God grijpt in
God grijpt in

God grijpt in

Tekst: Lukas 1:5-24

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Vier keer staat het levensverhaal van Jezus beschreven in de Bijbel.
Beschreven door vier verschillende personen:
Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes.
Markus en Johannes beginnen bij het eind, eigenlijk.
Zij vertellen niets over de geboorte van Jezus,
maar beginnen meteen als hij al volwassen is,
en publiekelijk begint op te treden.
Mattheüs vertelt wel het Kerstverhaal, heel kort,
en gaat dan ook verder als Jezus al volwassen is.

Maar Lukas vertelt het meest uitgebreide verhaal.
Zijn verhaal begint al een stuk eerder.
In het eerste stukje van Lukas komt Jezus helemaal niet voor!
Het gaat over Zacharias en Elisabet.

Hun verhaal lijkt bijna wel op de verhalen uit het Oude Testament,
het eerste deel van de Bijbel.
Van Abraham en Sara, die geen kinderen konden krijgen.
Een man komt bij ze, die zegt dat Sara, die al oud is,
toch nog een kindje zal krijgen.
Ze lacht. Ze gelooft er niks van!

Of het verhaal van Hannah, die geen kinderen kan krijgen,
en in de tempel zit te huilen.
En dan bidt de priester Eli met haar, en krijgt ze toch een kindje, Samuël,
die opgroeit als een profeet van God.

Zacharias en Elisabet zijn hele gewone, eenvoudige mensen.
Zacharias was priester. Hij gaf onderwijs, en hield diensten in de synagoge,
in het dorp waar hij woonde, net buiten Jeruzalem.
En Elisabet was zijn vrouw.
Ze waren gelovige mensen.

Maar ze hadden ook een stil verdriet.
Net als Hannah, en Abraham en Sara,
konden ook Zacharias en Elisabet geen kinderen krijgen.
Ooit hadden ze er misschien om gebeden,
dat het toch nog mocht gebeuren.
Maar nu waren ze al oud.
En hadden ze die gedachte, dat het ooit nog zou kúnnen gebeuren, losgelaten.

Lukas begint, in zijn verhaal over Jezus,
met dit verhaal van Zacharias en Elisabet.
Waarom?
Omdat hij weet dat om het verhaal van Jezus écht te kunnen vatten,
zijn lezers eerst voorbereid moeten worden.

Dit verhaal heeft alles te maken met verwachting.
Dat is wat advent inhoudt: je maakt je klaar.
Je bereidt je voor op de komst van Jezus.
Op kerst, op de geboorte van Gods zoon.

Maar hoe doe je dat?
Als een stel een kind verwacht, dan ga je een babykamer inrichten.
En als je een belangrijke gast verwacht,
dan zorg je dat je huis er goed uitziet,
en dat je lekker eten in huis hebt.
Dat alles voor elkaar is, als de gast komt.

Maar hoe kun je je voorbereiden op Kerst?
Hoe kunnen wij ons voorbereiden op Jezus?

Zacharias is een priester.
Nou, als je priester bent, dan ben je altijd wel voorbereid, toch?
Dan speelt God altijd wel een belangrijke rol in je leven.
Net als bij een dominee.
Je bent er voor je werk al mee bezig. Meer dan andere mensen.
Tenminste, dat mag je toch op z’n minst verwachten.

Maar misschien was ook voor Zacharias,
zijn geloof wel iets dat best wel ver van zijn dagelijks leven af stond.
Natuurlijk! Hij was een priester, hij leefde ervan!
Zijn geloof was verweven met zijn leven.
En hij leefde naar de geboden en de wetten van de Heer.
Hij leefde naar de regels uit de Bijbel.

En hij had zijn taak als priester altijd trouw vervuld, dat had hij nooit opgegeven.
Maar was hij misschien wel een beetje teleurgesteld in God?
Misschien had hij, helemaal onbewust, zijn verwachtingen van God bijgesteld.
Of misschien waren die nooit zo heel hoog geweest.

Ik kan natuurlijk niet voor jullie spreken,
maar geldt dat niet voor de meesten van ons?
Dat we, in de loop van de tijd, onze verwachtingen van God hebben bijgesteld?

En dat ons leven en ons geloof in God soms twee zulke verschillende werelden lijken?
Aan de ene kant ons werk, onze school, onze studie, ons gezin, onze vrienden, onze sport.
En aan de andere kant ons geloof in God, en de kerk.
Het is zo moeilijk om die twee met elkaar te verbinden.
Om je geloof écht een plek te geven in je leven.

Maar wat nou, als je geloof,
dat God er is,
wat als wat God in jouw leven doet,
ineens wél betekenis krijgt op al die andere vlakken?

Dat is wat Zacharias overkomt.

Zacharias en Elisabet konden geen kinderen krijgen.
Een verdriet dat mensen in alle eeuwen, in alle tijden en plaatsen kan overkomen.
En dat is best wel een heel groot verdriet.
Omdat het niet mogelijk is voor jou.
Of omdat je wel een gezin had gewild, maar altijd alleen bent gebleven.

Het lijkt me ontzettend moeilijk.
Omdat je er aan de ene kant op hoopt, misschien toch wel lang op blijft hopen.
En aan de andere kant moet gaan leren leven met het besef dat het echt niet kan.
Het is ook een hoop die je op kan breken, als het toch steeds uitblijft.

En Zacharias en Elisabet waren al oud.
Zij durfden er inmiddels niet meer op te hopen.
Ze durfden er niet meer om te bidden.

Het kan verhalen als deze ook wel moeilijk maken.
Waarom gebeurt zoiets in de Bijbel wel, en bij jou, of mensen die jij kent, niet?

Aan de ene kant kun je daarover zeggen:
ook in de tijd van de Bijbel zullen er veel mensen geweest zijn voor wie dit gebed niet verhoord werd.
En ook nu zijn er nog momenten dat dit gebed toch wél verhoord wordt.

En in de tijd van de Bijbel werd er vaak neergekeken op mensen die geen kinderen konden krijgen.
Gelukkig is dat nu heel anders.
Ook als je geen kinderen hebt, of als je alleen blijft,
kun je een heel goed en vol leven hebben.
Ook al blijft er misschien altijd wel dat verdriet, dat je dat toch mist:
Het betekent niet dat je minder waard bent.
Zeker niet in de ogen van God!

Wat dit verhaal ook bijzonder maakt,
is dat het om iets veel groters gaat dan alleen de wens van Zacharias en Elisabet.
Het kindje dat ze krijgen is niet alleen een antwoord op hún gebed.

Zacharias is in de tempel om het reukoffer te brengen voor God.
Bij het reukoffer stond het volk buiten te bidden,
en de priester ging de tempel in,
En stak wierook aan.
En als je dan de rook van het offer omhoog ziet kringelen voor je ogen,
dan zie je hoe de gebeden van het volk opstijgen tot God.
Dat is de verbeelding van het gebed.
Het gebed van heel het volk, dat roept tot God.
Om vrede. Om verlossing.

Zacharias steekt de wierook aan, en kijkt daarnaar, in alle rust,
Hoe die rook opstijgt, en daarmee de gebeden van het volk.
En plotseling staat er een engel voor hem!
Een boodschapper van God.
En die zegt tegen hem:
Je hoeft niet bang te zijn. Ik ben hier om te vertellen dat je gebed is verhoord.
Je vrouw Elisabet zal een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen.

Het gebed dat Zacharias en Elisabet vroeger zo vaak hebben gebeden, is verhoord!
Maar niet alleen hun gebed: ook het gebed van het volk.

De roep van het volk, dat uitziet naar verlossing.

Nu zal het gebeuren. Zacharias zal een zoon krijgen.
En over die zoon zegt de engel grote dingen.
Hij zal een bijzondere dienaar van God zijn.
Met de Geest en de kracht van Elia.

Elia, misschien heb je dat verhaal wel eens gehoord.
Het verhaal van Elia op de berg Karmel.
Waar hij tegen de mensen zei: jullie aanbidden de verkeerde God!
Jullie aanbidden Baäl.
Je moet je van hem afkeren, en je op God richten.

En er was een wedstrijd, tussen Elia en de priesters van Baäl.
Ze brachten allebei een offer aan hun God,
Alleen ze mochten het niet zelf aansteken.

En hoe de priesters van Baäl ook baden: hun offer ging niet branden.
Maar het offer van Elia werd, toen hij erom bad, in één keer door het vuur verteerd.

Het was het bewijs, dat de God van Elia de enige échte God is.

En nou zegt de engel tegen Zacharias:
jouw zoon, Johannes, zal zijn als Elia.
Hij zal de mensen oproepen om zich weer opnieuw te richten op God.
Om te leven in verwachting!

Hij zal het volk gereedmaken voor de Heer.
Als je goed kijkt wat de engel hier zegt, dan valt er één ding op:
Hij noemt niet de naam van Jezus.
Hij zegt niet: Johannes zal de weg gereedmaken voor Jezus.
Maar: hij zal de weg gereedmaken voor de Heer.

Dat zegt niet alleen iets over Johannes de Doper, hoe belangrijk hij zal zijn.
Dat zegt vooral iets over de grote betekenis van wie er na hem komt, van Jezus,
voor wie hij de weg moet vrijmaken.
Voor wie hij de mensen gereed moet maken. Moet voorbereiden.

Het kind in de kribbe, zal niemand minder dan God zelf zijn.
God met ons. Immanuël.
Jezus is God, die naar ons toe komt.

In Jezus maakt God zelf vrede met mensen, en in de mensen.
Vrede met zichzelf, om Hem lief te hebben,
met alles wat in ons is,
en vrede met elkaar, om in liefde en gerechtigheid met elkaar te leven.

En voor die verlosser zal Johannes,
het kind van Zacharias en Elisabet,
de weg klaarmaken.
Zo zal het gebeuren, zegt de engel daar in de tempel tegen Zacharias.

En dan komt het mooiste stukje van dit verhaal.
De menselijke kant ervan.
Want God maakt een enorme belofte eindelijk waarheid.
Een belofte die al eeuwen eerder door de profeten is voorzegd.

En hij doet dat, door het gebed te beantwoorden van hele gewone mensen.
Van Zacharias en Elisabet.
Mensen zoals jij en ik, die gewoon hun leven leiden.
Aan wie niet zoveel bijzonders is.
Ook op hun leven is God betrokken.
Zij doen ertoe voor Hem.

En Zacharias reageert ook nog eens precies zoals de meesten van ons ook zouden reageren.
Hij is stomverbaasd. Het lijkt bijna wel of dat woord voor hem is uitgevonden!
Hij weet niet wat hij moet zeggen.
Hoe bedoel je dat?, zegt hij tegen de engel.
Dat kan toch niet waar zijn?
Elisabet is al zo oud!
Dat kán toch helemaal niet?
Hoe weet ik dat dat waar is?

Zouden wij niet precies hetzelfde doen?

En het mooie is dat God dat van hem kan hebben.
Hij geeft hem zelfs een behoorlijk humoristische straf.
Hij zegt: jij wilt weten of het waar is?
Nou, hier is je bewijs.
Je zult niet meer kunnen praten, tot je kind geboren is.

Zacharias had beter moeten weten.
Hij was een gelovige man. Een priester.
Hij was elke dag bezig met de Joodse Bijbel.
Maar zijn geloof was voor hem iets dat toch op afstand stond van zijn leven.

En nu breekt het ineens keihard in in zijn leven.
En het zet alles op zijn kop!

Je ziet het bijna voor je.
Het is geen grote straf.
Het is zelfs maar tijdelijk.
Maar Zacharias moet even zijn tong inslikken.
Hij heeft zoiets bijzonders gehoord!
Maar hij moet er stil over blijven,
totdat God aan hem heeft laten zien dat Hij doet wat Hij belooft.

En nu moet hij naar buiten, en met gebaren duidelijk maken wat er is gebeurd.

En Lukas zet daar de blijdschap van Elisabet nog fijntjes tegenover.
Elisabet, die ondanks alles, ondanks dat ze al zo oud is,
zo blij is dat ze een kindje krijgt.
Zó had Zacharias ook kunnen reageren!

En zo zál hij uiteindelijk ook reageren, als het kind geboren wordt,
en Zacharias hem een naam geeft: Johannes.

Dat betekent: God is genadig, God is goed.
En het Hebreeuwse woord voor genade, dat is ook mooi,
is waar ons woord ‘gein’ vandaan komt.
God heeft humor!

Hoe kun je leven in verwachting?, vroeg ik aan het begin van deze overdenking.
Ik denk dat je hier het antwoord al hebt.
Gewoon: door niet verbaasd te zijn als God er écht blijkt te zijn!
Door te beseffen dat je geloof,
wat je in de Bijbel leest over God en over Jezus,
Ook betrekking heeft op jouw eigen leven.
Dat God ook daar aanwezig is.
Door je ogen daarvoor te openen.
Door te bidden, en ook écht te verwachten.

Advent is daar je ogen voor openen.

En ook je ogen openen voor dat grote wonder van Kerst.

Dat ook dát niet alleen iets is van lang geleden,
Maar iets waardoor God het leven van alle mensen, ook van ons nu, heeft veranderd.
Jezus is Immanuël. God met ons.
In Hem kwam God zelf naar ons toe.

De les die Zacharias heeft geleerd, is:
God is er echt.
En God is goed.
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.