Een loflied van Paulus
Een loflied van Paulus

Een loflied van Paulus

Tekst: Efeziërs 1:1-23

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Heb je wel eens gehad, dat je ergens zo blij over was, dat je zomaar gaat zingen, of gaat dansen!
Je ziet voetballers altijd een vreugderondje doen als ze een doelpunt hebben gemaakt.
Of als je je diploma hebt gehaald, dat kan ook reden zijn voor een vreugdedansje!
Of als je, na je eerste kus, afscheid hebt genomen en weer naar huis loopt.
Dat je zingt, en danst, en je je van blijdschap niet stil kunt houden!

Dat is precies wat er gebeurt in hoofdstuk 1 van de brief van Paulus aan de Efeziërs.
Paulus schrijft een brief aan de gemeente.
En ook hij kan zich daarin niet stilhouden!
Hij begint zijn brief met een loflied voor God.

Wat bent U een prachtige God! Want er is zoveel dat U aan ons geeft!
Toen U Uw zoon Jezus aan ons gaf, klonken daarin zoveel beloftes mee!

Om maar een paar dingen op te noemen:
-In Jezus zijn wij kinderen van God geworden.
-In Jezus heeft God onze zonden vergeven.
-In Jezus geeft God ons hoop.
-In Jezus geeft God ons de belofte van nieuw leven.
-In Jezus geeft God ons de heilige Geest, die ons leven mag veranderen.

Het is als het lied van Elly en Rikkert, die zingen: weet je, dat je van waarde bent.
Weet je, dat je een parel bent, een parel in Gods hand?

Paulus gunt het aan de mensen die zijn brief lezen,
dat ze dat diep tot zich mogen laten doordringen.
Ik bid dat jullie mogen zien waarop je mag hopen,
hoe rijk de gaven zijn die God aan jullie wil geven,
hoe overweldigend de kracht van God is,
die ook in jullie, in ons, aan het werk is.

Het is alsof Paulus wil zeggen: word wakker! Doe je ogen open, en kijk!
Zie hoeveel God van je houdt!
Dat kun je zien, als je naar Jezus kijkt, naar zijn sterven, en opstanding.
Zie dat God je niet loslaat, wat je omstandigheden ook zijn!
Heb oog voor dat God er echt is!

Ik zei: wat je omstandigheden ook zijn.
Want als je puur naar de omstandigheden kijkt,
dan heeft Paulus als hij deze brief schrijft helemaal niet zoveel om blij over te zijn.
Er was een tijd waarin hij alles had.
Hij had rijke ouders. Had een gerespecteerde opleiding, van een bekende rabbi.
Hij had een veelbelovende carrière.
Ik denk dat de Joodse leiders in hem één van de leiders van de toekomst zagen.

En Paulus, die wilde zichzelf bewijzen.
Laten zien dat ze het bij het rechte eind hadden.
Fanatiek, vol vuur, nam hij deel aan het vervolgen van de mensen die geloofden dat Jezus de messias was, dat Jezus Gods zoon was.
Hij liet ze opsluiten, zelfs ter dood veroordelen.

Maar nu, jaren later, was Paulus zelf een van die christenen geworden.
En hij had niets meer.
Hij zat nu zelf in de gevangenis, in Efeze.
Voor de zoveelste keer opgepakt omdat de mensen niet wilden horen wat hij te zeggen had, of het zelfs gevaarlijk vonden wat hij te zeggen had.
Dat kon nog in die tijd.
En op sommige plekken in de wereld is het nog steeds zo:
als je iets zegt wat de autoriteiten niet aanstaat, word je zo opgepakt.

Maar het lijkt bijna alsof het Paulus niets kan schelen, dat hij in de gevangenis zit.
Alsof hij zegt: laat maar komen.
Het maakt voor mij niet uit.
Ik blijf verkondigen wat ik steeds heb verkondigd.
En dat doet hij nu ook in deze brief, aan de mensen in de omgeving van Efeze,
de stad waar hij gevangen zit.
Hij schrijft niet eens over zijn omstandigheden.
Wat er nou toch met me gebeurd is, ik moet even mijn hart luchten…
Nee, hij wil, in zijn situatie, de mensen die zijn brief lezen een hart onder de riem steken.
Je hoeft niet bang te zijn!
Maak je geen zorgen.
Kijk wat God aan jou en aan mij geeft.
De liefde die Hij voor ons heeft.
Dát is wat ertoe doet!
Dat is waar Paulus voor leeft.
Hij laat zich niet meer intimideren, niet meer bang maken.

Ik weet niet hoe dat voor jou is, maar ik herken me daar eerder niet in dan wel.
Soms zou ik wel willen dat ik daar een beetje meer van had.
Ik vind het namelijk wel belangrijk wat mensen van me vinden.
Of ik maak me druk om hoe mensen over me denken.
Bijvoorbeeld: kunnen mensen, kunnen jullie, wel iets met wat ik zeg?
Of zijn jullie het er helemaal niet mee eens?
Misschien is dat wel zo, ik weet het niet!

Misschien dat je dat wel herkent, in je eigen leven, op hele andere vlakken.
Op jouw werk, of op je school.
Of in het dorp. Daar vinden ook veel mensen wat van elkaar.
Hoe kan je daar nou goed mee omgaan?
Het is zo makkelijk gezegd: trek je d’r niks van aan.
En toch doe je dat vaak wel.

En, dat klinkt misschien een beetje gek, misschien herken je dat, misschien ook niet:
ook wat God van me vindt, dat kan me wel bezighouden.
Leef ik zoals Hij dat van mij verlangt?
In de keuzes die ik maak, zet ik Hem daarin voorop, of toch meer mezelf?
En is dat verkeerd?
Kan ik het anders?
Best een moeilijke vraag!

Daarnaast, ik denk dat veel mensen dat wel herkennen,
Leven we in een tijd waarin je zelf iets van je leven moet maken.
Je wilt gelukkig zijn. Het goed hebben.
Een leuke baan, een leuke partner. Gezond blijven.
Ook daarin wil je de juiste keuzes maken.
En zijn we misschien best vaak bang om een verkeerde keuze te maken.

Ik weet niet of je die term kent,
Maar veel mensen hebben in deze tijd last van the fear of missing out.
Ik denk dat je dat kunt vertalen met: de angst om een kans te missen.
Want je hebt maar één leven!
En daarin móet je het waar zien te maken.

Een hele last!
Want er zijn heel veel dingen die je niet waar kúnt maken.
Zo maakbaar is het leven niet.
Ik denk dat voor de meeste mensen geldt,
als je aan het einde van je leven staat, en je kijkt terug:
Dat er dingen zijn waar je op hoopte toen je jong was, en die zijn uitgekomen.
Maar ook dingen, waar je op hoopte,
dromen die je had, die niet zijn uitgekomen.
Die je niet waar hebt kunnen maken.
Of je hebt op een bepaald moment, bewust of onbewust,
een ander pad gekozen dan die droom die je eerst had.
Er is niemand voor wie het leven zó loopt als je van tevoren bedenkt.

Onzekerheid.
De angst om iets te missen.
De angst om het niet goed te doen, voor de mensen om je heen, voor God.
Angst voor wat mensen van je vinden.
Zorgen om je omstandigheden.
Het lijkt wel, als je de brief van Paulus leest, dat hij daar totaal geen last heeft!

En dat bevreemdt mij af en toe wel.
Paulus zit in de gevangenis.
Maakt hij zich daar dan echt niet druk om?
Ik kan het me niet voorstellen.
Zijn vrijheid is van hem afgenomen.
Hij weet niet wat er gaat komen.
Hoe lang hij daar nog zit. Óf hij weer vrijkomt.
Dat moet toch iets met je doen?
Dat kun je niet zomaar van je af laten glijden, alsof het niks is.
Zo stoïcijns zal Paulus toch ook niet geweest zijn?

Ik denk dat het Paulus bést wel wat deed. Dat móet wel.
Paulus was ook maar een mens.
Maar ik denk ook dat Paulus wel een plek heeft waar hij kracht uit kan putten, ondanks zijn omstandigheden.
Kracht om niet alleen met zijn eigen omstandigheden bezig te zijn,
Maar ondanks dat, zelfs anderen een hart onder de riem te kunnen steken.

Paulus put zijn kracht niet uit dat het goed met hem gaat.
Hij put zijn kracht ook niet uit dat de mensen om hem heen zeggen:
goed bezig, en hem met complimenten overladen.
Hij put zijn kracht niet uit dat hij denkt: ik doe het altijd goed, ik maak altijd de goede keuzes, en daarom houdt God van mij.
Hij put zijn kracht niet uit zichzelf, uit zijn eigen wilskracht.
Hij vindt zijn kracht ergens anders.

Paulus put zijn kracht uit de liefde van God, die onvoorwaardelijk is.
Paulus put zijn kracht uit zijn vertrouwen dat God hem niet loslaat.
Paulus zegt, dat is de kern van zijn geloof:
ik leef niet meer voor mezelf. Of vanuit mezelf.
Doordat ik in Jezus geloof, leef ik, in hem, en Hij in mij.

Ik vind dat altijd zulke diepe woorden.
Want daarmee bedoelt Paulus:
Jezus is mijn hoop. Jezus is mijn kracht. Jezus is het die mij op de benen houdt.
Jezus is de grond waarop ik kan staan.
Waardoor ik kan weten dat God van mij houdt.
Dat ik zijn kind mag zijn.
Door Jezus mag ik weten:
God vergeeft mijn zonden, waar ik tekort schiet, waar ik verkeerde keuzes maak, verkeerde afslagen neem.
Jezus geeft mij hoop, dat dit leven niet alles is.
Dat mijn keuzes nu, mijn gezondheid nu, mijn geluk,
niet alles hoeft te zijn waar ik mijn hoop op hoef te stellen. Maar dat er meer is.
Meer dan dit leven.
Meer dan de omstandigheden waar ik me nu in bevind.
Dat er een God is die zoveel groter is dan mijn omstandigheden,
En die op elk moment bij mij is.
Die God houdt van mij. Die God houdt ook van jullie!

Hoe mooi is het om dat echt tot je door te laten dringen.
De dingen die Paulus hier schrijft,
In dit loflied aan God, om alles wat God aan ons geeft.

Het is alsof Paulus tegen zijn lezers, tegen ons, wil zeggen:
Laat dat nou eens diep tot je doordringen.
Tot in de kern van je bestaan.
Adem dat.
In Jezus mag je weten: ik ben geliefd.
Ik ben vergeven. Ik ben gered.
Hij mag de grond zijn waarop je stevig staat.
Ook jij bent gestempeld met de heilige Geest.
God is aanwezig in je leven.

Wat zou er gebeuren, als je dat écht tot je laat doordringen, wat dat betekent?

Ik denk wel eens:
Als je geloven, als je het leven, ziet als iets waarin je het vooral zélf goed moet doen,
Als je je leven steeds langs een meetlat legt:
ben ik wel goed genoeg, doe ik het wel goed?
Dan kan het heel zwaar gaan voelen.
Het kan je zelfs verlammen.
Of het kan maken dat je die meetlat niet alleen langs je eigen leven legt,
Maar ook langs dat van anderen..

Paulus draait het om.
Hij zegt: Je bént al een kind van God.
God heeft je al het nieuwe leven gegeven.
Een nieuw leven, in Jezus.
Een leven waarin je mag leven uit genade, uit vergeving, uit liefde.
Het kan niet anders dan dat verandert hoe je in het leven staat.
Hoe je naar jezelf kijkt, en naar andere mensen kijkt.
Wat je belangrijk vindt.
Waar je je door laat leiden.

We zeggen het graag tegen kinderen: je bent een kind van God.
Het lied van Elly en Rikkert lijkt een kinderlied: weet je dat de Vader je kent?
Maar het geldt voor ons allemaal, of we heel jong zijn, of heel oud.
Dat we kinderen van God zijn, betekent dat God vol liefde naar ieder van ons kijkt.
Zoals God tegen Jezus zegt, als Jezus wordt gedoopt: jij bent mijn geliefde zoon.
Zo zegt Hij dat ook tegen jou en mij:
Jij bent mijn geliefde zoon, jij bent mijn geliefde dochter.

Paulus zegt: dat is de grond waarop wij, als christenen staan.
Daar mogen we uit leven.
Dat is de belofte, die we in Jezus hebben gekregen.

Daar mogen wij ons door in laten schakelen.
In Christus leven, is een leven dat je uitdaagt, om met alles wat je bent,
achter Hem aan te gaan.
Het stempelt je leven, je keuzes, wat je belangrijk vindt.

Maar boven alles is het leven uit genade.
Uit het besef dat God het ons gewoon wil geven.
Het besef dat het niet van jouw inspanningen af hoeft te hangen.
Dat ook ons falen, ons tekortschieten, Gods liefde niet in de weg zit.
Dat zijn liefde de kern is waar wij uit mogen leven.

Paulus gunt dat ook zo aan de mensen om hem heen.
Niet een geloof dat al je moeilijkheden, al je problemen oplost.
Maar wel een geloof dat je kracht mag geven, tegen je omstandigheden in.

Paulus zegt: ik wil leven in Jezus. Vanuit zijn genade.
Want dat is genoeg.
Zelfs in de gevangenis, is dat wat Paulus op de been houdt.
Wat hem de kracht geeft om anderen moed in te spreken.

Zelfs dan zingt hij een loflied voor God.
Omdat hij niet anders kan!
En maakt hij een vreugdedans.
Want zo groot is de liefde, van de God in wie Hij gelooft!
In wie wij geloven!
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *