Preken

Een koninkrijk van priesters

Exodus 20:1-17 en Exodus 19:1-6

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Afgelopen week las ik in de krant een heel opvallend nieuwsbericht:

Museumbezoekster gearresteerd na omver schoppen godinnenbeeldjes.

Vrijdag rond half drie loopt een circa zeventigjarige vrouw ogenschijnlijk rustig Buitenplaats Doornburgh in Maarssen binnen. Het zijn de laatste dagen van de Exodus-tentoonstelling van het Bijbels museum.
De bejaarde dame loopt kalm tot het einde van het eerste kunstwerk, een colonne Asjerabeeldjes, (beeldjes van de godin Asjera).
Ze roept: ‘Er is maar één God, maar één Jahweh’. Dan begint ze er doorheen te stappen en de beeldjes omver te schoppen. ‘Alles moet kapot’, roept ze. Terwijl ze wild om zich heen trapt, vragen medebezoekers zich nog even af of dit onderdeel is van een performance. Toegesnelde museummedewerkers halen haar uit de massa scherven. In luttele minuten is een kwart van het kunstwerk aan gort geschopt.

Zulke berichten lees je niet elke dag!
Toen ik dat las, wist ik eerlijk gezegd niet zo goed of ik er nou om moest lachen, of dat ik het gek moest vinden,
of dat ik er eigenlijk wel wat bewondering voor heb.
Het is natuurlijk vernieling, en dat kan gewoon niet.
Maar aan de andere kant is dit ook een soort heilige woede.
Een verontwaardiging van deze vrouw. Er is maar één God!

In de Bijbel lees je wel meer dat beelden en monumenten voor afgoden vernield werden.
Ook beelden en monumenten voor de godin Asjera!
Asjera was een Kanaänitische godin.
De Kanaänieten waren het volk dat in Kanaän, in Israël woonde, voor de Israëlieten daar woonden.
De Israëlieten geloofden in één God.
Maar alle volken en culturen om Israël heen geloofden in meerdere goden.
Zij waren de uitzondering!

En zoals het in onze tijd moeilijk kan zijn om niet onder de indruk te raken van mensen die zeggen dat God niet bestaat,
Zo was het in die tijd voor Israëlieten moeilijk om niet onder de indruk te raken van al die prachtige godenbeelden van volken om ze heen.
Goden voor vruchtbaarheid, en kracht, en een goede oogst.
Goden die tastbaar waren, die zichtbaar waren, terwijl hun eigen God dat niet was.

Want dát was juist wat hen anders maakte dan andere volken:
Zij geloofden in de éne God, de God van Abraham, Isaak en Jakob,
Ik ben die Ik ben,
Ik zal er zijn.

De lezing van vandaag gaat daar over.
Het gaat over dat Israël apart gezet was.
Dat dat juist Gods bedoeling was met het volk Israël:
Zij moesten níet zijn zoals de volken om ze heen.
God wilde dat zij een volk waren dat Hem diende, dat alleen in Hém geloofde.

De tien geboden, die hebben we gelezen, die beginnen daarmee:
‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
Vereer naast Mij geen andere goden.

En het Bijbelgedeelte dat we daarna hebben gelezen, uit Exodus 19,
Staat in de Bijbel vlák vóór de tien geboden.
Eén hoofdstuk eerder.

De tien geboden zijn heel bekend.
Die worden vaak voorgelezen in de kerk.

En dat gedeelte dat we hebben gelezen, uit Exodus 19,
zegt iets over waaróm God de tien geboden geeft.

De tien geboden zijn een onderdeel van een belofte die God aan het volk Israël doet in de woestijn.
Een verbond dat God met Israël sluit.

Nou is dat een woord dat we in het dagelijks leven niet meer zoveel gebruiken: verbond.
Ook in de kerk is dat woord wat op de achtergrond geraakt.
Terwijl het eigenlijk iets heel moois is.
God sluit een verbond met Israël.

Misschien kijk je wel eens naar ‘Wie is de mol’.
Daar sluiten mensen soms een ‘bondje’ met elkaar.
Een soort afspraak.
Jij hebt mij, ik help jou.

In de Bijbel is een verbond nog wat meer.
Een verbond is gebaseerd op een belofte.
Het is dat je je aan elkaar verbindt.
Het huwelijk zien we in de kerk bijvoorbeeld als een verbond.
Je belooft om van elkaar te houden, en bij elkaar te blijven, en voor elkaar te zorgen.
Als het goed gaat, en ook als het minder gaat.

En dat is eigenlijk ook wat hier gebeurt, in Exodus 19.
God verbindt zich aan het volk Israël.
Hij zegt: ik zal jullie God zijn, en jullie zullen mijn volk zijn.

Ze zijn op dat moment in de woestijn,
bij de berg Sinaï.
Exodus 19 speelt zich af kort nadat Israël door God is bevrijd uit Egypte.
Bevrijd van de slavernij.
God had ze gered.
Toen de Farao ze wilde doden,
Had God het water van de zee gespleten,
waardoor ze veilig naar de overkant konden lopen.
Ze waren eindelijk vrij!
Eindelijk verlost van de slavernij.

In het stukje film dat we hebben gekeken zie je heel mooi hoe dat geweest moet zijn.
Een gevoel van opluchting, van blijdschap.
Maar je ziet ook een oude man naar de grond kijken.
Hij laat het zand door zijn handen glijden.
Waar zijn we nu terecht gekomen?
In de woestijn.
Hoe moet het verder vanaf hier?
Wat moeten we eten, en drinken?
Waar zullen we terecht komen?
Wat voor gevaren zullen we nog tegenkomen onderweg?

En dan leidt God het volk eerst naar de berg Sinaï.
Voor ze de reis gaan maken door de woestijn, naar het beloofde land.

En als ze daar zijn gekomen,
Zegt God tegen het volk Israël:
Ik heb jullie op adelaarsvleugels gedragen en je hier bij mij gebracht.
Ik heb jullie beschermd, en dat zal ik blijven doen.
Daar mag je op vertrouwen.

Een mooi beeld.
Dat God zichzelf vergelijkt met een adelaar,
die haar jongen draagt op haar vleugels.

Daarmee zegt God tegen het volk Israël: ik geef om jullie.
Dat heb ik laten zien door jullie te bevrijden.
Ik heb voor jullie gezorgd toen jullie het moeilijk hadden.
Ik heb jullie beschermd.
Ik heb jullie gedragen, en hier bij mij gebracht.
Je hoeft dus niet bang te zijn.

Als jullie míjn woorden ter harte nemen,
En als jullie je aan het verbond met Mij houden.
Zullen jullie een kostbaar bezit voor mij zijn.
Kostbaarder dan andere volken.
Want de hele aarde behoort Mij toe.
Dat is iets heel bijzonders,
Dat God zich zo aan dit volk in de woestijn verbindt.
Dat God tegen ze zegt:
Jullie zijn mijn volk.
Ik zal jullie beschermen.

Hij zegt: de hele aarde behoort Mij toe.
Alle volken behoren Mij toe.
Maar ik kies júllie uit.
Jullie zullen voor mij kostbaarder zijn dan andere volken.

En je kán je afvragen: hoe zit dat?
Waarom kiest God in de Bijbel, van alle volken die er zijn, één volk uit als zijn volk?
Wat betekent dat?
Waarom doet God dat?

Deze belofte van God, in Exodus 19, komt niet uit de lucht vallen.
Die verbondheid van God met het volk Israël, dat begínt niet in Exodus 19.
Dat gaat veel verder terug.
Helemaal naar Abraham.
Het begint met dat God tegen Abraham zei:
‘Trek weg uit je land, en ga naar het land dat Ik je zal wijzen.
Ik zal je tot een groot volk maken,
Ik zal je zegenen,
een bron van zegen zul je zijn.

Met Abraham sloot God al een verbond.
Ik zal jouw nageslacht tot een groot volk maken.
En daar zegt God nog iets bij:
in jou, Abraham, zullen álle volken op aarde gezegend worden.

En die zin zegt heel veel over waarom God Israël uitkiest als zijn volk.
Iets dat je ook weer terugziet in de lezing van vandaag, in Exodus.
God zegt tegen Abraham: in jou zullen alle volken gezegend worden.
Dus God kiest Israël niet uit omdat Hij alle andere volken links wil laten liggen.
God kiest Israël uit, omdat Hij door Israël heen álle volken wil zegenen.

Maar hij verbindt zich wel aan dat volk.
Het volk Israël krijgt voor God wel een bijzondere positie.
Hij zegt: de hele aarde behoort Mij toe,
Maar jullie zullen een kostbaar bezit voor mij zijn.
Kostbaarder dan andere volken.

En de reden daarvoor is dat God hen uitkiest met een doel.
God wil dat ze een koninkrijk van priesters zijn.
Een heilig volk.
Heilig, dat betekent ‘apartgezet’.
Dat betekent dat ze anders moeten zijn dan de volken om ze heen.
Daarom geeft God de tien geboden.
Volken om ze heen vereerden allemaal andere goden.
Daar maakten ze beelden van, waar ze voor neerknielden.

Maar ik wil dat jullie ánders zijn, dat jullie het anders dóen, zegt God.
Ik wil dat jullie alleen Mij vereren.
En dat jullie rechtvaardig zijn.
Dat jullie niet doen wat je maar wil,
maar dat jullie leven weerspiegelt dat jullie bij Mij horen.

Dan zullen jullie een koninkrijk van priesters zijn.
Dat klinkt apart: een koninkrijk van priesters.
Wij hebben geen priesters meer in de protestantse kerk, dus dat beeld staat wat verder van ons af.
Maar in het Joodse geloof is de priester iemand die in de tempel de dienst aan God verricht.
Iemand wiens leven gericht is op God,
Die God aanbidt.
Dat aan de ene kant.

En het is ook iemand die bij God bidt voor de mensen om zich heen.
Die bij God pleit voor de mensen om zich heen.

Als God zegt: ik wil dat jullie een koninkrijk van priesters zijn,
Dan zegt dat iets over de rol die het volk Israël mag vervullen naar de mensen om zich heen.
Zij mogen in hun doen en laten, laten zien wie God is.
Dat God een goede God is, een rechtvaardige God, een liefdevolle God.
Een heilige God.

Dat verbond dat God met Israël sluit,
die verbinding die Hij met ze aangaat, gaat twee kanten op.
Zoals het ook twee kanten op gaat als je met elkaar trouwt.
Je belooft elkaar trouw te zijn.
Je belooft bij elkaar te blijven, en voor elkaar te zorgen.
Zo zegt God:
Ik wil dat júllie je ook houden aan dat verbond.
Dat jullie Mijn woorden ter harte nemen.

Zij mogen een spiegel zijn van God.
Zodat ook de mensen uit de volken om ze heen van hun God onder de indruk raken.
Bij die God wil ik óók horen.

Nou is de spannende vraag als wij dit gedeelte lezen:
Wat betekent dit Bijbelgedeelte voor ons?
Want wij zijn geen Israëlieten.
Het waren niet onze voorouders die daar stonden in de woestijn.
Betekent dat dat wij erbuiten staan?
Dat wij niet kostbaar zijn in Gods ogen?
Waarom lezen we dit eigenlijk?
Waarom is dit voor ons een belangrijke tekst?

Ook dat heeft weer te maken met die woorden die God zegt tegen Abraham:
In jouw nageslacht zullen alle volken gezegend worden.

Want wij geloven dat God, door het volk Israël heen, iets heel bijzonders heeft gedaan.
Dat tweeduizend jaar geleden een Joods kind werd geboren, met de naam Jezus.
En dat in Hem alle volken gezegend zijn.
Dat met hem die belofte die God aan het volk Israël heeft gedaan,
Dat verbond dat God met Israël heeft gesloten,
Groter is gemaakt.
Dat God zich heeft verbonden aan álle mensen.
Dat is wat Jezus heeft gedaan.
God had zich verbonden aan Israël,
Maar met het doel dat door Israël heen alle volken gezegend zouden worden.

En door Jezus mogen wij daar nu bij horen.
Daarom lezen wij als christenen ook het Oude Testament.
Wij hebben onze oorsprong in het Jodendom.
Wij zijn verbonden met het Joodse volk.
Jezus was zelf Joods,
En de eerste christenen waren Joods.

Voor hen kwam het christelijk geloof niet in plaats van het Joodse geloof,
het was er onderdeel van.
Voor hen was het juist een verrassing dat ook veel mensen die niet Joods waren, in Jezus gingen geloven.
Dat was een gezinsuitbreiding, zou je kunnen zeggen.

Wij geloven dat die verbondenheid van God, met het Joodse volk, niet voorbij is.
Het volk Israël blijft Gods volk.
Maar door wat Jezus heeft gedaan,
Doordat Jezus zijn leven voor ons heeft gegeven,
mogen wij daar nu bij horen, ook al zijn wij niet Joods.
Mogen wij daar nu deel van uitmaken.
Wij zijn als het ware geadopteerd in het gezin van God.

En dat betekent dat die woorden die God zegt tegen Israël in Exodus 19, ook voor ons gelden.

Het is mooi om daar bij stil te staan.
Dat God, net als hij tegen het volk Israël zei in de woestijn,
Ook tegen ons zegt:
Ik heb je op adelaarsvleugels gedragen, en je hier bij mij gebracht.
Ik wil jou God zijn.

En dat God ook tegen ons zegt:
Jullie zijn een koninkrijk van priesters, een heilige natie.

Dat is niet iets dat we zouden moeten zijn, of moeten worden.
We zíjn het al.

God heeft zich door Jezus aan ons verbonden.
En als wij met God leven,
In verbondenheid met God,
Dan mogen we onze omgeving tot zegen zijn.
Dan mogen we een spiegel zijn van God naar de mensen om ons heen.

Dat was Gods bedoeling met het volk Israël,
En dat is ook Gods bedoeling met óns.

En je zíet in de Bijbel dat dat soms best wel moeilijk kan zijn,
om dicht bij God te leven.
Het volk Israël vond dat ook moeilijk.

En toch mogen ze steeds weer merken dat God zich aan ze blijft verbinden.
Dat God ze blijft zoeken.

En dat is ook heel bemoedigend.
Het hangt niet van ons af.
Zelfs als wij God kwijtraken, of als we de plank misslaan,
Dan blijft God ons zoeken.

Maar het is wel mooi om te proberen om die liefde die God aan ons geeft,
met liefde te beantwoorden.

Die liefde van God, die zegt:
Ik heb jullie op adelaarsvleugels gedragen en jullie hier bij Mij gebracht.
Jullie zullen een kostbaar bezit voor Mij zijn.
Een koninkrijk van priesters, een heilig volk. Amen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *