Goed omgaan met de Schepping

Tekst: Genesis 1:27-31; Psalm 104:1-24

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was.
De aarde, die Hij met zoveel liefde, zoveel zorg had gemaakt.
De bomen, de planten.
De vogels, de vissen, de dieren op het land.
En uiteindelijk de mens, aan wie Hij al die dingen toevertrouwde.

Ik weet niet of je afgelopen weken, zeker toen het nog wat lekkerder weer was,
de tijd hebt genomen om eens naar buiten te gaan.
De herfstgeur te ruiken.
De groene, gele, oranje, rode, bruine bladeren aan de bomen te zien,
en te genieten van al die kleuren.
De natuur is iets waar je je zo over kunt blijven verwonderen.
De wisselingen van de seizoenen al, die elk jaar weer komen.
Het ene moment ziet de wereld er totaal anders uit dan het andere.
Helder groen in de zomer, prachtige kleuren in de herfst,
een sneeuwlandschap in de winter, bloesem in de lente.

Ook de schrijver van Psalm 104 kon genieten van de natuur.
Hoe de regen valt, en alles doordrenkt.
Hoe de vogels zingen vanuit de bomen.
Hoe het gras en de gewassen groeien.
Prachtige, statige cederbomen in Libanon.
Steenbokken in de rotsen, en klipdassen in de kloven in de bergen.
Het vallen van de nacht, als de leeuwen op jacht gaan.
De zonsopgang, als de mensen aan het werk gaan.
Alle dieren, groot en klein.
De zee, vol vis.

Die wereld reflecteert de grootsheid van haar Schepper.
Laat zien hoe groot en mooi de God is die haar heeft bedacht, heeft gemaakt.

God schiep de wereld, de planten, de dieren,
en als laatste schiep Hij de mens.
Hij zegende hen en zei tegen hen:
‘Wees vruchtbaar en word talrijk,
bevolk de aarde en breng haar onder je gezag:
heers over de vissen van de zee,
over de vogels van de hemel
en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’

Dat besef maakt je toch klein?
Dat alles om ons heen, al die pracht die je ziet, een geschenk is van God aan ons.

Bevolk de aarde en breng haar onder je gezag.
Heers over de vissen, de vogels, alle dieren.

Wat zou God voor ogen hebben gehad, toen hij dat tegen ons mensen zei?
Zou hij hebben bedoeld: je mag met die aarde doen wat je er maar mee wilt?
Je mag hem kaal plukken, tot er niks meer van over is?
Je mag alles pakken wat je maar wilt, en hoeft niet na te denken wat de gevolgen zijn?
Je mag óver die aarde heersen?

Precies zo is deze tekst lange tijd wel uitgelegd.
En zo wordt hij vaak nog steeds uitgelegd.
Als mensen mogen we pakken wat we willen, het is toch aan ons gegeven?

Er zijn zoveel prachtige natuurprogramma´s, die stuk voor stuk weer een klein beetje laten zien van hoe enorm groot en mooi deze wereld is.
Als je zo´n programma ziet, dan kun je je daarover verwonderen.
David Attenborough, een Engelsman,
is de bekendste naam als het gaat om die programma´s.
Zijn leven lang, hij is nu 93,
heeft hij de wereld rondgereisd om prachtige natuuropnames te maken.

Je zou kunnen zeggen: 93, dan kun je wel met pensioen.
Genieten van alles wat je in je leven hebt bereikt, en gemaakt.
Maar David Attenborough is daar nog niet aan toe.
Hij zegt: dat ik zo lang gezond ben gebleven, dat is een voorrecht,
waar ik iets mee moet doen.
En wat hij wil doen,
is zich inzetten voor die natuur die zo´n grote rol speelde in zijn leven.

Want in zijn leven is hij op veel plaatsen in de wereld geweest.
Kon hij genieten van al die prachtige plekken op deze wereld.
Maar hij zag ook met eigen ogen, tijdens zijn leven, hoe die wereld veranderde.
En snel.
Toen zijn loopbaan begon, leefden er nog geen drie miljard mensen op de wereld.
De CO2-uitstoot was iets meer dan de helft van nu.
En meer dan 60% van de wereld was bedekt met natuur.
Grote regenwouden, bossen.
De oceanen zaten vol vis.

Nu, aan het eind van zijn leven, ziet diezelfde wereld er heel anders uit.
Het is nog steeds een mooie wereld.
Maar ook een wereld waar er steeds meer natuur verloren is gegaan.
Regenwouden worden gekapt.
De oceanen worden leeggevist.
De temperatuur stijgt, het klimaat verandert.
Zijn leven bestaat er nu uit om dat aan de kaart te stellen,
om mensen te bewegen om anders met de natuur om te gaan.
Om zich bewust te worden van de impact van hoe wij leven op de wereld om ons heen.
En, als het niet goed gaat met die wereld, heeft dat ook gevolgen voor onszelf.
Dat zien we steeds meer, en zal de komende jaren ook steeds meer worden.
Droogte, honger, mensen op de vlucht.

En toch, zal ik jullie eerlijk zeggen:
als ik zulke berichten hoor, dan vind ik het altijd moeilijk wat ik ermee moet.
Het klinkt allemaal zo groot!
De CO2-uitstoot moet terug.
De plastic soep moet worden opgeruimd.
Hebben de kleine keuzes die ik kan maken daar wel invloed op?

Of, nog een beetje cynischer:
Is zorg dragen voor de Schepping iets voor de rijken op deze wereld?
Is het een luxe,
voor mensen die het geld hebben om iets aan hun voetafdruk te doen?
Om zonnepanelen aan te schaffen, of een elektrische auto.

Het maakt me ook wel eens moedeloos.
Want kúnnen we het nog wel veranderen?
In de jaren ´60 van de vorige eeuw dachten mensen van wel.
We hebben alles in de hand. Alles is maakbaar.
We veranderen de wereld!
Maar kijk eens wat ervan terecht is gekomen.
Zit het wel in ons om te veranderen?
Kunnen wij wel anders?

En misschien voor ons in de kerk nog wel de belangrijkste vraag:
wat is ónze rol daarin?
Wat kunnen, of moeten wij daarmee, als christenen?
Moeten wij ons daar druk over maken, of helemaal niet?

God keek naar alles wat Hij gemaakt had, en zag dat het goed was.
Hij vertrouwde zijn Schepping toe aan de mens,
gaf ons de opdracht om erover te heersen.
Om zorg voor die Schepping te dragen.

Maar we leven in een gebroken wereld.
Zoals wij mensen lang niet altijd goed omgaan met elkaar,
Zo gaan wij ook lang niet altijd goed om met de wereld die aan ons is gegeven.
Dat is wat je moedeloos kan maken.
Net zo moedeloos als dat er steeds weer oorlogen zijn.
Mensen die elkaar geweld aandoen.
Mensen die alleen maar voor zichzelf kiezen.
Dat er altijd mensen zullen zijn, en zullen blijven, die honger hebben.
Niets is genoeg om dat te verhelpen.
Het leven, en de wereld waarop wij leven, zijn niet maakbaar.

Zelfs als we nu zouden stoppen met CO2 uitstoten, wat onmogelijk is,
dan nog zou de aarde op blijven warmen.

Daarbij helpt geen houding van: we gaan het wel even fiksen.
Daar is het te groot en te complex voor.

Maar wat ook niet helpt, is om de moed op te geven.
Wat niet helpt, is om eraan voorbij te leven.
Of het te negeren. Of te zeggen: wat ik kan doen, is te weinig.

Als christenen kijken wij uit naar het moment dat Jezus terugkomt.
Wij geloven dat er dan een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen.
Maar ‘nieuw’ betekent niet dat deze aarde wordt vervangen.
Deze aarde wordt ‘vernieuwd’. Hersteld, naar hoe hij door God was bedoeld.

Dat is een visioen dat wij voor ogen mogen houden.
En ook een visioen, waar we niet alleen op hoeven te wachten, maar waar we ook al naar mogen leven, alsóf het al zover is!
Dus niet: het maakt niet uit wat ik nu doe.
Hoe ik met de aarde omga.
Of met de mensen om me heen.
Maar leven vanuit het besef: God gaat de aarde nieuw maken.
En, op mijn hele kleine manier, wil ik daar al naar leven.
Ik wil daarnaar verlangen.
En niet doen alsof het niet uitmaakt dat de wereld steeds meer kapot gaat.

En wat daarvoor helpt, denk ik,
is dat je je niet laat verlammen door moedeloosheid, of door een schuldgevoel,
Maar dat je net als de schrijver van Psalm 104 oog krijgt voor hoe mooi dat geschenk is dat God aan ons heeft gegeven.
Hoe mooi de natuur om je heen is.
Dat is een geschenk dat je mag koesteren.
Wij mogen van de aarde leven.
We mogen de aarde gebruiken, en bebouwen.
Maar we mogen er ook van genieten.
Het goede op die aarde bewaren.
Daarmee doen we recht aan God, die die aarde aan ons heeft gegeven.

Ik vond het wel mooi om te merken:
Voor mij is dit eigenlijk best een nieuw onderwerp.
Natuurlijk vind ik goed omgaan met de natuur belangrijk.
Maar hoe doe je dat?
Toen ik het er afgelopen week met een paar gemeenteleden over had,
Kwam ik erachter dat zij zich hier allang bewust van waren.
Ze zeiden: wij zijn rentmeesters over deze aarde.
We moeten er goed mee omgaan.
God vindt dat belangrijk.

En, zeiden ze, hoe je dat kunt doen, hoeft helemaal niet zo groot te zijn.
Het is een keer de verwarming een stukje lager zetten en een trui aantrekken.
Of regen opvangen in een waterton, om daar later je tuin mee te besproeien.

Zelf dacht ik afgelopen week, wat wel spannend is met een broertje die slager is:
Ik zou wel eens proberen om één of twee dagen per week geen vlees te eten.
Om me daar eens bewust van te worden.
Want ik hoorde dat om vee te voeden,
veel meer landbouwgrond nodig is dan om ander voedsel te verbouwen.
Vlees eten heeft dus een behoorlijke voetafdruk.
Ook al vind ik zelf vlees wel lekker,
en zal ik niet snel helemaal stoppen met vlees eten,
misschien kan ik daar best wat bewuster mee omgaan.
Het minder vanzelfsprekend vinden.

Je kunt ervoor kiezen om je waterflesje of je blikje of een plastic zakje niet zomaar weg te gooien,
maar even bij je te houden en in de prullenbak te gooien.
Of je afval te scheiden.
Of na te denken of het wel verstandig is om gif te spuiten op je onkruid.

Allemaal hele kleine dingen.
Maar wel dingen die, als veel mensen ze doen, misschien wel grote impact hebben.
En zelfs als ze geen grote impact hebben,
Dan nog is het niet slecht om je er bewust van te zijn dát het uitmaakt hoe je omgaat met de natuur, met de Schepping.

Ik denk dat goed omgaan met de aarde heel klein mag beginnen.
En dat we het mogen doen vanuit het besef dat ook deze aarde, ook de Schepping, God aan het hart gaat.
Het is onze taak, onze opdracht, om daar goed voor te zorgen.
En ook al is het niet maakbaar, en lost het niet alle problemen op,
Dat betekent niet dat we niks kunnen doen.

We mogen toeleven naar die nieuwe hemel, en die vernieuwde aarde.
En ook ons leven, hoe wij met die aarde omgaan,
Door Gods Geest laten vernieuwen.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *