Door een roze bril

We hebben gelezen over Maria en Elisabeth,
twee hele verschillende vrouwen.

Maria kwam uit Nazareth, een klein onbelangrijk stadje in het Noorden.
Ze was een jonge vrouw, net geen meisje meer.
Ze was nog niet getrouwd, maar wel verloofd, met een timmerman.

Elisabet was juist een wat oudere vrouw,
die getrouwd was met een simpele priester, Zacharias.
Ze hielden veel van elkaar,
maar tot hun grote spijt was hun huwelijk al jaren kinderloos.
Ze leefden in een klein stadje in Juda, waarvan we de naam niet eens weten.

Twee vrouwen, in een hele verschillende fase in hun leven.
En juist deze twee vrouwen heeft God uitgekozen,
om de belofte aan zijn volk in vervulling te brengen.
Want Maria en Elisabet dragen allebei een groot geheim met zich mee.
Niet zomaar een geheim: een grote belofte.

Voor Maria begon het allemaal kort daarvoor.
Ze was in het huis van haar ouders,
toen een engel aan haar verscheen.
Ze schrok hevig,
maar de engel zei dat ze niet bang hoefde te zijn.
Hij vertelde haar dat ze zwanger zou worden, en een kind zou baren.
Ze moest dat kind Jezus noemen.

En hij vertelde nog meer: haar kind, het kind van Maria,
zal een groot man worden,
en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd.

Hoe zou Maria zich gevoeld hebben?
Ik denk dat ze bijna niet kon vatten wat er gebeurde.
Een engel! En een kind! Maar hoe kan dat? En wat zullen de mensen om haar heen ervan zeggen?
Ze zal het ongetwijfeld spannend hebben gevonden.
Misschien was ze wel bang.
Maar toch ze zegt tegen de engel:
de Heer wil ik dienen;
laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt.

Knap eigenlijk hè, als je daarover na gaat denken!
Zo’n jonge vrouw, die zo’n grote beslissing durft te nemen.
Ik denk dat ze een heel ander beeld had van de komende tijd.
Maar ze zet haar eigen dromen aan de kant,
Om ruimte te maken voor Gods plan.

De engel vertelt Maria over haar familielid, Elisabet,
die ook op een wonderlijke manier in verwachting is van een kindje.
En één van de eerste dingen die Maria doet,
is met grote spoed naar Elisabet toe reizen.
Met haar kan ze delen wat de engel tegen haar heeft gezegd!

Het is een lange reis, en in die tijd was er nog geen telefoon.
Dus als Maria haar bezoekt,
weet Elisabet nog niet dat Maria in verwachting is.
Maria komt aan bij haar huis,
en zodra ze binnenkomt, gebeurt er iets bijzonders.

De zwangere Elisabet voelt het kind opspringen in haar schoot.
Vol van de Heilige Geest roept ze uit:
de meest gezegende ben je van alle vrouwen,
en gezegend is de vrucht van je schoot!

Wat een bevestiging moet dat geweest zijn voor Maria.
De woorden van de engel waren waar.

Als twee aanstaande moeders zijn ze bij elkaar,
Elisabet en Maria,
en delen ze hun vreugde met elkaar.
Een vreugde die Elisabet niet meer had durven verwachten,
en die Maria nog niet verwacht had.
Maria vertelt Elisabet over de engel.
En ze vertelt over de belofte die de engel heeft gedaan.

Er is iets bijzonders aan dit verhaal.
Het draait om de belofte van het kind dat Maria zal krijgen.
De belofte dat dit kind Israël zal bevrijden.
Dat dit kind de Zoon is van de Allerhoogste God.
En Maria en Elisabet vertrouwen blind op wat de engel tegen hen gezegd heeft.
Zelfs al zien ze de uitkomst nog niet.

Als een tijdgenoot hen zo zou zien,
Zou hij dan niet kunnen zeggen:
Maria en Elisabet, kijk eens om je heen!
Zoveel reden is er niet om blij te zijn.
De Joden hadden het in die tijd niet voor het zeggen in hun eigen land.
Ze werden al jaren en jaren onderdrukt door de Romeinen.
En God had wel beloofd dat hij hen zou bevrijden.
Maar dat was al zoveel eeuwen geleden!
Is het niet beter om te kijken naar de realiteit,
In plaats van vast te houden aan die belofte?

Daar is ook iets van te herkennen in onze eigen tijd.
De geboorte van Jezus is al meer dan 2.000 jaar geleden.
En die dingen waar Maria van zingt,
Wat is daar van waar geworden?
Net als in de tijd van Jezus is er ook nu nog zoveel onrecht in de wereld.

Als je aan andere mensen laat weten dat je gelooft,
Dan is een van de eerste vragen die je krijgt:
Waarom is er dan zoveel kwaad in de wereld?
Zoveel oorlog, en haat tussen mensen.
Zoveel mensen die honger hebben, of die te maken hebben met ziekte.

Als je gelooft, zet je dan niet een roze bril op?
Zeg je niet alleen maar dat er een God is omdat je de werkelijkheid niet aankunt?
Veel mensen denken dat wel in deze tijd.
Voor hen is geloven vasthouden aan iets,
waarvan je weet dat het niet waar is.

Toch denk ik persoonlijk dat geloven veel dieper gaat dan dat.
Het is meer dan een zoethoudertje.
Kijk naar Maria en Elisabet.
Zij zijn vrouwen die midden in het leven staan.
Die weten hoe moeilijk het leven kan zijn.
En hun geloof is voor hen geen zoethoudertje,
Maar iets dat verbonden is met hun realiteit.
Met hun hele leven.
Ze weten dat de situatie van Israël uitzichtloos is.
Dat er geweld is, en onderdrukking.
Maar toch durven ze het aan om te hopen,
Dat dit kind daar verandering in gaat brengen.
Dat de Levende God door dit kind naar ze omziet.

We hebben nog een andere Bijbeltekst met elkaar gelezen,
uit het Bijbelboek Micha.
Micha is een profeet uit de 8e eeuw voor Christus,
een tijdgenoot van Jesaja.
Waar Jesaja een profeet was aan het hof van de koning,
Was Micha meer een profeet die leefde onder de gewone mensen.
Hij leefde in een tijd waarin er veel gebeurde.
Door ruzie onder de koningen was Israël verdeeld in een Noordelijk rijk, Samaria, en een zuidelijk rijk, Judea.
Een groot en machtig volk, de Assyriërs,
Had het Noordelijke rijk ingenomen,
en de bewoners in ballingschap weggevoerd.
Ze waren ook het zuidelijke deel binnengedrongen,
maar hadden Jeruzalem door een wonder niet in kunnen nemen.

Micha is een profeet die strijdt tegen onrecht.
Nadat het noordelijke rijk was weggevoerd, maakte het zuidelijke rijk, Judea, een bloeitijd door.
Maar de welvaart kwam vooral ten goede aan de leiders van Israël,
terwijl de bevolking steeds armer werd.
Micha beschuldigt de leiders van Israël van corruptie bij de rechtspraak,
van uitbuiting en geweld tegen weerloze mensen.
Hij keert zich ook tegen de andere profeten.
Die beloven vrede en voorspoed aan wie hen goed betalen,
maar onheil aan wie dat niet kan.
En ze zeggen: wat er met het Noordelijke rijk gebeurt,
Dat zal niet met ons gebeuren!
God zal ons beschermen.
Maar Micha zegt: dat is niet waar.
Er zal een einde komen aan de vrede.
Hij houdt de leiders van Israël een spiegel voor:
jullie doen dezelfde zonden als het noordelijke rijk.
Waarom zou God anders over jullie oordelen?

Volgens Micha zal er een moment komen dat ook Judea wordt ingenomen,
en in ballingschap wordt weggevoerd.
En in die tijd, zegt Micha, zal het volk van Israël tot nadenken gestemd worden,
en opnieuw op God gaan vertrouwen.
En dan zal God zijn volk verlossen, en weer bij elkaar brengen.

Hoe zouden de mensen om Micha heen naar hem hebben gekeken?
Ik denk dat ze hem zagen als een zwartkijker.
Ze hebben helemaal geen zin in de spiegel die Micha hen voorhoudt.
We bepalen zelf wel wat we wel en niet doen!, zeggen ze tegen hem.
We hebben jou niet nodig om ons de les te lezen!

Ook dat zie je terug in deze tijd.
Dat mensen denken: als je gelooft, dan betekent dat dat er allemaal dingen zijn die je niet mag doen,
Of regels waaraan je je moet houden.
En die dingen zijn er ook.
Maar ze zijn niet de basis van ons geloof.

Die regels houden ons alleen een spiegel voor:
Leef ik zoals God van mij verlangt?

Is het terecht, dat de mensen Micha zagen als een zwartkijker?
Micha is een profeet die eerlijk is over wat hij om zich heen ziet gebeuren.
Hij is niet zoals andere profeten, die de problemen om hen heen en in zichzelf niet onder ogen durven te komen.
Hij zegt niet: het komt wel goed.
Eerst zal Israël door een moeilijke tijd heen moeten gaan.
Hij stelt de realiteit niet mooier voor dan die is.
Maar hij zegt er ook iets anders bij:
uiteindelijk zal God naar zijn volk omzien.

En God zal dat doen op een bijzondere manier.
Er zal een kind komen,
dat geboren wordt in Bethlehem.
De stad waar koning David vandaan kwam.
Dit kind zal de Israëlieten bij elkaar brengen.
Hij zal hen leiden, en weiden als een herder.
Hij zal bekleed zijn met de macht van de Heer.
En ze zullen veilig wonen.
Dit kind zal vrede brengen.

Geloven is niet een roze bril opzetten, en de wereld om je heen negeren.
Geloven strijkt de moeilijke dingen in dit leven niet glad.

Het is ook niet de wereld slechter voorstellen dan die is.
Of anderen alleen maar op hun fouten willen wijzen.

Het is juist realistisch naar de wereld om je heen kijken.
Zien dat de dingen niet in orde zijn.
Dat de wereld waarin we leven een puinhoop kan zijn, en vaak ook is.
Het is jezelf een spiegel voorhouden, zoals Micha doet:
Wat is mijn eigen rol daarin? ->
Wat zijn dingen waarin ik niet leef zoals God van mij verlangt?
Waarin ik mezelf meer liefheb dan mijn naaste?

Geloven is niet kijken door een roze bril, of door een zwarte.
Maar het heeft wel iets weg van kijken door een verrekijker.
Als je door een verrekijker kijkt, dan zie je de wereld om je heen in een ander perspectief.
Micha, en ook Maria en Elisabet,
Kijken naar de wereld vanuit Gods ogen.
Ze durven het onrecht en het kwaad in die wereld onder ogen te zien.
Maar ze durven ook te hopen dat dat kwaad niet het laatste woord heeft.
Dat er een Levende God is, die ons niet verlaat,
Maar die trouw is, en van ons houdt.
Zoveel dat Hij zelf naar deze wereld komt!

Micha deed dat. Hij had oog voor het onrecht in Israël.
En hij had oog voor het gevaar dat zijn volk boven het hoofd hing.
Maar hij had ook oog voor dat God naar zijn volk zou omzien.
Dat Hij hen door dat alles heen vast zou houden.

En Maria en Elisabet deden dat ook.
Vertrouwen op de belofte van de engel betekende niet dat ze de situatie waar ze in zaten ontkenden.
Maar ze vertrouwden erop dat er méér is.
Dat die situatie niet alles was.

En zo geldt dat ook voor ons.
Geloven is realistisch naar de wereld en naar ons eigen leven kijken.
En de dingen die we daar zien niet ontkennen.
Het is in de wereld staan.
Maar wel vanuit het vertrouwen dat er méér is.

Dat er een levende God is,
Die ieder van ons persoonlijk kent.
Voor Hem zijn wij geen kleine mensen,
Hij vindt ieder van ons belangrijk.
Wij mogen er zijn voor Hem.
En vanuit het vertrouwen dat die God naar ons omziet.
En dat op een dag Zijn toekomst zal aanbreken.
Want dat heeft hij beloofd.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *