Je staat er nooit alleen voor

Tekst: Hebreeën 13:1-6

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Ik weet niet of jullie dat al wel eens is opgevallen,
maar de slimste mensen zijn niet altijd de mensen die het beste iets uit kunnen leggen.
Soms heb je een leraar, bijvoorbeeld op de middelbare school, of op de universiteit,
van wie je weet dat hij of zij ontzettend veel weet.
Ontzettend veel kennis heeft.
Alleen om een leraar te zijn moet je meer in je hebben dan dat.
Je moet ook goed uit kunnen leggen.
Je leerlingen mee kunnen nemen.
Begrijpen waar ze staan, of ze mee kunnen maken wat je zegt.
Anders gaat alles wat je zegt, over hun hoofden heen.

Volgens mij was de schrijver van de brief aan de Hebreeën ook zo iemand:
Iemand die ontzettend veel weet,
maar als je de brief leest dan gaat het meeste het ene oor in,
en het andere oor weer uit.
Want het is echt best wel een moeilijk boek, vind ik.
Het veronderstelt veel kennis van de Bijbel, en van Joodse gebruiken.
En het is heel erg compact geschreven.

Tegelijk vind ik het ook een heel mooi Bijbelboek.
Want de schrijver probeert zijn lezers tussen de regels door,
steeds weer een hart onder de riem te steken.
Aan de ene kant spoort hij ze aan om zich in te zetten voor hun geloof.
Om achter Jezus aan te gaan.
En niet de kantjes ervan af te lopen, of te denken: het zal allemaal wel.
Het maakt niet uit wat ik doe.
En aan de andere kant is hij heel mild:
Hij zegt: je mag weten dat we altijd iemand hebben bij wie we terecht kunnen als dat niet lukt.
En dat is Jezus.
Die is gestorven, en is opgestaan, en die in de hemel is,
En die ons beter begrijpt dan wie dan ook.
Doordat we in Hem geloven, is God altijd dichtbij.
Mogen we altijd tot hem naderen.
En mogen we altijd weten dat we door Hem geliefd zijn.
Dat is in essentie de boodschap van het Bijbelboek Hebreeën. Mooi hè?
Dat past heel goed bij Hemelvaart.
Het geeft een reden waarom Jezus niet hier kon blijven, maar naar God moest gaan.
Zodat wij, als het ware, een vertegenwoordiger hebben in de hemel!

Toch blijf ik het een lastig boek vinden, waar ik moeilijk door kan komen.
Daarom gebruik ik altijd een klein hulpmiddel als ik uit de brief aan de Hebreeën lees.
Dit boekje: The Message.
Dat is een vertaling, gemaakt door een Amerikaanse predikant,
die heel bewust de Bijbel probeert te schrijven alsof het in deze tijd geschreven is.
Op een hele mooie manier, waardoor het veel dichterbij komt.
Geen letterlijke vertaling, maar hij geeft er nieuwe woorden aan.
Het is in het Engels.
Maar de Bijbeltekst die we vandaag hebben gelezen,
heb ik aan de hand van zijn vertaling eens opnieuw vertaald in het Nederlands.
En die wil ik nu met jullie lezen.

Hebreeën 13:1-6.

Blijf ernaar streven om goed met elkaar om te gaan,
laat het de liefde zijn die jullie bij elkaar houdt.

En de liefde voor vreemdelingen moeten jullie ook niet vergeten.
Sta klaar met een maaltijd of een bed als iemand dat nodig heeft.
Want er zijn mensen die zelfs engelen gastvrij hebben ontvangen,
zonder dat ze het ook maar wisten!

Denk aan wie gevangen zit, blijf om ze heen staan,
alsof jullie zelf met hen gevangen zaten.
En behandel mensen die lijden,
alsof het jullie zelf overkomt.

Heb altijd respect voor het huwelijk.
Houd die intieme band in ere.
En blijf verre van prostitutie en overspel, dat richt alleen maar kwaad aan.
God keurt dat niet goed.

Maak er geen obsessie van om meer en meer materiële dingen voor jezelf te verzamelen.
Wees blij met wat je hebt.

Want God ons heeft verzekerd:
“Ik laat je nooit in de steek, je staat er nooit alleen voor”,
En daarom kunnen wij vol overtuiging zeggen:
God is er, en Hij is mijn Helper.
Ik ben niet bang, wat er ook zal komen.
Wat mensen mij ook aandoen.

Om deze tekst, die ik met jullie heb gelezen, beter te begrijpen,
kan het helpen om iets te weten van de situatie waarin de brief aan de Hebreeën is geschreven.

De brief is geschreven in een tijd waarin het christelijk geloof nog maar net was ontstaan.
En waarin Joden, en anderen, die christen werden, en die in Jezus gingen geloven,
zwaar vervolgd werden.
Ze werden eerst verdreven uit Jeruzalem,
Waar het christendom was ontstaan, met het Pinksterfeest,
en stichtten vervolgens kerken in alle plaatsen waar ze kwamen.
Maar ook daar werden ze erg gewantrouwd.
De christenen werden door de Joden gezien als een afvallige groep,
En door de Romeinen als een vreemde, enge sekte.
Een sekte die zich ook nog eens snel verspreidde.
Het gevolg daarvan was dat christenen werden tegengewerkt,
gevangengenomen, zelfs gedood omdat ze in Jezus geloofden.

Het was een hele onzekere tijd als je christen was.
Je moest constant op je hoede zijn.
Toch vonden veel mensen het christendom wel een heel aantrekkelijk geloof.
Aan de ene kant komt dat doordat het heel erg open was voor buitenstaanders.
Iedereen die dat wilde, kon zich erbij aansluiten.
En aan de andere kant kwam dat doordat naastenliefde heel erg belangrijk was voor de christenen.
De zorg voor armen, voor wezen, voor weduwen, zelfs voor slaven.
Dat was ongekend in die tijd, hoe christenen daarmee omgingen.
Dat maakte diepe indruk op veel mensen.

Het was ook een tijd waarin, juist door al die onzekerheid,
veel christenen de vraag gingen stellen: wanneer komt Jezus terug?
Dat heeft hij toch beloofd, toen hij naar de hemel ging?

En dat is waarom ik juist nu deze tekst met jullie lees.
Afgelopen donderdag was het Hemelvaart.
En in de tijd tussen Pasen en Hemelvaart lezen we de verhalen dat Jezus zich liet zien aan zijn leerlingen, en aan anderen,
Nadat hij was opgestaan uit de dood.
Maar vanaf Hemelvaart is het anders.
Vanaf dat moment is Jezus niet meer ‘lijfelijk’ bij zijn leerlingen.
Kunnen ze hem niet meer zien.
Hij gaat naar de hemel.

Dat betekent niet dat Hij ze alleen heeft gelaten.
Hij heeft ze de Heilige Geest beloofd.
Die ze zal helpen om te zien wat ze moeten doen.
Maar na Hemelvaart is het toch anders dan daarvoor.
De leerlingen konden tot dan toe met hun eigen ogen zien dat Jezus uit de dood was opgestaan.
Ze konden de gaten in zijn handen voelen, de wond in zijn zij zien.
Ze konden met hem praten over wat er was gebeurd,
en over wat er zou gaan gebeuren.
Maar na Hemelvaart was dat voorbij.
En was het aan hen om het nieuws dat Jezus uit de dood was opgestaan,
verder de wereld in te brengen.
Voor hij naar de hemel ging, had Jezus aan ze beloofd:
Jullie zullen mij niet meer zien, maar ik kom spoedig terug.
Dat was waar de mensen die in hem geloofden,
zich aan vasthielden.
Ook al moesten ze nu lijden omdat ze in hem geloofden,
hadden ze geen zekerheid,
er zou een moment komen dat Jezus terug zou komen,
en dat het voorbij zou zijn. Dat het beter zou worden.

Alleen ik denk dat het voor hen niet eens zo anders was als voor ons in deze tijd,
de tijd van Corona:
in het begin kun je nog wel met die onzekerheid omgaan.
Alleen hoe langer dat duurt, hoe moeilijker dat wordt.
Hoe meer het gaat kriebelen.
Hoe lang gaat het nog duren?
Komt er wel een einde aan?
Of is dit echt het nieuwe normaal? Hopelijk niet toch?
Zoals de mensen die in Jezus geloofden in die tijd, misschien dachten:
Komt hij wel echt terug?
Wat bedoelt hij met ‘spoedig’?
Het duurt zo lang!

Dat is de situatie waarin deze brief, de brief aan de Hebreeën, is geschreven.

Wat is dan de boodschap van de schrijver van Hebreeën, in die situatie?
Hij roept de mensen op om vooral de moed niet op te geven!
Maar om trouw te blijven in het kleine.
Om liefde te laten zien, aan elkaar, en de mensen om ze heen.

Ga goed met elkaar om, heb elkaar lief.
Hou elkaar in het oog.
Dat is wat jullie bij elkaar houdt!

En dat niet alleen, maar zie ook om naar mensen van buiten jullie kring.
Wees gastvrij, open, liefdevol.

Let op mensen die gevangen zitten, en denk om wie mishandeld zijn.
Misschien dat de schrijver daarmee specifiek denkt aan mensen die gevangen zitten om hun geloof,
of die hebben moeten lijden om hun geloof.
Want dat was in die tijd aan de orde van de dag.
In deze tijd zou hij misschien zeggen:
Denk aan mensen die niet naar buiten kunnen, en die eenzaam zijn.
Aan mensen die in financiële nood zijn.
Alsof het jullie zelf overkomt.
Zijn boodschap is: raak niet in paniek, verlies de moed niet,
maar blijf elkaar en anderen in het oog houden!
Daarmee laat je Gods liefde zien.

Hij roept ze ook op om het huwelijk in ere te houden,
als iets waarmee je God eert.
Juist als echtpaar, als gezin, heb je elkaar nodig als het moeilijk is.
Maar juist een tijd als deze kan je relatie ook onder spanning zetten.
Het is dan belangrijk dat je elkaar in het oog houdt.
Elkaar lief blijft hebben.
Dat je elkaar trouw blijft.

En hij waarschuwt de mensen ook om er niet een obsessie van te maken,
om meer en meer spullen te verzamelen,
alsof je leven ervan afhangt.
Dat is iets van alle tijden.
Mensen die rijkdom verzamelen,
om een leegte te vullen die nooit gevuld raakt.
Of om een stuk zekerheid te hebben, die je eigenlijk nooit 100% zal hebben.

In onze samenleving gebeurt dat misschien wel meer dan ooit.
En ik denk dat wij zelf daar hard aan meedoen. Ik zelf in elk geval wel!
Veel van wat we doen draait om het verzamelen van spullen, van rijkdom.
Soms wordt wel gezegd dat deze tijd van Corona ons daarin even een halt toeroept.
Als een tijd van bezinning.
Maar ik moet dat nog zien.
Ik denk zelf dat het na deze periode weer hetzelfde zal zijn als daarvoor.

De schrijver van deze brief veroordeelt dat niet.
Maar hij geeft wel twee adviezen om daarmee om te gaan:
kijk naar wat je hebt, en wees daar blij mee.
Een eenvoudig advies, maar toch steeds weer goed om dat ter harte te nemen.
En daarnaast: bedenk dat God tegen jou zegt:
ik laat je nooit in de steek, ik laat je nooit alleen.

Dat klinkt misschien gek, wat heeft dat daarmee te maken?
Maar het is heel goed om je dat regelmatig te bedenken.
Dat is een medicijn tegen heel veel dingen.
Tegen paniek. Tegen angst. Tegen onrust.
Tegen een gevoel van onmacht, dat je in deze tijd kunt hebben.
Of van falen, tekortschieten.
Zoveel dat je zou willen doen, maar niets lukt, niets kan,
Of het is niet goed genoeg voor je gevoel.
God zegt tegen jou:
Wat er ook gebeurt, ik laat je nooit in de steek.

Als je dát werkelijk tot je door laat dringen,
dan valt het gemis van andere dingen weg.
Want dat is genoeg!
Als je beseft dat God jou liefheeft, dat God naast jou staat,
dat God belooft dat Hij je nooit alleen zal laten,
wat maken al die andere dingen dan nog uit?
Hoe groot je bankrekening is, of je alles hebt wat je maar verlangt?
Of je alles goed voor elkaar hebt.
Of alles wat je doet een succes is.

Als je beseft dat God jou liefheeft, dan ga je zien wat écht belangrijk is.
Dan krijgt je leven richting.
Dan hoef je je niet meer druk te maken over wat je hebt, of mist,
maar mag je met Gods ogen kijken naar jezelf,
en naar de mensen en de wereld om je heen.

Ook nu, in deze tijd van Corona,
is het moeilijk om voorbij de volgende dag of de volgende week te kijken.
Om te voelen dat je leven richting heeft.
Het lijkt soms of alles stilstaat.
En dat kan je de moed ontnemen.

Maar ook nu mag het een bemoediging zijn voor ons:
God is bij ons, Hij laat jou en mij niet alleen.
Hij zal je nooit loslaten!
Want hij heeft je lief.
Dat mag jou en mij kracht geven voor elke dag.
Dat mag een medicijn zijn, tegen de onzekerheid van deze tijd.
En net zoals andere medicijnen,
één waarvan het goed is om het dagelijks in te nemen,
steeds opnieuw tot je te laten doordringen.

Dat mag je leven richting geven.
Achter Jezus aan.
Om, ook nu Hij niet meer onder ons is,
zijn handen en voeten te zijn.
Zijn lichaam.
Bijeengehouden, en gedreven door zijn liefde.

Al heeft hij ons verlaten, Hij laat ons niet alleen.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *