Dankdag: Danken tegen beter weten in

Tekst: Habakuk 3:17-19

Geliefde gemeente van Jezus Christus,
Lieve mensen,

We hebben vanavond een mooie Bijbeltekst met elkaar gelezen.
Maar het is, naast een mooie, ook een moeilijke tekst!
Niet zozeer om het gedeelte dat we nu hebben gelezen,
Maar om de rest van het boek waar het in staat.

We hebben drie verzen gelezen, de laatste verzen van het boek,
Waarin Habakuk woorden spreekt, waar een groot geloof uit spreekt:

Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining –
toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.

Mooi! Kun je denken, als je dat leest.
Maar de rest van het boek is helemaal niet zo mooi.
Het beschrijft een traumatische gebeurtenis in de geschiedenis van het Joodse volk.

Habakuk, een verder onbekende profeet,
rouwt om wat er gebeurt in het land waar hij woont.
Hij rouwt om de volkomen verwoesting die de vijand aanricht,
die het land Juda is binnengedrongen.
Hij rouwt om het geweld van de Chaldeeën, de Babyloniërs,
die van God de vrije hand lijken te krijgen.
Land na land nemen ze in, met bruut geweld.
Geen leger, geen fort, geen stad is tegen ze opgewassen.
En nu moet ook zijn eigen land,
zijn eigen volk lijden onder het geweld.

Het boek van Habakuk is één jammerklacht, namens zijn volk, gericht aan God.
Het begint met een uitroep naar God:
ik heb zo lang geroepen om hulp, God, maar U antwoordt niet!
Waarom moet ik dit allemaal meemaken?

Hij vraagt zelfs aan God: is dit allemaal een straf?
Waarom moeten wij al dit geweld aanzien?
Wanneer grijpt U in?

Op dit moment lijkt het of niets de macht van Babel kan stoppen,
en of ze alles kunnen doen wat ze maar willen.

Habakuk roept het uit naar God.
Maar Habakuk wil de mensen van zijn volk ook laten zien dat het niet helpt om de moed op te geven.
Hij wil blijven vertrouwen op God. God, die redt.
Die machtiger is dan Babel.
Zelfs al zal de macht van Babel heel lang duren.
Een volk dat neemt wat het wil nemen,
en geen rekening houdt met anderen.
Toch zal er een einde komen aan hun macht.

Habakuk wil blijven geloven.
Ook al grijpt God nu niet in,
en zal Habakuk het waarschijnlijk niet eens meer met eigen ogen zien.

Maar hij wil blijven geloven,
dat God uiteindelijk toch zal ingrijpen.
Temidden van al dat geweld om hem heen,
de stad Jeruzalem die hij ziet vallen,
de tempel van God die hij verwoest ziet worden,
de mensen van zijn land die als gevangenen worden weggevoerd naar Babel,
blijft zijn geloof staan.

Hij kan niets doen.
Hij staat met lege handen.
Maar hij roept uit naar God,
ook al krijgt hij geen antwoord,
en hij blijft hopen op redding.
Vasthouden aan het vertrouwen dat God groter is dan de grote macht van Babel.

Wat heeft dit heftige boek ons te zeggen?

Vandaag is het dankdag voor gewas en arbeid.
Vanouds danken we God op deze dag voor de oogst.
Maar je kunt natuurlijk voor nog veel meer danken.
Wij hébben veel om voor te danken.
Genoeg te eten.
Een veilig thuis.
Mensen om ons heen die om ons denken.
Vrijheid, om te kiezen en om te geloven.

Maar toch vinden we danken niet altijd makkelijk.
Als de zon schijnt, zeggen we:
ik wou dat het regende, het land is zo droog.
En als het regent, zeggen we:
ik wou dat de zon scheen, het ziet er zo treurig uit!

Over het algemeen is het makkelijker om te zien wat je níet hebt,
dan wat je wél hebt.
En dan vooral in vergelijking met anderen.
Die ander kan zo goed leren, waarom kan ik dat niet?
Wat een mooi gezin, alles lijkt goed te gaan bij hen!
Waarom is dat voor mij, voor ons zo moeilijk?

En als alles in je eigen leven wél goed gaat, als je zelf veel te danken hebt,
kun je toch stil vallen als je kijkt naar de wereld om je heen.

Zondag was ik in de kerk van mijn ouders,
en ik sprak een vrouw die op het Griekse eiland Lesbos was geweest,
in het vluchtelingenkamp.
Ze schoot vol toen ze vertelde over dat er 15.000 mensen wonen in een kamp dat voor 3.000 mensen is gebouwd.
Ze had kinderen gezien die zo weinig ruimte hadden,
dat ze bovenop elkaar moesten slapen.

Sowieso vind ik dat er de laatste tijd weinig reden is voor hoop,
als je kijkt naar het nieuws.
Je hoort over milieuvervuiling,
over de zeeën die stijgen,
over landen waar mensen door de klimaatverandering met milieurampen te maken krijgen,
met overstromingen, of juist met extreme droogte.

Je hoort steeds weer over geweld.
Over vuile machtsspelletjes,
over mensen die hun macht uitbreiden en er niets om geven wat de gevolgen zijn voor anderen.

We denken vaak dat wij veel slimmer zijn dan de mensen die 2.000 jaar geleden leefden.
Dat we in onze tijd veel meer weten, en veel meer kunnen.
Maar als je het boek Habakuk leest,
dan zie je dat er in al die tijd eigenlijk niks veranderd is.
De wereld ziet er eigenlijk nog precies hetzelfde uit.
En dat kan je de moed ontnemen.

Als je de woorden van Habakuk leest,
dan kun je je afvragen:
waar vindt Habakuk de kracht, de moed,
om God te blijven danken?
Zelfs als hij alles verloren heeft,
als alles wat hij van waarde vindt is verwoest?

Zelfs zijn naam is hem afgenomen.
Habakuk is geen Joodse, maar een Babylonische naam,
die hij waarschijnlijk heeft gekregen toen ook hij als gevangene is weggevoerd naar Babel.
De Babyloniërs deden dat, om te zeggen:
wij hebben jullie cultuur verwoest.
Wij hebben jullie God overwonnen.
Nu moeten jullie onze cultuur aannemen,
en onze goden aanbidden.
Alles wat hij heeft is van hem afgenomen.
Hij heeft niets meer. Niet eens meer zijn eigen naam.
Hoe kan hij dan op dat moment op God blijven vertrouwen?
De God die dat blijkbaar allemaal heeft toegelaten?
Die niet heeft ingegrepen?

Hoe kunnen wij in deze tijd op God blijven vertrouwen?
Als we zien dat in 2.000 jaar tijd de mensen nog niets hebben geleerd?
Hoe kun je op God blijven vertrouwen als je zelf iets moeilijks meemaakt?

Als je ziek bent, of iemand van wie je houdt is ziek?

Hoe kun je op God blijven vertrouwen als je huwelijk spaak loopt,
of als je contact met je kinderen moeizaam verloopt?
Of als elke dag weer een gevecht voor jou is,
omdat je depressieve gevoelens hebt, of angst?
Hoe kan Habakuk die woorden zeggen die hij zegt?

Habakuk heeft alles verloren wat hij had.
En hij doet twee dingen.

De eerste is dat hij aan God vraagt: waarom?
Waarom moet ik dit meemaken?
Wat voor zin heeft het?
Waarom doet U mij dit aan?

Naar God toe hoef je je nooit beter voor te doen dan je bent.
Aan God vragen ‘Waar bent U?’, is een hele oprechte vraag.
Dat hoeft geen cynische vraag te zijn.
Het is dat je het, net als Habakuk, uitroept naar God:
help mij. Zie mij.
Of: help onze wereld. Zie onze wereld.
Zie het kwaad dat er gebeurt.
Dat gaat U toch aan het hart?
Doe er toch iets aan!
Wijs ons, wijs mij de weg!

En het tweede dat Habakuk doet, is, misschien wel tegen beter weten in,
zijn vertrouwen naar God uitspreken.

Waarom doet hij dat?
Hoe kán hij dat nog doen, na alles wat hem is overkomen?

Juist omdat Habakuk alles was kwijtgeraakt,
maar zijn hoop, zijn geloof, zijn liefde,
die kan niemand hem afnemen.

Zijn geloof in God is juist wat hem boven deze situatie uittilt.
Zijn loflied aan God is wat hem boven deze situatie uittilt.
De hoop dat hem alles kan overkomen,
maar dat God hem niet, nooit, los zal laten.
Zijn geloof in Gods goedheid hangt niet af van of het goed met hem gaat.
Het is juist wat hem kracht geeft áls het niet goed met hem gaat.
Hij gaat zingen:
zelfs als het land niets opbrengt, als ik alles kwijt raak,
zelfs al heb ik niets meer te eten.
Dan nog blijf ik voor U juichen.
Wat een kracht spreekt daar uit!

Dat kun je niet op ieder moment doen.
En je kunt ook niet tegen iemand zeggen:
dat móet je doen.

Maar: je mág het wel op ieder moment doen.
Want dát kan niemand van jou afnemen.
Danken dat God groter is dan onze omstandigheden.
Hopen dat Hij, ondanks alles, jouw leven,
en de wereld waarop we leven,
in zijn hand heeft.
Dat alleen al maakt dat het kwaad dat mensen elkaar aandoen,
dat ons falen,
dat gebrokenheid in ons leven,
nooit het laatste woord kan hebben.

Je dankt niet voor spullen. Voor rijkdom. Voor gezondheid.
Je dankt dat er een basis is onder jouw leven,
Die niemand van jou af kan pakken.

Danken is hopen.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *