Kerst: God komt naar ons toe
Kerst: God komt naar ons toe

Kerst: God komt naar ons toe

Tekst: Lukas 2:1-21

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Kerst vieren we dit jaar in hele bijzondere omstandigheden.
Want een Kerst als dit heeft niemand van ons ooit nog meegemaakt.
Een feest van licht, en warmte,
waarbij je afstand houdt van mensen die je lief zijn.
Een feest van gezelligheid, waarbij je elkaar niet zomaar op kunt zoeken,
of dat toch wel een beetje spannend voelt.

Zelfs de kerkdienst is helemaal online.
Ik ben hier in de kerk, en jullie kijken thuis.
Het vóelt allemaal een beetje afstandelijk.
Alsof we Kerst dit jaar overslaan.
Misschien dat er zelfs wel mensen zijn, die zeggen:
als het zo moet, dan kijk ik liever niet.
Dan vier ik liever niet mee.

Het verhaal dat we hebben gelezen kan deze Kerst ook best wel ver van ons af komen te staan.
Omdat ook dat een verhaal is van licht, en warmte.
Van een koor van engelen, dat uit volle borst zingt.
Van mensen die elkaar opzoeken,
en zich samen verheugen over iets bijzonders dat er is gebeurd.

Sowieso is het Kerstverhaal voor ons iets dat best wel ver van ons af kan staan.
Als wij het Kerstverhaal vertellen,
dan hebben we er best wel een romantisch beeld bij.
Maria en Jozef die geen slaapplek kunnen vinden,
maar die toch terecht kunnen in de stal.
Het kindje dat in de voerbak ligt.
De herders en de wijzen die het kindje Jezus op komen zoeken, en allemaal verwonderd zijn over wat ze aantreffen.

Zo’n bijzonder verhaal! Dat zo lang geleden, zo ver hier vandaan is gebeurd.
Het klinkt bijna als een sprookje.
Alleen dat doet ook iets geks met ons, als wij dit verhaal zo bijzonder maken.
Voor onszelf plaatsen we dit verhaal daarmee op afstand.
Al die elementen aan het verhaal die wij zo mooi vinden,
die zorgen er tegelijk voor dat het verhaal voor ons helemaal niet herkenbaar is.

Want als je het verhaal van Kerst eens goed bekijkt,
klopt dat romantische beeld dat we ervan hebben wel?
Of staat het verhaal veel dichter bij ons dan wij denken?

Kerst gaat over hele gewone mensen.
Die niet eens in zulke andere omstandigheden leven dan wij nu.

Maria en Jozef moesten zich ook schikken naar regels van de overheid.
En zij konden ook niet bij hun familie zijn toen hun kindje werd geboren.
Voor ons is Kerst dit jaar sober, en onzeker.
Voor hen waren de omstandigheden dat ook.

Dit verhaal is veel gewoner dan wij vaak door hebben.
Het doel van de verteller, Lukas, is niet om het verhaal heel bijzonder te maken.
Zijn doel is juist om het zo dichtbij mogelijk te brengen.

In zijn ogen zijn de gebeurtenissen die Maria en Jozef meemaken,
gebeurtenissen die iedereen mee kon maken.
Jozef en Maria moeten zich inschrijven,
en daarvoor moeten ze een eind reizen,
naar de plek waar Jozefs wortels liggen, Bethlehem.
Voor ons klinkt dat exotisch, en spannend.
Maar in hun tijd moest iederéén dat doen.

Jezus wordt na zijn geboorte in doeken gewikkeld en in een voerbak gelegd.
Voor ons klinkt dat als armoede.
Als hele slechte omstandigheden.
Maar ondanks dat het geen luxe omstandigheden waren,
was dát in die tijd ook niet zo uitzonderlijk.
Jozef en Maria waren mensen die gewoon weinig hadden, zoals de meeste mensen in hun tijd.

Jozef, Maria, de herders, zijn allemaal geen bijzondere mensen.
En het kindje dat geboren wordt, is een heel gewoon kindje.
Ook al worden er zulke bijzondere dingen over hem gezegd,
daar is op dat moment weinig van te merken.
Hij huilt, net als elke andere baby.
Hij is afhankelijk van de zorg van zijn ouders, net als elk ander kindje.

Er is wel iets bijzonders aan dit verhaal.
Maar dat is niet de geboorte van het kind, of de manier waarop dat gaat.
Het bijzondere aan dit verhaal is wat er over dit kind gezegd wordt.

De kern van dit verhaal, is de boodschap die de herders te horen krijgen,
Als ze in het veld op hun schapen passen,
en er plotseling een engel tussen ze in staat,
En het licht van God om ze heen straalt.

De herders schrikken, maar de engel zegt:
Jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws.
Het hele volk zal daar blij mee zijn.
Vandaag is jullie redder geboren: Christus, de Heer.
Hij is geboren in Betlehem, de stad van David.
En zo kunnen jullie hem herkennen:
het kind ligt in een voerbak en is in een doek gewikkeld.

Ik ben altijd zo benieuwd hoe dat moet zijn geweest voor de herders.
Zij leefden in een tijd waarin nog veel meer mensen geloofden dat zoiets kon gebeuren.
Maar toch moet het voor hen nog steeds zoiets bijzonders geweest zijn!
Niet alleen dat ze de engelen zien.
Maar ook de boodschap die de engelen brengen.
Vandaag is jullie redder geboren. Christus, de Heer.

De herders zullen Joodse mensen geweest zijn.
Voor hen hadden deze woorden van de engelen veel betekenis.
Het betekende voor hen dat God naar ze omziet.
En dat God, door dit kind dat geboren is, iets heel erg bijzonders zal gaan doen.
Als de engelen zijn verdwenen, even plotseling als ze zijn verschenen, besluiten de herders om het kind op te gaan zoeken.
En ze vinden het, in doeken gewikkeld in een voerbak, precies zoals de engelen gezegd hebben.

Ze vertellen aan Maria en Jozef wat ze over dit kind gehoord hebben.
En samen verwonderen ze zich, dat zo’n gewoon kindje,
waar niets bijzonders aan te zien is,
toch zo bijzonder kan zijn.

Ook al spelen ze een belangrijke rol:
Dit verhaal gaat helemaal niet over Maria, Jozef of de herders.
En ook niet over hun omstandigheden.
Ze zijn omstanders, voor die boodschap van de engelen.
Net zoals wij.

Die boodschap van de engelen wordt niet alleen aan hen gebracht.
Maar ook aan ons.
Het hele verhaal is bedoeld als een manier om ons de ogen te openen voor wat er hier gebeurt,
ook al zijn de omstandigheden zo gewoon:

Dat in dit kind, God iets heel bijzonders doet.
Dat is waarom de engelen zo blij zijn!
Waarom ze zich niet stil kunnen houden.
In dit hele gewone kindje,
Komt God zelf naar ons toe,

In dit kind, dat geboren is,
Op een hele gewone plek, een plek waar ieder ander kind geboren had kunnen worden.
Bij ons was Jezus misschien in het ziekenhuis geboren.
Of gewoon thuis.

Waarom is dat zo belangrijk, dat die omstandigheden heel gewoon waren?

Omdat Jezus daarmee niet alleen het leven van Jozef en Maria en de herders binnenkomt,
Maar het leven van ons allemaal.
Omdat het Kerstverhaal voor ons niet op afstand moet blijven staan,
als een sprookje van heel lang geleden.
Maar het nieuws dat de engelen brengen,
vertellen ze net zo goed aan ons:
Gods zoon komt naar ons toe.
Als een heel gewoon jongetje.

Hij komt naar ons toe,
Naar mensen als Maria, en Jozef, en de herders,
Naar mensen zoals wij,
Om voor óns een redder te zijn.
Om voor óns een licht in het donker te zijn.
Om óns de hand te reiken.
Om óns leven binnen te komen.
Om óns te vertellen over de liefde van zijn Vader.
Om van óns te houden.
Om voor óns zijn leven te geven.

Dit Kerstverhaal is niet bedoeld om op afstand te blijven staan.
Maar juist om dichtbij te komen.
Wíj mogen Maria en Jozef en de herders zijn.
Wij mogen schrikken van de engel, die ineens voor ons staat.
Maar die zegt: wees niet bang. Ik ben gekomen om goed nieuws te brengen.
Nieuws waar iedereen blij van mag worden.
Want er is een redder geboren. En zijn naam is Jezus.

Wij mogen het kindje zien, dat in de voederbak ligt, een heel gewoon kindje,
En weten:
Door dit kind ziet God naar ons om.
In dit kind, is Hij gekomen om ons te redden.
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.