Filippenzen 1: Een bericht uit de gevangenis
Filippenzen 1: Een bericht uit de gevangenis

Filippenzen 1: Een bericht uit de gevangenis

Tekst: Filippenzen 1:1-11

Deel 1 – Aan alle heiligen

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Paulus kijkt naar buiten, vanuit zijn huis in Rome.
Er zit een soldaat op de stoep.
Want zijn huis is ook zijn gevangenis.
Meer dan twee jaar heeft hij al in een gevangenis doorgebracht, nadat hij in Jeruzalem werd beschuldigd van godslastering.
Paulus dreigde uitgeleverd te worden aan de Joodse raad, die hem ter dood wilde brengen.
En daarom heeft Paulus een soort hoger beroep aangetekend:
Hij heeft zich beroepen op de keizer.
Hij kon dat doen, omdat hij officieel Romeins staatsburger was.
Dat was niet voor iedereen weggelegd.
Maar Paulus kwam uit een goede, rijke familie.
Dat bracht privileges met zich mee.

Nu is hij na een lange reis in Rome aangekomen, en zit hij te wachten tot hij voor de keizer gebracht gaat worden.
Of misschien is dat al achter de rug.
En wacht hij op een uitspraak, vanuit een huis in Rome.
Hij heeft huisarrest.

Vanuit zijn huis ontvangt Paulus veel mensen.
Ook in Rome hebben mensen inmiddels van het christelijk geloof gehoord, en er is een gemeente ontstaan.
En Paulus vertelt iedereen die het maar wil horen over het koninkrijk van God, en over Jezus, de Messias.
Zelfs de soldaten die hem bewaken moeten wel luisteren, die kunnen niet zomaar weglopen!

Paulus heeft het niet breed.
De huur voor zijn huis, die ook zijn gevangenis is, moet hij zelf betalen.
Daarom is hij ontzettend dankbaar dat Epafroditus helemaal uit Filippi, in Noord-Griekenland, naar hem toe is gekomen met een gift van de christenen in die stad.

Uit alles in zijn brief blijkt dat Paulus erg gesteld is op de christenen in Filippi.
Het zijn mensen die hem aan het hart gaan.
Zijn toon is anders, persoonlijker dan in de meeste brieven.

En andersom gaat Paulus de mensen in Filippi ook aan het hart.
Ze maken zich zorgen om hem.
Daarom hebben ze Epafroditus naar hem toe gestuurd.
Het was een lange, gevaarlijke reis die Epafroditus met het geld heeft gemaakt.
Onderweg is hij zelfs erg ziek geworden.
Zó ziek, dat hij bijna is overleden.
Maar gelukkig is hij bij Paulus aangekomen,
En is hij weer hersteld van zijn ziekte.
En sindsdien heeft hij Paulus ondersteund waar hij maar kon.

Nu stuurt Paulus hem terug naar Filippi.
En hij geeft een brief mee aan Epafroditus, voor de christenen in Filippi.

“Aan alle heiligen in Filippi, die één zijn in Christus Jezus”, begint hij zijn brief.

Stel je voor dat je nu een mail zou krijgen met die aanhef:
Beste heilige.
Zou jij je daardoor aangesproken voelen?
Of zou je denken: nou, zo heilig ben ik niet!

Ik moet bij een heilige denken aan Sint Nicolaas, of aan Sint Maarten, of Sint Franciscus.
Mensen die Jezus met heel hun leven navolgen.
Die onbaatzuchtig zijn, álles over hebben voor een ander.
Ik weet niet of ik mezelf snel een heilige zou noemen.
Ik weet heel veel dingen te bedenken waardoor ik niet heilig ben.

Als je niet heilig leeft, dan ben je toch geen heilige?
Waarom noemt Paulus de christenen in Filippi dan zo?
Ik denk niet dat zij veel heiliger waren dan jij en ik.
Zij maakten bijvoorbeeld ruzie met elkaar. Het is niet voor niets dat Paulus in zijn brief steeds zegt dat ze een eenheid moeten zijn.
Hij heeft van Epafroditus gehoord dat ze dat niet zijn.
Paulus schrijft niet: aan een select groepje heiligen in Filippi, en aan de rest van die gemeente.
Paulus schrijft: aan álle heiligen.
Letterlijk zegt Paulus: aan alle heiligen in Jezus Christus.

En daar zit precies het punt!
Paulus noemt de mensen in Filippi heilig, omdat ze in Jezus Christus geloven.
Zijn alle christenen dan heilige boontjes?
Maken christenen nooit fouten?

Eerder het tegenovergestelde.
In de kerk zitten mensen die net zoveel, misschien nog wel méér fouten maken dan andere mensen.
Christenen zijn echt niet perfect.

Maar Paulus noemt de christenen wel heilig!
Omdat wij mogen weten dat we leven uit de liefde van Jezus.
Wij zijn heilig. Niet doordat we van onszelf zo goed zijn.
Maar doordat Jezus zijn leven voor ons heeft gegeven.

En als God nu naar ons kijkt, dan ziet Hij in ons Jezus, zijn geliefde zoon.

Jij bent heilig.
Niet omdat je een heilig boontje bent.
Maar omdat God van je houdt.

Deel 2 – Ik dank God voor jullie

Ik dank mijn God altijd wanneer ik aan jullie denk,
Elke keer als ik voor jullie allemaal bid, schrijft Paulus.

Als Paulus aan het bidden was, dan haalde hij zich al die gezichten van de mensen in Filippi voor de geest.
Het gezicht van Lydia, de purperverkoopster, die hij bij de rivier had ontmoet.
En die hij had mogen dopen.

Het gezicht van de gevangenenbewaarder, die met zijn hele gezin tot geloof was gekomen toen Paulus door een engel was bevrijd uit de gevangenis.
Het waren mensen die met hem het verlangen deelden om andere mensen te vertellen over Jezus.
Omdat zij, net als Paulus, zo door de liefde van Jezus verrast zijn!
In hun eigen leven hebben ze mogen ervaren hoe die liefde alles voor hen heeft veranderd.

Maar Paulus zag tijdens het bidden ook andere mensen voor zich.
Bijvoorbeeld de mensen van wie hij wist dat ze ruzie met elkaar maakten.
Zou hij echt in eerste instantie met dankbaarheid aan al die mensen hebben gedacht?
Zou hij ze echt allemaal hebben gemogen? Alle mensen uit Filippi?

Ik denk het niet!
Paulus was niet iemand die een blad voor de mond nam.
Hij durfde best te zeggen waar het op aankwam.
Hij durfde het ook best te zeggen als hij het niet eens was met iemand.

En toch zegt hij:
Ik dank mijn God altijd wanneer ik aan jullie denk,
Elke keer als ik voor jullie allemaal bid.

Het is al moeilijk om te bidden voor iemand die je niet mag.
Maar toch is dat wat Paulus doet.
En hij bidt niet alleen voor ze: hij dankt ook voor ze.

Dat is best een mooie oefening: danken voor mensen met wie je het moeilijk hebt.
Voor mensen met wie je maar moeilijk door één deur kunt.
Of met wie je heel erg van mening verschilt.
Het is eigenlijk een gebed: Heer, leer mij ook de goede kanten van die persoon zien!

Het is hetzelfde als dat het heel makkelijk is om kritiek te hebben op een ander.
Niet dat dat helemaal niet mag.
Je hoeft niet alles met de mantel der liefde te bedekken.
Maar voor je kritiek levert, denk eerst eens na:
Kan ik ook goede eigenschappen van deze persoon bedenken?
Zijn er ook dingen aan hem of haar waar ik God voor kan danken?

Deel 3 – Loslaten en vertrouwen

Het hangt niet allemaal van jou af!!

Soms zou je dat op een tegel moeten schrijven en midden in je huis op moeten hangen.
Het is zo makkelijk, ik denk voor bijna iedereen wel,
om alles zelf te willen regelen, zelf te willen doen.
Zelf de touwtjes in handen te houden.

Stel: je hebt een groot bedrijf.
Maar je vindt het heel moeilijk om je werknemers te vertrouwen.
Alles wat mensen bedenken, en doen, wil je ook door je eigen handen laten gaan.
En als je denkt: dit komt niet goed, dan los je het zelf op.
Je neemt het een ander uit handen.

Het loopt allemaal goed.
Maar op een gegeven moment stapelt het werk zich steeds meer op.
Zoveel dingen waar je aan moet denken, zoveel dingen die op jouw schouders rusten!
Je moppert op je werknemers: waarom pakken jullie het niet wat meer op?
Maar in feite heb je de situatie er zelf naar gemaakt…

Paulus reist rond, en vertelt mensen over Jezus Christus.
Hij blijft een tijdje bij een gemeente, en trekt dan weer verder.
Want er is zoveel te doen!
Zoveel plaatsen waar mensen nog nooit over Jezus gehoord hebben.

Hij begint ergens een gemeente.
Maar hij kan maar nauwelijks blijven om die gemeente te zien groeien.
Soms wordt hij zelfs door omstandigheden gedwongen om een plaats snel te verlaten. Bijvoorbeeld Filippi!
Toen hij in Filippi was, kon hij daar ook maar heel kort blijven.
Hij werd gevangen gezet.
En ook al konden de stadsbestuurders hem niet vast blijven houden, toch vroegen ze hem wel om te vertrekken, om voor rust te zorgen in de stad.
Paulus voelt zich wel verantwoordelijk voor de gemeente in Filippi.
Maar hij kan maar heel weinig voor ze betekenen.
Hij kan alleen maar een brief schrijven, om ze te bemoedigen.
Op het moment dat hij deze brief schrijft,
Is hij in huisarrest, en meer dan 2.000 kilometer verwijderd van Filippi.
Hij móet die gemeente wel loslaten, hij móet er wel op vertrouwen dat het goed komt.

Dat huisarrest is een soort quarantaine.
Het is voor Paulus en de gemeente in Filippi helemaal niet zo anders dan het voor ons is, nu.
Al meer dan een jaar komen we niet bij elkaar, als kerk.
Er zijn mensen die zich zorgen maken: hoe zal het straks zijn na corona?
Komen we dan wel weer bij elkaar?
Gaat iedereen dan wel weer naar de kerk komen?

Jullie hebben natuurlijk ook allemaal gehoord en gezien in het nieuws dat er kerken zijn waar de mensen besluiten om tóch weer bij elkaar te komen.
Ik veroordeel dat niet. Ik snap dat verlangen juist heel goed.
Ik denk dat de kerkdienst voor de mensen die op die manier weer bij elkaar willen komen, zoiets heiligs is, dat je die niet over mag slaan.

Toch moet je, vind ik, niet te klein denken over God.
God is niet van ons afhankelijk.
Of wij fysiek bij elkaar kunnen komen, of niet.
En wij hebben het ook helemaal niet in de hand, of iedereen straks weer terug gaat komen in de kerk of niet.

Soms denk ik wel eens, voor de grap, maar ook een beetje serieus:
Misschien dat sommige mensen straks niet meer komen.
Maar het kan net zo goed, dat er mensen in deze tijd naar de kerkdiensten kijken, en straks denken:
Nou, ik wil het toch eens proberen! Om die drempel over te stappen.
Ook al vindt ik het misschien spannend.
Maar in deze tijd heb ik gezien dat het er anders aan toe gaat in de kerk dan ik dacht, of dan ik mij herinner.
En daar voel ik mij best bij thuis!
Paulus schrijft aan de mensen in Filippi:
ik vertrouw dat God, wat Hij in jullie begonnen is, ook af zal maken!
Paulus heeft op dat moment geen controle over zijn gemeente, als hun ‘geestelijk leider’.
Maar hij vertrouwt erop dat God met ze verder zal gaan,
Waar hij ze zelf uit handen moet geven.

Maak jij je wel eens zorgen over hoe het verder zal gaan, in en na deze tijd?
Wat kun je leren van de houding van Paulus?

Deel 4: Groeien in liefde
Aan de gemeente in Filippi, waar de mensen wel eens flink ruzie kunnen maken, schrijft Paulus:
Ik bid dat jullie liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, zodat jullie kunnen onderscheiden waar het op aankomt.

Wat een mooi gebed is dat eigenlijk, hè?
Je zou daar elke dag wel mee kunnen beginnen.
Help mij, help ons, om te blijven groeien in liefde,
Zodat we mogen zien waar het echt op aankomt.
Wat echt belangrijk is!
Blijkbaar is de liefde daarvoor het belangrijkst, om te kunnen zien wat er echt toe doet.
Dat je de liefde van God mag kennen.
En dat je de mensen om je heen liefhebt.
Jezus zegt niet voor niets:
Dát is de basis van de hele wet van God!

Je hebt liefde nodig.
Als je in je huwelijk, je gezin, of in een vriendschap, de liefde uit het oog verliest, dan verlies je waar het echt om draait.
In de kerk is dat niet anders.
Ook als kerk moet je geen club worden van mensen met hete hoofden en koude harten.

Want de kerk moet juist een plek zijn waar de liefde van Jezus Christus zichtbaar mag worden.
Dat is onze roeping!
Dat is waarom wij er zijn.
De liefde helpt om te onderscheiden wat bijzaken zijn, en wat hoofdzaken.

Dat is het gebed van Paulus voor de gemeente in Filippi:
Dat hun liefde mag blijven groeien.
Door inzicht en fijnzinnigheid.
Door naar elkaar te luisteren.

Als je zo leeft, leef je tot eer van God, zegt Paulus. Dan bouw je aan Zijn Koninkrijk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *