De meeste mensen deugen
De meeste mensen deugen

De meeste mensen deugen

Tekst: Romeinen 5:1-11

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Stel je eens voor:
Een vliegtuig moet plotseling een noodlanding maken.
Het moet een harde landing, in the middle of nowhere,
En als het eenmaal aan de grond staat, leven de passagiers nog, wonder boven wonder, maar: het vliegtuig vult zich vanuit de cabine met rook.
En het zit vol met mensen.
Alle mensen die in dat vliegtuig zitten bedenken zich: we moeten hier zo snel mogelijk uit!
En dan is de vraag: welke van deze twee dingen denk jij dat er zou gebeuren?

De eerste: de inzittenden kijken om zich heen. Ze checken of iedereen in orde is.
Mensen die hulp nodig hebben, die krijgen voorrang,
en iedereen helpt elkaar het vliegtuig uit.
De consequentie is dat een aantal mensen niet op tijd het vliegtuig uit kan komen.
Maar mensen zijn bereid om hun leven op het spel te zetten,
om een ander uit het vliegtuig te helpen.

De tweede mogelijkheid is: Het is ieder voor zich. Er breekt totale paniek breekt.
Mensen wurmen zich naar buiten. Ik eerst!
Er wordt geschopt en geduwd.
En juist de kwetsbare mensen blijven achter, die worden onder de voet gelopen.
Het loopt niet goed af voor veel mensen.

Wat denk jij dat er zou gebeuren?
Zou er paniek uitbreken, en zou iedereen voor zichzelf kiezen,
of zouden ze elkaar helpen, zelfs als ze daar zelf gevaar door zouden lopen?

Zomaar begin ik daar ineens mijn preek mee.
Maar ik heb deze vraag niet zelf bedacht.
Hij komt uit een boeiend boek, dat heed: “De meeste mensen deugen”.
In dat boek zegt de schrijver, Rutger Bregman, die zie je hier,
dat het heel diep in onze cultuur verankerd zit dat wij denken dat op zo’n moment iedereen voor zichzelf kiest.
Dus dat het antwoord 2 is!
Dat zie je eigenlijk ook wel terug in al onze films, en in boeken.
Als je een film kijkt waarin een grote ramp gebeurt,
Dan kiest iedereen voor zichzelf,
En de hele samenleving ligt meteen in puin,
Want de beschaving is maar een dun laagje,
dat bij het minste of geringste barst.
Als het misgaat, dan worden we ineens monsters.
Dat denken wij.

Alleen het boeiende is: – de meeste mensen deugen – dat het in de praktijk meestal andersom is.
Als mensen echt met een ramp te maken krijgen,
denken ze vaak eerst om een ander!

Zelfs bij de beroemdste rampen in de geschiedenis waren de mensen bereid om elkaar te helpen.
Neem bijvoorbeeld de Titanic.
Als je de film hebt gezien – ik weet niet of je die hebt gezien –
dan denk je dat iedereen in paniek was,
dat iedereen alleen aan zichzelf dacht,
dat mensen probeerden koste wat kost zichzelf in veiligheid te brengen.
Daar gaat die hele film over.
Maar in het echt werd er niet zo getrokken en geduwd.
Een ooggetuige vertelde dat mensen niet in paniek waren,
dat er geen angstkreten klonken,
dat mensen door elkaar renden:
naar dat ze elkaar hielpen, ook al waren er te weinig boten.

Of denk aan 11 september 2001.
De Twin Towers die werden geraakt door de vliegtuigen.
De liften waren kapot, de mensen moesten de trap af,
Ze moesten snel naar beneden, snel naar buiten,
Maar ook daar werd niet getrokken en geduwd.
Heel veel mensen liepen rustig de trappen af,
ze hielden rekening met elkaar.
En brandweermannen en gewonden kregen voorrang.

Ik vind het een boeiende titel.
De meeste mensen deugen.
Er zit dus ook wel wat in!
En het spannende is dus eigenlijk wel dat het veel meer bij ons gevoel aansluit dan wat Paulus over ons schrijft.

Paulus zegt: toen wij nog zondaars waren, is Christus voor ons gestorven.
En als je dat leest, dan denk je misschien wel:
Sluit dat nog wel aan bij hoe ik kijk naar de wereld?
Hoe ik kijk naar mensen?
Zou ik mensen in deze tijd nog zondaars noemen? Of mezelf?

Ik denk dat een boek als deze veel meer herkenning vindt bij ons.
Dat is best spannend!
Moet je mensen er eerst van overtuigen dat ze zondaars zijn, dat ze slecht zijn, voor je iets aan je geloof kan hebben?
Voordat het iets te zeggen heeft?
Is het niet veel mooier om vanuit te gaan dat mensen deugen?
Om het goede te zien in de mensen om je heen?
En wat heeft je geloof dan te zeggen?

Want Romeinen 5 gaat over de basis van ons geloof.
Hij gaat over Jezus, die zijn leven voor ons gaf.
Dat is niet zomaar iets. Dat is niet iets kleins.
Door de dood, door de opstanding van Jezus,
Worden wij aangenomen als kinderen van God.

En dan staat er: ‘op grond van ons geloof’.
Dan kun je denken: hoe zit dat dan?
Als je niet gelooft, ben je dan geen kind van God?
En waarom is dat dan nodig, dat Jezus voor ons stierf?
Er zijn zoveel vragen die opkomen als je een gedeelte als dit leest.
Je kan daarom ook denken: ik sla het maar over, ik vind het lastig.

En toch is het ook een ontzettend hoopvol, ontzettend liefdevol Bijbelgedeelte.
Want het is helemaal niet de bedoeling van Paulus om ons de grond in te drukken.
Het is ook niet zijn bedoeling dat wij dat zelf doen.

Paulus vertelt in dit gedeelte over de liefde van God, en over hoe diep die liefde gaat.
Dat is waar dit gedeelte over gaat.

Op basis van ons geloof zijn wij als rechtvaardigen aangenomen,
En leven we in vrede met God.
Gods genade is ons fundament.

Dat is iets heel moois om te kunnen zeggen!
Gods genade is ons fundament.
Dat schrijft Paulus.

In het Grieks, de taal waarin Paulus schrijft,
is het woord voor geloven hetzelfde woord als het woord voor ‘vertrouwen’.

[Bordjes laten zien: Geloven/vertrouwen, niet geloven, zelf doen]
Als wij denken: op grond van ons geloof worden we aangenomen,
Dan denken we dat Paulus ‘geloven’ zet tegenover ‘niet geloven’
Je moet geloven, en dan word je op basis van je geloof aangenomen.

Maar, Paulus bedoelt iets anders!
Paulus zet geloven tegenover dat je het zelf moet doen!
Paulus zet geloven tegenover dat je er zelf voor moet zorgen.
Dat je er zélf voor moet zorgen.

Paulus zegt: je mag bij God horen,
maar níet omdat je daar zelf voor hebt gezorgd.
Je mag bij God horen, omdat God goed is. Omdat God liefdevol is.
Geloof is dan geen voorwaarde, maar een uitnodiging.
Je bent welkom bij God.

Dat is wat het woord ‘genade’ betekent.
Dat is een oud woord,
En het betekent: voor niets. Gratis. Een geschenk.
Gods genade is ons fundament.
Dat betekent dat God zijn liefde aan ons wil geven.

Ook wel een beetje spannend.
Want wij kunnen niet zeggen: oh, dat hebben we niet nodig.
We kunnen wel zonder.
Zelfs als je je aan álle regels houdt.
Als je áltijd de goede keuzes maakt, voor je gevoel,
Dan nog is die genade, dát is ons fundament.
Dat zijn liefde iets is wat Hij aan ons gééft.

Zoals je ook de liefde van je ouders krijgt.
Als het goed is, dan hoef je daar zelf niets voor te doen.
Je hoeft jezelf niet te bewijzen voor je ouders.
Die liefde die blijft doorgaan,
ook als je keuzes maakt waar je ouders het niet mee eens zijn.
En ook als je wél naar ze luistert,
Dan blijft die liefde iets wat ze voor je hadden, al voordat je dat deed.

Zo is het precies met God.
Niet wat wij zelf doen, maar wat Jezus voor ons heeft gedaan,
Dat is de basis, zegt Paulus.

Maar waarom spreekt Paulus dan over vergeving?
Waarom gebruikt hij die woorden? Schuldenaren? Zondaren?
Woorden die voor jou misschien heel negatief klinken,
Of je denkt: kan ik daar wel wat mee?

Als wij die woorden horen, dan denken we dat Paulus ons een minderwaardigheidscomplex aan wil praten.
Maar misschien gaat het daar juist in onze beleving wel mis.
Want voor Paulus zit er achter die woorden een hele belevingswereld.

Ik pak weer even dit boek erbij:
de meeste mensen deugen, zo heet dit boek.
Maar de schrijver stelt ook de vraag:
deugen alle mensen altijd?
Ik denk dat je daar heel kort over kunt zijn. Nee!
Daar hoef je niet lang over na te denken.
Je hoeft maar het nieuws aan te zetten.
Mensen zijn ook echt tot vreselijke dingen in staat.

Ik pak nog even een opmerking uit dit boek.
De schrijver is positief over mensen.
Hij zegt, dat is het punt dat hij wil maken in zijn boek:
we moeten er vaker op vertrouwen dat mensen goede bedoelingen hebben.
Dat mensen het goed met elkaar voor hebben.
Als je daarop vertrouwt, kan het de wereld een beetje mooier maken.
En dat ben ik met hem eens.

Maar hij zegt ook, en dat is een letterlijk citaat:
Ik zal niet betogen dat we van nature goed zijn.
Dat is iets anders dan dat de meeste mensen deugen.
Mensen zijn geen engelen.
We hebben een goed been en een slecht been, de vraag is welk been we trainen.

Dat zit dus wel in ons. Mensen zijn geen engelen.
In Bijbelse taal zeg je dan:
Zonde speelt een rol in ons leven.
We mogen dan wel deugen,
Goede bedoelingen hebben,
Maar we maken allemaal ook wel eens iets kapot.
We kwetsen allemaal wel eens een ander.
We maken allemaal wel eens een keuze die een ander pijn doet.
We laten allemaal wel eens iemand links liggen die onze hulp nodig heeft.
Als het gaat over wat zonde is, dan denk ik aan het verhaal van een rijke jonge man die bij Jezus komt, en zegt:
Meester, ik hou me aan alle geboden.
Wat moet ik doen om in de hemel te komen?
En dan zegt Jezus tegen hem:
verkoop alles wat je hebt, geef het aan de armen, en volg mij.
Zo simpel is het!
Em wat er dan gebeurt, is dat de man afdruipt. Verdrietig:
want dat kan hij niet.
Dat is te veel.

Wie van ons kan dat wel?
Ik kan dat niet. Daar zal ik heel eerlijk over zijn..

En dat is het punt.
Zonde, dat is je doel missen.
En het doel waar wij voor gemaakt zijn, dat is leven in verbondenheid met God, zonder dat daar iets tussen staat.

Zonder zonde leven,
dat betekent niet dat je bijna nooit iets verkeerds doet,
Dat je altijd netjes bent, en braaf.
Zonder zonde leven is leven in verbondenheid met God.
In alles.

Als je het hebt over zonde: weet je wat de oudste zonde is in de Bijbel?
Dat is niet liegen, ook niet stelen, en ook niet iemand doodslaan.
De oudste zonde is dat de slang tegen Eva zegt:
Als jij van deze vrucht eet, de vrucht die God verboden heeft,
Dan zul je zijn net als God.
Dus dat is wat zonde is: dat je als mensen zonder God leeft.
Dat je niet in verbondenheid met God leeft.
Dat we ons eigen plan willen trekken.
Dat we denken dat we God niet nodig hebben.
Dat we zelf onze eigen god willen zijn.
Of dat we andere dingen in de plaats van God zetten.

En helemaal leven in verbondenheid met God, er is maar één mens die dat ooit op heeft kunnen brengen, en dat was Jezus.
Hij leefde in alles zoals God dat van Hem vroeg.
Van Hem zei God: Hij is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde.
Er staat nog zo’n mooi verhaal in de Bijbel:
Dat een aantal mannen bij Jezus komt, en ze slepen een vrouw met zich mee die ze op overspel betrapt hebben.
En dan zeggen ze tegen Jezus: deze vrouw moet gestenigd worden!
Dat staat in de wet.
En dan zegt Jezus: okee, maar wie van jullie zonder zonde is,
Laat die als eerste een steen gooien.
En dan druipen ze allemaal af, want ze weten: dat kan ik niet waarmaken.

Paulus zelf wist ook wat zonde was.
Want hij had zich altijd aan de Joodse wetten gehouden,
Hij was altijd heel netjes, heel braaf,
Maar ondertussen had hij met alle goede bedoelingen
er knikkend bij gestaan toen iemand werd gestenigd die in Jezus geloofde.
Hij had zelf mensen gevangen laten zetten,
En dacht dat hij daarmee God een dienst bewees.
Maar toen verscheen Jezus aan hem,
En hij zei: Saul, waarom vervolg je mij?

Als Paulus schrijft dat wij van onszelf vijanden van God zijn, dan heeft hij het in eerste instantie over zichzelf.
Hij is dat letterlijk geweest.

Maar ik heb daar nu heel veel over gezegd,
En toch is het niet het belangrijkste van mijn preek.
Ik denk ook niet dat dat het belangrijkste is van de boodschap van Paulus: dat die zonde er is.
Dat is niet waar hij de mensen van wil overtuigen.
Dat is voor hem meer een gegeven.
De boodschap van Paulus, is dat God,
door wat Jezus heeft gedaan, steeds weer zijn liefde aan ons wil geven.

En daarvoor gebruikt hij nog een oud woord: het woord verzoening.
Verzoening, dat is als mensen die ruzie hadden elkaar toch in de armen sluiten.
Ik moet dan zelf denken aan het familiediner, dat heb je vast wel eens gezien.
Ik hou het nooit droog als ik dat kijk. Echt niet.
Dat is zo mooi, vind ik: als mensen die elkaar een hele tijd niet gesproken hebben, die ruzie hebben,
Toch de moed vinden om elkaar een nieuwe kans te gunnen.
Dat raakt me altijd heel erg, als ik dat zie.

Verzoening, is dat je tegen iemand zegt:
ik reken je wat je mij hebt gedaan, dat reken ik je niet meer aan.
Verzoening, dat is een schone lei.

[Bordjes laten zien: kleine kras, volgekrast, alleen een groot hart]
Bij de één stond er misschien maar een klein krasje op die lei,
en bij de ander is hij helemaal volgeschreven.
En bij allebei is hij nu leeg.
En staat er een groot hart op geschreven.
Daar kan niks meer tussen komen!

Zo mogen wij ons leven leiden.
Wij mogen geloven dat God van ons houdt,
En dat er niets is dat daar tussen kan komen.
Dat mogen we aan elkaar meegeven.
Dat is onze basis. Ons fundament.
Verdienen heeft daar niks mee te maken.
Het is genade.
Je krijgt het.
Zoals wij het allemaal krijgen. Voor niets.

Geloof gaat niet over voorwaarden: het is een uitnodiging.
Een uitnodiging om te zeggen: ik accepteer dat ik het niet zélf hoef te doen.
Ik vertrouw op de God, in wie ik mij geborgen weet.
Zijn genade is mijn fundament.
Onder zijn vleugels vind ik een schuilplaats.
Zijn trouw is een veilig schild.
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.