Filippenzen 1 deel 2: Vrij en moedig
Filippenzen 1 deel 2: Vrij en moedig

Filippenzen 1 deel 2: Vrij en moedig

Tekst: Filippenzen 1:12-26

Deel 1 – Het meeste maken van je omstandigheden

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Wat naar voor Paulus hè, dat hij zo lang gevangen zit.
Dat zullen de mensen uit Filippi ook wel hebben gedacht.
Eerst twee jaar in een gevangenis in Caesarea, in Israël.
En vervolgens twee jaar in Rome, in huisarrest.

Het wás ook niet makkelijk voor Paulus om in huisarrest te zitten.
Hij kon geen kant op. Kon niet doen wat hij maar wilde.

En tóch kon hij wél precies dát doen wat hij graag wilde.
“U moet weten, broeders en zusters, dat wat mij is overkomen er juist toe bijdraagt dat het evangelie wordt verspreid”.
Dat schrijft hij aan de christenen in Filippi, die zich zorgen om hem maken.
Eigenlijk wilde Paulus al heel lang naar Rome, de hoofdstad van het Romeinse rijk.
Om daar de christenen te ontmoeten, die het moeilijk hadden.
En om daar met de Joden van Rome te spreken, en ze te vertellen over Jezus.
Omdat Paulus was opgeleid als Schriftgeleerde,
en heel veel wist over de Joodse Bijbel, het Oude Testament,
stonden de Joden in Rome open voor wat Paulus te zeggen had.
En ook al kon hij niet naar hén toe gaan: hij kon ze wel bij zich thuis uitnodigen.
En ze kwamen ook nog! Met grote groepen tegelijk kwamen ze naar hem luisteren.

Paulus sprak niet alleen met de Joden en met de christenen in Rome.
Ook de soldaten die voor zijn huis zaten vertelde hij keer op keer over Jezus.
Die soldaten werden steeds weer afgewisseld door andere soldaten.
En met elkaar hadden ze het ook over alles wat Paulus vertelde.
Op de kazerne was hij het gesprek van de dag.
Alle soldaten in het Romeinse hoofdkwartier weten inmiddels waarom ik hier zit!, schrijft hij enthousiast aan de mensen in Filippi.
Iedereen had gehoord waarom Paulus gevangen zat.
Had het verhaal van Paulus gehoord. Had gehoord wat Jezus voor hem betekende.

Paulus werd ontzettend beperkt door zijn omstandigheden.
Het moet vreselijk zijn geweest om zijn huis niet uit te kunnen. Zo lang!
En dan ook nog te moeten wachten op een rechtszaak met zo’n onzekere uitslag.
En toch gaf hij de moed niet op.
Hij zag zijn gevangenschap zelfs als een kans,
om aan de mensen in Rome bekend te maken wie Jezus is.

Ergens is wat Paulus overkomt voor ons nu heel herkenbaar.
We kennen allemaal die onrust, dat we weer veel zouden willen,
maar dat er nog steeds heel veel niet mogelijk is.
Wij weten ook niet precies hoe de toekomst eruit gaat zien.
En dat het allemaal zo lang duurt,
kan je het gevoel geven dat het leven nu stil staat.
Dat het verloren tijd is, deze tijd van corona.
Je kunt daar ook heel erg mee bezig zijn.
Met alles wat niet kan, wat niet mag.

Op zo’n moment mag dit verhaal van Paulus ons misschien wel moed geven.
Ons helpen om voorbij die grenzen te kijken.

Paulus richt zijn gedachten niet op de vier muren waarin hij gevangen zit.
Hij heeft iets waar hij voor leeft,
iets dat nog veel groter is dan de muren om hem heen,
de grenzen waar hij tegenaan loopt.
En dat is de liefde van God.
Hij weet dat hij overal, waar hij ook komt, wat zijn omstandigheden ook zijn,
Iets mag delen van de liefde van Jezus Christus.
En dat geeft hem de kracht om zich niet met die grenzen bezig te houden.
Om die niet over zich te laten heersen.
Hij weet zelfs mensen die níet gevangen zitten vanuit de gevangenis een hart onder de riem te steken.

Ik moet denken aan Kinga Ban, de zangeres van Sela.
Misschien ken je haar verhaal wel.
Zij wist dat ze erg ziek was, en niet lang meer zou leven.
En juist daardoor kon ze in de tijd die ze nog had, de laatste jaren van haar leven, door haar moed en haar geloof een bemoediging zijn voor veel mensen.
Als ik haar muziek hoor, en dan weet dat zij al zo ziek was toen ze dat zong,
Dan kan me dat echt raken.
Een tijd als deze is een moeilijke tijd.
Maar ook nu hebben wij, net als Paulus, iets om voor te leven.
Gods liefde is groter dan de grenzen waar we tegenaan lopen.

Deel 2 – Vrij en moedig

Christus, ons licht. Schijn door ons heen, hier in het duister.
Paulus wist in de omstandigheden van zijn gevangenschap toch de moed te vinden om te blijven getuigen.
En die kracht vond hij niet in zichzelf. Die kracht, die moed, vond hij bij God.
En dat hij dat kon, dat had effect op de andere gelovigen in Rome.
Je moet je voorstellen: de christenen in Rome, die hadden het ook niet makkelijk.
Die zaten misschien best wel in een dip.
Ze hielden zich stil, door alles wat er op ze afkwam, door alles wat ze bedreigde.
Maar toen zagen ze Paulus, die zelfs vanuit zijn gevangenschap onbeschaamd bleef getuigen.
En ze dachten: als hij dat durft, waarom zouden wij dat niet ook doen?
De kerk in Rome bloeide er door op!

Wij zitten misschien ook wel in een dip.
Als je met mensen over de kerk praat,
dan weten ze allemaal dat het nu een stuk minder is dan vroeger.
In de jaren ’80 zaten de kerken vaak nog helemaal vol.
En nou zijn op veel plekken kerken gefuseerd,
En die zijn vaak ook nog maar voor een deel gevuld, op een gewone zondag.
Misschien zie je zelf je kinderen afhaken.
Dat ze nog wel in God geloven.
Maar in de kerk vinden ze het niet meer.
Het is vaak niet eens een bewuste keuze.
Veel mensen voelen zich niet meer thuis in de kerk. Drijven langzaam een beetje af.
Misschien ook niet meer thuis bij God. Maar dat zijn nog twee verschillende dingen!

Het is een verhaal, een beeld, waar je zelf door geraakt kunt worden.
Waar je onzeker van kunt worden.
Is het dan allemaal wel waar wat ik geloof?
Heb ik het wel bij het rechte eind?
Als mijn kinderen niet meer gaan, waarom zou ik dan zelf blijven gaan?

En in de media is dat ook een beeld dat bevestigd wordt.
Zoals de Romeinen de christenen als een rare sekte zagen,
Zo zien de Nederlanders christenen als een uitstervend ras. Iets van vroeger.
“Oh, geloof jij nóg?”

Maar klopt dat beeld wel, dat wij van het geloof in Nederland hebben?
Je kunt het namelijk ook andersom bekijken:
Vanaf de jaren ’60 is de secularisatie aan de gang. De ontkerkelijking.
En mensen dachten toen dat dat veel sneller zou gaan.
Dat het christelijk geloof binnen één generatie uitgestorven zou zijn.
Maar kijk om je heen: het geloof in Nederland is nog lang niet dood!
Ik werd er bijvoorbeeld heel vrolijk van toen ik een filmpje keek van de dienst van vorige week. Met een band erbij!
Ook hier in Zuidhorn is weer een nieuwe generatie christenen.
Er zijn kinderen, jongeren, jonge gezinnen!

Op andere plekken in Nederland is het christelijk geloof ook niet alleen maar aan het uitsterven.
Het landschap verandert wel.
Er komen andere soorten kerken.
Er ontstaan ook nieuwe kerksoorten.
En pioniersplekken.
Er zijn ook bestaande kerken, die op sterven na dood waren,
maar die toch weer een nieuwe start maken!

Kijk, de kerk zal niet meer worden zoals hij was.
Een machtige, grote kerk, waar bijna iedereen naartoe gaat.
Een kerk die het voor het zeggen heeft.
Net als de christenen in de tijd van Paulus zijn wij nu een minderheid geworden.
Maar is dat nou zo erg?
Of is dat eigenlijk wel gezond?

Wist je dat er ook heel veel migrantenchristenen in Nederland zijn?
Bijna een miljoen mensen die vanuit het buitenland naar Nederland zijn gekomen in de afgelopen tientallen jaren, zijn christen.
Zij doen de dingen heel anders dan wij.
Voor hen is geloven vaak heel praktisch.
Want veel migranten hebben het niet breed.
De kerk geeft ze een thuis, een houvast. En praktische hulp.

Dat aan de ene kant, en aan de andere kant durven veel migrantenchristenen heel open over hun geloof te vertellen!
Ik denk aan de Aramese arts Gor Kathchikyan.
Die als kind met zijn ouders naar Nederland is gekomen.
Misschien heb je hem wel eens langs zien komen op TV.
Nu is hij arts op de IC, juist in deze coronatijd.
En wordt hij regelmatig geïnterviewd.
In die interviews op de landelijke media durft hij heel open te vertellen over zijn geloof.
Het geloof is niet iets waar hij zich voor schaamt:
het is iets waar hij heel dankbaar voor is.
Hij durft gewoon op TV te zeggen hoe hij voelt dat God hem draagt in zijn werk.
Hij durft te zeggen dat hij gelooft dat God een uitkomst zal geven uit deze crisis.
Dat dat is wat hem hoop geeft.

Net zo was Paulus in zijn gevangenschap een bemoediging voor de christenen in Rome.
Zij zagen hem getuigen van zijn geloof, ook al zat hij gevangen.
En daardoor dachten zij: hé, dat kan ik ook!

Zoals de Romeinse christenen van Paulus leerden om vrijer en moediger te zijn in het uitdragen van hun geloof,
Zo mogen wij ons in onze tijd laten bemoedigen door mensen als Gor.
Van mensen als hij kunnen wij leren dat over je geloof vertellen helemaal niet opdringerig hoeft te zijn, of vervelend.
Als jij vindt dat je iets heel moois te delen hebt, dan hoef je je daar toch niet voor te schamen? Dan mag je dat toch delen?
Op een goed moment natuurlijk.

Ik zeg eerlijk: ik zou daar echt nog wel in willen groeien,
om daar meer open in te zijn.
Om net zoals Paulus, en Gor, vrijmoediger te zijn. Vrij en moedig.

Deel 3 – Antireclame

Ik raakte een keer met iemand in gesprek. En toen vertelde diegene mij dat hij het boek “The God Delusion”, had gelezen, van Richard Dawkins.
“De desilussie God”, zo zou je dat kunnen vertalen.
Richard Dawkins is een natuurkundige, en een atheïst.
De titel van zijn boek laat weinig te raden over.
Het is een boek dat is geschreven om duidelijk te maken dat het christelijk geloof dikke onzin is.
Maar bijzonder genoeg had degene met wie ik praatte op dat moment,
dat boek gelezen, en dát boek riep juist allemaal vragen bij hem op.
In plaats van dat het boek voor hem een bewijs was dat God er niet is,
werd hij door dat boek nieuwsgierig naar God!
Precies het tegenovergestelde van wat de schrijver met zijn boek voor ogen had.

Paulus nodigde in Rome de leiders van de synagoge bij zich thuis uit.
En aan de hand van de Joodse Bijbel, het Oude Testament,
liet hij zien dat daarin al over Jezus als de Messias werd gesproken.
Paulus was iemand die daar heel veel van wist,
Die dat denk ik ook heel overtuigend kon.
Een deel van de mensen liet zich door Paulus overtuigen,
maar een groot deel ook niet.
En het gevolg was dat er ook buiten zijn huis om flink over werd gediscussieerd over de dingen die hij zei.

Paulus zegt daarover: sommigen verkondigen Christus met onzuivere bedoelingen.
Daarmee bedoelt hij:
er zijn mensen die zeggen dat je niet moet geloven dat Jezus de Messias is.
Maar, zo zegt hij: er wordt in elk geval over hem gepraat!
Dat ziet Paulus al als winst.
Ook negatieve reclame is reclame.

Helaas kunnen zelfs christenen soms negatieve reclame maken voor God.

Wat denk je van de verhalen van seksueel misbruik in de Katholieke kerk?
Of van de verhalen van zoveel mensen die zich door de kerk,
door christenen in de loop van de tijd veroordeeld hebben gevoeld?
Als dat christenen zijn, dan wil ik niets met de kerk te maken hebben.
Dat is een zin die je best vaak hoort langskomen als je praat met mensen die niet geloven.
Of niet meer geloven.

Gelukkig, zegt Paulus, kan God er ondanks die negatieve reclame toch nog iets goeds van maken.
Ook al kun je je als christen in deze tijd soms weggezet voelen, bijvoorbeeld door de media.
En ook al kunnen wij als christenen zelf ontzettend falen, tekortschieten in het liefhebben van de mensen om ons heen.
Ondanks dat schrijft God ons niet af.

Het belangrijkste is dat wij, zoals Paulus zegt, Christus blijven verkondigen.
Wij hoeven niet te geloven dat wij beter zijn dan anderen.
Wij mogen blijven vertellen over de liefde van Jezus. Ook aan elkaar!

Wat telt, is dat Christus verkondigd wordt, schrijft Paulus.
Of dat nou uit valse of oprechte motieven gebeurt – dat het gebeurt, maakt mij blij.
Of het nou door mensen is die niets van hem willen weten.
Of door mensen die zeggen te geloven,
maar misschien wel door hun daden het tegenovergestelde laten zien.
Wat telt is dat mensen over Jezus kunnen horen.

God gaat met ons door.
We moeten ons niet uit het veld laten slaan.
Niet door anderen, en ook niet door onszelf of door elkaar!
Door de verhalen die je hoort.
Juist de kerk is misschien wel een plek waar we mogen leren wat genade is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *