De vrucht van de Geest is de liefde (Gal. 5)

Tekst: Galaten 5:13-26

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Het is niet moeilijk, als je dat wilt, om ruzie te maken.
Het is niet moeilijk om je in te graven in je eigen gelijk.
Het is niet moeilijk om niet echt naar een ander te luisteren.
Het is niet moeilijk om een ander te beledigen.
Het is niet moeilijk om een ander te veroordelen.
Het is niet moeilijk om een boos bericht te schrijven of te typen.
Het is niet moeilijk om jezelf zo beledigd, zo verontwaardigd te voelen,
dat je niets meer met een ander kunt, en de deur dichthoudt.
Het is niet moeilijk om een ander pijn te doen, verdriet te doen, te kwetsen.

Het is moeilijk om over je eigen gelijk heen te stappen.
Het is moeilijk om naar een ander te luisteren,
ook als diegene iets heel anders vindt of wil dan jij.
Het is moeilijk om je hart voor iemand open te stellen.
Het is moeilijk om niet te oordelen.
Het is moeilijk om iemand die je niet zo ligt, lief te hebben.
Het is moeilijk om ‘sorry’ te zeggen.
Het is moeilijk om iemand die jou iets heeft aangedaan, te vergeven.

Dit geldt allemaal zowel voor mensen die geloven, als voor mensen die niet geloven.
Maar juist als christenen ruzie maken, en veroordelen, harde woorden spreken,
Dan lijkt daar vaak wel een vergrootglas op te liggen.
Want van christenen verwachten mensen iets anders.
Je kunt je afvragen: hoe zou dat komen?
Is dat altijd terecht? Zou het terecht moeten zijn?
Ik denk het wel.
Niet omdat christenen betere mensen zouden zijn dan anderen.
Maar omdat wij iemand volgen, Jezus, die ons een andere weg liet zien.
Die zelf de weg ging van dienende liefde.
En die vergaf,
waar anderen dat niet zouden kunnen.
Zonder daar iets terug voor te verwachten.

We hebben gelezen uit de brief van Paulus aan de Galaten.
Paulus schrijft daarin aan de gemeente in Galatië, in Turkije,
een gemeente hij zelf heeft helpen vormen.
In die kerk zijn de christenen het grondig met elkaar oneens,
over best hele fundamentele dingen.
Het gaat over de vraag, of ook christenen die niet Joods zijn,
zich toch moeten laten besnijden. Een vraag die bij ons helemaal niet meer zo speelt. En dat was ook helemaal niet zo’n issue in die gemeente,
Tot er een groep van buiten kwam die beweerde dat dat zou wél moeten.
Dat het niet goed met je zat als je dat niet had gedaan.

Paulus geeft in de brief aan de Galaten een antwoord op hun vraag,
Dat hij heel duidelijk verwoordt:
Als je in Jezus gelooft, dan is dat genoeg.
Daar hoef je zelf niet nog iets aan toe te voegen.

Maar hij geeft ze niet alleen een antwoord op hun vraag.
Hij schrijft ook het gedeelte dat we hebben gelezen,
over de vruchten van de Geest.
Dat is een bekend gedeelte,
maar waar minder mensen bij stil staan,
is dat hij dit juist schrijft omdat er ruzie is in die gemeente.
En hij wil ze laten zien dat dat niet is hoe God het heeft bedoeld.
Dat God iets anders van ons verwacht.

Paulus zegt: jullie zijn als christenen geroepen om vrij te zijn!
Daar mag je uit leven!
Dat is natuurlijk heel mooi!
Maar wat ís die vrijheid, waar Paulus het over heeft?

Het betekent dat wij mogen weten dat we kinderen van God zijn,
Het betekent dat we in de vrijheid zijn gezet.
En dat we dus geen wet of regels meer nodig hebben,
om een wit voetje te halen bij God.
Je bént gered. Je bent geliefd.

En dat betekent dat we ook vrij zijn,
om ons op meer te richten dan alleen op wat we zelf nodig hebben.
Als iedereen alleen maar bezig is met het bevredigen van de eigen behoeftes,
Alleen maar denkt om wat je zelf nodig hebt,
Of bezig is om zijn of haar eigen gelijk te halen,
En niet om een ander denkt,
Dan wordt het geen mooiere of betere wereld.
En ook geen betere of mooiere kerk.

Het belangrijkste waar wij uit mogen leven, is dat God van ons houdt.
Dat mag zichtbaar worden in ons leven.
Door ons leven heen.

Dat klinkt heel mooi.
Maar toch zijn christenen vaak geen betere mensen dan mensen die niet geloven.
Soms lijkt zelfs het tegenovergestelde waar te zijn.
Heel veel mensen hebben verdrietige herinneringen aan de kerk, of aan christenen.
Zijn ooit gekwetst, en daardoor afgehaakt.
Want ook als we geloven,
dan kunnen het nog verkeerde dingen zijn die wij onze keuzes laten bepalen.
Die wij laten bepalen hoe wij met anderen omgaan.

Waar zijn we op gericht?
Wat maken wij het belangrijkste in ons leven?
Wat laten wij bepalen wie we zijn, en wat we doen?
Hoe we met elkaar omgaan?

Als je gelooft, dan ben je vrij, zegt Paulus.
Maar wel met een doel:
Want als we in Jezus geloven, dan woont de heilige Geest in ons.
En dan mogen we streven naar dat de vruchten van de Geest zichtbaar mogen worden in ons leven.

De eerste, en de belangrijkste vrucht van de Geest, dat is de liefde.
Als wij beseffen dat we kinderen van God zijn,
dat Hij ons zo lief had, dat Hij alles voor ons over had,
als wij ons elke dag op God richten, en Hem vragen:
wilt U die liefde in mij laten groeien?
Dan geven we Zijn Geest de ruimte om in ons aan het werk te gaan!

Meer is er eigenlijk niet voor nodig.
Maar we mogen er wel naar verlangen, naar streven, om te groeien.
Uiteindelijk is dat wel wat God van jou en van mij vraagt.
Om niet stil te blijven staan, maar achter Jezus aan te gaan.
Steeds meer op Hem te gaan lijken.

Als wij in Jezus geloven,
Dan is dat niet alleen maar iets verstandelijks.
Het is iets dat ons hele leven in een ander licht mag zetten!

Paulus zegt: als de Geest ons leven leidt,
laten we dan ook de weg volgen die de Geest ons wijst!
Het is dat we daar naar op zoek gaan.
Dat we proberen te kijken wat de vruchten zijn die God in ons leven zou willen laten groeien,
en dat we daarmee aan de slag gaan.
Zonder te denken: nu moet ik het zelf doen!
Maar wel proberen.
De Geest vragen om hulp.

Vrienden van mij hebben een kindje, van iets meer dan een jaar oud.
En dat is prachtig om te zien:
Een klein kindje leert ontzettend veel van zijn ouders, gewoon door ze na te doen.
Praten bijvoorbeeld.
Dat begint met een beetje brabbelen.
En dan een woordje: mama!
En een tijdje later: nee!
En dan een zinnetje. En een langere zin.
En zo groeit dat stukje bij beetje.

Zoals hij een kind is van zijn ouders, zo zijn wij kinderen van God.
En wij mogen ook, steeds meer, op hem gaan lijken, op Jezus gaan lijken,
Door Hem na te doen.
Stukje bij beetje, stapje voor stapje.
Te doen zoals Hij deed.

Ik vind het woord ‘vrucht’ erg mooi.
Want om vruchten te laten groeien, kun je zelf maar heel weinig doen.
Je kunt een plant of een boom water geven.
Ervoor zorgen dat hij in de zon staat.
Maar de vruchten zelf kun jij niet laten groeien.

En vruchten hebben de tijd nodig om te groeien.
Ze zijn er niet van het ene op het andere moment.
Vaak merk je niet eens dát ze groeien.
Dat is helemaal niet zichtbaar.
Het wordt pas zichtbaar als ze er zijn.

De Geest wil de vruchten die Paulus noemt, geleidelijk in ons laten groeien.
Liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Hij wil ons veranderen, zodat wij steeds meer op Jezus mogen gaan lijken.

Die vruchten, daar kunnen wij zelf maar weinig aan doen, om die te laten groeien.
Dat is wat de Geest van God in ons doet.
Maar we kunnen er wel naar zoeken.
De plant van ons geloof goed verzorgen.
Onszelf bewust zijn: wat is het dat God van mij vraagt?
Ook in hele concrete situaties.
En dat we daar ook daadwerkelijk naar proberen te luisteren!
Dat is soms best moeilijk.
Want het zou best wel eens in kunnen gaan tegen wat we uit onszelf zouden doen, of willen.

Als we daar bewust mee aan de slag gaan,
Dan gaat de Geest in ons aan het werk, stukje bij beetje.
Misschien wel op manieren die we zelf nooit hadden verwacht.
Of op gebieden waar we dat nooit zelf hadden bedacht.

Want dat is best een grote misvatting:
geloven gaat niet alleen maar om dat wij betere mensen moeten worden.
Stel je eens voor dat jij denkt:
Hè, waarom reageer ik altijd zo ongeduldig?
Dan kun je God vragen om je meer geduld te geven.

Of als je denkt: hè, ik zou wel van die of die slechte gewoonte af willen!
Dan kun je God vragen om je daarbij te helpen.
Misschien dat het nog lukt ook!

Alleen ik denk dat we dan zullen merken, dat wat Hij echt doet,
is dat Hij nóg een laag dieper wil gaan.
God wil niet dat wij alleen maar geduldiger worden.
Of dat we slechte gewoontes links laten liggen.

Hij wil dat in heel ons leven, op alle terreinen,
de vruchten van zijn Geest zichtbaar mogen worden.
Dat zijn liefde in ons mag groeien.
Dat we onszelf mogen gaan zien als geliefde kinderen van God,
en ook zo mogen kijken naar de mensen om ons heen.
Dat we ieder mens waardevol gaan vinden, zoals Hij dat vindt.
Dat we dankbare mensen worden,
oog krijgen voor waar God voor ons zorgt,
waar God in ons bezig is. En in anderen bezig is.
Dat we meer en meer op Jezus gaan lijken.

Want uiteindelijk gaan de vruchten van de Geest helemaal niet om ons alleen.
Om dat wij gelukkiger worden.
Al kan dat denk ik zeker wel het gevolg zijn!
Als andere dingen ons leven minder gaan beheersen, en we vrijer worden.
Als we het besef hebben dat we geliefd zijn, en we de mensen om ons heen lief hebben.
Maar het gaat om dat door ons heen, door ons hele leven,
iets van Gods Koninkrijk zichtbaar mag worden.
Van hoe God de wereld, de mensen, ons heeft bedoeld.

En daarnaar leven, dat is vrijheid.
Want we hoeven ons niet meer te laten leiden door angst:
ben ik wel goed genoeg, doe ik het wel goed?

Wie wij zijn, dat wordt bepaald door de liefde van God de Vader.
De liefde die Hij in Jezus heeft laten zien.
De liefde die Hij door zijn Geest in ons wil laten groeien en bloeien.

Wij mogen daar naar verlangen, naar streven.
Dat als mensen ons zien, hoe wij met elkaar omgaan,
Daarin iets zichtbaar wordt van Gods liefde.
In plaats van het tegendeel.
Dat ze ons ruziënd over straat zien rollen,
En denken: nou, die christenen hebben hun mond vol van liefde,
maar ik zie er weinig van!

Wij mogen verlangen dat de vruchten van zijn Geest in ons leven mogen groeien.
Dan mogen we stapje voor stapje, met vallen en opstaan,
ernaar toe groeien dat we steeds een beetje meer op Jezus mogen gaan lijken.
En ook al zullen wij dat nooit helemaal bereiken,
we blijven mensen,
we mogen daar wel naar verlangen.

Want uiteindelijk is dat Gods doel met ons:
niet om ons een klein beetje beter te maken.
Maar om ons helemaal nieuw te maken.

En we staan er niet alleen voor.
Want God wil ons daarbij helpen.

En wij mogen hem altijd om hulp vragen daarbij.
Heer, wijs mij Uw weg.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *