Een buitenstaander als voorbeeld

Tekst: Lukas 7:1-10

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Een bestuurder, een leider,
die het goed voorheeft met de mensen over wie hij, of zij, is aangesteld,
Zoals de centurion uit het verhaal dat we vandaag hebben gelezen.
Zou je, als je eens bij jezelf nadenkt,
een naam kunnen bedenken van iemand die volgens jou echt een goede bestuurder is?
Iemand die het goede zoekt voor de mensen over wie hij of zij is aangesteld?
Misschien dat er wel iemand in je opkomt.

Als je naar het wereldtoneel kijkt, dan lijken zulke bestuurders soms ver te zoeken.
De wereld is vol van machtige mensen die vooral vol zijn van zichzelf.
Die zich corrupt laten maken door hun macht.
Die het inzetten voor kwaad, in plaats van voor goed.

Maar gelukkig is dat niet het hele verhaal. Gelukkig zijn er ook goede leiders.
Mensen die echt het goede zoeken voor de mensen over wie ze zijn aangesteld.
Die niet alleen besturen, doen wat van ze verwacht wordt,
maar die bereid zijn om nog een stap extra te lopen.
Mensen die zoeken naar vrede.

Die heb je op het wereldtoneel, ik moet denken aan Angela Merkel,
die laat zien dat je ook als politicus echt voor barmhartigheid kunt staan,
maar je hebt ze ook dichterbij.
Een bestuurder van het land, van een provincie, of van je woonplaats.
Ik zou wel mensen kunnen bedenken die ik echt hoog heb zitten,
die met liefde, barmhartigheid, zorg en trouw hun taak vervullen.
Die mensen waardeer je.
Je bent blij dat ze er zijn,
ook al is veel van wat ze doen vaak niet voor iedereen te zien.

Zo iemand was ook de centurion uit het verhaal dat we hebben gelezen.
Een bestuurder met hart voor de mensen.

Nou is er iets bijzonders:
Want die centurion is de bezetter. Hij is de vijand. Een Romein.

De Romeinen deelden de lakens uit in Judea, in de tijd van Jezus.
Het was een bezetting die al bijna een eeuw duurde.
De meeste mensen konden zich al niet meer herinneren dat het ooit anders was geweest.
Hooguit nog een paar, zoals sommige mensen nu nog de tweede wereldoorlog herinneren.
Maar voor ons is dat iets in de geschiedenis:
Voor hen was de oorlog nooit opgehouden. Ze waren altijd ‘bezet gebied’ gebleven.

In elk gebied waar de Romeinen de baas waren, waren soldaten gestationeerd.
Hun taak was om de bevolking in toom moesten houden.
Ze moesten zorgen dat de mensen rustig bleven, dat ze hun belasting afdroegen.

Zo was het ook de taak van de centurion.
Je kent misschien wel het franse woord ‘cent’, honderd.
Een centurion, dat was een kapitein over honderd soldaten.
Hij was in de regio van Kafarnaüm gestationeerd, om daar de rust te bewaren.
Maar hij was geen hoofdman die de bevolking overheersde, onderdrukte.
Hij bouwde mee aan de bloei van die plaats.
Vrede was voor hem niet dat er geen oorlog, geen strijd, geen opstand was.
Vrede was dat het goed ging met de mensen, over wie hij was aangesteld.

Je hebt daar genoeg voorbeelden van:
als je macht hebt, dan doet dat vaak iets met je.
Je voelt je verheven boven degenen over wie je macht uitoefent.
Maar niet deze centurion.
Hij had heel makkelijk, zoals zo vaak is gebeurd in de geschiedenis,
de plaatselijke Joodse bevolking kunnen kleineren.
Op ze neer kunnen kijken.
Maar in plaats daarvan bouwde hij aan vrede.

Je zou kunnen zeggen: hij liet zien wat leiderschap echt in kan houden.
Hoe je als leider een verschil kunt maken. Dat je je macht gebruikt ten goede,
ten dienste van de mensen over wie je bent aangewezen.
Hij had zelfs zijn soldaten bevolen om mee te bouwen aan een nieuwe synagoge! Eén waarvan de funderingen er nu nog staan,
als je die plek bezoekt waar Kafarnaüm is geweest.

Er was nog iets bijzonders aan deze centurion.
Hij was niet alleen een goede bestuurder.
Hij was ook iemand die zich verdiepte in de gebruiken van de mensen over wie hij was aangesteld,
en in hun geloof, in hun God.

Hij was zelf niet Joods.
Als buitenstaander kón je ook niet zomaar Joods worden.
Dan moest je écht de Joodse identiteit aannemen.
Je moest je laten besnijden, en als een Jood gaan leven.
Dat gebeurde bijna nooit,
En voor een Romeinse kapitein was dat al helemaal uitgesloten.
Dat kon niet.

Toch was deze Romeinse hoofdman wel onder de indruk geraakt van het Joodse geloof.
Dat zó totaal anders was dan het geloof in de Romeinse goden.
Dat waren goden die eigenlijk niks met je leven te maken hadden.
Die ver boven je stonden.
Die je af en toe een gunst verleenden als je ze daarom vroeg.
Als je ze een offer bracht.

De God van Israël was heel anders. Een persoonlijke God.
Die de mensen liet weten dat Hij het belangrijk vond hoe ze leefden.
Heb je naaste lief.
Zorg voor armen, voor wezen en weduwen.

En dat maakte de Joodse samenleving een totaal andere samenleving dan de Romeinse.
Veel minder een samenleving van ‘ieder voor zich,
en als het niet goed met je gaat heb je pech’.
Het was een samenleving waarin werd omgezien naar wie het minder had.
Want dat was wat God van de mensen vroeg.
Je kan je er best iets bij voorstellen dat dat een kapitein van het leger aan moet spreken:
duidelijke orders, richtlijnen, vanuit je geloof, voor hoe je moet leven.
Wat God van je verwacht.
Zo zat zijn geloof ook in elkaar.
Als God iets zegt, dan moet het gedaan worden.
Zoals hij orders moest aannemen van iemand die boven hem stond, als centurion,
en iemand die onder hem stond orders van hem moest aannemen,
zo zag hij God de allerhoogste.
Naar Hem moet je luisteren, doen wat Hij zegt.
En de centurion probeerde dat ook.
Door een goede bestuurder te zijn. Door liefdevol te zijn.
En dat maakte weer dat hij geliefd was bij de mensen.

Voor ons is dit helemaal niet zo’n bijzonder verhaal om te lezen.
Wij leven in een samenleving waarin iedereen gelijk is.
Maar voor de mensen in die tijd was dit verhaal echt de omgekeerde wereld,
in alle opzichten:
Joodse leiders,
die naar Jezus toe gaan, wat voor hen al niet vanzelfsprekend was,
om te pleiten voor een Romeinse centurion, een Romeinse kapitein.
En niet uit angst, maar omdat hij zo geliefd is bij hen!

Ze komen naar Jezus toe,
en ze sporen hem aan om naar het huis van de centurion toe te komen.
Want zijn dienaar, zijn slaaf is heel ziek.
Wie de slaaf was, en wat hij had, dat wordt niet gezegd,
Maar het was een slaaf die de centurion aan het hart ging.

En juist dat.
Juist dat de centurion Jezus vroeg om te komen toen de slaaf ziek was,
Dat zegt wel iets over dat hij deze slaaf niet zag als iemand die onder hem stond.
Wel als iemand die zijn orders moest aannemen,
maar ergens ook als een gelijke.
Als een vriend.
Hij gaf om het lot van zijn slaaf.

De centurion leeft zoals je van Joden en christenen mag verwachten.
Als christenen, hebben wij dezelfde roeping als hij.
Om het goede te zoeken, voor elkaar, voor je omgeving.
Om zout en licht te zijn.

Maar dat is het mooie aan dit verhaal
We mogen ons ook laten verrassen door mensen om ons heen,
Die zijn zoals deze centurion.
Mensen die hun omgeving tot zegen zijn.
We hoeven ons daar niet voor af te schermen,
maar mogen ons door die mensen een spiegel voor laten houden.
We mogen met ze mee bouwen.

Wij zijn een kerk.
Maar een geloofsgemeenschap is breder dan alleen het lidmaatschap.
Je verlangt ernaar om tot zegen te zijn voor de mensen om je heen.
En daar hoort ook bij dat je oog hebt voor andere mensen die het goede zoeken voor je omgeving.

Want als je dat doet, als je de mensen in je omgeving op waarde weet te schatten,
Dan open je ook de deur om van elkaar te leren.

Ik hoorde deze week een mooi verhaal van een pioniersplek in Utrecht,
in een wijk waar veel Marokkaanse mensen wonen.
De kerk daar wilde een verschil maken in de buurt.
En dat doen ze door niet meer samen te komen in een kerkgebouw,
Maar in een oude bibliotheek,
En niet alleen op zondag, maar ook doordeweeks proberen ze een plek te zijn waar mensen uit de buurt terecht kunnen.
Voor een bakje koffie, maar ook om hun fiets te laten repareren,
Of voor computerles.

Maar ze zeggen niet: wij komen jullie iets brengen.
Nee, ze schakelen daarvoor juist mensen uit de buurt in!
En juist daardoor ontstaan hele mooie contacten.

De Joodse leiders die zijn geraakt door de houding van deze centurion,
en ze sluiten hem in hun hart.
En aan de andere kant, dat is ook heel mooi aan dit verhaal:
Zij openen ook hun hart, voor deze Romeinse hoofdman.
Ze blijven hem niet zien als een buitenstaander, als de bezetter,
Maar ze hebben oog voor het goede dat hij voor ze doet.

En dat ze naar Jezus toe gaan, om voor deze man te pleiten,
Daar zit iets heel moois in, waar wij ook iets van mogen leren.

Als kerk mogen wij een biddende gemeenschap zijn.
Niet alleen voor elkaar, maar juist ook voor de mensen om ons heen.

De Joodse leiders gaan naar Jezus toe, en doen hun verhaal bij hen.
Jezus hoort hun bijzondere pleidooi aan,
Om een Romeinse hoofdman te helpen.
En hij besluit met ze mee te gaan.
Maar ze gaan op weg, en dan komt er al snel een bericht van de centurion:
Hij stuurt zijn vrienden, met de boodschap:
Ik ben het gewend om orders te krijgen, en om orders te geven.
Als ik een order krijg, dan moet ik die opvolgen.
Als ik iets zeg, dan moeten mensen naar mij luisteren.
Zo geloof ik ook, dat als u het zegt, mijn slaaf weer zal genezen.

Het zou aan moeten spreken, in deze coronatijd.
U hoeft niet langs te komen, het kan ook op afstand.
Maar zo bedoelt de centurion het niet.
Hij probeert Jezus niet op afstand te houden.
Hij voelt zich het niet waard dat Jezus naar zijn huis komt!

Kun je je daar iets bij voorstellen?
Een hoofdman over honderd soldaten, de machtigste man in die plaats,
die zich te min voelt voor een Joodse man om zijn huis binnen te komen.

Je leest maar weinig in de Bijbel dat Jezus wordt verrast.
Maar hier wel, als die vrienden van de centurion bij hem komen,
en dat tegen hem zeggen!
En hij wordt ook verrast door het vertrouwen van deze centurion.

Veel mensen in zijn tijd zeiden:
eerst zien, dan geloven.

Voor die centurion is het precies andersom.
Hij ziet Jezus als iemand, die boven hem staat.
Die zelfs autoriteit heeft over ziekte en gezondheid.
Hij heeft geen abstract geloof, maar een heel concreet geloof.
Als U zegt dat het zal gebeuren, dan zal het gebeuren.

Ik heb iets meegenomen. Ik weet niet of je kunt zien wat dat is?
Misschien als ik het zo op mijn hoofd doe.
Het is een keppeltje.
Een keppeltje wordt gedragen door Joodse mannen.
Ik heb deze gekocht, een paar jaar geleden, toen ik op reis was in Israël, in Jeruzalem.
Ik wist nooit waarom Joodse mannen die dragen,
daarom vroeg ik het toen aan onze gids.
En hij zei:
dat keppeltje dragen Joodse mannen omdat ze geloven dat er iemand is die Hoger is dan zij.
Iemand die boven hen staat.
Dat keppeltje staat voor het geloof dat er Iemand is die boven jouw leven uit gaat.

Ook al had deze centurion totaal geen religieuze achtergrond,
was hij niet opgegroeid met het Joodse geloof,
toch vatte hij precies de kern van het Joodse geloof:
Het geloof dat er één God is, die macht heeft over hemel en aarde.
Die Heer is over alles.
En hij geloofde dat Jezus die God vertegenwoordigde.
Dat Jezus ook die macht had.

Deze centurion heeft hem niet eens ontmoet.
En toch gelooft hij dat Jezus het maar hoeft te zeggen,
en zijn slaaf zal worden genezen.

Het gaat hier niet om blind vertrouwen.
Want voor ons heeft dat een beetje negatieve klank. Het klinkt een beetje naïef.
Maar ik denk dat die centurion zeker geen naïeve man was.
Hij was een man van de wereld.

Waar het om gaat, is dat hij gelooft dat God de allerhoogte is.
En als Jezus echt die God vertegenwoordigt,
Dan hoeft hij het maar te zeggen, en zijn slaaf is genezen.

En dat is best spannend.
Jezus is verwonderd om zijn geloof,
omdat de meeste mensen de centurion niet na zouden zeggen.

Voor ons staat wat die centurion zegt ook best wel ver van ons af.
Zouden wij hem dat nazeggen?
Ik denk niet dat ik dat zou kunnen!

Ik betrap mezelf er wel eens op dat ik bidden vooral zie als iets waarmee ik mijn eigen gedachten bij God breng.
Maar geloof ik wel, dat God de Allerhoogste is?
Dat als ik bid, dat het uitmaakt?
Dat er echt iets verandert?

Ik zie bidden niet als een wondermiddel, dat alles oplost.
Maar zou ik iets meer mogen durven bidden zoals deze centurion doet?
Niet zien, en toch vertrouwen.

Vertrouwen dat God daadwerkelijk aanwezig is in mijn leven, en in deze wereld.
Dat Hij dingen kan veranderen.
Dat ik mag vertrouwen, dat bidden helpt, dat het ertoe doet.
Vertrouwen dat God de Allerhoogste is..

Dit verhaal, van de centurion, dat is echt een verhaal met een diepere lading.
Want het gaat niet eens in eerste instantie om de genezing van de slaaf.
Het punt van dit verhaal,
is die buitenstaander, die Romeinse hoofdman, die iedereen verrast.
Door een goede leider te zijn. Dat dwingt respect af.
En nog meer door zijn geloof,
dat veel dieper gaat dan je aan de oppervlakte zou denken.
Een geloof waar hij zelfs de Joodse gemeenschap mee verrast.

Dat hoor je vaker:
als er nieuwe mensen toetreden tot een kerk,
Is dat vaak heel goed voor een kerkgemeenschap.
Omdat je een spiegel voorgehouden krijgt.
Omdat mensen van buitenaf je op een hele frisse manier,
Met hele andere ogen,
Kunnen leren kijken naar wat er echt toe doet.

Het vertrouwen van deze centurion, een buitenstaander,
met groot ontzag voor God,
Dat houdt de Joodse mensen in het verhaal, en ook ons een spiegel voor.
Hoe kijken wij naar God?
Durven wij te geloven dat Hij echt aanwezig is in ons leven?
Dat Hij echt de Allerhoogste is?

De centurion heeft gelijk.
Jezus hoeft niet naar zijn huis te gaan, om zijn slaaf te genezen.
Als de mannen die hij gestuurd heeft weer thuis komen, is de slaaf weer beter.

Bijzonder. Hoe een buitenstaander – zomaar ineens – een voorbeeld kan worden!
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *