm,
is dat ik weet dat hij op een andere plek in de Bijbel wordt geciteerd.
In het verhaal van de verzoeking in de woestijn.
Daar lezen we hoe de duivel woorden uit deze Psalm citeert tegenover Jezus.
Om hem uit te dagen.
Jou kan toch niets overkomen?
Jij bent toch de zoon van God?
Gooi je dan maar van de tempel!
Laat maar eens zien!
De duivel gebruikt de woorden van deze psalm, psalm 91,
om Jezus mee te bespotten.

Wat mij daarin zo raakt, is dat Jezus helemaal niet ís gekomen om te laten zien dat hem niks kan overkomen.
Of dat ons niks kan overkomen, als we maar hard genoeg geloven.

Jezus trok rond, en genas mensen.
Maar zelfs dat deed hij niet omdat zijn boodschap was dat als je gelooft,
dat God je dan altijd beschermt.
Want de mensen die hij genas, konden nog steeds ziek worden.
De mensen die hij uit de dood opwekte, zouden ook weer sterven.

Misschien dat de duivel gelijk had.
Dat de woorden van psalm 91 wel voor Jezus zouden kunnen gelden.
Als hij dat niet had gewild, had hem niets hoeven overkomen.
Maar Jezus koos er heel bewust voor om wel de weg van het lijden te gaan.
De weg van het kruis.
Omdat Hij naast ons wilde staan in ons lijden. En in ons verdriet.

Aan het kruis riep hij niet: U bent mijn toevlucht, mijn schuilplaats, mijn vesting.
Hij riep de woorden van Psalm 22: mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Aan het kruis zie je echt wat Gods antwoord is op onze pijn, en ons verdriet.
Geen belofte dat ons niets kan overkomen.
Dat geen plaag ons kan treffen.
Dat de dood ons niet kan raken.
Dat we nooit bang hoeven te zijn.

Jezus was zelf ontzettend bang voor wat hem te wachten stond.

Aan het kruis zien we de zoon van God die zelf met ons lijdt.
Die zelf onze pijn en ons verdriet ook op zijn eigen schouders neemt.
Totdat hij uitroept: het is volbracht.
En zich overgeeft aan de dood.

Nergens in de Bijbel wordt gedaan alsof onze pijn, ons verdriet er niet is.
Nergens in de Bijbel wordt gezegd dat het er niet mag zijn.

Ik vraag me zelfs af of Psalm 91 wel zo bedoeld is.
Jou kan niets overkomen.
De schrijver van deze Psalm moest toch ook weten dat dat niet waar kon zijn?

En toch.. toch zijn de woorden van psalm 91 woorden van troost.
En woorden van bemoediging.
Als je psalm 91 helemaal op zichzelf leest,
los van alle andere psalmen, los van de rest van de Bijbel,
Dan is hij te lief.
Dan klopt het gewoon niet wat er staat.
Maar als je het leest met de rest van de Psalmen in het achterhoofd,
Waarin mensen hun pijn en hun verdriet uitroepen naar God,
Dan is het juist een geloofsbelijdenis.

Plagen kúnnen je overkomen.
Verdriet kan je overmannen.
Angst kan je de baas worden.
Zelfs de dood kan je overkomen.
De schrijver van deze psalm wil dat helemaal niet ontkennen.

Maar toch, is wat de schrijver van psalm 91 zegt,
kun je niet vallen uit Gods hand.
Wat je omstandigheden ook zijn.
Tegen Hem mag je altíjd zeggen:
mijn toevlucht, mijn vesting, mijn rots.
Ik vertrouw op U.

Niet omdat God boven ons verdriet en onze pijn staat.
Maar juist omdat Hij daarin naast ons staat.
Omdat Hij zelf die weg van pijn en lijden is gegaan.
En heeft gezegd: het is volbracht.

Nou kun je die woorden niet altijd zelf uitspreken.
En als jij wordt overmand door verdriet,
Kun je deze woorden ook niet altijd zelf ervaren.

Maar dat is niet erg.
Want juist op die momenten mag je je gedragen weten door anderen om je heen,
Die deze woorden wel uitspreken.

Doordat die woorden worden uitgesproken in een dienst, of in een Bijbellezing,
of in een gedicht, of een gebed,
kun je soms ervaren dat je zelf even boven je verdriet wordt uitgetild.
En wordt gedragen.
Want je hoeft je verdriet niet alleen te dragen.
Dat kunnen we met elkaar dragen.

En ons vertrouwen daarbij mag zijn,
Dat God, ook in moeilijke omstandigheden,
een schuilplaats voor ons wil zijn. Een toevlucht.
En daarin spreekt deze psalm de waarheid.
Want God is op ieder moment bij ons,
En staat liefdevol en beschermend om ons heen.
Juist in ons lijden, in ons verdriet, is Hij niet ver weg, maar staat Hij naast ons.
En zelfs de dood kan ons niet uit zijn hand rukken.

Dan krijgen de laatste woorden van psalm 91 een andere klank:

‘Ik zal bevrijden wie mij liefheeft
en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is.
Roep je mij aan, ik zal antwoord geven,
in de nood zal ik bij je zijn,
je bevrijden en met roem overladen,
je overvloed geven van dagen.
Ik zal je redding zijn.’

Woorden die je mogen dragen. Die je nieuwe moed mogen geven.
Zelfs al zie of ervaar je dat niet altijd.
Want God staat naast je in je verdriet. En Hij laat jou niet los.
Niet in dit leven.
En ook niet in de dood.
Amen

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *