David en Batseba: “Probeer om te keren”

Tekst: 2 Samuël 11:26-12:25

Het is al jaren geleden, ik denk 10 jaar,
Dat ik met mijn scoutinggroep onderweg was naar een kamp in Frankrijk.
Ik weet niet of u daar wel eens geweest bent,
Maar in Frankrijk heb je tolwegen.
En op een gegeven moment gingen we proberen die te vermijden.
Het zal wat langer duren, zei de leiding,
Maar we komen er wel.

En dus sloegen we voor de tolweg af.
In het begin leek alles goed te gaan.

De weg was lekker breed, we reden goed door.
Maar na een half uurtje werd de weg steeds smaller.
De vierbaansweg werd een tweebaansweg.
En de tweebaansweg werd een eenbaansweg.
De eenbaansweg werd een verhard pad.
En het verharde pad werd een zandpad.
Tot we op een punt kwamen dat we gewoon niet meer verder konden.
Het was een doodlopende weg.
We moesten omkeren, en het hele eind terug rijden.

Het is wel een passend beeld voor de weg die David was ingeslagen.
Ook hij zat op een weg die uiteindelijk wel dood moest lopen.
In het begin was het de weg van de minste weerstand.
Hij was koning. Hij kon doen en laten wat hij wilde.
Hij zag Batseba baden op het dak, en hij verlangde naar haar.
Eerst liet hij zich nog tegenhouden door zijn fatsoen,
Maar na een tijdje dacht hij:
Voor wie moet ik me eigenlijk verantwoorden?
Niemand kan mij zeggen wat ik wel en niet kan doen!
Dus bedacht hij een plan.
Hij zou Batseba bij zich laten komen, en met haar slapen.
En hij had ook een uitweg, voor als ze zwanger zou raken:
Dan zou hij gewoon Uria, haar man, terughalen van de strijd.
Uria zou met zijn vrouw slapen, en het zou zijn alsof het Uria’s eigen kind was.
Het kon niet misgaan, dacht David.
Niemand die erachter zou komen.

Het gebeurt zoals je een beetje had kunnen verwachten.
Batseba blijkt zwanger na haar nacht met koning David.
Ze stuurt een bericht naar David.
En David doet wat hij al van plan was:
Hij laat Uria terugkomen, onder de smoes dat hij een verslag wil van de oorlog.
En hij zegt tegen Uria: kijk eens, hier heb je een cadeau.
Ga nou eens lekker naar huis, naar je vrouw, rust een nacht goed uit.
Je hebt het verdiend.

Maar Uria gaat niet terug naar huis.
Hij gaat slapen bij de knechten.
En als David hem vraagt waarom hij niet naar huis gaat, zegt hij:
Het hele leger slaapt in tenten.
Zelfs de opperbevelhebber slaapt in de open lucht.
Waarom zou ik dan een uitzondering zijn,
En lekker bij mijn vrouw gaan liggen?
David probeert hem dronken te voeren,
Maar nog gaat Uria niet naar huis.

David schrikt.
Er is nu geen weg meer terug voor hem.
Hij moet doorgaan op de weg die hij is ingeslagen,
Anders zal iedereen weten wat hij heeft gedaan.
Hij ziet geen andere uitweg dan het ergste:
Hij zal Uria laten doden.
Hij laat Uria zijn eigen doodvonnis bezorgen bij Joab.
Joab, zet Uria op een gevaarlijke plek, waar hij om zal komen.
Behalve Joab, niemand die erachter zou komen,
stelt David zichzelf gerust.
En hij is toch de koning? Wie roept hem ter verantwoording?

Het gebeurt zoals David had gepland.
Uria komt om. En Batseba wordt zijn vrouw.
Het blijft hun geheim wat de reden is van Uria’s dood.
Voor de buitenwereld lijkt het zelfs of David een weldoener is,
door zich te ontfermen over de jonge weduwe die in verwachting is van een kind.

Maar dan… staat op een dag de profeet Natan voor de deur.
Nietsvermoedend laat David hem binnen.
En Natan begint te vertellen.
Over een rijke man, die veel schapen heeft.
Genoeg voor de rest van zijn leven.
En over zijn arme buurman, die één lammetje heeft, dat hij koestert.
Maar als de rijke man een gast krijgt, heeft hij niet genoeg aan zijn eigen schapen.
Hij wil zijn gast het lammetje van de buurman voorzetten.
En zonder aarzelen pakt hij het ene lammetje dat de buurman heeft af.

Een schande is het! Roept David uit.
Wie doet zoiets?
Zo iemand verdient de dood!
Laat hem dat lammetje viervoudig vergoeden!

Natan zegt: die man, dat bent u.
Het wordt stil.
En Natan vertelt waarom hij is gekomen.
Alles heb je van God gekregen, zegt hij tegen David.
Je bent tot koning gezalfd.
Je bent door God gered uit gevaarlijke situaties.
Uit de greep van Saul.
Al zijn bezittingen, en nog meer, heb je gekregen.
Een huis vol vrouwen.
Waarom heb je dan gedaan wat je hebt gedaan?
Heb je Uria laten doden, zijn vrouw van hem afgenomen?

En op dat moment doet Natan de aankondiging dat God alles wat David heeft gekregen van hem af zal nemen.
En waar de affaire met Batseba in het verborgene is gebeurd,
Zal iedereen die schande die over Davids huis komt kunnen zien.

Even aarzelt David.
Hij kan Natan laten doden, zijn woorden negeren.
Behalve zijn wachters, niemand die erachter zou komen.

Maar dan neemt hij een beslissing.
Hij dacht dat hij ermee weg kon komen,
Maar hij ziet nu dat deze weg doodloopt voor hem.
Dat hij al dood zou gaan lopen vanaf het moment dat hij deze weg insloeg.
Hij ziet wat hij heeft gedaan, en hij schaamt zich diep.
De enige juiste weg is om om te draaien, en terug te keren.
Ik heb gezondigd tegen de Heer, zegt David tegen Natan. (…)

Net als de andere verhalen van vrouwen uit het geslachtsregister van Jezus,
is het verhaal van David en Batseba een verhaal over gebrokenheid.
Alleen in dit verhaal gaat het niet om iets wat mensen overkomt,
zoals bij Tamar en Ruth.
Het gaat om de gebrokenheid die mensen elkaar aandoen.

David doet wat slecht is in de ogen van God.
Hij slaapt met de vrouw van een ander.
Van een man die een trouwe soldaat is van zijn leger.
Hij wil doen alsof het Uria’s kind is, maar dat mislukt.
En daarna laat hij Uria omkomen,
zodat het niet uitkomt wat hij heeft gedaan.
Hij denkt ermee weg te komen.
Maar David wordt geconfronteerd met de consequenties van wat hij heeft gedaan.

Het leven van David is een puinhoop geworden,
en niemand anders is daarvoor verantwoordelijk dan hij zelf.
Als koning voelde hij zich onaantastbaar,
Vond hij dat hij kon nemen wat hij wilde.
Maar hij vergat alles wat hij al had,
En dat hij alles wat hij had van God had gekregen.
Dat het niet aan hemzelf te danken was dat hij koning van Israël was.
En dat juist een koning een voorbeeld moet zijn.
Hij vergat dat God op hem vertrouwde om dat te zijn.

Toch laat God hem niet vallen,
zoals hij met Saul wel deed toen die een verkeerde weg insloeg.
Waarom? Omdat David geen ander de schuld geeft van wat hij heeft gedaan,
maar erkent dat hij verkeerd heeft gehandeld.
David heeft berouw.

David zat op een doodlopende weg.
Maar dat betekent niet dat er geen weg terug was.
Al vanaf het eerste begin was die weg er.
En zelfs als de weg is doodgelopen,
Is er nog de mogelijkheid om om te keren.
Ondanks alles wat er gebeurd is.
Zelfs al heeft David dat allemaal zelf heel bewust veroorzaakt.

Davids berouw is oprecht.
Hierin is hij anders dan Saul.
Hij erkent zijn schuld, draait er niet omheen.
Hij wordt niet boos op Natan,
laat hem niet doden om er toch mee weg te komen.

En God is een genadige God. David ontvangt vergeving.
Als hij tegen Natan zegt: ‘Ik heb gezondigd tegen de HEER.’,
Zegt Natan terug: ‘De HEER vergeeft u die zonde, u zult niet sterven.

Toch, en dat is het moeilijkste aan dit verhaal,
betekent dat niet dat alles is opgelost.
Vergeving is niet hetzelfde als dat er niets gebeurd is.
David moet wel leven met de consequenties van wat hij heeft gedaan.
Hij ontvangt vergeving van God,
Maar David en Batseba komen voor een moeilijke situatie te staan.
Hun kind wordt ziek, en overlijdt.
Voor ons, als lezers van de Bijbel, is dat moeilijk te begrijpen.
Waarom moet het kind sterven voor wat zijn vader heeft gedaan?
Wat maakt die vergeving dan nog uit?

Het is moeilijk om antwoord te geven op die vraag.
Soms is het goed om die vraag juist te laten staan.
Wat je wel kunt zeggen, is dat de dood van het kind niet alsnog een straf is die David krijgt voor wat hij heeft gedaan.
Als het kind ziek wordt,
Vast en bidt David, tot het kind is overleden.
Het is zo erg dat zijn bedienden zich zorgen maken over hem.

Maar als het kind is overleden, staat David weer op,
gaat naar zijn vrouw, en troost haar. Hij beseft:
de dood van het kind is een consequentie van wat er is gebeurd,
maar niet een straf.
Ook dingen die zijn vergeven en vergeten kunnen toch een litteken achter laten.

God heeft hen niet losgelaten.
God heeft hen vergeven, dat staat vast.
En Hij maakt door David en Batseba, ondanks alles wat er gebeurd is,
Een nieuwe toekomst.
Door hun gebrokenheid heen, zelfs al heeft David die zelf veroorzaakt. Hij is niet te trots om voor zijn fouten uit te komen.
Hij neemt de schuld op zich.
En daarom ontvangt hij vergeving van God.
Ze krijgen een tweede kind, Salomo,
En Salomo krijgt van God zelf de naam ‘Jedidja’ mee.
Lieveling van de Heer.
Het laat zien dat God geen wrok koestert naar David toe.
David was een vriend van God, en hij blijft een vriend van God.
Niets kan dat veranderen.
Welke weg David ook inslaat, er is altijd een weg terug.

Vandaag is het de vierde zondag van advent.
Advent is de tijd waarin wij wachten op de geboorte van een kind:
van Jezus.
Hij is Gods eigen zoon, die komt in deze wereld.
Een wereld die zo vaak een gebroken wereld is.
Door wat ons overkomt.
Maar ook door wat wij elkaar aandoen.

De komst van Jezus laat ons iets zien van Gods grenzeloze liefde, en vergeving.
In Jezus vergeeft God ons niet alleen,
maar deelt Hij in onze gebrokenheid.
In de consequenties van wat wij elkaar aandoen.
God haalt niet zijn schouders op bij wat wij elkaar doen.
Hij trekt het zich aan.
Hij haalt onze schuld niet alleen van onze schouders,
maar neemt hem zelf op zich.

Advent is de tijd waarin wij de komst van Jezus mogen verwachten.
De tijd waarin wij ruimte mogen maken voor zijn komst.
En kunnen kijken wat de doodlopende wegen zijn waar wij ons op bevinden.
In het besef: bij God is het altijd mogelijk om om te draaien.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *