Hemelvaart: niet verder weg maar dichterbij
Hemelvaart: niet verder weg maar dichterbij

Hemelvaart: niet verder weg maar dichterbij

Tekst: Lukas 24:33-53

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Wat gaat de tijd toch snel, hè?
Voor mijn gevoel is Pasen nog maar net voorbij, en nu vieren we alweer Hemelvaart.
Maar het is alweer de 40e dag van Pasen!

En aan de andere kant…
hoewel Pasen nog maar kort geleden is, en kort geleden voelt,
lijkt het feest voor mij, misschien voor jou ook wel,
alweer bijna op de achtergrond verdwenen.
Mijn leven is precies hetzelfde na Pasen als het was voor Pasen.

Voor de leerlingen van Jezus moet dat totaal anders geweest zijn.
Voor hen ging het leven na Pasen niet over tot de orde van de dag.
Het was een gebeurtenis die hun leven ingrijpend veranderd heeft.
Die alles in een ander licht zette!

Lukas vertelt het verhaal van de Emmaüsgangers. Zo’n mooi verhaal!
Over twee mannen die de vrouwen niet geloofden,
toen ze kwamen vertellen dat het graf leeg was,
en dat engelen hadden gezegd dat Jezus was opgestaan uit de dood.
Die twee mannen wisten niet wat ze daarvan moesten maken.

Teneergeslagen gingen ze weg uit Jeruzalem.
En tegen een geïnteresseerde medereiziger vertelden ze over Jezus.
“Hij was een machtige profeet, in woord en in daad,
in de ogen van God en het hele volk.
Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden.
Maar ze hebben hem ter dood veroordeeld, en gekruisigd.”

En toen bleek hun medereiziger Jezus zelf te zijn!
Ook al wisten ze dat op dat moment nog niet.
Hij legde ze uit dat zijn lijden en sterven geen ongeluk was,
maar precies wat God van hem vroeg.

En uiteindelijk liet Jezus aan ze zien wie hij was, door brood met ze te breken, precies zoals hij altijd gedaan had.
En toen was hij uit hun zicht verdwenen.

Die twee leerlingen, die Jezus hadden ontmoet,
keerden meteen terug naar Jeruzalem,
Om aan de anderen te vertellen wat ze hadden meegemaakt.
En ze waren de drempel van het huis nog niet over,
Of ook de andere leerlingen riepen naar ze:
Jezus is werkelijk uit de dood opgestaan!
Ja, zeggen ze! Wij hebben hem ook gezien!
We herkenden hem toen hij het brood met ons deelde.

En zo zitten de leerlingen zitten bij elkaar. Verbaasd, verwonderd!

Ergens is het heel erg mooi dat Jezus zich niet als eerste aan die hele groep laat zien,
Maar eerst aan een aantal leerlingen afzonderlijk.
En dat zijn stuk voor stuk zulke mooie, bijzondere verhalen!
Van Maria, die Jezus ziet bij het graf.
Van de Emmaüsgangers, die hem onderweg tegenkomen.
Waarschijnlijk ook nog een aantal verhalen die niet zijn opgeschreven.
Zo zeggen de leerlingen: ook aan Simon, aan Petrus is hij verschenen!
Of zouden ze daarmee het verhaal bedoelen bij het meer van Galilea?
Dat de leerlingen van Jezus aan het vissen zijn, en hem daar tegenkomen?
En dat Jezus tot drie keer toe aan Petrus vraagt: heb je mij lief?
Ook zo’n indrukwekkend verhaal.

Tijden en plaatsen lopen in de verschillende verhalen van Mattheüs, Lukas en Johannes wat door elkaar.
Waar er voor de één maar één dag lijkt te zitten tussen Pasen en de Hemelvaart van Jezus,
gaan er voor de ander weken overheen.
Waar de een het in Jeruzalem laat afspelen,
laat de ander het in Galilea afspelen. Of allebei.

Maar inhoudelijk liggen de verschillende evangeliën wel heel dicht bij elkaar.

Ze vertellen alle drie dat Jezus de tijd neemt om zich aan zijn leerlingen te laten zien.
Afzonderlijk, en ook als ze allemaal bij elkaar zijn.
Jezus laat ze zien dat hij écht is opgestaan uit de dood.
Dat hij geen spook is, of een geest.
Maar een gewoon mens, van vlees en bloed.
Hij laat zijn leerlingen de wonden in zijn handen zien.
Hij eet met zijn leerlingen.

Jezus neemt ook de tijd, om ze uit te leggen wat er over Hem geschreven staat,
in de wet en de profeten.
Voor ons het Oude Testament.
Daar, zegt Jezus, is al voorzegd dat Hij moest lijden, en sterven.
Maar ook, zo laat Hij ze zien, dat Hij op zou staan uit de dood!

Wat zowel Mattheüs, Lukas en Johannes heel mooi laten zien,
Is de twijfel van de leerlingen.
Johannes vertelt over Thomas, die Jezus niet echt geloofde.
En ook Mattheüs en Lukas benoemen dat de leerlingen bang zijn, en twijfelen, als ze Jezus zien.
Jezus neemt de tijd om al hun twijfels weg te nemen.
Niet één keer, maar steeds weer laat Hij zich aan ze zien.
En niet alleen aan hen, maar, zo schrijft Paulus later, ook aan meer dan 500 anderen!

Ergens is die tijd tussen Pasen en Hemelvaart een hele mooie tijd.
Een tijd waarin Jezus met zijn leerlingen optrok.
Een tijd, zo zie ik het voor me, waarin ze hem bestookten met vragen.
Een tijd waarin Hij heel nabij was.
Ik denk dat er veel werd gelachten, gedankt, gegeten, geprezen en gevierd!

Maar uiteindelijk nadert het moment dat Jezus niet meer bij zijn leerlingen kan zijn.
Hij gaat naar de Vader.

In feite verandert dat niet veel.
Jezus zegt: ik ben met jullie, tot aan de voltooiing van de wereld.
Ik laat jullie niet alleen.

Alleen op dat moment is Jezus nog fysiek bij ze.
Als Hij naar de Vader gaat, dan stuurt Hij de Heilige Geest.
En die moet zijn leerlingen helpen om zijn getuigen te zijn.
Te beginnen in Jeruzalem, en daarna ook op andere plaatsen.

Jezus vraagt van zijn leerlingen om zijn getuigen te zijn.
Om te vertellen wat ze hebben gezien, wat ze hebben meegemaakt.
Wat ze van Jezus hebben geleerd.
Hij vraagt ze om te getuigen van zijn lijden, zijn sterven, en zijn opstanding uit de dood.
En ook van wat dat betekent:
Dat er voor alle mensen, uit alle volken, vergeving van zonden is.
Vrede, met God.

Getuigen heeft in onze tijd een wat nare bijklank gekregen.
Het klinkt voor ons een beetje als ‘proberen te overtuigen’.
Maar heeft het die klank ook in de Bijbel?

Een getuige, dat is iemand die iets heeft gezien, of heeft meegemaakt,
die dat deelt met anderen.
Soms moeten mensen getuigen in een rechtszaak,
als ze hebben gezien dat er een misdrijf is gepleegd.
Maar je kunt ook getuigen van iets heel erg moois dat je hebt meegemaakt.
Bijvoorbeeld de geboorte van een kind!
Of van een andere mooie, feestelijke gebeurtenis!

Als Jezus zijn leerlingen vraagt om zijn getuigen te zijn,
Dan is dat niet van iets zwaars, iets moeilijks, of iets droevigs.
Zijn leerlingen mogen getuige zijn van Jezus’ opstanding.
En dat is puur en alleen maar iets ontzettend goeds, en moois, en vreugdevols!
Dat gaat niet over buitensluiten,
maar dat gaat over dat Gods armen voor ieder mens wijd open staan!
Dat gaat niet over regels, en vormen, en dat je moet zijn of doen zoals wij:
Het gaat over de liefde van Jezus, die alles en iedereen omvat.
Het gaat over God, die ons niet aan ons lot overlaat,
Maar die zijn enige zoon gaf, om ons het leven te geven.
Het gaat over de dood die is overwonnen.
Die ons geen angst meer hoeft aan te jagen.
Het gaat over vergeving.
God, die ons uitnodigt om zijn kinderen te worden.

De leerlingen hoeven van Jezus niet te overtuigen.
Jezus vraagt ze alleen maar om te gétuigen.
Van dat, waar ze zelf zo blij om zijn.
Wat hun eigen leven in een heel ander licht heeft gezet.

Jezus geeft ze ook een belofte.
Jullie zullen met kracht uit de hemel worden bekleed, zegt hij.
En daarmee bedoelt hij de heilige Geest.
Hij zal jullie helpen om mijn getuigen te zijn.

Als Jezus aan de ene kant zegt:
Ik stuur jullie de Heilige Geest;
En aan de andere kant:
Ik ben met jullie, alle dagen;
Dan zegt hij precies hetzelfde.

De belofte die Jezus doet met Hemelvaart, is dat hij tegen zijn leerlingen zegt:
Jullie staan er niet alleen voor, en jullie zullen er ook nooit alleen voor staan.
Ik ben bij jullie.
Ik blijf bij jullie.

De Hemelvaart van Jezus is niet een breuk.
Het is dat Hij van God in de hemel de plaats krijgt die hem toekomt.

Maar door zijn Geest is Hij dichterbij dan ooit.

Dát is waarom de leerlingen niet, zoals na de kruisiging,
terneergeslagen, verward of bang zijn als Jezus van ze weggaat,
Maar teruggaan naar Jeruzalem, naar de tempel,
en niet kunnen stoppen om God te loven.

Het is niet alleen omdat ze het goede nieuws van de opstanding van Jezus hebben gehoord, en daar zo blij om zijn,
Maar ook vanwege die belofte van Jezus:
Ik laat jullie niet alleen.
Ik blijf altijd bij jullie.
Daar geloven ze in.
Daar vertrouwen ze op.
En daarom loven ze God!

En dat is een belofte waar wij ons ook, elke dag opnieuw,
door gedragen mogen weten.
Want wij staan er ook niet alleen voor!
Ook al is er misschien zoveel dat je ontmoedigt,
zoveel dat je soms aan het twijfelen brengt:
Je bent niet alleen.
Je hoeft het niet alleen te doen.
Jezus is bij je.

Geloven, en zelfs getuigen, dat is niet iets wat wij voor Hem doen.
Maar iets dat Hij aan ons geeft.
Hij is bij ons, door zijn Geest.
Hij laat ons niet alleen.
Daar mag je je aan vasthouden.
En daar mag je je om verheugen!
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *