Je geloof leven

Tekst: 1 Petrus 3:8-17

De tekst die we hebben gelezen,
vertelt heel veel in weinig woorden.
Daarom heb ik hem in stukjes geknipt.
Ik lees steeds een kort gedeelte, en ga er dan over vertellen.
Maar eerst wil ik iets vertellen over de achtergrond van de tekst die we hebben gelezen.
Het is een gedeelte uit de brief van Petrus,
één van de leerlingen van Jezus.
Als de brief wordt geschreven,
zijn er tientallen jaren verstreken sinds het ontstaan van de eerste gemeente in Jeruzalem.
Op verschillende plekken in het Romeinse rijk zijn kleine kerkjes ontstaan.
Tegen alle verwachtingen in, want de christenen hebben het niet makkelijk.
Ze worden gewantrouwd.
Soms worden ze zelfs actief vervolgd.
Tegen die achtergrond schrijft Petrus de brief,
om de gemeentes te bemoedigen,
en aan te sporen om dicht bij hun roeping te blijven.
Om dicht bij God te blijven leven.

Hij schrijft aan de gemeente:
Wees allen eensgezind
Leef met elkaar mee
Heb elkaar lief als broeders en zusters
Wees barmhartig
En bereid de minste te zijn

Petrus noemt vijf kenmerken van een leven dat zegen brengt.
Eensgezindheid, meeleven, elkaar liefhebben,
barmhartigheid, en nederigheid.
Het zijn niet zomaar wat dingen die Petrus hier roept.
Ze zijn als vijf vingers van een hand:
ze komen voort uit één basis. Ze horen bij elkaar.
De basis onder deze deugden is dat ze de genade,
de liefde en de compassie weerspiegelen van Jezus Christus.

Eensgezindheid betekent dat je één van zin bent.
Petrus bedoelt daarmee niet dat je het in de kerk altijd met elkaar eens moet zijn.
Maar wel dat je niet jezelf, je eigen plan vooropstelt met de gemeente,
maar gericht blijft op Christus.
Het doel van gemeente zijn is om Hem eer te brengen.
Dat is niet alleen iets verstandelijks, maar ook iets van het hart.
Als gemeente willen we leren van Jezus Christus.
Van zijn nederigheid, zijn liefde.
Zijn gehoorzaamheid aan de Vader.
En dat komt terug in hoe we met elkaar omgaan.
Hij is ons centrum.

Leef met elkaar mee.
Als gemeenteleden delen we onze vreugde en ons verdriet met elkaar.
Vanmorgen zijn er in onze gemeente ouderlingen en diakenen bevestigd.
Als ouderling of diaken kom je op sommige momenten dicht bij mensen te staan.
Mensen die verdriet hebben, die ziek zijn,
die financiële zorgen hebben, of noem maar op.
Soms kun je daar tegenop zien.
Wat moet ik zeggen? Wat moet ik doen?
Je roeping is niet om meteen een woord klaar te hebben.
Soms kan dat ook nodig zijn.
Maar belangrijker is om met een ander mee te leven.
Daar zijn we gemeente voor.

Heb elkaar lief, als broers en zussen.
Ik hoef jullie vast niet te vertellen
dat ook broers en zussen soms een flink meningsverschil kunnen hebben.
Net zoals we het in de kerk niet altijd met elkaar eens zijn.
Je hoeft dat niet met de mantel der liefde te bedekken.
Soms is het best even goed om elkaar de waarheid te zeggen.
Maar je hebt wel de opdracht om elkaar lief te blijven hebben.
Zoals een broer en zus ook elkaars broer en zus blijven als ze het niet met elkaar eens zijn.
Het vraagt je soms over je eigen schaduw heen te stappen.
Je eigen gelijk even te laten liggen,
en elkaar te zien als kind van God.

Wees barmhartig. Zoals Jezus barmhartig was.
Hij werd geraakt door de nood van de mensen die hij ontmoette.
Hij zag om naar de zieken die op zijn pad kwamen.
Barmhartigheid is het tegenovergestelde van onverschilligheid.
Het is geraakt worden door wat je ziet, en er iets mee doen.
Barmhartigheid is de taak van diakenen,
maar het is ook de taak van ons allemaal.
Het is niet iets wat je kunt uitbesteden.
Wel hebben diakenen meer dan anderen de roeping en de taak,
om de mensen binnen en buiten de gemeente liefdevol in het oog te houden.
Maar ook om de gemeente aan te sporen,
om barmhartig te zijn naar haar leden en naar haar omgeving.

Als laatste zegt Petrus: wees bereid de minste te zijn.
Petrus heeft dat zelf moeten leren, wat dat betekent.
Waar hij zichzelf eerst steeds vooraan zette,
bleek hij later geen haar beter dan de andere leerlingen,
toen hij Jezus verloochende.
De minste zijn betekent niet dat jij er zelf niet toe doet.
Maar het betekent wel de ander minstens net zo serieus te nemen als jezelf.
Jezus leerde ons dat het beter is om te dienen dan om gediend te worden.

Vergeld geen kwaad met kwaad.
Als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug.
Zegen juist, opdat u zelf zegen ontvangt.
Want daartoe bent u geroepen.

Je bent geroepen. Daar hebben we het ook vandaag over.
Aan de ouderlingen en diakenen werd gevraagd:
voel je je geroepen door God?
Ambtsdragers zijn geroepen tot een speciale taak in de gemeente.
Maar als christenen zijn we allemaal geroepen.
Geroepen om de mensen om ons heen te zegenen.

Zegenen, daarbij denk je misschien aan wat de predikant doet aan het einde van de dienst.
Dan krijg je de zegen mee.
Maar Petrus heeft het hier over een levensstijl.
Dat wordt duidelijk in de volgende verzen:

Wie het leven liefheeft, en gelukkig wil zijn,
Moet geen laster of leugens over zijn lippen laten komen.
Hij moet het kwaad uit de weg gaan,
En het goede doen.
En voortdurend vrede nastreven.

Zegenen is kwaad niet met kwaad vergelden.
Geen laster of leugens over je lippen laten komen,
Maar kwaad uit de weg gaan.
In plaats daarvan het goede doen voor de mensen om je heen.
Vrede nastreven.
Zoals Jezus zei: heb je vijanden lief, bid voor wie je vervolgen.
Dat geldt buiten de kerk, in ons dagelijkse leven,
En binnen de kerk.
Als we dat doen, dan geven we de zegen die we hebben ontvangen door aan anderen.

Vergeld geen kwaad met kwaad.
Dat is niet de makkelijkste opdracht.
Soms is het zelfs ontzettend moeilijk.
Als je ten onrechte ergens van beschuldigd wordt.
Als er dingen achter je rug om gebeuren.
Als je niet serieus genomen wordt.
Dan weet je niet meer wat je moet doen,
En is de makkelijkste weg om met dezelfde wapens terug te vechten.

Maar kwaad met kwaad vergelden is nooit een vruchtbare weg.
Het is een weg die op den duur doodloopt.
Er zijn geen winnaars, alleen verliezers.

Als je in jezelf de kracht niet kunt vinden om te zegenen,
Om het goede te doen, om vrede na te streven,
Dan mag je dat ook bij God neerleggen.
God verwacht niet van ons dat we in onszelf de kracht vinden om dat te doen.
Maar we mogen Hem om hulp vragen daarbij.

Want de Heer verliest de rechtvaardigen niet uit het oog en luistert naar hun gebeden,
Maar hij keert zich tegen wie kwaad doen.

Eigenlijk zegt Petrus hier wat Paulus in Romeinen 12 zegt:
laat God je rechter zijn.
God is een liefdevolle God, bij wie we genade kunnen vinden.
Maar Hij is ook een rechtvaardige God.
Daar mogen we op vertrouwen.

Overigens, wie zóu u kwaad doen als u zich volledig inzet voor het goede?
Maar zelfs al zou u lijden omwille van de gerechtigheid,
Dan toch bent u gelukkig te prijzen.

Is dat zo, Petrus? Kun je dat zo makkelijk zeggen?
Als je vastzit om iets wat je hebt misdaan, dan weet je tenminste waarom je vastzit.
Omdat je iets hebt gestolen, een misdaad hebt gepleegd.
Als je vastzit terwijl je onschuldig bent, geeft dat een wrang gevoel.

Dat wist Petrus ook wel. Hij hééft onschuldig vastgezeten.
Dan weet hij toch hoe erg dat is?
Maar toch zegt hij: dat doet er niet toe.
Dan nog ben je gelukkig te prijzen.
Gelukkig zijn heeft voor Petrus een andere betekenis.
Hij haalt zijn geluk niet uit de situatie waar hij in zit,
Maar in hoe hij voor God staat.
Zijn geluk is dat er een God is die van Hem houdt.
Zelfs als hij vastzit.

Het is indrukwekkend dat juist Petrus dat zegt.
En het is indrukwekkend als je de verhalen hoort
Van mensen die vastzitten of lijden om hun geloof.
Kort geleden las ik het verhaal van een jonge vrouw in Syrië,
Die zei: ik geloof dat God mij geroepen heeft om hier te blijven.
Ze was zich ervan bewust dat het haar leven kon kosten.
En toch bleef ze daar, als christen.
Het is om stil van te worden…

Wees daarom niet bang voor de mensen
en laat u door niets in verwarring brengen;
erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart.
Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is,
wees dan steeds bereid om u te verantwoorden.

In Nederland ben je vrij om te geloven, om je geloof in God te belijden.
Maar in de tijd van Petrus kon je daar inderdaad voor opgepakt worden.
En nog zijn er plaatsen op de wereld waar je geloof je je vrijheid, of zelfs je leven kan kosten.
In Pakistan was een tijd terug een grote aanslag op een christelijke wijk.
In Syrië en Irak zijn bijna alle christenen gevlucht,
en de christenen die er nog zijn, leven in angst.
Vrijdag stond in het dagblad van het Noorden een stuk over Eritrese christenen,
die samenkwamen in een schuilkerk in Israël.

Zij leven in angst om teruggestuurd te worden naar hun land,
waar christenen geen leven hebben.
Maar toch kiezen ze ervoor om samen te komen.
Om het gevaar te trotseren.
En om hun geloof met elkaar te vieren.

Erken Christus als Heer, en eer Hem met heel uw hart.
Vraagt iemand je waarop de hoop die in je leeft gebaseerd is,
Wees dan steeds bereid ervoor uit te komen, zegt Petrus.
Die vraag zal niet altijd op een vriendelijke manier gesteld zijn.
En toch, daar eerlijk voor uitkomen.
Wat een opdracht.

Een opdracht die niet op zichzelf staat.
Want Petrus zegt het omdat die hoop het waard is om gedeeld te worden.
Omdat die hoop mensen naar echte vrijheid kan leiden.
Naar vrijheid voor God.

Je geloof in vrijheid met elkaar mogen delen is iets bijzonders.
En daarom iets wat wij in onze omgeving met vreugde mogen doen.
Hier hoeven wij niet bang te zijn om vervolgd te worden.
Hier mogen we, als mensen ons ernaar vragen,
Met blijdschap vertellen over de hoop die in ons leeft.
De hoop die God ons geeft.

Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect.
Wat dit hele stuk kenmerkt,
is dat Petrus het steeds weer heeft over een liefdevolle houding.
Als wat je gelooft niet zichtbaar wordt in je daden,
Als je niet met meer liefhebt dan met je woorden,
Kun je dan niet beter je mond dichthouden?
Ik heb een visje achterop mijn auto.
Daaraan kunnen mensen op de weg zien dat ik geloof.
Maar af en toe denk ik: is dat nou zo’n goede reclame?
Als ik een onhandige manoeuvre uithaal,
Of heel ongeduldig rijd.

Tegelijk: als je gelooft, blijf je ook een mens.
Jezus leeft ons voor, leert ons om lief te hebben.
Maar we blijven vaak genoeg de plank misslaan.
Is dat dan een reden om helemaal niets meer te zeggen?
Absoluut niet!

In onze geloofsbelijdenis staat niet:
Ik geloof dat je, als je gelooft, beter bent dan een ander.
Kijk maar na. Dat staat er niet!

Toch is er wel íets dat ons anders maakt.
Wij geloven in een God, die ons in genade aanneemt.
Dat betekent dat Gods liefde niet gebaseerd is op wat wij voor Hem doen,
Maar gewoon op wie Hij is. Op Zijn karakter.
En op wat Hij voor ons heeft gedaan.
Dat Jezus zijn leven voor ons heeft gegeven.

Eén van de dingen waar ik in de Bijbel het meest door geraakt kan worden,
Is Jezus’ liefde voor mensen,
van wie iedereen wéét dat ze fouten hebben gemaakt.

Zo is het ook met vertellen over die hoop die in je is.
Over je geloof in God.

Dat doe je niet vanuit een houding van:
ik weet hoe het zit, en zal het je wel even vertellen.
Je doet het omdat je zelf door de liefde van God bent aangeraakt.
En je hoopt dat een ander dat ook wordt.

Houd uw geweten zuiver;
dan zullen de mensen die zich honend over uw goede, christelijke levenswandel uitlaten,
zich schamen over hun laster.
Het is beter te lijden, indien God dat wil, omdat men goeddoet
dan omdat men kwaad doet.

Het is beter te lijden omdat je goed doet, dan omdat je kwaad doet, zegt Petrus.
Want als je dat doet, ben je in goed gezelschap.
Namelijk in het gezelschap van Jezus.
Ook hij heeft geleden terwijl hij het goede deed.

Ook hier geldt: het is nogal wat, wat Petrus hier zegt.
Lijden omdat je goed doet.
Niemand wil toch lijden?
Petrus maakt hier geen reclame voor lijden.
Hij bedoelt niet dat je het op moet zoeken.
Maar hij zegt: áls je moet lijden, omdat je het goede doet,
of om je geloof, of om een andere reden,
Dan sta je in elk geval niet alleen.
God staat naast je.
Dat maakt het lijden niet minder,
Maar het vertelt je wel:
Je kunt alles verliezen,
Maar Zijn hand houdt je vast.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *