Een levende kerk (Hand. 2)

Tekst: Handelingen 2:43-47

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Toen ik in Kampen theologie studeerde,
kwam er elk jaar een groep internationale studenten naar de universiteit.
Het waren studenten van over de hele wereld,
die bij ons een jaar lang een master kwamen volgen.
En zoals het voor ons een cultuurshock is als wij naar een heel ander land gaan, bijvoorbeeld naar India, of naar een land in Afrika, of Zuid-Amerika,
zo was het voor hen een enorme cultuurshock om bij ons te komen.
Ik weet nog dat we ze moesten leren fietsen.
Dat was een heel karwei. Doodeng vonden ze het.

Waar die studenten ook erg aan moesten wennen,
waren de kerkdiensten in Nederland.
Ik herinner me de verwondering op het gezicht van een jonge man uit Zambia die vertelde over een dienst die hij bezocht had in Nederland.
Hij zei: in Zambia is een kerkdienst echt een feest! We zingen, en dansen.
In Nederland zit iedereen stil voor zich uit te kijken.
En hij begreep het echt niet.
Want in Nederland was hij ook naar een voetbalwedstrijd geweest,
en daar konden de mensen het wel:
Iedereen ging helemaal uit hun dak!
Waarom zaten diezelfde Nederlanders in de kerk dan zo stil en zwaarmoedig voor zich uit te staren?
Was het geloof dan niet iets moois?
Iets om te vieren?

Ik herinner me ook een gesprek met een van mijn catechisanten,
die een kijkje had genomen bij de VBG in Groningen.
Als je daar komt, dan voel je iets van hun enthousiasme!
Je hebt er mooie muziek.
En je komt er veel meer leeftijdsgenoten tegen.
Daar is het geloof heel voelbaar, heel tastbaar aanwezig!
Er wordt daar ook gebeden om genezing, wat bij ons eigenlijk nooit gebeurt!

En dan lees je de tekst die wij vandaag met elkaar hebben gelezen, uit Handelingen, over het ontstaan van de eerste gemeente, na Pinksteren.
En dan kán je het gevoel bekruipen:
Lijken wij nog wel op die kerk?
Ik zal hem nog eens met jullie lezen.

De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag.
Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk.
Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden.
Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel,
braken het brood bij elkaar thuis,
en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde.
Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk.
De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

Je leest daar over een kerk waar iets gebeurt.
Waar het bruist!
Waar je iets van Gods aanwezigheid kunt merken.
Waar mensen heel zichtbaar en tastbaar leven vanuit hun geloof.

Die kerk, zou dat niet de blauwdruk moeten zijn voor hoe wij ook in deze tijd nog kerk zijn?
Zouden we ons daar niet aan moeten spiegelen?
Zouden we daar niet naar mogen verlangen, om zelf als gemeente ook zo te zijn?

En toch zou ik willen zeggen dat de kerk, zoals die in Handelingen wordt beschreven,
geen blauwdruk is van hoe de kerk zou moeten zijn,
maar juist een beeld van hoe de kerk nu nog steeds is!
Ook onze eigen kerk.

Want je kunt je er een beetje op verkijken.
Dit gedeelte uit Handelingen gaat niet in de eerste plaats over dat de kerk op een hele spectaculaire manier van start gaat,
Als iets dat wij vast moeten houden,
Dat wij, ook in onze tijd, weer voor elkaar moeten boksen.
Dit gedeelte uit Handelingen gaat over de heilige Geest,
die in mensen aan het werk gaat.
Die begint om de kerk te vormen.

Het boek Handelingen is geschreven door de evangelist Lukas.
En eigenlijk is hoe Handelingen begint helemaal niet zo anders dan hoe het boek Lukas begint.
Dat begint namelijk met het Kerstverhaal.
Maria ontvangt de heilige Geest, en krijgt een kindje, Jezus.
Jezus, die geen groots en succesvol leven leidt,
Maar die geboren wordt in hele kwetsbare omstandigheden.
En die zijn leven lang deel blijft uitmaken van die wereld waar hij in geboren is:
Een wereld van armoede, onrecht, en kwetsbaarheid.

Jezus komt niet om in één klap een einde te maken aan al die problemen,
Ook niet om zichzelf te laten prijzen door de mensen,
En niet om de mensen in te palmen met de wonderen die hij doet,
Maar hij komt om te dienen, en lief te hebben.
En de mensen over zijn Vader te vertellen.
Hij komt om zijn leven te geven voor de mensen, voor de wereld die hij liefheeft.
De weg die Jezus gaat is niet een weg van succes, en kracht,
maar een weg van kwetsbaarheid, en van liefde.
Het verbazingwekkende komt als gebeurt wat niemand had kunnen denken:
Als hij opstaat uit de dood.
Als hij, juist door zijn kwetsbaarheid, en door zijn liefde,
het kwaad en de dood buitenspel zet.
En het boek Handelingen is eigenlijk net zo!

Voordat Pinksteren aanbrak hadden de leerlingen van Jezus nog helemaal niet het idee: wij gaan een kerk vormen.
Ze zaten samen in een kamer te bidden, en te wachten op wat er zou komen.
Dat met Pinksteren de eerste christelijke gemeenschap ontstond,
Dat hadden ze zelf helemaal niet in de hand.
Daar droegen ze zelf niets aan bij.
Het was wat de Geest in hen, en door hen deed.

Het begint met dat de heilige Geest wordt uitgestort over de leerlingen van Jezus.
En die begint door ze heen te werken.
En er ontstaat, zomaar uit het niets,
een gemeenschap, van mensen die in Jezus geloven.
Dat Hij niet dood is, maar leeft.
Een gemeenschap van mensen die samen achter hem aan willen gaan.
Die samen willen leven uit de liefde die God aan ze geeft.
Die God aan ze heeft laten zien in Jezus.

En zo’n gemeenschap, dat zijn wij nog steeds.
De Heilige Geest werkt ook in ons.
Ook in onze kerken is Hij aanwezig.

Juist daar waar het kwetsbaar is, en klein,
Waar je weet dat je het alleen niet redt,
Daar komt ruimte voor dat je je van God afhankelijk mag weten.
Daar komt ruimte voor de heilige Geest om aan het werk te gaan.

Ik zie de Geest aan het werk als we iemand in ons midden mogen dopen die als kind nog niet gedoopt is.
Dat is de afgelopen jaren al een paar keer gebeurd!

Ik zie de Geest aan het werk als mensen een mooi gesprek hebben met elkaar.
Of als ik met iemand aan het bellen ben,
en diegene met me deelt dat hij of zij op een moeilijk moment kracht uit zijn of haar geloof haalt.

Of als ik met iemand mag bidden,
en ik merk dat het diegene, en ook mij, weer nieuwe kracht geeft.
Ik zie de Geest aan het werk als het iemand lukt om na een verlies weer zijn of haar weg te vinden.

Ik zie de Geest aan het werk als we, zoals vorige week,
een prachtige Pinksterdienst hebben,
die de grenzen van kerken overstijgt.
En waarin de voorgangers iets delen van wat Pinksteren voor hen zelf betekent. Waar zij zelf iets van God hebben ervaren.

Ik zie de Geest aan het werk als ik met iemand van een hele andere kerk een Alpha-cursus mag leiden,
waar we met mensen die normaal niet naar de kerk gaan hele mooie gesprekken mogen hebben over het geloof.
Of als ik hoor dat een kindje is gedoopt van iemand die ik op een Bijbelstudiegroep heb gehad.
En nog op heel veel andere momenten zie ik de Geest aan het werk.
En jij zelf misschien ook wel!
Niet altijd in hele grote dingen, ook in dingen die op het eerste oog heel klein zijn.
Je moet er alleen wel je ogen voor openen.
Het durven zien.

Want er zijn zoveel manieren waarop de Geest, ook in ons midden,
in onze gemeentes en in onze tijd aan het werk is!

Dat maakt me dankbaar.
Ook voor de kleine kerken die wij zijn,
waar misschien niet zoveel jonge mensen meer zijn.
Kerken die misschien niet zo flitsend zijn.
Omdat dit een plek is waar wij een liefdevolle gemeenschap met elkaar mogen vormen.
Waar God zelf in ons midden is.
Daar geloof ik in, en daar vertrouw ik op.

Er zijn misschien dingen waarin wij niet zoveel lijken op die eerste kerk.
Maar ook dingen waarin wij wel op de mensen lijken die die gemeenschap vormden.
Wij vormen ook een gemeenschap.
We proberen, met vallen en opstaan, om elkaar te denken, elkaar lief te hebben.
Wij breken ook samen het brood,
als herinnering aan Jezus, die is gestorven en is opgestaan.
Want dat is het centrum van alles.
Wij bidden met elkaar.
Voor elkaar, en voor de mensen om ons heen.

Zelfs nu, op afstand, vormen wij samen een kerk.
Ook nu zie ik de Geest aan het werk.
Want nu, tijdens Corona, maken kerkmuren ineens niets uit.
En vinden we elkaar, over kerkgrenzen en dorpsgrenzen heen.

Wij hoeven ons als kerkgemeenschappen in deze tijd niet minderwaardig te voelen.
Maar we mogen vreugde vinden,
in het besef dat, ook al zijn we misschien kwetsbaar, zwak en onaanzienlijk,
God in ons midden is, door zijn Geest.
En het gaat niet om wat wij doen, of voor elkaar krijgen.
Maar om wat Hij doet, in ons, en door ons heen.

Dus probeer de komende tijd eens om je heen te kijken:
Waar zie jij de Geest van God aan het werk?
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *