Heb je Mij lief? (Joh. 21)

Tekst: Johannes 21:15-19

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Jullie hebben vast wel eens gehoord van het televisieprogramma
‘All you need is love’.
In dat programma geeft de bekende presentator Robbert ten Brink mensen de kans,
om tegen iemand te zeggen dat ze van diegene houden.
Of hij brengt geliefden bij elkaar die elkaar al een hele tijd niet hebben gezien.
Ik hou het vaak niet droog als ik dat zie.
En ook niet bij het tv-programma ‘Familiediner’,
waarin Bert van Leeuwen mensen bij elkaar probeert te brengen die al lang ruzie hebben.
Hij doet een poging om ze weer met elkaar in gesprek te laten gaan,
door ze met elkaar aan tafel te laten aanschuiven.
Als beide partijen die stap maar zetten,
dan laten ze iets zien van goede wil,
van dat ze samen willen kijken of er een nieuw begin mogelijk is.

Het Bijbelgedeelte dat we net hebben gelezen,
heeft van beide programma’s wel iets weg.
Van blij zijn dat je elkaar weerziet, en van zoeken naar vergeving. Naar verzoening.
Het speelt zich af nadat Petrus en de andere leerlingen aan het vissen zijn,
maar ze vangen niets.
Dan staat Jezus langs de kant,
en roept naar zijn leerlingen dat ze het net aan de andere kant uit moeten gooien.
En als ze dat doen, zit het vol vis!
Ze slepen het naar de kant, en daar wacht Jezus op ze,
met een vuurtje en een vismaaltijd. En zo eten ze met elkaar.

Het is een bijzonder moment, want het gebeurt kort na Pasen.
Nadat Jezus is opgestaan uit de dood.
Hij liet zijn leerlingen toen zien dat hij uit de dood was opgestaan,
ze konden voelen aan de gaten in zijn handen en de wond in zijn zij,
maar het is anders dan voorheen.
Want op het ene moment is Jezus er,
en op het andere moment is hij weer verdwenen.
Maar nu zitten ze met hem te eten, en lijkt alles weer heel gewoon.
Tenminste.. Is het wel zo gewoon?
Of hangt er toch een beetje spanning in de lucht?

Niet aan de kant van Jezus.
Maar wel aan de kant van Petrus.
Petrus, die voor Jezus’ stierf, zo hard riep dat hij altijd aan zijn zijde zou blijven.
Dat hij wel mét hem zou sterven, als dat nodig was!
Dat hij Jezus nooit zou verraden!

Je zou kunnen zeggen:
Petrus was Jezus’ trouwste volgeling.
Meer nog dan de anderen wilde hij de belangrijkste zijn.
Laten zien hoeveel hij voor Jezus overhad.
Hij was de eerste die zei:
u bent de Messias, de zoon van God.
En Jezus zei toen tegen hem:
jij bent Petrus, de rots, op wie ik mijn kerk bouw.
Petrus zal toen geglommen hebben van trots!
Maar toch heeft juist Petrus Jezus in de steek gelaten.

Na de maaltijd spreekt Jezus hem aan.
Hoe dat gebeurde staat er niet,
Maar ik stel me zelf zo voor dat hij Petrus apart neemt,
en dat ze een stukje gaan lopen,
langs het water van het meer van Galilea.
Ze zijn stil.
En dan vraagt Jezus ineens aan Petrus:
Simon, zoon van Johannes,
heb je mij lief, meer dan de anderen hier?
Jezus noemt Petrus hier Simon.
Hij noemt hem bij zijn eigen naam.
Niet de naam Petrus, die rots betekent.
Een naam die Jezus hem heeft gegeven.
Maar gewoon Simon.
Geen grote woorden. Geen grote naam. Maar gewoon wie hij is.
Heb jij mij lief, Simon?
Petrus had zijn mond eerder vol grote woorden.
Nu staat hij met zijn mond vol tanden.
Hij weet niet goed wat hij moet zeggen.
Want hij heeft zulke grote beloftes gedaan,
maar toch heeft hij Jezus verloochend,
op de avond voor Jezus werd gekruisigd.
Uren nadat hij zei: “ik zal u nooit verlaten!”,
zei hij drie keer dat hij Jezus niet kende,
tot de haan kraaide, zoals Jezus hem had voorzegd.

En nu vraagt Jezus hem drie keer: houd je van mij?
Dat Jezus hem dat tot drie keer toe vraagt,
herinnert Petrus pijnlijk aan die grote woorden,
die hij niet waar kon maken.

Nu, na Pasen, klinken er geen grote woorden meer uit Petrus’ mond.
Hij geeft alleen antwoord op de vragen die Jezus hem stelt.
Stamelend.
Heb je mij lief?
Ja, ik heb u lief, zegt Petrus.
Hij voegt er niet aan toe:
en ik zal het u bewijzen!
Hij weet dat hij zijn grote woorden niet waar heeft kunnen maken.
Maar hij houdt van Jezus, dat weet hij zeker.
Drie keer laat Jezus het hem zeggen.
En dan roept hij uit:
Heer, U weet toch dat ik van u houd!

Die vreselijke nacht die Petrus doormaakte
– en de vreselijke nacht die Jezus zelf doormaakte –
is weer helemaal terug.
Jezus legt de vinger op de zere plek.
Want dat is wat vergeving is.
Het is niet hetzelfde als vergeten.
Op het moment dat Jezus Petrus voor het eerst zag, zei hij: vrede zij met jullie.
Hij had zijn leerlingen al vergeven, voor ze om vergeving vroegen.

Maar ook als je weet dat je vergeven bent,
kan er nog genoeg in je herinneringen en in je gedachten rondspoken:
Oude foute, oude pijn, oude wonden.
Dus Jezus legt de vinger op de zere plek.
Hij geeft Petrus geen klap op de schouder: zand erover.
Maar elke keer als Petrus zegt: ik hou van u,
krijgt hij een opdracht van Jezus.
Weid mijn lammeren.
Hoed mijn schapen.
Weid mijn schapen.

Het is niet zomaar een nieuwe opdracht.
Petrus heeft gezegd: als het nodig is, dan lijd ik met u mee!
Dat kon hij niet waarmaken.
Maar nu vraagt Jezus van Petrus om een herder te zijn zoals hij dat was.
Een herder die de schapen weidt en voedt, die ze beschermt tegen roofdieren.
Een herder die, als dat nodig is, zijn leven geeft voor de schapen.

Jezus geeft Petrus een nieuwe kans.
Zijn opdracht voor hem vervalt niet.
Hij blijft de rots op wie Jezus zijn kerk bouwt.
Maar wat Petrus heeft geleerd, is dat het niet gaat om zijn grote kracht,
zijn grote daden, zijn grote beloftes.
Niet omdat zijn bijnaam ‘de Rots’ is.
Maar omdat hij van Jezus houdt.
En omdat hij weet, heeft geleerd,
dat Jezus niet hem nodig heeft,
maar dat hij Jezus nodig heeft.

Volgens mij ligt daar precies de kern van dit gedeelte.
Dat Petrus mag leren om te leven uit de vergeving, de liefde die Jezus hem geeft.
Dat Petrus móet leren dat hij niet aan Jezus hoeft te bewijzen dat die op hem kan bouwen.
Want dat is helemaal niet waarom Jezus hem heeft uitgekozen.
Omdat hij zo krachtig is. Zo dapper. Zo sterk.
Omdat hij bereid is om met Jezus te sterven.
Maar Jezus heeft hem uitgekozen,
gewoon omdat Petrus van Jezus houdt.
En omdat Jezus van hem houdt.
En juist dat mag Petrus in beweging zetten, om achter Jezus aan te gaan.

Want dat is wat Jezus uiteindelijk van hem vraagt:
Hij vraagt van Petrus om achter hem aan te gaan,
zelfs al weet hij dat het niet makkelijk zal zijn.

En van Petrus dit keer geen grote woorden, maar stilte.
Hij zegt niet: dat ga ik waarmaken!
Want hij weet nu dat hij dat niet op eigen kracht kan.
Maar ook dat hij het niet op eigen kracht hóeft te doen.
(…)

Dit lijkt een ‘mooi verhaal’, over Petrus.
Een verhaal dat je aan kunt horen, en dan weer naast je neer kunt leggen.
Maar je kunt jezelf ook de vraag stellen:
Waarin lijken wij op Petrus?
Want voor ons is het ook een uitdaging,
Om geloven niet te zien als iets dat wij waar moeten maken.
Om niet te denken dat het gaat om of wij het allemaal wel goed doen,
Of zelfs: als we merken dat we het níet waar kunnen maken,
dat we daar niet in blijven hangen.
Net als Petrus wil Jezus ons ook steeds weer op weg helpen om achter hem aan te gaan.

Want wij mogen ook leren, dat geloven ten diepste niet gaat om dat wij onszelf voor God moeten bewijzen.
God weet allang wat voor vlees hij met ons in de kuip heeft.
Het gaat om die vraag die Jezus aan Petrus stelt: heb je mij lief?
En om accepteren dat Jezus ons lief heeft,
zelfs al kunnen wij het vaak niet waarmaken!
Dat hij ons lief blijft hebben.
Ook als wij onze eigen fouten maken,
Onze eigen tekortkomingen hebben.
Zelfs als wij hem de rug toekeren, of in de steek laten.
Want dat was waarom Jezus aan het kruis ging.
Omdat Hij ons onvoorwaardelijk liefhad.
En omdat Hij voor ons waarmaakte wat wij nooit waar kunnen maken.
Hij ging de weg die God van hem vroeg,
zoals die wij nooit zouden kunnen gaan.
Om tegen ons te zeggen:
Het is volbracht.
Je hóeft je niet meer te bewijzen.
Wij mogen leren dat Jezus ons niet nodig heeft.

Maar dat hij ons, net als Petrus, liefdevol aankijkt,
En vraagt: heb je mij lief?

Petrus is vergeven. Wij zijn vergeven.
En van daaruit mogen wij leven, en onze liefde voor Jezus laten zien.
Niet om te laten zien dat we het alsnog wel zelf kunnen,
maar juist vanúit die liefde van Jezus voor ons.
Niet op eigen kracht, maar op zijn kracht.

Achter Jezus aangaan, waarschuwt hij Petrus,
en misschien ook ons,
is wel een weg die veel kan kosten.
Want kostte Jezus’ eigen weg hem niet ook heel erg veel?
Uiteindelijk zal die weg ook Petrus zijn leven kosten.

Voor Petrus was de weg achter Jezus aan, ook na deze ervaring,
nog steeds een weg van vallen en opstaan.
Waarin hij steeds weer nieuwe dingen bij moest leren.
Waarin hij soms verkeerde keuzes bleef maken,
wat anderen van hem dachten belangrijker maakte dan wat God van hem vroeg.

Maar hij werd ook een echte herder.
Een voorbeeld voor veel christenen.
Die, getuigend van zijn geloof,
uiteindelijk zijn leven zou geven, in Rome.

Dat deed hij niet op eigen kracht.
Of om zichzelf te bewijzen.
Of zichzelf op de borst te kloppen.
Hij kon dat doen, omdat hij van Jezus hield.
En Jezus hield van hem.

En wij?
Zijn wij als Petrus?
Durven wij over onze eigen schaduw heen te stappen?
Echt te leven uit Gods onvoorwaardelijke liefde?
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *